Blog

Teruglezen Jefre Cantu-Ledesma & Paul Clipson


Met noise, drones en melodie weet Jefre Cantu-Ledesma op ‘’Love Is A Stream’’ pracht en rafelranden in één plaat te vangen. Zo overweldigend als zijn muziek kan zijn, zo zachtmoedig blijkt hij in levende lijve. Dat gold ook voor filmmaker Paul Clipson, met wie Cantu-Ledesma vaak samenwerkte en die begin februari 2018 overleed. Maarten Schermer en Jefre Cantu-Ledesma in gesprek over die samenwerking.

Jefre Cantu-Ledesma

Jefre Cantu-Ledesma

Jefre Cantu-Ledesma stond aan de wieg van Tarentel, maar maakt sinds die band in winterslaap is vooral muziek onder zijn eigen naam. Aanvankelijk waren dat platen vol ingehouden, minimale ambient, maar een aantal jaren terug vond hij een nieuw geluid. Groot, gelaagd, overstuurd en melodisch. Muziek waarin shoegaze en drones samenkomen, met als voorlopig hoogtepunt ‘Love Is A Stream’ uit 2010. Voor de luisteraar lijkt het een abrupte wending, maar voor Cantu-Ledesma zelf was die ervaring anders. “Als artiest ga je door een proces van verandering. Je staat open voor nieuwe werkwijzen, en dingen evolueren. En als je vervolgens een jaar later iets anders doet roept iedereen: Dit is zo anders dan voorheen! Maar voor jezelf zijn het kleine stapjes die je daar hebben gebracht. Van de buitenkant lijkt het alsof een band heel erg veranderd is, maar er is een continuïteit die de luisteraar niet ziet. Het oude werk is een deel van waar ik nu ben. Ik had dat niet niet kunnen doen, maar ik had dat werk ook niet juist nu kunnen maken. Zon proces voltrekt zich gewoon. Al wil ik nog wel werk kunnen maken zoals vroeger; ik zit niet vast aan een specifiek geluid.”
‘Love Is A Stream’ klinkt als een structuur van vele lagen gitaar, noise, effecten, in elkaar gezet als een bouwwerk. Van een vooropgezet plan was bij de opnamen echter geen sprake. “De meeste dingen die ik tegenwoordig doe, hebben in aanvang geen begin of eind. Daar ben ik niet mee bezig, ik begin gewoon met spelen, improviseren. Ik wil dat dingen op een bepaalde manier klinken, en dat is het; dat is het begin. Vervolgens zet ik een proces op van instrumenten en effectpedalen, en dat soort dingen, en begin ik gewoon met opnemen. En dat duurt zo lang als het duurt, weken of langer. Daarna ga ik terug naar wat ik heb opgenomen, snijd ik het in stukken, en zoek die stukken bij elkaar die samen een bepaalde consistentie hebben. En vervolgens blijf ik daar dingen aan toevoegen.” Deze werkwijze past Cantu-Ledesma kennelijk goed. “Voordat ik muziek maakte, studeerde ik aan de kunstacademie. Pas recent, toen ik deze plaat aan het maken was, besefte ik dat ik in het proces van het aanbrengen van lagen dezelfde aanpak had als toen ik schilderde.”
“De methode van het stapelen van lagen geluid leidt tot muziek met een enorme dichtheid. Het geluid op het album is heel erg dicht opeengepakt, sommige nummers hebben ik weet niet hoeveel lagen. Daarom is optreden moeilijk voor me, omdat het lastig is om zon grote dichtheid te bereiken. Tijdens een concert is het heel makkelijk om het geluid op te bouwen, en blijf je maar bouwen en bouwen en bouwen. Maar wat juist moeilijk is, is stoppen, scherpe overgangen creëren, iets wat ik graag doe. Dat is heel lastig, want als je zon overgang inbouwt, moet je vervolgens helemaal opnieuw beginnen. Alsof je een lege bladzijde voor je hebt. Maar ik houd van scherpe randen. Ik hoor veel randen in ‘Love Is A Stream’, momenten van abrupt starten en stoppen.”

Melodieën

Love is a Stream is behalve een zeer gelaagd ook een opvallend warm album; eerder beschreven we het als een trage zomerse storm. Bij artiesten die een vergelijkbaar geluidspalet hanteren, ontbreekt het nog weleens aan gevoel en aan melodie. Maar Cantu-Ledesma ontdekte dat het ook anders kan. Ik zag potentieel toen ik Yellow Swans, Grouper, Axolotl en dat soort dingen live zag in de Bay Area in 2005 en 2006. Mensen begonnen weer meer melodie te gebruiken in hun muziek. En voor mij was er tegelijkertijd een proces gaande van terugkeren naar alleen maar gitaar spelen, zoals in de begindagen van Tarentel. Ik heb jarenlang helemaal geen gitaar gespeeld, maar onder invloed van mijn vrienden, die allemaal een heel intens geluid maakten, pakte ik in die periode de gitaar weer op.
Ik ben erg opgewonden over melodien. Muzikaal zou ik zeggen dat wat ik nu doe benvloed is door Cocteau Twins en Slowdive. Ik voel me niet verwant met Tim Hecker of Fennesz of dat soort artiesten. Ik waardeer wat ze doen, maar ik luister er niet naar en het is niet het soort werk dat ik ook wil maken. Er is inmiddels ook een heel ander aspect aan mijn werk: live zijn er beats en Lisa (McGee, lid van psychedelisch drone-duo Higuma, ms) zingt veel mee.
Ook op het album is McGee te horen, zij het diep verborgen in de mix. De toevoeging van de stem als instrument is nieuw in het werk van Cantu-Ledesma; in een interview vijf jaar geleden zei hij nog nooit met vocalen te willen werken. Ik was een stuk onvoorwaardelijker vroeger. (lacht) Ik ben losser geworden, je wordt ouder, volgt je muze. Nogmaals, het is een heel simpel proces, stap-voor-stap, dat van de buitenkant extreem lijkt, maar dat zich, als je er binnenin zit, heel langzaam ontwikkelt. Wanneer je ruimte voor jezelf creert om te verkennen, dan is er een kans dat je op een gegeven moment op een klein idee stuit en van daaruit een hele wereld van mogelijkheden binnentreedt. Dat gebeurde mij ergens gedurende de laatste paar jaar, toen ik het idee kreeg om dingen heel erg gelaagd te maken, en melodisch maar tegelijkertijd ook vervormd. Niet dat dat nou een heel erg nieuw idee was, maar ik vond die ruimte zelfstandig, en toen ik daar eenmaal was aanbeland, zag ik een hele wereld aan mogelijkheden. De plaat omvat uiteindelijk misschien maar een derde van alle muziek die ik toen heb gemaakt. Voltooide nummers, nummers die helemaal af zijn, van kop tot staart, maken nog geen album. Een album moet worden geredigeerd, je moet een ruimte zien te vinden die als geheel werkt: deze tien nummers samen werken beter dan deze zeven nummers.

