GC #86

Volkse muziek mengen met hedendaagse beats: de Brazilaan DJ Dolores was een van de eersten die er zich aan waagde. En hij blijft tot vandaag ook een van de grootmeesters. Samen met de band Naçao Zumbi van wijlen Chico Science, was DJ Dolores een grondlegger van de Mangue Beat. Maar terwijl Naçao Zumbi zich steeds meer bekeert tot psychedelische rock-‘n-roll, blijft DJ Dolores putten uit de schijnbaar onuitputtelijke bron van de Noord- Braziliaanse volksmuziek. Na de uitgebreide tour die volgden op zijn succesvolle vorige ‘Aparelhagem’, trok hij zich terug in een arm vissersdorpje, net buiten zijn thuisstad Recife. Daar luisterde hij aandachtig naar wat hij op straat hoorde en kocht hij de spotgoedkope cd-r’s waarop die volksmuziek verspreid wordt. Hij ontleende er zijn cd-titel aan. De real is namelijk de braziliaanse munteenheid, ‘1 Real’ staat dus voor erg goedkoop. Goedkoop is deze nieuwe DJ Dolores echter allerminst. Hij stoeit met de vertrouwde elementen: traditionele ritmes en instrumenten en genres als forro of frevo, vermengd met drummachines en elektrische gitaren. Op het eerste gehoor klinkt het als meer van hetzelfde, maar bij nadere beluistering merk je gestoei met reggae, Erik Satie en een likje funk. Sociaal engagement is vanzelfsprekend bij DJ Dolores, maar bovenal overweegt ook nu weer het speelplezier, de sensuele ritmes en de ingenieuze, maar zeer toegankelijke arrangementen. In een bonusvideo dompelt hij je ook nog eens onder in het harde, maar bedwelmende leven van Recife.

Op het eerste album ‘Secret Lawns’ was Panther nog het soloproject van multi-instrumentalist Charlie Salsa-Humara. Toen klonk hij als een derdehands Prince-kloon. Voor deze nieuwe plaat kreeg hij de hulp van Joe Kelly. Een retestrakke drummer die we nog kennen van het onderschatte 31 Knots. De combinatie van beide heren wil klinken als !!! of Battles met meer zang. Alleen mislukt dit jammerlijk. Al vanaf het tweede nummer slaat de irritatie toe. Was opener ‘Puerto Rican Jukebox’ nog te pruimen, dan loopt het daarna compleet mis. De heren verliezen zich compleet in experimenteel gepiel en drukdoenerij. Als er dan toch even gas wordt teruggenomen in het nummer ‘Glamorous War’ is het niet alleen de titel die fout is. Enige lichtpunt van de plaat is nog te bespeuren in het voorlaatste nummer ‘Total Sexy Church’. Een funky instrumental die ons eraan herinnert dat de plaat bijna gedaan is. Gelukkig maar. We hebben betere dingen te doen dan naar platen te luisteren die hun doel compleet voorbijschieten. Echt wel.

Philipp Mold jaagt ons een halfuurtje de tuin in met een mix van moderne volksmuziek en elektronische onderlaagjes. Er sluimeren fijne geluidsexperimentjes tussen de akoestische gitaren en de hemelse stemmen (Mold en Maria Augustin lossen elkaar af en switchen tussen Engels en Duits) worden af en toe door een vervormapparaat gestuurd. Folklabor maakt het zichzelf niet al te moeilijk door de helft van de nummers titels te geven die verwijzen naar de gebruikte instrumenten: ‘Synthesizer’ of ‘Sid & Flute’. Er bestaat geen twijfel dat we hier met vakmensen te maken hebben, maar tegelijk is deze cd ondraaglijk licht en de nummers kabbelen ongestoord en zonder storen verder. Radiovriendelijk, in de betekenis van vriendelijk voor mensen die een radio als leverancier van achtergrondgeluid misbruiken. We hebben al horen zeggen dat planten die in de buurt van een radio staan beter groeien. Misschien is dat de echte boodschap van Folklabor, waarom anders zetten mensen foto’s van hun veranda en kiemende bladgroenten in hun cdboekje?

