GC #144

Het sextet Ilsa uit Washongton, D.C. tekende na het verschijnen van ‘The Felon’s Claw’ (2015, A389Records) bij Relapse, waar nu hun inmiddels vijfde langspeler ‘Corpse Fortress verschijnt. Tussen de albums door verschenen nog splits met verwante bands als Coffins, Seven Sisters Of Sleep en Hooded Menace, waar ze telkens de bovenhand hadden. Sinds het debuut ‘The Maggots Are Hungry’ kent de band, opgericht in 2008 en met vroegere Integrity-drummer Joshy Bretell in de gelederen, dan ook een alsmaar ruimer publiek. Toch doet de op horror verlekkerde band geen toegevingen. Crust, deathmetal en doom vormen nog steeds de ingrediënten van het behoorlijk extreme geluid van Ilsa. Het geluid, deze keer in handen van Kevin Bernsten, die eerder onder meer met Full Of Hell, Integrity en Magrudergrind werkte, zorgt ervoor dat ‘Corpse Fortress’ nog een streepje vetter en extremer klinkt dan zijn voorgangers. De mix van stijlen werkt wonderwel, alsof Ilsa in de bloederige modder staat te spelen. Een beetje vunzig en vies, dat is precies hoe dit album klinkt. Lomp en sloom ook. Ilsa moet het namelijk niet van snelheid hebben, maar van net niet tergende traagheid en een kloeke doodsreutel. Bij Iron Reagan, bestaande uit al dan niet huidige leden van Darkest Hour, Municipal Waste, Mammoth Grinder en Cannabis Corpse, mag het op hun split met Gatecreeper een stukje sneller vooruit gaan. De punkmetal van het kwintet staat nog steeds als een huis. Het verbaast dan ook niet dat Iron Reagan sinds de oprichting in 2012 alsmaar grotere zalen en festivals kan aandoen. Moshen gegarandeerd bij dit collectief veteranen. Gatecreeper is al net zo’n rijzende ster, al gaat het hier om meer deathmetal georiënteerde mokerslagen. Drie (te) korte nummers vormen hun aandeel bij deze split. Nummers die net iets beter blijven plakken dan die van Iron Reagan. Niet omdat die slecht zijn, ze maken gewoon minder indruk.

Uit Rouen, Frankrijk overdondert Greyfell ons met ‘Horsepower’. Dat hadden we niet verwacht na ‘Vol. 1: I Got The Silver’ uit 2015, een album waarop voornamelijk degelijke maar alledaagse heavy rock was te horen. Greyfell hoorde het roer quasi helemaal om voor de vijf stukken op ‘Horsepower’. Eigenlijk is alleen ‘Horses’ nog enigszins schatplichtig aan de voorgaande plaat. Het nummer is het traagste van de hoop, maar heeft ook een licht symfonische inslag en dat werkt niet helemaal. Opener ‘The People’s Temple’ is oerdegelijke stonerdoom met een psychedelische toets, waar vooral de bas overuren doet en de gitaar onze oren mag uitfuzzen. ‘No Love’, dat komt na het mindere ‘Horses’ is de voorbode van wat komen gaat. Het is het laatste stuk op kant A (als je de vinylversie te pakken krijgt), en zet de zwaar donderende rit die op de twee nummers op kant B zal volgen, gezwind in. Die bas loeit dermate ruig en hard, dat de installatie bij hoog volume het dreigt te begeven. Hier is Greyfell in optimale doen, in een soort psychedelisch eerbetoon aan Sleep, dat het bed mocht delen met Type O Negative en Spacemen3. En voeg daar nog de negativiteit van een dolgedraaid Flipper of een of andere funeral doomband nog maar aan toe, als toetje. De Weltschmerz druipt namelijk van ‘Spirit Of The Bear’ en afsluiter ‘King Of Xenophobia’. Het zijn twee epische nummers die eer betonen aan hun grote voorbeelden, waar ze absoluut niet onder voor hoeven te doen. Het starterstrio laten we intussen gewoon zo. We luisteren gewoon naar wat de B-kant van het album hoort te zijn, en genieten met volle teugen van het negativisme en nihilisme van Greyfell.