Beelden

Jefre Cantu-Ledesma speelt liever samen met anderen dan alleen. Naast Tarantel is hij actief in The Alps en The Holy See. Ook werkt hij regelmatig samen met filmmaker Paul Clipson. Ik heb het gevoel dat ik veel beter ben als ik met anderen samenwerk dan wanneer ik solo speel. Ik houd erg van de synergie van mensen die samenwerken. Wat ik denk dat er gebeurt in een ideale situatie of in een situatie die werkt, want eigenlijk is er geen ideaal is dat de dingen die gebeuren een som worden die groter is dan wat iedereen afzonderlijk dacht dat zij zou kunnen zijn. Voor mij alleen is het altijd moeilijk geweest om op dat punt te komen. Dat is waarom ik in eerste instantie vooral improviseer en niet te veel probeer na te denken over hoe nummers te maken, maar het gewoon intutief laat gebeuren. En dat is heel makkelijk wanneer je met anderen speelt, zeker als je een comfortabele relatie met ze hebt. Dan creer je een derde entiteit die geen relatie meer heeft tot iemands ideen en ontstaat er een culminatie van de gezamenlijke input.
Een van de langstlopende samenwerkingen is die met filmer Paul Clipson (zie kader). Het visuele speelt sowieso een rol in de carrire van Cantu-Ledesma: hij studeerde schilderkunst aan de kunstacademie, en Tarentel maakte veelvuldig gebruik van achtergrondprojecties. Zijn huidige manier van componeren beschrijft hij als schilderen met geluid. In de samenwerking met Clipson komen beeld en geluid gelijkwaardig samen. Paul begon bij Tarentel. We werden gevraagd een optreden te doen waarbij het de bedoeling was samen te werken met een andere kunstenaar, en ik wist dat Paul met film bezig was. Hij deed toen nog niet zo veel, maar hij maakte wel al films. We vroegen hem samen te werken, en daarna is het echt tot bloei gekomen. Hij ging met ons mee op tour, en toen Tarentel minder actief werd, gingen hij en ik samen dingen doen.
Een aantal van Clipsons films met muziek van Cantu-Ledesma is verschenen op dvd, zij het in zeer gelimiteerde oplagen. Want de samenwerking blijkt in deze het belangrijkste aspect voor Cantu-Ledesma, niet zozeer het eindresultaat. Ik denk dat een voorstelling ervoor is om een ruimte te creren die alleen voor dat moment bestaat. Een ruimte die Paul, ik en het publiek samen binnen kunnen gaan. En wanneer dat weg is, is het ook weg. Het is als een klein raam dat even open gaat. We gaan in september hier in Nederland optreden. We zullen in een paar filmhuizen spelen, naast meer reguliere clubs. We proberen het heel los te houden en vooraf niet te veel een strategie af te spreken. Hij maakt zijn films op zijn eigen manier, met zijn eigen aanpak, en laat de muzikale kant ervan min of meer met rust. Het is erg, hoe zal ik het zeggen, autonoom. We praten eigenlijk niet met elkaar. (lacht hardop)

Spanning

Clipson gebruikt voor veel van zijn werk eenvoudige 8- en 16mm-films en maakt bewust gebruik van de bijkomende imperfecties. Tegelijkertijd vindt hij het zeer belangrijk dat zijn werk op de best mogelijke manier wordt weergegeven, iets wat voortvloeit uit zijn achtergrond als filmoperateur. Een drang naar perfectie die Cantu-Ledesma zelf veel minder voelt. Ik probeer me niet te druk te maken over dat soort dingen. Ik ben een behoorlijk chaotische muzikant. Mijn optredens zijn meestal like a train wreck, dus ik heb geen moeite met glitches en imperfecties. Het is een persoonlijkheidsding hij vindt het heel belangrijk dat zijn werk professioneel gepresenteerd wordt. Hij wordt veel gevraagd in San Francisco om films van experimentele kunstenaars te projecteren omdat hij zeer professioneel is. Hij neemt het serieus.”
Een verschil in werkwijze en een verschil in persoonlijkheid, waardoor spanning kan ontstaan. Nog een aspect aan samenwerken dat Cantu-Ledesma waardeert. Weet je, spanning is goed in een relatie. Het creert iets levendigs. En ook een ruimte waarbinnen niemand echt zijn zin krijgt, waardoor ook niemand domineert. Daarbij is het een samenwerking, dus er ontstaat een energie die niets te maken heeft met jouw idee of mijn idee. Zelfs als er spanning is, is het alsof je juist vanuit die spanning creert. Ik denk niet dat het zozeer over beelden bij de muziek, of muziek bij de beelden gaat. Ook hier geldt dat het een derde ding is dat niet echt bestaat buiten het moment dat die twee samen gebeuren. Voor mij als muzikant is dat bevrijdend, omdat ik veel minder druk voel. Ik kan dingen doen die veel minimaler zijn, of in een richting gaan die ik nooit zou kiezen als ik daar alleen stond en het momentum gaande moest houden. Want de geest creert er zelf wel een verhaal bij, wat er ook gebeurt.
Veel mensen met wie Cantu-Ledesma samenwerkt, wonen in of bij San Francisco, lange tijd zijn thuisbasis. Maar als gevolg van de financile crisis is het culturele klimaat er erg verslechterd en verdwijnt langzaam de ooit zo levendige muziekgemeenschap. De scene in San Francisco wordt kleiner en kleiner. Het is er zo duur inmiddels, dat veel mensen wegtrekken. Weg uit San Francisco of helemaal weg uit de Bay Area. Er zijn een hoop andere plaatsen waar je meer tijd kunt besteden aan kunst of muziek, en waar je meer uit je geld kunt halen.
Op de staat hoeft hij niet te rekenen. In de VS bestaat nauwelijks overheidsbeleid om artiesten te steunen. Het is er wel, maar niet echt voor experimentele muziek. Een klein beetje in film. Paul (Clipson, ms) heeft wel wat geld gekregen, maar in de sector waar wij in werken… Het is anders dan in Europa. Dat investeren in cultuur ook geld kan opleveren, wil er bij de meeste Amerikanen niet in. Zelfs als je het aan hen voorrekent, dan heeft dat geen effect. In de VS hebben mensen de reactie: Ja, maar je hebt een foto van een kruis in een bad vol pis gemaakt, dat is anti-christelijk, en dat willen we niet steunen.
Cantu-Ledesma heeft besloten van San Francisco naar Berlijn te verhuizen, maar de vraag is of het daar makkelijker zal zijn als kunstenaar. Ook in Europa wordt het klimaat immers steeds slechter. De avond voor het interview speelde Cantu-Ledesma in CBK Dordrecht, het laatste concert aldaar. Het CBK is gesneuveld in het ontvlechten van de functies van het centrum door de gemeente. Wegbezuinigd, noemen we dat.

Platen

Ook al zit hij midden in een verhuizing, Cantu-Ledesma blijft actief, alleen en met anderen. In Berlijn hoopt hij te gaan samenwerken met Erik Skodvin, bekend van Svarte Greiner en Deaf Center, en de Finse psychfolk singer-songwriter Islaja. Twee artiesten met een heel ander geluid dan Cantu-Ledesma, met wie hij ook weer hoopt die derde entiteit vinden. De verplaatsing naar Europa betekent niet dat alle banden met de VS worden doorgesneden. In het verschiet ligt een plaat samen met Liz Harris (Grouper), en ook hebben Cantu-Ledesma en Pete Swanson (Yellow Swans) gedreigd samen platen te maken. Op nieuw werk van Tarentel hoeven we voorlopig niet te rekenen, maar in het najaar zal Temporary Residence de eerste plaat uitbrengen van Moholy-Nagy, een nieuwe samenwerking van Cantu-Ledesma en zijn oude Tarentel-companen Danny Grody en Trevor Montgomery. En solo? Ken je de En/Of-platen op Bottrop-Boy? (lp en een uniek kunstwerk in gelimiteerde oplage, ms)? Daar doe ik er een van, al weet ik niet wanneer hij uitkomt. En daarna begin ik aan mijn volgende album, dat uit zal komen op Type. Misschien volgend jaar, afhankelijk van hoe snel het allemaal gaat. Ik vind op tour zijn bijzonder verkwikkend. Ik doe veel nieuwe ideen op, en het voelt nu alsof ik, als ik thuiskom, meteen zou kunnen beginnen. Dat wil zeggen, als we eenmaal een thuis hbben.
Met Cantu-Ledesma verkast ook zijn platenlabel Root Strata naar Europa. Sinds de oprichting in 2005 bracht het label rond de honderd platen uit, van zijn eigen bands, maar ook van onder meer Starving Weirdos, Grouper, Gregg Kowalsky en de al genoemde Islaja. Vaak zeer verzorgde releases, in gelimiteerde oplagen die bijna altijd uitverkopen. Desalniettemin verkeert het label in zwaar weer. Het is moeilijk. Ik weet niet hoe lang het nog gaat lukken. Er zijn een paar dingen die ik nog wil uitbrengen, maar eigenlijk is het een enorm gat waar je maar geld in blijft gooien. (lacht) Root Strata heeft te veel schulden opgebouwd over de jaren, en dat tikt aan. En als je eenmaal n een gat aan het graven bent, wordt het zo veel moeilijker om er weer uit te komen. Het is tragisch. Maar tegelijk, het zijn maar platen. En er komt wel iemand anders die ze wl uitbrengt. Ik weet niet of mensen nog nieuwe labels willen starten, ik denk eerder dat dingen zich zullen samentrekken rond een groter label. Wat niet noodzakelijk een goede zaak is, maar we zullen zien. Misschien dat het in Duitsland allemaal makkelijker zal blijken om te doen, ik weet het niet. Ik moet het allemaal nog uitzoeken. Gevraagd naar de impact op de verkoop van illegale downloads zegt Cantu-Ledesma zich daar niet echt druk over te maken. Zijn oplossing? Mooiere platen maken die mensen wl zullen willen kopen.

