Kaap Schermer


‘Incomplete without surface noise’ staat er op de hoes van mijn favoriete Autechre-cd. ‘Had het er dan ingemixt,’ dacht ik toen ik hem kocht. Toch nam ik een keer de moeite om er het gekraak van een blanco b-kantje doorheen te mixen – maar een nog betere plaat werd het er echt niet van.

Blijkbaar was Autechre in 1995 niet onverdeeld enthousiast over de opvolger van de lp. Twintig jaar later brachten ze een album alleen maar digitaal uit; een logisch eindpunt voor zo’n technologisch innovatieve act, vond ik. Maar de plaat daarna verscheen ook weer gewoon op cd.

Misschien viel er niks meer te innoveren – iets dat ik onlangs ook dacht bij de nieuwste generatie iPhones.
Niet voor het eerst bleek dat Apple niks innovatiefs meer voor de consument had weten te verzinnen. De belangrijkste verbetering was, alweer, de camera. Harder, beter, sneller, meer – van hetzelfde.

De telefoon heeft het barokstadium bereikt, schreef Marcel Möring recent in De Groene Amsterdammer: de ‘verbeteringen’ zijn meer overdadige versieringen, dan dat ze veel praktisch nut hebben. Wat mij betreft hoeft een apparaat ook niet iedere achttien maanden opnieuw te worden uitgevonden (al wacht ik nog steeds op een flessenopener in mijn mobieltje), maar de bedrijven moeten de consument nou eenmaal in een koop-en-vervang-cyclus gevangen houden. En dat vereist nieuwigheden – zinvol of niet.

Neem de nieuwe Walkman. Sony viert de veertigste verjaardag van de allereerste draagbare persoonlijke muziekspeler met een jubileumversie. ‘De muziekspeler ziet eruit als een Walkman, maar er hoeft geen cassettebandje in,’ wist het AD. Nou nee. De oorspronkelijke Walkmans waren plastic, lomp en hadden luide kleuren (eigenlijk zoals de hele jaren 1980). Deze nieuwe versie is gewoon nog een Zwart Kastje.

Op de plaatjes ziet het ding er niet heel anders uit dan alle andere zwarte kastjes, zoals bijvoorbeeld mijn mp3-speler van het Chinese merk FiiO (‘Born for Music and Happy’ – beste motto sinds tijden). Een collega van in de twintig vroeg zich eerst af wat het was, en daarna waarom – een los apparaat voor alleen muziek? Berichten, web, bellen, muziek – one phone to rule them all, wat haar betreft. Ik murmelde wat over de voordelen van dedicated hardware, maar de waarheid is dat ik losse apparaten nou eenmaal veel leuker vind.

Lees meer van Maarten Schermer

Opgroeiend met een Walkman is het idee van mijn eigen, draagbare muziek er diep ingeslepen. De telefoon kwam pas toen ik allang volwassen was, en blijft een beetje een indringer. Ik zit er helemaal niet op te wachten dat een nummer opeens bruut onderbroken wordt omdat er iemand belt of appt. Ik vermoed dan ook dat ik de doelgroep ben van Sony’s jubileumapparaat.

Als knipoog naar de originele Walkman ontwierp het bedrijf in de nieuwe versie een screensaver in de vorm van een cassettebandje (generatiekloofgrap: zou de terugspoelknop eruitzien als een potlood?). En voor die andere, zo populaire vorm van nostalgie is er de Vinyl Processor, ‘die de warmte en de eigenschappen van vinyl teruggeeft aan uw digitale nummers’.

Digitaal toegevoegde oppervlakteruis voor een authentieke luisterervaring. Gaat iemand dit over veertig jaar nog begrijpen? Ik zou het ding bijna kopen om er Autechre op te draaien, maar ik wist in 1995 al dat goede platen dit soort fratsen niet nodig hebben.


Dit artikel verscheen eerder in GC #154.

Koop deze editie in onze webshop!

Reacties