Blog

Kate Moore


De muziek van de Nederlands/Australische componist Kate Moore maakt tegelijkertijd een robuuste en een doorschijnende indruk. Een vaak terugkerend thema is de natuur, waarvan alle levende wezens deel uitmaken. Dit jaar verzorgt ze een concertserie in het Muziekgebouw en is ze centrale componist van November Music. Een gesprek dat de wereldbol omspant.

‘Ruimteafval, dat we zelf in de stratosfeer hebben achtergelaten, blokkeert onze vrije blik op het heelal,’ zegt componist Kate Moore over ‘Space Junk’, een werk dat het komende seizoen in première gaat in het Muziekgebouw aan ’t IJ, en is geschreven voor het ensemble Asko|Schönberg. In de jaarlijkse serie ‘Zielsverwanten’ is haar muziek te horen tijdens vier concerten, waarin zij en de onderwerpen die haar na aan het hart zullen worden geportretteerd. Twee van deze concerten stelt ze zelf samen. Dan is, naast eigen werk, ook muziek te horen van componisten met wie ze zich verwant voelt.
‘Mijn vader is een wetenschapper die gegevens verzamelt over de positie van die brokken ruimteafval, zodat mensen ze kunnen volgen. Het is iets waarmee ik me sterk verbonden voel, ook omdat het stuk me de gelegenheid biedt opnieuw met mijn vader samen te werken. Met stukken als dit wil ik mensen bewuster maken van hun leefomgeving.’
Het gesprek voltrekt zich in twee etappes, via regelmatig haperende internetverbindingen. Wanneer Moore de oproep via Skype beantwoordt, heeft ze er al een lange dag opzitten. In Nederland loopt het tegen de middag, maar het is vroeg in de avond in Sydney. Daar heeft ze de hele dag besteed aan de opname van een werk dat ze een jaar eerder heeft geschreven in Saratoga Springs, driehonderd kilometer ten noorden van New York City. ‘Die omgeving is indrukwekkend, bijna angstaanjagend,’ zegt ze. ‘Ik heb daar in drie weken tijd een uur muziek voor dans geschreven.’

Landschap

Steeds weer komt Moore terug op het landschap, bijzondere plekken en de manier waarop levende wezens, met inbegrip van de mens, in de natuur onderling zijn verbonden. Haar aandacht voor de omgeving en processen waarin de natuur een rol speelt, blijkt uit vroege werken als ‘Ridgeway’, dat verwijst naar het oudst bekende voetpad in Engeland, en ‘Klepsydra’, vernoemd naar een klok waarin water gebruikt wordt om de tijd te meten. In ‘The Dam’, het stuk waarmee ze vorig jaar als eerste vrouwelijke componist de Matthijs Vermeulenprijs won, heeft ze die thema’s een centrale rol gegeven.
Dit werk is geïnspireerd op een poel in de binnenlanden van Australië waar dieren zich verzamelen om te drinken; een plek ook met een rijk insectenleven. Moore is zich er terdege van bewust dat een vrijwel onzichtbare wereld geen stille wereld hoeft te zijn. Ze heeft de ritmes in ‘The Dam’ gebaseerd op het tjirpen van krekels en cicades, en de geluiden van andere dierlijke bewoners en bezoekers van de plek. De gezongen tekst bestaat uit de wetenschappelijke namen voor die wezens. Maar ze kijkt ook verder dan de natuur van het land waarin ze opgroeide, zoals in ‘Space Junk’, waarin ze haar aandacht verplaatst naar de dunne schil die onze planeet omhult en beschermt tegen meteorieten en geladen deeltjes die worden uitgestoten door de zon.

Getalssystemen

De manier waarop ze de gegevens van haar vader in haar muziek gebruikt is veelbetekenend. Ze vertaalt de structuur van de verdeling van het afval in klank. ‘Wetenschap en kunst werken samen. Het vertalen van getalssystemen in muziek is op zich niets nieuws, maar mijn manier van werken grijpt terug op het middeleeuwse concept van het quadrivium, de vier hogere kunsten of onderwerpen van kennis: wiskunde, meetkunde, sterrenkunde en muziek. Het zijn facetten van de natuurkunde waarin muziek de verbindende rol speelt, als tussen lichaam en geest. Ik denk graag na over de oorsprong van muziek en over de herkomst van woorden. Woorden bevatten de geschiedenis van hun betekenis, in wezen een verhaallijn. Tijdens mijn studie heb ik me verdiept in Arabische muziektheorie. Het woord muziek komt in het Westen van de muzen, de Griekse godinnen die beschermvrouwen waren van de kunsten. Maar in de Arabische wereld houdt het woord verband met Mozes, die met zijn staf op een rots sloeg en zo twaalf rivieren deed ontspringen. Dat is een prachtig beeld. Die onwrikbare, onbeweeglijke rots en het water dat eruit vloeit. Aan het verhaal van de muzen is een nieuwe betekenislaag toegevoegd toen het in andere handen overging. Dat is een creatieve, poëtische benadering waar ik van houd.’
Een vergelijkbaar concept ligt ten grondslag aan de waterklok. Het stuk ‘Klepsydra’ wordt onderdeel van ‘Space Junk,’ vertelt Moore. ‘Een waterklok is een aardewerken vat waar water uit sijpelt. Door iets dat stroomt kun je het ritme van de voortschrijdende uren bijhouden, de omgang van de sterren die boven de horizon uitrijzen en door het uitspansel bewegen. Op het vat staan sterren en de hemelgoden afgebeeld. Muziek en tijd zijn met elkaar verbonden door maat en vloeiende beweging.’
Dat komt ook tot uiting in de manier waarop ze melodieën over elkaar laat rimpelen als golfjes die aan het strand over elkaar heen rollen, door ze kort achter elkaar te laten spelen op verschillende instrumenten. Het is te horen in ‘Debris & Alchemy’, dat een kant van de gelijknamige lp van Ensemble Klang in beslag neemt; in ‘Canon’ op de cd ‘Dances And Canons’, ingespeeld door Klang-pianiste Saskia Lankhoorn. Het komt ook terug in ‘Sacred Environment’, een groot werk voor orkest, koor en sopraan, dat vorig jaar in première ging tijdens het Holland Festival. Het geeft Moores composities een sterke onderlinge verbondenheid. Je ziet muzikale en niet-muzikale thema’s in verschillende gedaanten opduiken, alsof het draden zijn in één groot web, een natuurlijk en organisch netwerk.

Web

De verwevenheid van natuur, muziek en ritme is het uitgangspunt voor een avond rond de tarantella, uitgevoerd door het Herz Ensemble, waarmee Moore haar serie in het Amsterdamse Muziekgebouw opent. ‘De tarantella is een dansritueel uit het zuiden van Italië dat volgens de overlevering als genezing moest dienen voor de beet van deze giftige spin. De muziek raast in een krankzinnig tempo en de dansers tollen rond tot ze uitgeput in elkaar zakken. Het idee is dat het gif uitgedreven wordt door de combinatie van muziek en dans. Dit concert biedt me de kans mensen een podium te bieden die me inspireren, zoals Eric Avery, een Australische aboriginal-componist, en drie opkomende Nederlandse vrouwelijke componisten.’
Dit concert maakt daarnaast duidelijk hoezeer alles bij Moore op verschillende niveaus met elkaar is verweven. In het uitvoerende Herz Ensemble zijn de drie leden van The Stolz Quartet opgenomen die haar ‘Herz Cycle’ uitvoerden en op cd zetten. Die cd greep deels terug op de muziek uit haar vroege muziektheaterwerk ‘The Open Road’, gemaakt in opdracht van het Haagse Korzo Theater, maar toont in ‘Dies Irae’ en ‘Stabat Mater’ ook een zekere verbondenheid met haar katholieke achtergrond. Stukken uit ‘The Open Road’ zijn ook terug te vinden op de solo-cd ‘Stories For Ocean Shells’ van celliste Ashley Bathgate, gewijd aan Moores muziek, en het eerder genoemde ‘Dances And Canons’.
Vanuit haar fascinatie voor de aarde en natuurlijke materialen maakte Moore in het Europees Keramisch Werkcentrum in Oisterwijk instrumenten van aardewerk. ‘Ik wilde muziekinstrumenten maken van aarde. Daarnaast heb ik in mijn muziek gebroken stukken aardewerk gebruikt, die verwijzen naar scherven in een archeologische opgraving en een band met een ver verleden. Het voelt alsof je met de resonerende materialen de melodieën van de voorouders oproept, of met de scherven een nieuw verhaal samenstelt.’

Sterrenlicht

De thema’s van natuur, ritueel en spirituele inspiratie vormen het uitgangspunt voor ‘Sacred Environment’ en ‘Lux Aeterna: VIVID’, een werk dat Moore in opdracht van het festival November Music schrijft voor de jaarlijkse Bosch Requiem-serie. Samen vormen de twee composities een tweeluik. ‘Voor ‘Sacred Environment’ heb ik onderzoek gedaan naar de bush en de overlevering die de Aboriginals hebben van die omgeving als onderdeel van hun scheppingsverhaal. Alle schepselen zijn onderdeel van die omgeving, ook de mens. Het stuk is een ritueel waarin dat onderdrukte voorouderlijke wezen wordt opgeroepen.’
In ‘Sacred Environment’ beschrijft Moore de onderdelen van die plek: de flora, de fauna, de mineralen in de aarde. Daarin verschijnt stukje bij beetje het beeld van een mens, een geblinddoekte vrouw die in haar handen een evenwicht bewaart tussen overgeleverde kennis en vooruitgang, natuur en vernietiging, opvoeding en vergetelheid. Als dat evenwicht verstoord raakt, valt alles op haar terug. Het is een lot dat ze volledig accepteert. Ze is kwetsbaar, maar stelt zich open voor een oordeel dat haar te wachten staat. Dat gebeurt in een apotheose waarin de aandacht eerst naar de sterren schiet om tenslotte bij water uit te komen – twee elementen van de natuur die nauw verbonden zijn met de mythologie van de Aboriginals.
Net als ‘Sacred Environment’ ontleent ‘Lux Aeterna: VIVID’ veel aan de Openbaring van Johannes, een profetische ontsluiering van Het Laatste Oordeel. ‘Dat boek gebruikt zulke beeldende taal. Daarnaast heb ik me voor het requiem laten inspireren door de beelden in werken van Dante en Hiëronymus Bosch. Het gaat niet over duisternis en verval, maar juist over licht en leven. Het requiem heeft drie delen: ‘Lucidity’, ‘Providence’ en ‘Clarity’. Daarin volg ik drie heiligen, respectievelijk Lucia, Johannes van Patmos en Clara. De heilige Franciscus, als patroon van de dieren een belangrijke inspiratiebron voor mij, staat centraal in het deel dat de schepselen behandelt. De twee composities komen voort uit mijn gemengde achtergrond. Van mijn vaders kant woont onze familie al zes generaties in Australië. Mijn moeder komt uit Nederland, uit een katholieke familie in Gelderland.’

Onopgesmukt

Dat laatste ligt ongetwijfeld ten grondslag aan de stukken die zijn ontleend aan christelijke mystiek, maar mogelijk ook aan haar benadering van melodie. ‘Mijn muziek komt in diepste wezen voort uit melodie,’ zegt ze zelf. ‘Ze is verwant aan Gregoriaanse zang, waarin de melodie puur en onopgesmukt is. Het ego is eruit verwijderd, waardoor de zanger dichter bij de godheid kan komen. Mijn wereldbeeld komt dichter in de buurt van een universele spiritualiteit die alles omvat, die niet beperkt is tot een geloofssysteem, waarin tegengestelde energieën samengaan, elkaar aanvullen. Het idee van yin en yang. Anderzijds speelt de gewijde vrouw, de heilige Maria, er wel degelijk een rol in. Ze is van belang voor de stad Den Bosch, en voor mij persoonlijk. Ik heb verschillende stukken geschreven die naar haar verwijzen, zoals het ‘Stabat Mater’ en ‘Dolorosa’. Ze vertegenwoordigt het vrouwelijke aspect van het goddelijke. In de hoogste macht zijn het mannelijke en het vrouwelijke in evenwicht. Wat dat betreft is Maria een veelzeggende figuur in een tijd waarin de balans zoek is. In zekere zin heeft Maria de plaats ingenomen van de godinnen die in voorchristelijke tijden werden vereerd. De Mariaverering en de wonderen die aan haar worden toegeschreven zijn fascinerende verschijnselen. Ze is een universele aanwezigheid. Niet gebonden aan religie staat ze voor Moeder Aarde, de grote scheppende levenskracht.’

Taal

Het vrouwelijke aspect is een van de gemeenschappelijke elementen van ‘Lux Aeterna: VIVID’ en ‘Sacred Environment’, met zijn geblinddoekte vrouw. In dat eerdere werk duiken al regels op uit de dodenmis, als een voorafschaduwing van het Bosch Requiem. Moore ziet haar totale werk niet als afzonderlijke stukken. ‘Al mijn composities, ook de oudere, maken deel uit van het verhaal. Ik denk over mijn werk in termen van literatuur – het zijn dichtbundels, romans, novelles, korte verhalen. Ik zie mijn voortgang niet als een evolutie. Ik vind ook niet steeds een andere taal uit, maar ik gebruik die taal om verschillende thema’s aan te snijden. Die taal verfijnt zich wel steeds meer. Ik denk ook niet zozeer in stijlen. Voorop staan diepte, kleur en textuur. De rest komt op de tweede plaats. Als ik componeer, doe ik dat ook niet op papier. Ik stel me de muziek voor en speel die op cello, piano of gitaar. De muziek voelen met het lichaam is van belang, maar ook mezelf de muziek indenken. Het gebeurt in mijn verbeelding. Dat is een ruimte waarin ik aanwezig probeer te zijn. Daar kun je spreken van resonantie, een meetrillen met golven. Het is een onderdeel van het creatieve proces dat zich niet laat doorgronden. Dat is waar de werkelijke scheppende magie plaatsvindt. Daar kan ik me over blijven verwonderen.’

Comments


Dit artikel verscheen eerder in GC #147.

Koop deze editie in onze webshop!

Live

20/09
22/09
02/11
03/11
04/11

Discografie

Kate Moore & The Stolz Quartet - Herz, Dances of the Heart (eigen beheer, 2017)
Kate Moore & Ashley Bathgate - Stories for Ocean Shells (Canteloupe, 2016)
Kate Moore & Saskia Lankhoorn - Dances and Canons (ECM Records, 2014)
Ensemble Klang - Debris & Alchemy (Ensembleklangrecords, 2012)
Kate Moore - The Open Road (eigen beheer, 2008)

Reacties




%d bloggers liken dit: