Blog Magazine

In Memoriam: Jonas Mekas (1922-2019)


‘Cinema is de enige kunstvorm waarin je niet terugkijkt.’ Voor de op 96-jarige leeftijd overleden filmmaker Jonas Mekas gold als geen ander dat zijn films zijn leven waren, en zijn leven zijn films. Een aantal jaar geleden vertelde hij aan Andy Leenen: ‘Ik film, en dat is voor mij het moment: dan ben ik er.’ Lees hier het hele interview opnieuw op onze site.


Filmmaker Jonas Mekas schept al een halve eeuw een uniek universum met zijn diep persoonlijke dagboekfilms. Een terugblik met een man die constant in beweging is.

_R1A0863‘Is dit niet fantastisch? Dit is een perfecte film voor Andy!’ New York, juli 1964. Twee mannen staan stil op straat, met hun armen vol nieuwe edities van het tijdschrift Film Culture. De mannen zijn de filmmakers Jonas Mekas en John Palm, die met hun last op weg zijn naar het postkantoor in het Empire State Building de imposante wolkenkrabber is hun ster die de weg wijst naar Betlehem. Enkele dagen later staat Mekas opnieuw voor de machtige reus, ditmaal achter een camera op een statief op de 41ste verdieping van het nabijgelegen Time & Life Building. Andy Warhol is er ook, om het shot te controleren voor de film die later Empire zal gaan heten. Het heeft nog een jaar geduurd voor de film in première ging, dat gebeurde pas op 6 maart 1965, licht Mekas toe.

‘Het was een zeer drukke periode in de jaren 1960, we bleven maar nieuwe dingen doen. We hadden geen enkel moment de tijd om terug te kijken op wat we gisteren hadden gedaan, voorwaarts, voorwaarts gingen we! Tijdens de premiere kwamen er zo’n tweehonderd mensen opdagen, waarvan er ongeveer een kwart tot het eind van de film bleef waaronder Warhol zelf uiteraard. Ik zag de film pas dertig jaar later opnieuw, maar was er toen opnieuw zwaar van onder de indruk: het blijft een van de meest radicale, esthetische statements binnen de cinema. Er gebeurt niets althans, niets in de zin van reguliere conventionele gebeurtenissen binnen film. De film draait, de tijd rolt voorbij, de verwachtingen worden opgeschroefd: wat gaat er gebeuren? Gaat er wel iets gebeuren? Dan een moment van extase! Het hele gebouw licht op, wat een moment! Later, misschien wel zes uur later, gaan alle lichten weer uit. Ongelofelijk! Het gebouw is er nog steeds! Het staat op ons netvlies gebrand!’

New York

In die periode woonde Mekas al een tijd in New York. Zijn woning deed dienst als kantoor voor The Film-Maker’s Cooperative, een archief dat heden ten dage wereldwijd bekendstaat als een van de belangrijkste archieven voor experimentele film en tevens redactiekantoor was van het (inmiddels ter ziele gegane) tijdschrift Film Culture. ‘Het was tevens een verzamelplaats voor underground filmmakers, dichters en andere mensen op de dool. Ik sliep vaak onder de tafels terwijl er door anderen werd gefeest.’

Mekas was begin jaren 1950 naar de Verenigde Staten verhuisd vanuit zijn geboorteland Litouwen, na samen met zijn broer Adolfas Mekas uit een werkkamp te zijn ontsnapt tijdens de Tweede Wereldoorlog. Aldaar belandde hij midden in de bloeiende New Yorkse kunstscene en raakte bevriend met onder anderen Andy Warhol, Lou Reed, Allen Ginsberg en John Lennon. Zestig jaar later geldt Mekas als een van de boegbeelden van de naoorlogse avant-gardecinema.

Ik spreek hem in Brussel, waar gelijktijdig een expositie in Bozar en een retrospectief van zijn films in Cinematek van start gaan. Mekas is onvermoeibaar, zelfs op zijn 93ste nog: hij filmt nog steeds en reist de hele wereld over. In Brussel ging ook zijn nieuwste film, ‘Outtakes From The Life Of A Happy Man’, in première. Hoe hard hij nog steeds werkt illustreerde hij in 2007 nog, toen hij een jaar lang elke dag een film maakte. De films zijn op zijn website te bekijken, om dezelfde reden dat hij in 1962 The Film-Maker’s Cooperative oprichtte: als er geen distributeurs te porren zijn voor de vertoningen van zijn films, dan zorgt hij zelf dat het publiek ze te zien krijgt. Voor dit project putte hij uit nieuw materiaal dat hij dagelijks schoot, maar uiteraard ook uit het enorme archief dat hij inmiddels in zijn leven als filmer heeft vergaard. Voor Mekas geldt namelijk als geen ander dat zijn films zijn leven zijn, en zijn leven zijn films.

Poëtische ruis

Mekas is een filmer die constant bezig is met het vastleggen van zijn leven, en zo het werkelijke leven op film probeert te vangen. Hij legt het leven vast zoals het zich dagelijks in haar grofkorrelige pracht aan ons openbaart, waarbij hij veel nadruk legt op vriendschap en het samenzijn met anderen. Zijn camera draagt hij altijd bij zich, en zodra hij voelt dat er iets bijzonders gebeurt schiet hij in actie om dit vast te leggen waarbij hij steeds een uniek oog heeft voor de poëtische ruis van doodgewone, alledaagse situaties. Hij schuift zo een glazen stolp over voorbije dagen en blikt ze voor altijd in. Cinema is de enige kunst waarin je niet terugkijkt, licht Mekas toe. Cinema gaat over een actuele realiteit, over het licht dat ergens op valt en vervolgens terugkaatst. Dat vang je met je camera, en dat moment is er dan voor altijd: als een eeuwigdurend heden. En inderdaad, wat Mekas voor zijn camera krijgt, dat leeft.

Wanneer ik hem vraag naar zijn eerste stappen op het pad van filmmaker, lacht hij kort. ‘Dat is heel simpel: ik drukte op de record-knop. Iedereen begint aan iets door anderen te imiteren, maar veel mensen blijven vervolgens vastzitten in die val van imitatie. Het belangrijkste is: je moet het doen, en daardoor ben je het ook. Wil je filmmaker worden? Dan begin je met filmen en ben je een filmmaker. Het is wel belangrijk om je eigen weg te vinden. Een regisseur als Alfred Hitchcock was een geboren verhalenverteller, maar ik ben er voor mezelf vrij snel achter gekomen dat ik dat niet ben.’ Tijdens zijn eerste jaren als filmmaker probeerde hij aan de bak te komen in Hollywood, maar zijn scripts werden steevast retour gestuurd. ‘Het was niet echt wat ze zochten’, vertelt hij droog met een betekenisvol lachje.

Geen idee

Mekas is daarna stapsgewijs de experimentele cinema binnengerold. ‘In feite wist ik toen nog niet dat er ook andere cinema bestond. Ik had bijvoorbeeld nog nooit de Duitse cinema uit de jaren 1930 gezien, ik kende enkel Hollywood.’ Zijn eigen stem heeft hij toen gevonden door gewoon aan het werk te gaan. ‘Ik werk heel simpel. Ik film, en dat is voor mij het moment: dan ben ik er. Toch probeer ik op dat moment niet bewust bezig te zijn met het hier en nu: daar wordt veel over gepraat, maar op de momenten uit mijn leven die me het meest dierbaar zijn was ik daar totaal niet mee bezig. We moeten het hier en nu vergeten, pas op die momenten leven we echt.’

Hij ziet zichzelf als een man die uitdrukkelijk filmt zonder ideeën. ‘Mijn films zijn geen documentaires. Onder die term versta ik vooral wat er in de jaren 1930 en 1940 gebeurde binnen de cinema, toen documentaires werden gemaakt volgens een script en er beeldmateriaal bij werd gezocht om een bepaald idee te illustreren. Dat idee stond op voorhand al vast. Met de cinema verité kwam daar verandering in, omdat de nieuwe technologie de filmmakers in staat stelde dichter op de huid van de realiteit te gaan zitten maar ook toen stond het materiaal nog steeds in dienst van het idee. Werd er bijvoorbeeld een documentaire gemaakt over iemand die in de gevangenis zit, dan werd daar nog steeds een idee aan gekoppeld bijvoorbeeld dat de gevangenis niet goed is, of dat de hoofdpersoon onschuldig is. Daar zit heel weinig echt persoonlijk materiaal in. In mijn films zitten geen ideeën. Ik heb nooit ideeën, ik volg slechts de momenten die ik opneem. Ik zie mijn films daarom meer als dagboeken dan als documentaires. Ik leef, en ik maak daar notities van met mijn camera.’

Mekas bedankt ervoor om zijn werkwijze theoretisch te onderbouwen, een weigering die hij tot in de montagekamer volhoudt. ‘Ook de montage pak ik zo simpel mogelijk aan. Ik heb al het materiaal, en plak dan de stukken aan elkaar die bij elkaar horen. Iemand vraagt me om een film over Litouwen te maken? Dan plak ik al het beeldmateriaal van mijn reizen naar Litouwen en mijn persoonlijke herinneringen aan elkaar, en voila: een film over Litouwen. De enige werkelijke aanpassing aan mijn beeldmateriaal is dat ik de herhalingen eruit knip. Het ritme is bijvoorbeeld iets dat al is ontstaan tijdens het filmen, en niet pas in de montagekamer’. Hij houdt het simpel en puur, en vooral: dicht bij zichzelf.

Chroniqueur

Mekas is een chroniqueur van plaats en tijd, en geeft daar op zijn eigen manier een betekenis aan. Zijn geheimen geeft hij echter niet altijd makkelijk prijs: daarvoor neemt hij je eerst mee op een dwingende beeldentrip, die op een vaak hoog tempo en op ruwe wijze aan elkaar is gemonteerd. Hij is meestal zijn eigen cameraman, maar hij fungeert tegelijkertijd ook altijd als aanwezig persoon terwijl hij filmt. Dat deed hij tientallen jaren met een handzame filmcamera, maar in 1989 stapte Mekas over op een videocamera. ‘Ik zag veel mogelijkheden in video. Het is een medium dat toegankelijk is voor iedereen. Je kan in elke situatie terechtkomen en die vastleggen, zelfs op een plek waar geen licht is. Je kunt zo opnemen zonder dat iemand het merkt, waardoor de situatie niet wordt verstoord. Een ander belangrijk voordeel was dat ik veel langer kon blijven filmen, dat breekt de mogelijkheden open in het opnemen van tijd. Hierdoor kan ik blijven kijken en wachten op momenten waar ik met film niet op kon wachten. Het biedt ons de mogelijkheid om nieuwe aspecten van de realiteit vast te leggen.’

Natuurlijk heeft een videocamera ook nadelen, bijvoorbeeld omdat je geen echte kleur zwart kunt produceren. ‘Ik ben echter maar weinig geïnteresseerd in een bepaald medium, omdat ik geloof in technologie als een drijvende kracht voor veranderingen. Wanneer je het ene instrument inruilt voor een ander instruments, dan verander je alles: de inhoud, maar ook de vorm zoals de kleuren en de textuur. Het idee van realiteit is constant aan verandering onderhevig binnen de mensheid: we zien het anders, en we voelen ons er ook anders bij. Als we vooruit willen, moeten we deze nieuwe realiteiten op andere manieren vastleggen, en dan hebben we nieuwe middelen nodig. Het medium film was er, maar dat is nu voorbij. De film is dood. Ik was laatst op een filmfestival waar 160 films werden vertoond, en slechts drie daarvan waren nog op film geschoten. Het heeft weinig zin om daar bedroefd over te zijn, want wat is gemaakt op film zal blijven bestaan als we tenminste verstandig genoeg zijn om dit te beschermen.’

De conservering van film is een onderwerp dat Mekas zeer nauw aan het hart ligt. Film vergaat, en het moet daarom steeds worden gekopieerd maar dat zal in de toekomst onmogelijk worden, omdat er nergens ter wereld nog film wordt geproduceerd. Het is niet genoeg om de films te digitaliseren, want dat is totaal niet met elkaar te vergelijken. Een aquarel is toch ook iets totaal anders dan een olieverfschilderij? Op dezelfde wijze is een 16 mm-film niet te vergelijken met een 35 mm-film. Net als alle andere kunstwerken van de afgelopen eeuwen worden bewaard, mogen we ook 120 jaar film niet verloren laten gaan.


Jonas Mekas op dvd

Re:voir, een label dat experimentele en avant-gardefilms uitgeeft op dvd, bracht al eerder een boxset uit van Mekas werk met onder andere zijn films Lost, Lost, Lost (1976) en As I Was Moving Ahead I Occasionally Saw Glimpses Of Beauty (2000). Nu is de collectie uitgebreid met vijf nieuwe dvd’s in mooie uitgaves, die steeds zijn voorzien van een boekje met enkele inleidende artikelen. De dvd’s worden in België en Nederland gedistribueerd door Moskwood.

‘Guns Of The Trees’ (1961)
In zijn debuutfilm roept Mekas met minimale middelen een unieke wereld tot leven op het witte doek: een dromerige trip door een zwart-witwereld, met een haast lyrische sfeer. Zelf zegt hij over deze film: Dit zijn de gedachten en het gekwelde streven van mijn generatie, die verlamd is door de morele perplexiteit van onze tijd. Een episodische, horizontaal vertelde film, waarin de scènes vooral fungeren als delen van een groter geheel: het emotionele mozaïek.

The Sixties Quartet
Op deze dvd zijn vier kortere films te zien, die aanvoelen als zeer persoonlijke essays. Mekas vertelt zijn verhalen fragmentarisch en hyperintensief, waarbij de beelden gejaagd over het scherm schieten. ‘Scenes From The Life Of Andy Warhol’ is een interessant tijdsdocument van de Amerikaanse kunstenaar, waarin Mekas zich vooral richt op de bedrijvigheid rondom Warhol op de maat van een hypnotiserende Velvet Underground-show. Twee andere films bevatten delen van Fluxus-performances, afgewisseld met onderonsjes tussen Mekas en zijn vrienden. De laatste film, ‘This side of Paradise’, is een hemelse montage van de zomermaanden die Mekas doorbracht met Jackie Kennedy’s familie in hun paradijselijke buitenverblijf.

‘Scenes From Allens Last Three Days On Earth As A Spirit’ (1997)

Van deze vijfdelige set is dit de minst interessante film. De film speelt zich vooral af in en rondom het appartement van Allen Ginsberg, nadat hij is overleden. We zien zijn vrienden die een boeddhistische nachtwake organiseren voor Ginsberg, en Mekas die met hen in gesprek is over de dichter.

A Letter From Greenpoint (2005)
Het beginshot van deze film is fantastisch: we zien een man, Mekas uiteraard, wiens leven in puin ligt: na dertig jaar in SoHo te hebben gewoond, verhuist hij nu naar Greenpoint in Brooklyn. Al zijn bezittingen zijn gereduceerd tot kartonnen dozen, zijn meubels zijn verwoest tot losse onderdelen, en de kamer is nog maar nauwelijks te herkennen als zijn thuis. En de daders van dit al? Die zitten als zwakzinnigen te zingen tussen de rommel. Mekas drijft soms wel erg ver weg van zijn verhaal, maar toch kent de film prachtige hoogtepunten bijvoorbeeld wanneer Mekas diep ontroerd naar een etende kat staart, en vervolgens in de camera mompelt: ‘I hope I can achieve this state some day, a state of just being’. Mekas filmde inmiddels al vijftien jaar op video, maar noemt dit pas zijn eerste echte videowerk omdat het instrument pas na al die jaren als een volwaardige verlenging van zijn lichaam is gaan aanvoelen.

Sleepless Nights Stories (2011)
Geïnspireerd door het lezen van Duizend en Één nacht weeft Mekas zo’n 25 losse verhalen aan elkaar in deze film. Zoals gebruikelijk zijn de protagonisten zijn goede vrienden, en ook zelf is hij onlosmakelijk verbonden met de verhalen die stuk voor stuk kleine verhaaltjes zijn, maar veel groter aanvoelen door de persoonlijke vertelling.

 

Lees hier ook de recensie die Gé Huismans eerder schreef over een dvd-box met werk van Jonas Mekas.

Beeld: Caroline Lessire


Dit artikel verscheen eerder in GC #119.

Koop deze editie in onze webshop!

Bibliografie

Jonas Mekas, Out-takes From The Life As A Happy Man (2012)
Jonas Mekas, Sleepless Nights Stories (2011)
Jonas Mekas, A Letter From Greenpoint (2005)
Jonas Mekas, As I Was Moving Ahead I Occasionally Saw Glimpses Of Beauty (2000)
Jonas Mekas, Lost, Lost, Lost (1976)
Jonas Mekas, Reminiscences Of A Journey To Lithuania (1972)

Reacties