GC #89

De komst van saxofonist Christoph Clöser luidde de eerste, belangrijkste, maar meteen ook laatste wijziging in van het donkere geluid van dit Duitse quartet. Clöser trok met zijn instrument het karakter van de band exponentieel open waardoor doom steeds meer begon te rijmen met jazz (en voor sommigen zelfs lounge). Voordien was de sound van Bohren & Der Club Gore namelijk aanzienlijk Spartaanser. Het minimalisme is (gelukkig) nooit verdwenen, daarvoor is het instrumentarium (drums mét borstels, contrabas, Fender Rhodes, vibrafoon en Melotron) steeds tot een strikt minimum beperkt gebleven en was er altijd ruimte voor stilte, véél en haast tastbare stilte. Clöser is bijgevolg de personificatie van de scheidingslijn tussen ‘Gore Motel’ (1994) en ‘Midnight Radio’ (’95) enerzijds en al de rest: ‘Sunset Mission’ (2000), ‘Black Earth’ (’02), ‘Geisterfaust’ (’05) en nu ook ‘Dolores’. ‘Black Earth’ was destijds de aanzet tot een bescheiden doorbraak. Terecht en daarvan was ook Mike Patton overtuigd die vervolgens het album via zijn label, Ipecac, op de Amerikaanse markt gooide. ‘Black Earth’ is dan ook hét referentiewerk in het oeuvre van dit viertal. Al wat nadien gekomen is, is in wezen niets anders dan een verdienstelijke herhalingsoefening. Dat geldt helaas ook voor ‘Dolores’: prima uitgedokterd, maar niet meer dan een variatie op een ondertussen gekend thema. Tijd misschien voor alweer een personeelswissel.

”Laat deze sampler niet in gedeelde kantoorplekken liggen en leg deze achter slot en grendel liggen”. Bij het Domino label is men blijkbaar zo bang geworden voor het uitlekken van muziek door journalisten en reviewers (we zijn toch zulke dieven), dat er een langdradige, dikgeletterde exclaimer gedrukt staat. Met doodskop nog wel en dat op een lelijk geel hoesje, bravo! ‘Never Be Afraid’ is de songkreet van Yo! Majesty en sluit meteen aan bij de eigen gedachtengang. Het vrouwelijke hiphopduo bestaat uit Shunda K en Jwl. B en zijn van het zonnige Florida. Uit die streek kennen we de lompe maar feestelijke Miami Booty Bass stijl en die krijgt op deze plaat een verjongingskuur. De vrouwen nemen geen blad voor de lippen. Op rauwe beats rappen over militante, lesbische en christelijke perikelen. “Waarom mag 50Cent wel met ontbloot bovenlijf op het podium staan en wij niet?” Zulke uitspraken dus en de hype die binnenkort zal ontstaan in de hippere media. Terug naar muzikale zaken. Qua stijl loopt het van zuiderse crunk hiphop, grime, bliepende en minimale elektronica tot aan ronduit platte pop toe, deels door inspiratie en hulp van producers als Basement Jaxx, Radio Clit, Dee Kline en anderen. Het is daarom een reis tussen hits en missers, waarbij de minst hitgerichte en ruigere songs het best smaken. Jammer dat pop teveel de boventoon voert. “Het is uw verantwoordelijkheid om deze schijf veilig te bewaren”, luidt het laatste advies op de hoes. Welnu, wat is Domino’s straf als ik de schijf in mijn afval zou willen deponeren?

Een dertig minuten durend stuk voor drie koren en negen solozangers, opgenomen in een reusachtige kathedraal met een bijna drie seconden durende echo: het uitgangspunt van ‘While I Was Walking’ overdondert reeds op zich. De avant-gardecomponiste Miya Masaoka, die eerder al samenwerkte met Pharoah Sanders en Fred Frith, laat de door haar gekoesterde vrije improvisatie even los voor dit gecomponeerde werk voor tweeënveertig stemmen. Helaas valt er weinig interessants te beleven. In vier bewegingen laat Masaoka de drie koren polyfoon enkele drones, onomatopeeën, glissando’s en atypische koorgeluiden (sisklanken en dergelijke meer) maken. Verder blijft het gezang beperkt tot oh’s en ah’s: Masaoka voorzag immers geen tekst, een gemiste kans. Buiten het gebruik van de echo en sporadische momenten van leuke vondsten, kan ‘While I Was Walking’ de aandacht van de luisteraar niet vasthouden. Daarvoor is het aangereikte compositorische materiaal te beperkt en vallen er te weinig treffende thema’s te ontdekken.

Wie was er eerst: de band of het soloproject? Het soloproject dus volgens het bijgevoegde persbericht. Menomena, dat vorig jaar nog het aangename ‘Friend And Foe’ uitbracht, was oorspronkelijk een extra muzikale uitspatting van Danny Seim, de man achter LackThereOf, maar is intussen wel uitgegroeid tot zijn voornaamste bezigheid. Toch dacht hij dat het nog eens tijd was om iets uit te brengen. Album negen is ‘Your Anchor’, en al het tweede album van dit jaar, al verscheen ‘My Haunted’ alleen op vinyl of via digitale download.
LackThereOf verschilt in se niet erg veel van de muziek van Menomena, alleen springt het iets minder alle kanten uit. Het experiment wordt hier niet geschuwd, maar Seim springt er iets spaarzamer mee om. Af en toe doet Seim ons ook aan Beck denken, zoals in het nummer ‘Locked Upstairs’.
De meeste songs zijn aangenaam, maar niet wereldschokkend. Na acht nummers hebben we het ook wel een beetje gehad. Dat neemt echter niet weg dat wie op zoek is naar een opgewekt indieplaatje zich gerust mag wagen aan deze huiskamervlijt.

We zijn een en ander gewoon van de bands die uit Finland komen. Eigenwijs, eigenzinnig, buitenaards of gewoon vreemd, zo klinkt veel van de muziek die de muzikanten uit het land van de duizend meren produceren. Maar zelfs naar die normen is Kuusumun Profeetta een unicum. Deze band gaat gewoon nog een stapje verder dan waar weird en freakfolk ophoudt en hun muziek is daardoor zelfs voor doorgewinterde doorbijters een hele klus om te doorgronden. In een vorig leven ging het zestal door het leven als Moon Fog Prophet en maakte reeds vier cd’s onder de nieuwe naam. Onder leiding van Mika Rättö, ook actief bij Circle, maakte de band een mix van jazz, folk, psychedelica en vooral progrock. De Profeten Van De Maanmist, zoals de vertaling van de groepsnaam luidt, bracht zijn teksten in het Engels, maar nu koos de band er eindelijk voor om de moedertaal te hanteren voor de poëtische woordenstroom die Mika uit zijn lijf laat vloeien. Het maakt dat ‘Lyhtykuja’ (te vertalen als ‘De Lantaarnsteeg’) organischer klinkt dan de voorgaande platen. Het Engels klonk toch ietwat krampachtig en de band was nog op zoek naar een eigen identiteit waarbij progrock en folk om de overwinning vochten. Het evenwicht is nu echter gevonden: geen van beide pistes heeft de overwinning behaald. Integendeel, het zestal was in een inspirerende bui en gooide nog wat meer vreemde geluiden in de mix, wat het effect van de tien nummers nog een stuk wereldvreemder maakt dan voorheen. ‘Lyhtykuja’ is eigenlijk gewoon een te moeilijke plaat om in woorden te vatten, een plaat die bij elke draaibeurt weer andere elementen vrijgeeft en eerder gehoorde elementen naar de achtergrond duwt. Doorgronden zit er aldus niet in, meermaals genieten voor fijnproevers daarentegen wel.

