GC #135

Oliver Ho. Een naam die al meer dan twintig jaar de ronde doet. Vaak verstopt als aliassen en techno-dreunen. Hij heeft zich van de bastonen ontdaan en speelt met de wapens van de noise-elite uit de jaren 1980. Het is het duidelijkst wanneer hij zich, samen met Tommy Gilliard als Zov Zov vermomt. Broken English Club doet hij in zijn eentje. Hij liet zich al opmerken via een split-single op Jealous God. Niet veel later wierp hij een lp ‘Suburban Hunting’ op Cititrax. Nu tekent hij de debuutsingle voor het nieuwe Death & Leisure. Slechts twee tracks, want de liedjes worden verspreid op kleine, zwarte wax. En muzikaal verschillend van wat hij een half jaar eerder op de plaat deed. In plaats van gewoon geïnspireerd te zijn door de kilte en het jachtige van het verleden, brengt hij beklemming en angst aan fijne koperdraden. Als Zov Zov rukt hij aan diezelfde rafels. Resonanties van metaalklanken, die glitteren en glinsteren, op schaarse tribal ritmes. Rituele katarsisch bereikende. ‘Sacred Pornography of God’ omarmt het ongemak van Throbbing Gristle en Coil. Het zijn geluiden die pijn doen en schateren. Vleiend op een sombere monotone ondertoon. Een ongrijpbare hoeveelheid auditieve impulsen die het luisteren naar maken. Hypnotiserend enigszins. Vooral brutaal. Zonder dat het volume een invloed wordt.

Als er één ding is dat altviolist Oene van Geel kenmerkt, dan is het zijn ongeremde speelplezier. Hij is zo iemand waarvan je meteen denkt, dat hij gewoonweg móet spelen. Hij kan niet anders. Mogelijk is het dwangmatig, misschien zelfs een obsessie, maar dan wel met een aanstekelijke energie. Doorgaans is hij te horen in groepen als Zapp4 en The Nordanians, en treedt hij op met een indrukwekkend aantal musici, zoals Michel Banabila. Op ‘Sudoku’ is hij ook solo te horen. Tot op zekere hoogte, tenminste. Hij heeft zichzelf in de eerste vijf nummers vermenigvuldigd, zodat hij digitaal een heel ensemble vormt. Hij laat zijn fantasie de vrije loop, danst met zichzelf in ‘Seven Riffs’, plaatst zich in een omgeving van metal viool en kraakdoosjes in ‘Theotuma’. Maar Van Geel is bovenal ook een sociaal muzikant. Hij kan het toch niet laten om ook andere mensen op dit solo-album mee te laten spelen. De overige zeven nummers zijn duetten met bevriende musici als basgitarist Mark Haanstra, met wie hij in ‘Maribor’ even heel snel gelijk oploopt, in een late echo van John McLaughlins Mahavishnu Orchestra. Het klinkt allemaal heel enthousiast, en Van Geel kan laten horen hoe goed hij thuis is op zijn instrument, en hoeveel muzikale verbeeldingskracht hij heeft. Maar hij is ook bescheiden, en gunt zijn medespelers het volle licht. Een mooie eigenschap, al zou je hem graag vaker op het eerste plan horen. ‘Sculptures’, het langste nummer van de cd, is ook het minst gestructureerd. het is een duet met de jonge pianist Matteo Mijderwijk, die net als Van Geel blaakt van de energie. Soms ontaardt hun spel in doelloos gerommel, om daar dan ineens glorieus bovenuit te stijgen.

Met zijn vieren zijn ze, die van Survive. Austin, Texas is hun uitvalsbasis en dan verwachten we eigenlijk een behoorlijk geschifte band in een genre naar keuze. Het kwartet synthesizerspelers beweert inderdaad behoorlijk experimentele muziek te maken, maar daar horen we op dit ‘RR73489′ toch maar heel weinig van terug. Wat we wel horen is een portie relaxatiemuziek die nu en dan aanleunt bij ambient en dan weer meer neigt naar soundtrackmuziek. Maar dan van die vrijblijvende zwevende muziekjes die net zo goed in de lift kunnen worden gespeeld om het ergernisgevoel tenminste de juiste intensiteit te laten behouden. Dat vrijblijvende geldt voor de volledige plaat, die er eentje is geworden van het ene oor in het andere oor uit, als ze er al in slaagt om in het oor te geraken. Heel soms weet het kwartet even de aandacht te trekken met een of ander geluidje, dat wat doet denken aan de intermezzo’s in een sciencefictionfilm. Overgangsmuziek of veredeld behang, het kan allebei. Gelijkaardige bands, denk aan Zombi bijvoorbeeld dat ook op Relapse zit, brengen aanvaardbare soundtracks die een ode zijn aan John Carpenter of de films van George A. Romero. Survive speelt duidelijk een divisie lager, al poogt de band eigenlijk hetzelfde trucje toe te passen. Meer experimenteren is de boodschap om de brave en banale huiskamermuziek te overstijgen.