‘Uneasy Flowers’ is het nieuwe album van het intercontinentale samenwerkingsverband Autistic Daughters. De groep rond de Nieuw-Zeelandse zanger en gitarist Dean Roberts. (Thela, White Winged Moth). Samen met bassist Werner Dafeldecker (Polwechsel) en drummer Martin Bandlmayr (Trapist, Radian) versmelt hij op deze plaat opnieuw elementen uit postrock en experimentele improvisaties. Alles is zeer traag, bijna lethargisch opgebouwd. Er worden telkens kleine aanzetten tot nummers gegeven, die vervolgens subtiel worden uitgewerkt. Stiltes en minimale invulling spelen een rol. Er mogen door de luisteraar zelf stukjes worden ingevuld. Verwijzingen naar andere artiesten zat. Scott Walker voor de sfeer maar zonder de stem. De stem roept eerder herinneringen op aan David Sylvian. Dat dit album in Europa op Staubgold uitkomt, is misschien op het eerste gezicht verrassend te noemen. En toch, als je aandachtiger luistert, hoor je soms elektronische ruis opduiken. Het verband is dus te vinden. ‘Uneasy Flowers’ is schoonheid verpakt in zeven kleinoden en een album dat je vertwijfeld achterlaat. Het bevat voornamelijk nummers die voorzichtig langs je heen glijden. Soms iets te voorzichtig. Niet zo in ons favoriete nummer ‘Gin Over Sour Milk’ waarin de elektronische uithalen ons bij de les hielden.

De laatste officiële plaat van de New Yorkse post-punk noise-groep Girls Against Boys dateert alweer van zes jaar geleden. Sindsdien traden ze wel nog altijd op, onder andere in het kader van de ‘Don’t Look Back’-reeks die wordt georganiseerd door de organisatoren van het All Tomorrow’s Parties-festival. Uit interviews die de laatste jaren met frontman Scott McCloud verschenen kon je opmaken dat hij een nieuwe weg wilde inslaan. Een zoektocht die hem zichtbaar parten speelde bij het laatste optreden dat we van zijn roemruchte groep zagen. De ergernis spatte soms van het podium. Een ontluisterende aanblik. Het resultaat van deze zoektocht kan je vinden op ’s mans eerst solo-album onder de naam Paramount Styles. Weg met de spannende, tegen elkaar opbotsende gitaren, weg met de noisy uitspattingen. Welkom akoestische gitaren en pianoklanken. De hese, donkere, kenmerkende stem van McCloud blijft overeind. Rond zich verzamelde hij een aantal muzikale vrienden zoals Alexis Fleisig (drummer van Girls Against Boys) en Richard Fortus (Psychedelic Furs, Guns N’ Roses). In de teksten gaat Scott McCloud opnieuw op zoek naar de donkere krochten van zijn ziel, de duistere kant van de wereld waarin hij vertoeft. Op zich niets nieuw voor hem, maar wel een nieuwe muzikale verpakking dus. Op vele vlakken overtuigend, soms net niet scherp genoeg. Maar goed, een mislukking is het dus niet.

Het is ons al langer bekend dat het hoofd van Maurizio Bianchi permanent door een sterrennevel omcirkeld wordt. De man maakt dan ook niet zomaar muziek, maar omschrijft zijn kunst als systematic sonorous assemblage for electronic instruments, axiomatic waves and essential reverberations. Samen met zijn minder bekende landgenote Emanuela De Angelis (drones en echo’s), gaat de beruchte Italiaanse componist op zoek naar aardse principes en kosmische normen. Loops en drones vormen het hoofdbestanddeel van de composities, en MB maakt sommige overgangen opzettelijk ruw, waardoor je de indruk krijgt dat je naar een haperende plaat (of de professionelere variant: een locked groove) luistert. Een paar jaar geleden nam hij op vergelijkbare wijze de soundtrack van ‘A Clockwork Orange’ onder handen, maar deze cd is lichter verteerbaar. In tegenstelling tot de industriële MB doodsdreunen uit zijn beginperiode, wordt tegenwoordig met aangenamere en warmere klanken gewerkt die, mede door de lange duur van het middenstuk, een bijzonder hypnotiserend effect hebben. Dit is muziek om je volledig aan te onderwerpen (probeer het niet te visualiseren, maar (pv) vindt de recente output van MB ideale badmuziek), of om je volledig van af te keren. Een gulden middenweg is geen optie.