Aan het nog jonge, maar bloesemende boompje van de urban ghetto tech is een nieuwe loot ontsproten. Het nieuwe bastaardgenre noemt zich trots cumbia digital, de oorsprong wortelt in de traditionele cumbia van Colombia, maar de nieuwe loot ontwikkelt zich in Mexico en Argentinië. De Zizek Urban Beats Club in Buenos Aires noemt zich trots het laboratorium van deze mash up van dance, hiphop, dancehall, reggaeton, cumbia en bastaard pop. Bij de club hoort een label, ZZK records, en die brengt nu zijn eerste compilatie uit, een staalkaart van de beste deejays en bands die daar furore maken. Niet alles is even sterk, maar ze bevat voldoende stevige en intrigerende tracks om uit te kijken naar meer. Hoogtepunten zijn de techno cumbia van Oro11, The Peronists of Axel K Soundsystem, de beklijvende klanktapijten van El Hijo De La Cumbia, de reggaeton van de fantastische Princesa (de Argentijnse tegenhangster van funk carioca-prinses Deize Tigrona), of de onweerstaanbaar dansbare ‘Taliban Del Amor’ van Dead Menems. ZZK brengt ook het debuut uit van Fauna, een duo uit Mendoza, een stad in de Andes op zo’n 600 kilometer van Buenos Aires. Federico Antonio Rodriguez en Cristian Anibal del Negro bewijzen dat ook ver buiten de hoofdstad nieuwe urbane geluiden floreren. Een boeiende mix van elektronische cumbia, gemixt met reggaeton, hiphop, ragga en jungle. Vol uitwaaierende en evoluerende melodieën. Alleen, en dat is een opmerking die voor de twee platen geldt, op den duur mag het ritme toch ook wat evolueren, anders dreigt monotonie. Niettmin: twee prima platen die, via import of download, een meer dan te genieten beeld geven van het jonge genre. Wie hier kan op blijven stilstaan, is een hopeloos geval!

The Wreckery, ook wel eens The Smackery genoemd omdat de groepsleden niet vies waren van een hoopje wit poeder, was een vijftal uit het Australische Melbourne dat niet te versmaden vunzige bluesrock speelde. ‘No Veins Were Harmed In The Making Of This Music’ zou een perfecte ondertitel zijn voor elk van hun drie releases, twee elpees en één ep, die nu allemaal broederlijk zijn verzameld op deze mooi uitgegeven dubbelcd. Bandleider Hugo Race en gitarist Ed Clayton-Jones zijn de twee leden die het meest tot de verbeelding blijven spreken. Race was medestichter van The Bad Seeds waarmee Nick Cave na zijn succesvolle start bij The Birthday Party, furore zou maken. Later verhuisde Race naar Europa, alwaar zijn soloproject The True Spirit nog steeds heel geliefd is. Clayton-Jones werkte samen met Mick Harvey en Nick Cave, aan de soundtrack voor ‘And The Ass Saw The Angel’. Het verwondert dan ook niet dat de vierentwintig nummers die hier zijn verzameld, volledig geremastered uiteraard maar wel rechtstreeks van vinylplaten waardoor hier en daar krasjes zijn te horen, schatplichtig zijn aan eerder genoemde bands. Aan het lijstje kunnen we zonder enige twijfel ook The Beasts Of Bourbon en The Scientists toevoegen, ook bands die deel uitmaakten van de scene die we junkrock zouden kunnen noemen. Na twee albums en een door heroïnegebruik veroorzaakt verloop van muzikanten, was het afgelopen met The Wreckery. In augustus 2008 deed de band een korte toer die de Oostkust van Australië aandeed, in originele bezetting dan nog wel. Ook daar zal het de bezoekers, net als ons, aangenaam hebben verrast dat de songs van het kwintet de tand des tijds goed hebben doorstaan. De alternatieve bluesy vunzige sound blijft overeind en ook het gros van de nummers klinkt nog steeds heel lekker. ‘Past Imperfect’ is daarmee een essentiële heruitgave met muziek die er nog steeds toe doet.