GC #77

M Ward is het vehikel van singer-songwriter Matt Ward. Hiernaast is hij ook nog actief als producer. Samen met Mark Linkous van Sparklehorse produceerde hij bijvoorbeeld de fantastische tributeplaat “Late Great Daniel Johnston: Discovered Covered”. Daniel Johnston waarvan hij trouwens “To Go Home” covert op deze plaat. En dan weet je het wel. Singer-songwriter met hier en daar een weerhaakje dus. Net als bij Sparklehorse, maar hij klinkt hier en daar ook als Devendra Banhart of Howe Gelb. Het is niet alleen zijn bijzondere gitaartechniek en zijn warme stem die opvallen, maar ook zijn talent als songschrijver. Op deze nieuwe plaat “Post War” krijgt hij hulp van illustere vrienden Jim James (My Morning Jacket) en Neko Case. Hoogtepunt op deze plaat is het rammelende “Requiem”. De man zijn hart is gebroken. Hij gaat op zoek naar de stukken van zijn gebroken hart. Liefde kan oorlog zijn. Na de veldslag volgt de verwerking. Zoals uit “Neptune’s Net” blijkt zijn wel allemaal gevangen. Gevangen in een woordeloos gevecht. Een achtbaan die met onze gevoelens speelt. Kunnen we eraf ? Nu ?

Een EP met telkens twee nummers van drie groepen. Het is weer eens iets anders. De verwarring wordt nog een beetje groter want Battle of Mice is de samenwerking tussen Julie Christmas van Made Out Of Babies en Josh Graham van Red Sparowes. Dit partnerschap is trouwens niet louter professioneel. Van Battle Of Mice komt binnenkort een plaat uit. Op deze plaat wordt de moeilijke relatie tussen Christmas en Graham ontleedt. Een voorproefje krijgen we hier al. Met een hoofdrol voor de schreeuwende stem van Christmas. Liefde is voor haar vechten. Vechten tot je alles en iedereen omver hebt geblazen met de klank die je stem voortbrengt. De muzikale ondertoon is gekenmerkt door het wilde gitaarspel van Graham. Net als de nummers van Battle Of Mice komen die van Made Out Of Babies uit een nog te verschijnen plaat. De nummers van Red Sparowes, Neurot’s Finest, zijn daarentegen oude bekenden, maar komen hier in een liveversie. We krijgen de bekende ingrediënten. Knallende drums, gespannen gitaren en gelaagde songstructuren. Ach ja, een EP die vooral een promo-instrument is dus. Maar wel mooi artwork van Seldon Hunt.