Delicate ambient, ingetogen en pastoraal, als een blij ontwakend schepsel dat tegemoet ziet aan een mooie dag zonder tegenslagen, zo klinkt dit ‘Long, Lointain’. GoGooo is het project van Gabriel Hernandez, geboren in Grenoble, Frankrijk in 1979. Hij begon muziek te maken als begeleiding bij het gitaarspel van zijn neef en ging, ongetraind, met de computer aan de slag. Samen vormden ze het duo Simagrée. Later werkte hij ook samen met Alain Basso (Sol III) en Daisuke Miyatani (Miyagooo), die gitaar en bleep toevoegt aan de track ‘Affleurement’ op deze eerste professioneel uitgebrachte cd van GoGooo. Voordien verschenen namelijk al enkele cdr’s en een serie netreleases op Hernandez’ eigen netlabel Rain Music. Voor de tien korte stukken op deze schijf manipuleert en vervormt Hernandez zijn spel op gitaar, melodica, carillon, piano, orgel en laptop, waaraan hij omgevingsgeluiden toevoegt. Zo is de bijdrage van Tinga, zijn kat, leuk gevonden, zeker gezien de sporadisch opduikende vogelgeluiden, zoals de meeuwen in ‘Là’ en geluiden die lijken op die van een kanarie in ‘Partir Loin’. De akoestische gitaar is prominent aanwezig op ‘Près De L’Arbre’, terwijl de overige tracks het meer moeten hebben van kalm electro-akoestisch geluid. ‘Long, Lointain’ klinkt eigenlijk als een vorm van ambient die hand in hand gaat met folk en zich zo onderscheidt van het peleton aan ambientartiesten. Hernandez is naast muzikant ook tekenaar, fotograaf en video-artiest, facetten die we tegenkomen in de mooie vormgeving van deze release en de vier korte video’s die zijn toegevoegd.

Ongeveer een uur passionele en barokke muziek, onderverdeeld in vier epische werkstukken: wie Godspeed You! Black Emperor mist, kan zich geen beter vervangproduct wensen dan deze ’13 Blues For Thirteen Moons’. De vijfde plaat van A Silver Mt Zion (we laten de tralala even achterwege) laat een vertrouwd geluid horen, maar geeft nog meer ruimte aan vocalen, van de emotionele soloklaagzang in de intro’s tot de kampvuurachtige samenzang in de crescendo’s. Zoals we dat gewoon zijn bij Constellation-koren is toonvastheid geen doel op zich: het gaat om het gevoel, en daarin hebben ook overslaande stemmen hun plaats. Een fragiele evenwichtsoefening, maar het resultaat is zonder meer geslaagd. Opvallend is ook dat de groep rauwer dan ooit klinkt; het feit dat de muziek de live-test al ruimschoots doorstaan heeft zal daar wel niet vreemd aan zijn. Het nieuwe materiaal, van de hevige opener ‘1,000,000 Died To Make This Sound’ tot de meer ingetogen afsluiter ‘Blind, Blind, Blind’, is ruw, eerlijk en hyper-intens. A Silver Mt Zion is onmiskenbaar een livegroep, en weet de kracht van hun optredens met deze opname beter dan ooit te vatten. Straffe plaat, live nog beter.

Soms moet je je enthousiasme wat verbergen, of op zijn minst doseren: anders loop je het risico dat je vrienden je niet ernstig nemen. ‘Return Of The Bastard’ is een dergelijke plaat die je in een dergelijke absurde positie dwingt. De eerste minuten, waarin akoestische gitaren en wat geneurie de toon zetten, laten niet vermoeden wat nog komen gaat als de plaat écht van start gaat met ‘La Califas Perdido’: een onwaarschijnlijke combinatie van speelgoedpiano, oubollige drumcomputer, akoestische gitaren en elektrische bas spelen samen postrock met een Latijns-Amerikaans tintje. ‘Calling For Ya!’ injecteert in die cocktail nog wat gemene soulinvloeden uit een blaxploitation-soundtrack, compleet met gesampled vinylgeruis en gortdroge percussie. En na de beluistering van ‘Zapata’s Boots’ is het zonneklaar dat Ennio Morricone al die jaren zijn beste deuntjes gewoon jatte van Tommy Guerrero! Zoek zelf maar eens op waar deze jonge Amerikaanse gitarist vandaan komt. We luisteren ondertussen nog een keer naar deze briljante plaat.

