Blog Columns Magazine

Kaap Schermer


Nu heb ik wel een korte hardrock-periode gehad, lang geleden, maar KISS kende ik eigenlijk alleen van die twee disco-stampers. Hardrock met een beat – een band die met z’n tijd meeging, leek me. Geen idee hoe hun platen uit de tussenliggende 45 jaar klinken, maar de vinger aan de pols van de tijdsgeest hebben ze nog steeds: geld, tech en nostalgie.

Na langdurig op ‘laatste’ tours te zijn geweest, is het Amerikaanse rock- en make-up-instituut er dan nu echt mee opgehouden – al hangt dat er van af wie je het vraagt. ‘KISS zal op andere manieren worden voortgezet’, mijmerde bassist Gene Simmons (die met die tong) in een interview met Blabbermouth in 2022, naar aanleiding van hun allerlaatste tournee (deze keer echt!). ‘Ik heb er geen problemen mee als vier verdienstelijke twintigjarigen de make-up weer opdoen en hun identiteit verbergen.’ Leek hij toen nog een franchise voor zich te zien, inmiddels blijkt de band te hebben gekozen voor onsterfelijkheid middels techniek: als hologrammen (excuus, digital avatars). In navolging van ABBA is ook KISS in zee gegaan met Industrial Light & Magic en het Zweedse productiehuis Pophouse Entertainment voor de creatie van KISS-avatars. Niks verdienstelijke twintigjarigen of volgende generatie, we blijven gewoon zelf, forever young. Toen ABBA daar aan begon dacht ik dat het zou floppen – wie wil er nou willens en wetens een avond lang tegen vier nep-Zweden aankijken die niet kunnen interageren met de toeschouwers? Programma’s die een programma afdraaien, met tickets vanaf £100? Niet heel veel mensen, dacht ik. Think again. De show, in Londen, loopt nu al anderhalf jaar en brengt twee miljoen pond per week in het laatje. Getallen waarbij KISS misschien ook de oren spitste – Simmons is immers ook de man die ooit het ‘devil horns’-gebaar probeerde te patenteren. Het moet gezegd worden, de ‘ABBA Voyage’-show kreeg lovende recensies. ‘Een bijzondere productie die echt lijkt op de toekomst van livemuziek’, zei iemand zelfs. Voor het gemak de betekenis van dat woordje ‘live’ even negerend, de toekomst van livemuziek draait dan wel op nostalgie alleen. Met een gevoel van verbondenheid met de artiest op het podium heeft het niks te maken – per definitie, want van de twee partijen die daar voor nodig zijn, is er een niet aanwezig. Al ontstaat er wel een gevoel: ‘Het is de bedoeling dat we gecharmeerd zijn, maar ik vond het niet alleen verontrustend, maar ook oprecht deprimerend’, aldus een journalist van The Guardian over een concert van een Maria Callas-hologram, afgelopen december. Mijn enige eigen ervaring met virtuele optredens is een interactieve VR-rave (zie KS#36), die ik geweldig vond – om puur nostalgische redenen. Met de opwinding van een echte party had het niks te maken. Ik heb ook wel eens een tijdje video’s van Compressorhead zitten kijken, een robotband die covers van Ramones en Motörhead speelt. Ik kwam met geen mogelijkheid voorbij het idee dat ik naar een stel machines zat te kijken, en het deed me niks. Noem me ouderwets, maar ik vier het leven van artiesten die er niet meer zijn liever door naar hun muziek te luisteren. Afgelopen november overleed onverwacht Kevin ‘Geordie’ Walker, Killing Joke-lid van het eerste uur en mijn favoriete gitarist aller tijden. Geen idee of de achtergebleven leden de band gaan opheffen, maar ook als ze dat niet doen: het kan nooit meer zo worden als het was. So it goes. Er zijn andere bands, nieuw en oud, van vlees en bloed, om te ontdekken, naar te luisteren en van te houden. En wanneer ik Geordie wil horen spelen, heb ik een kast vol Killing Joke-platen. Daar heb ik geen hologram voor nodig.


Dit artikel verscheen eerder in GC #179.

Koop deze editie in onze webshop!

Reacties