GC #101

Het eerste wat je hoort als je ontwaakt uit een diepe narcose: zo bevreemdend en betoverend klinkt het debuut van Murralin Lane, een Zweeds duo bestaande uit David Wenngren (Library Tapes) en vocaliste Ylva Wiklund. Minimalistische lo-fi ambient – fragiel, melancholisch en etherisch, maar steeds met een licht dreigende en spookachtige ondertoon – is hier het ordewoord van de dag. ‘Our House Is On The Wall’ knoopt namelijk de dreamscapes van Stars Of The Lid aan het surrealistische universum van Stina Nordenstam. Alsof je luistert naar flarden geluid uit je geheugen, schuifelen de zeven nummers haast geruisloos – maar niet vrijblijvend – voorbij. Door zijn beperkte lengte (nauwelijks iets meer dan een half uurtje) nodigt ‘Our House Is On The Wall’ de luisteraar vooral uit om de repeattoets te (blijven) gebruiken. Verslavend, heet zoiets. Aanbevolen voor iedereen die houdt van de output van Kranky, Ghostly International of Type Recordings.
Als basis voor hun negen tracks maakten Cameron Webb (Seaworthy) en Matt Rösner veldopnames in de buurt van twee kustmeren in New South Wales, Meroo en Termeil. De titel ‘Two Lakes’ mag dus letterlijk worden genomen. Vervolgens werden deze uiteenlopende natuurgeluiden ingepast in hun instrumentarium (akoestische en elektrische gitaren, ebow, ukelele en diverse elektronische apparaten) en dienden ze als boetseerklei voor verschillende improvisatiesessies. Tenslotte kreeg het geheel passende arrangementen aangemeten en het resultaat van dat alles is warme, organische ambient met een zacht folkaura. Geen seconde origineel, maar wel bijzonder aangenaam om de donkere dagen mee door te komen.

Wat zou er precies in de sneeuw van Tromsø zitten? De Noorse stad boven de poolcirkel heeft Biosphere en Röyksopp voortgebracht, maar ook Bjørn Torske. Misschien is het de rare verhouding tussen licht en donker die ervoor heeft gezorgd dat de Noren gewend zijn vooral maar door te feesten en niet na vijf minuten op te houden met een nummer. Niet dat het een uitbundige boel is op ‘Kokning’, die typische Noorse onderkoelde onderstroom is op ieder nummer aanwezig. Met van die kleine geluidjes die in de achtergrond doorlopen of opduiken. Torske is op ‘Kokning’ vooral bezig met afwisseling. Van ouderwetse elektronica, softe beats en minimaal gitaargetokkel op ‘Gullfjellet’, tot Afrikaanse ritmes op ‘Langt Fra Afrika’, oude discofunk op het sterke ‘Bergensere’, een soort van dub op ‘Versjon Wolfenstein’. De uitsmijter is het twaalf minuten lang energieke ‘Furu’ dat veel dankt aan een soort van trombonesample. ‘Kokning’ is daardoor niet het meest rechtlijnige album geworden, er zijn meer zijpaden dan dat er een rode lijn te vinden is. Het zijn de losse nummers, als ‘Bergensere’ en ‘Furu’ die het laatste album van Torske de moeite waard maken. Maar dan was-ie met enkele maxi’s misschien net zo goed af geweest.

Er is echt niet veel fantasie nodig om Sinner’s Day, sinds 2009 het grootste festival in België voor new wave (en in mindere mate punk), te beschouwen als The Golden Years voor een generatie die in de jaren 1980 is grootgebracht op een dieet van postpunk. Daar kan je meewarig over doen of niet; feit is en blijft dat dit decennium onwaarschijnlijk veel boeiende muziek heeft opgeleverd die bovendien de tand des tijds moeiteloos doorstaan heeft. Meer zelfs: in het nieuwe millennium oefent new wave opnieuw een enorme aantrekkingskracht uit op een nieuwe generatie fans en muzikanten. Deze driedelige box toont aan waarom. In 54 nummers wordt niet alleen teruggegrepen naar grote en voor de hand liggende namen zoals D.A.F., P.I.L., Virgin Prunes, Simple Minds, The Human League, Nitzer Ebb, Fad Gadget, The Sisters Of Mercy, Echo & The Bunnymen, Bauhaus of The Cult, maar worden ook voldoende vergeten pareltjes van onder meer Paul Haig, Kowalski, Kiem, Quando Quango, Shock Headed Peters, Noise Abroad, The Call of Modern English van onder het stof gehaald om het interessant te maken voor zij die de gelijknamige (ondertussen al jaren onvindbare) zevendelige box in hun kast hebben staan. Voor alle anderen die nu pas kennis maken met het genre is deze compilatie een meer dan behoorlijke introductie.

Als gitarist meer dan een kwart eeuw betrokken bij de Einstürzende Neubauten, deed mee met Sprung Aus Den Wolken en Mona Mur, bracht onder pseudoniem Von Borsig het volledig vergeten maar briljante ‘Hiroshima’ uit, deelde bed en podium met heroïne-icoon Christiane F. en verscheen in underground filmmonument ‘Decoder’. Het geslaagde cv van Hacke stemt tot vertrouwen, maar met enige wanhoop en ontreddering liet het vervelende ‘Sanctuary’ uit 2005 horen dat een artiest op zoek naar een nieuw ego ontgoochelende gevolgen kan hebben. Inmiddels een paar jaar verder en met een goed aangevulde portie hoop moet ‘Hitman’s Heel’ de misstap van toen doen vergeten. Maar nee, wederom gewogen en weer te licht bevonden. Samen met echtgenote Danielle de Picciotto (ooit met Dr. Motte initiator van de Love Parade) droomt Hacke van een muzikaal canon in stijl van geprezen iconen als Captain Beefheart, Nick Cave en Frank Zappa. Hacke en vrouwlief doen te hard hun best om te overtuigen. Met expressieve zang, pseudo-intellectuele teksten, lichttheatrale liederen, een luchtige ballade tussendoor klinkt het geheel hol en gemaakt, te pretentieus en verreweg van overtuigend. Neen, op deze manier zal Hacke niet de nieuwe Blixa Bargeld worden, en moet genoegen nemen dat sommige genres ver buiten zijn bereik liggen. Ach Alexander, wie schön es war.

De honderdste uitgave van Rune Grammofon heeft labelbaas Rune Kristoffersen willen vieren met een mooie compilatie. Wat de overwegingen zijn geweest om deze dertien artiesten op de verzamelaar te zetten, vertelt Kristoffersen niet, maar het resultaat is goed en uiteenlopend. Ook geslaagd is de opbouw, ondanks de redelijke verscheidenheid van ´Twenty Centuries of Stony Sleep’. De cd (of dubbel-lp) opent met het feedback-gitaargeluid van Alog, gevolgd door een swingend spacy rockgeluid met galmende gitaren en eigentijdse drums van The Low Frequency In Stereo. Ook weerklinken later op de plaat nog fijne avant-rock van Bushman’s Revenge, abstracte elektronica van Stian Westerhus en stemkunsten van Maja Ratkje, maar een ruim deel van ‘Twenty Centuries Of Stony Sleep’ is tamelijk ingetogen van sfeer, met de pianojazz van bijvoorbeeld Espen Erikse, de luisterliedjes van Hilde Marie Kjersem en nieuweling op het label Jenny Hval, of de sferische stukken van Puma, Deathprod en Supersilent. Dat betekent dat de ruigere kant van Rune Grammofon onderbeluisterd blijft en dat ook een aantal paardjes die ik graag had zien opdraven niet van stal is gehaald: Elephant9, Scorch Trio, Motorpsycho, of Susanna & The Magical Orchestra, bijvoorbeeld. Ondanks de dus kwellende vraag waarom Kristoffersen geen dubbel-cd (en vier-lpbox) heeft samengesteld, kunnen we blij zijn met deze verzamelaar. Kristoffersen heeft in twaalf jaar nagenoeg eigenhandig zijn label tot een Noors kwaliteitsmerk gemaakt en deze feestelijke ‘Twenty Centuries Of Stony Sleep’ is daar een bewijs van. Alleen maar mooie klanken, met bovendien louter exclusieve tracks.

Mashed Up. Deejays are the girls we love the most. Ik ben halfweg in ‘Another Nice Mess II’ – een strakke en mooi vormgegeven dubbele deluxe vinylcompilatie – wanneer ik me afvraag wat de eerste single was die Marcelle ooit kocht en wat haar duurste aankoop ooit was. Het zijn vragen waar muziekadepten zoals ik de tijd mee doden. Alles is verveling, behalve ‘Another Mess’, een schijfje dat ik in- en uitadem, een wolkje lucht. Het is meer dan de zoveelste mixcompilatie in de rij. Het is een vinnige neerslag, een vurig statement van een volbloed muziekliefhebster par excellence die alle genres doorkruist, omarmt en in elkaar laat versmelten. Marcelle mixt meer dan vijftig nummers in minder dan tachtig minuten. Stuk voor stuk parels waar ze geen afstand kan van doen. Je ziet zo voor je, hoe ze in de opnamestudio eindeloos bleef tobben over hoe ze dat ene nummer er ook nog in kon smokkelen en na eindeloos wikken en wegen zestien seconden toevoegt. Een missie hebben, heet zoiets. ‘Meets More Soulmates At Faust Studio Deejay Laboratory’ combineert authentieke Afrikaanse percussie, lome dubstep met ruige postpunk en vergeten parels uit de rijke geschiedenis van de dubstep. Is dit de ultieme plaat waar u de nacht mee doorkomt? Ja en ook neen. Ja, omdat de geluidsclash, de combinatie van verschillende nummers, vaak de originele nummers versterkt, soms overtreft (een kenmerk van de allergrootsten). Neen, omdat het vaak allemaal net iets teveel is, de snelheid waarmee platen passeren te hoog is en de flow iets te vroeg en te abrupt wordt afgebroken. En toch, toch hebben we met open mond en oren zitten luisteren, hebben we de tracklist onderste bovengekeerd en hebben we ons aankooplijstje stevig, ruim over ons budget, aangedikt. Ik gooi plaatkant één op en luister nog eens naar het stille ruizen van de Donau die de plaat opent. Marcelle heeft een missie, het vuur brandt, knettert, het dooft nooit.