Wie is Clutchy Hopkins? Voer deze vraag in via Google en je komt terecht in een boeiend muzikaal universum van bedrog en hype. Twee jaar geleden dook de mysterieuze Hopkins voor het eerst op. Op zijn eerste plaat vond je twaalf titelloze instrumentale tracks, funky, spannend en donker. Maar niemand wist wie Clutchy Hopkins was. Wel kon je zo horen dat dit materiaal uitstekende hiphopgrond kon leveren. En even later zette MF Doom zijn raps op de muziek van Clutchy Hopkins. Door de link van MF Doom met het Stones Throwlabel kon je vermoeden dat Clutchy Hopkins misschien wel andermaal een alter ego kon zijn van Otis Jackson jr, alias Madlib. Anderen zochten er dan weer niemand minder dan DJ Shadow achter. En nu is er ‘Walking Backwards’, Clutchy’s tweede. Die verschijnt dit keer op het Californische funklabel Ubiquity. En die platenmaatschappij houdt de hype stevig in stand. Op de hoes vind je foto’s van de jonge en de oude Clutchy: schijnbaar een soort zwerver met baard. De uitgave bevat ook een dvd met getuigenissen van mensen die Clutchy Hopkins korte tijd gekend hebben. Maar Clutchy Hopkins is gelukkig veel meer dan een kunstmatig in stand gehouden hype. Ook dit tweede album bevat twaalf donkere, trage instrumentals (met uitzondering van één gastvocalist, de obscure oude funkman Darondo). De diepe bassen, de verrassende wendingen, de fluiten, het donkere orgel, bezorgen Walking Backwards een nachtelijke, winterse sfeer. Downtempo en funky tegelijk, minder hiphop. Maar wie is toch die dekselse Clutchy Hopkins?

Wie slechts een beetje vertrouwd is met het werk van de Radar Bros., weet dat de heren uit Los Angeles totnogtoe een vrij foutloos parcours hebben afgelegd. In de voorbije tien jaar bracht de Californische groep een viertal albums uit die zich ergens nestelen tussen slowcore en sadcore, sporadisch aangedikt met een scheut americana. Met ‘Auditorium’, hun vijfde langspeler, heeft de groep twee doelen voor ogen: eerst en vooral het hoge niveau van hun vorige platen aanhouden en ten tweede definitief een doorbraak forceren in hun thuisland, waar het kwartet maar half zo populair is als in Europa en in het bijzonder dan het Verenigd Koninkrijk. Wij wensen het de groep van harte toe! Wat betreft het hoofddoel, een goede plaat afleveren, hebben wij spijtig genoeg onze bedenkingen. Het album opent sterk met ‘When Cold Air Goes to Sleep’, een song die vaagweg herinneringen oproept aan Crosby, Stills, Nash & Young. Er is de fraaie pianoballade ‘Hearts of Crows’ en het onheilspellende ‘On Nautilus’. Ook een onmiskenbaar prijsbeest is ‘Happy Spirits’, wat ons betreft het absolute hoogtepunt van de plaat. De tweede helft van de plaat is jammer genoeg behoorlijk minder spannend. Geen enkele song steekt er nog echt bovenuit, waardoor de plaat verwatert tot een zoutloze brij. Het beeld van de renner die sierlijk en moeiteloos de eerste col trotseert om toch vervolgens knarsetandend, vloekend, hortend en stotend de eindstreep te halen, doemde voor ons op.
Kortom, fans van Radar Bros. kunnen de plaat blindelings aanschaffen, de eerste helft van de plaat zal hen extatische rillingen geven. Mensen die houden van de muziek van Low, Acetone of Grandaddy moeten zeker eens op zoek gaan naar een album van Radar Bros. We verwijzen hen met veel plezier door naar ‘And The Surrounding Mountains’ uit 2002.