GC #151

Drie cd’s waarop de piano de hoofdrol speelt. Op het Wandelweiser-label, dat vooral uitnodigt tot aandacht voor de inbedding van noten in een juiste omgeving. Vaak is dat een omgeving van stilte, als een wit canvas waar de muziek helder op uitkomt. Dat is zeker het geval op ‘Number Pieces’, een cd met drie late werken voor piano van John Cage. Het getal waarmee Cage de composities aanduidde, slaat op het aantal uitvoerders. Op deze cd gaat het om een pianist, Guy Vandromme. Hij speelt de stukken (twee versies van ‘One’ en ‘One5’) met precisie en een zekere abstractie, maar ook met toewijding. De stiltes die opgeladen worden en diepte krijgen door de akkoorden en noten waar ze tussen vallen. Tom Johnson vraagt in zijn muziek doorgaans een zelfde houding van musici, alsof ze eerder observeren wat ze doen dan er deelgenoot van zijn. ‘Spaces’ uit 1969, het werk dat in zijn ogen zijn begin als componist markeerde, vraagt wel die precisie, maar heeft meer expressie dan latere stukken doordat dynamiek er nog een belangrijke rol in speelt. Het is blijkbaar de eerste opname van deze compositie. Het lijkt in zijn elegantie op ‘An Hour For Piano’, het andere stuk op deze cd, waarop de Japans-Nederlandse pianiste Keiko Shichijo werken van Johnson uitvoert. Onder haar handen krijgt de piano het aanschijn en de stralenkrans van een carillon, alsof ze belletjes aan haar vingers heeft hangen terwijl ze in kalme cirkels ronddanst. Dit uur voor piano blikt ook vooruit naar ‘Failing, A Very Difficult Piece For String Bass’ uit 1975. Daarin moet de bassist een tekst uitspreken over het feit dat hij (of zij) onherroepelijk fouten gaat maken, omdat de muziek steeds moeilijker om te spelen wordt. In dit uur wil Johnson dat je als luisteraar een tekst leest, zonder je aandacht voor de muziek te verliezen. Een onmogelijke opgave, maar een bijzondere ervaring van hoe je je concentratie probeert te verdelen. Vandromme is opnieuw te horen in ‘Socrate’ van Erik Satie, een driedelig werk rond deze Griekse filosoof. Hij begeleidt sopraan Olalla Alemán, die in de teksten Socrates bezingt. Het wijkt in zijn benadering van muzikale structuur en expressie sterk af van Johnsons kristallijnen helderheid en de onbewogen verzameling klankgebeurtenissen van Cage. Bovendien heeft Alemán in de hoogste noten de neiging om te gaan piepen.