Paul Clipson

Paul Clipson

Paul Clipson

Sinds 2003 werkt Jefre Cantu-Ledesma samen met filmmaker en ex-collega bij het SFMOMA Paul Clipson. In zijn 8- en 16mm-films onderzoekt Clipson licht, textuur en beweging. Door te spelen met het element tijd creert hij bovendien een spanningsveld tussen herinneringen en hun verwerking. Daarbij plaatst hij zich nadrukkelijk in de traditie van avant-gardefilmmakers als Marie Menken en Walter Ruttmann. Zijn meest recente films, die hij in september 2010 presenteerde naar aanleiding van een concert van Cantu-Ledesma en Portraits in het SFMOMA, tonen een verschuiving naar meer rauw, semi-realistisch werk. De mens is geen sprookjesachtig wezen meer, zoals bijvoorbeeld in het aan vroege gothic refererende Within Mirrors (2008). Integendeel, een uit wanhoop schreeuwende figuur dwaalt door een grijs, leeg San Francisco. De filmmaker volgt hem met een telelens, waardoor het korrelige, vibrerende beeld een dreigend karakter krijgt.
De samenwerking van Clipson en Cantu-Ledesma is intuïtief: meestal geeft Cantu-Ledesma een stel tapes aan Clipson, die de montage op het ritme van de muziek baseert. Dat is duidelijk te zien in Within Mirrors (2008). Bij andere films, zoals Constellation (2009), drijven de gelaagde beelden mee op de vloeiende muziek. Niet toevallig hebben beide heren een fascinatie voor water: vele songtitels van Tarentel en Cantu-Ledesma verwijzen ernaar, terwijl Clipson de stoffelijkheid ervan in beelden probeert te vatten. Ten slotte spelen toevallige of opzettelijke imperfecties en mankementen een grote rol in het werk van de oud-collega’s. Deze manier van werken en keuze van themas leveren een sterke eenheid op in beeld en geluid; het gebrek aan frictie tussen beide kan voor sommige toeschouwers na verloop van tijd een beproeving vormen. Maar wie zich laat meenemen door de bewegingen in beeld en geluid, kan samen met Cantu-Ledesma en Clipson een andere dimensie betreden.

Herbekijk het concert met Grouper op Le Guess Who? hier.

Comments


Dit artikel verscheen eerder in GC #104.

Koop deze editie in onze webshop!

Reacties




%d bloggers liken dit: