The Paper Ensemble


In twintig jaar heeft The Paper Ensemble zich ontwikkeld tot een gezelschap dat zijn vleugels ver heeft uitgeslagen. Een indrukwekkend optreden tijdens November Music was aanleiding voor een gesprek met roergangers Jochem van Tol en Ibelisse Guardia Ferragutti.

De bovenverdieping van Het Werkwarenhuis in Den Bosch is de ideale omgeving voor een optreden van The Paper Ensemble. Een ruwe, industriële plek. Trappen met een balk waar groot uitgevallen bezoekers het hoofd aan stoten als ze niet opletten; met afnemende breedte en stijgende steilheid om de ruimte te bereiken. Hout en metaal. Een kille tocht trekt langs je heen.

Papiertrombone
Uitgespreid over de speelvloer liggen twee immense vellen papier. Ibelisse Guardia Ferragutti en Klara Alexova manipuleren ze, beslist maar respectvol en omzichtig. Ze kruipen onder de stroken, tillen die op, pakken het materiaal met brede gebaren bij elkaar en maken er grote proppen van. Rollen papier die terzijde staan trekken ze open. De verschillende soorten en maten van het papier produceren sterk uiteenlopende geluiden. Het is een feest van geritsel, geruis, gekraak en een geluid dat merkwaardig genoeg lijkt op dat van een blaasinstrument, met de diepte van een trombone.
Aan weerszijden van het speelvlak staan twee slagwerkers, Paul Koek en Mei-Yi Lee, die de geluiden van het papier aanvullen met bescheiden tikken en een verrassend hoog fluiten, dat ze produceren door in de lengterichting over een dunne metalen buis te strijken. Het is niet eenvoudig om dit optreden met één woord te omschrijven. Het is geen concert, het is geen voorstelling, geen theater of dans. ‘Performance met een ritueel karakter’ komt nog het dichtst in de buurt. Maar ongeacht hoe je het ook zou willen noemen, het is bovenal intrigerend. Als toeschouwer word je meegezogen in wat zich voor je ogen en oren afspeelt.

Prop
‘Het begon als grap,’ is het eerste wat Jochem van Tol zegt. Het was een eindexamenproject voor zijn studie aan de Interfaculteit Beeld en Geluid in Den Haag, een interdisciplinaire opleiding tussen het Koninklijk Conservatorium en de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten. ‘Maar het was ook een statement, een onderzoek naar de muzikale mogelijkheden van ogenschijnlijk alledaags materiaal. Het is gemakkelijk te verkrijgen. En het is goedkoop, dacht ik.’
‘Daarnaast was het een onderzoek naar speeltechnieken. Hoe kun je een orkest van papier maken? Dat is niet zo simpel als het lijkt. Op school werd veel gesproken over het verband tussen geluid en tijd, maar je kunt geluid ook vorm geven. Een prop is in wezen gestold geluid. We werken met sculpturen die de potentie van geluid in zich dragen. De vraag is: hoe máák je het geluid? Daar gaf een ontmoeting met Ibelisse een antwoord op.’

Zwepen
Ibelisse Guardia Ferragutti had een opleiding als klassiek pianiste achter de rug, waarin alles om techniek draaide, om de virtuositeit van de speler ten opzichte van het instrument. ‘Ik studeerde soms acht uur achter elkaar. Op een gegeven moment realiseerde ik me dat mijn lichaam ook een instrument is, een instrument waar ik als het ware zelf in zit. Om dat verder te ontwikkelen ben ik eerst dans gaan doen, en vervolgens de Mimeschool in Amsterdam. Mijn visie op muziek maken veranderde definitief door een studiereis naar China. Daar volgde ik bij monniken een kungfu-training met zwepen. Het ging ineens niet meer over hoe ik me als performer verhoud tot het instrument – ik moest een dialoog ermee aangaan om het te laten werken. Het is een derde kracht. Het werken met papier is bewegen in de ruimte. Als ik te veel manipuleer, verdwijnt de magie. Het papier krijgt de ruimte om te spreken als ik mezelf toesta te verdwijnen.’
‘Het is verwant aan de Japanse benadering van het begrip leegte. Wat wij als leeg ervaren, een afwezigheid, is voor hen een object. Het is vergelijkbaar met ma, het Japanse begrip voor ruimte en tijd, die bepaald worden door de subjectieve ervaring. In ‘#9’ (The Paper Ensemble nummert de verschillende composities, rvp) ben ik de eerste minuut alleen maar aan het luisteren. Het is een belofte van geluid. Om niets te doen is veel meer training nodig, dan om iets te doen. Je laat je aanwezigheid langzaam tot ontwikkeling komen. Je laat de entiteit van het papier bezit van je nemen.’

Elementen
Ferragutti’s ervaringen sluiten aan bij de ideeën over instrumenten waar Van Tol mee in aanraking kwam tijdens zijn opleiding. Die waren onder andere afkomstig van twee docenten, Dick Raaijmakers en Horst Rickels. ‘Horst is van oorsprong een pianobouwer. Dick had het vaak over ‘het lezen van machines’. Oftewel, hoe de vormgeving van een apparaat verklapt welke intenties er zijn voor het gebruik ervan. Terwijl Ibelisse begon haar lichaam te lezen, begon ik het papier te lezen. Papier is geen tabula rasa, geen onbeschreven blad. Dat realiseerde ik me toen ik erachter kwam hoe papier gemaakt wordt. Dat is een heel proces. Je hebt er bomen en struiken voor nodig waar je pulp van maakt. Die verhit je in water. Wat overblijft droog je aan de lucht. Met andere woorden, in papier zijn vier van de vijf Japanse elementen verenigd: water, vuur, lucht en hout.’
‘Het is opvallend dat veel mensen in onze performances regen, wind, zee en bos denken te horen. In feite geven we het publiek een eigen ruimte om de performance te lezen. Zo was ons optreden, een paar maanden geleden op November Music, een onderzoek naar het lezen van de ruimte. We benaderden de performance als een gezamenlijke ruimte van sculpturen – wat de papieren objecten in wezen zijn – mensen en geluid. Naast het papier zelf hadden we andere geluidsbronnen, die er een relatie mee aangingen. Ik bediende elektronica en Mei-Yi Lee en Paul Koek speelden percussie.’

Portaal
Van Tol kende Paul Koek van zijn opleiding aan de Interfaculteit Artscience/Beeld&Geluid, waar de slagwerker en muziektheatermaker zes jaar lang als coach fungeerde. ‘Wij snappen elkaar dus ook. Het moeilijkste voor hem aan deze optredens is dat hij geen ritme moet spelen. Dat doen wij ook niet. We knippen niet in het papier. We scheuren het ook niet. Mensen vragen ons soms of we van het papier geen fluit of trommel kunnen maken. Dat is pertinent niet de bedoeling.’
Het idee van het lezen van een ruimte komt tot uiting in een film van ruim vijftien minuten die The Paper Ensemble heeft gemaakt met regisseur Jiska Rickels, dochter van de voormalige docent van Van Tol, vooral bekend vanwege haar film ‘4 Elements’ uit 2006. Van Tol legt een direct verband met Japanse zen-tuinen. ‘Die Japanse tuinen zijn een sturing in lopen en kijken. Je gaat over een brug, door een poortje. Het is een gecomponeerde wandeling, waarin je je bewust wordt van je eigen waarneming. Ze vormen een portaal naar een andere, innerlijke horizon. Je gaat van binnen open, creëert associaties. Volgens de makers is zo’n tuin pas af als er een bezoeker is. De bezoeker fungeert daarin als een instrument.’
‘De film ‘#16’ volgt een vrouw in minutenlange shots door een oude papierfabriek. Het is visueel sterk, en met die lange shots heel museaal. Aan de hand van Ibelisse beweegt het beeld langs papieren structuren. Het mooie van een film is dat die het beeld kadert, maar je beleving juist opent, net als een Japanse tuin. De grootste uitdaging is hoe je het geluid opneemt. Je bent afhankelijk van de akoestiek van een ruimte, en papier heeft nu eenmaal zijn eigen geluid. We gaan een afzonderlijke geluidsopname maken, om die uit te brengen in combinatie met slagwerk en elektronica. Daar hebben we nu budget voor. Het zal nog wel even duren. Maar we hebben de tijd. Papier is nu eenmaal langzaam. ‘#16’ is opgenomen in de collectie van filmmuseum EYE.’

Dronken
Jochem van Tol is acht keer in Japan geweest om daar traditionele papiermakers te bezoeken. De aanleiding was een bezoek aan een tentoonstelling in het Rembrandthuis over etsen van de schilder. Hij vroeg zich af waarom ze zo mooi waren. Het bleek dat ze gedrukt waren op gampi-papier, dat The Paper Ensemble ook ooit gekocht had. Het papier wordt gemaakt in Echizen. Het besluit was snel genomen. Ze moesten erheen om de papiermakers te leren kennen. Daar kwamen ze in aanraking met een eeuwenoud ambacht. ‘We hebben daar papier gemaakt en gekocht. En we hebben voor hen gespeeld. Dat vonden ze heel bijzonder. Het was een heel andere toepassing van papier dan wat ze kenden.’
‘Ze zijn een week bezig met het maken van een velletje papier. Het basismateriaal komt van drie soorten struiken, de kozo, de mitsumata en de gampi. Die leveren elk een andere kwaliteit. Gampi, dat maar eens in de drie jaar geoogst wordt, doet zonnig en zijdeachtig aan, zowel om te zien als om te voelen; het maakt een ritselend geluid. Kozo is ruwig en sneeuwwit, als een wolk. Het is zo zacht van klank dat we het niet meer gebruiken. Dan zijn er nog allerlei mengvarianten van gampi met mitsumata. Toen wij er waren konden we net de laatste partij kopen van de oogst van drie jaar. Dat ging niet zomaar. We gaven onze bestelling op via een tolk. Toen moesten we eerst de makers ontmoeten, samen eten, met hen wandelen, en vervolgens met hen shochu drinken, een gedestilleerde drank van rijst of zoete aardappel waar iedereen geweldig dronken van werd. Pas daarna konden we papier bestellen.’

Ambacht
De kunst van het papier maken, zoals dat in Echizen gebeurt, is een eeuwenoud ambacht. Van Tol heeft het zelf ook geoefend, met de lokale ambachtslieden. ‘Na het snoeien van de takken moet je eerst de bast verwijderen. De vezels die je overhoudt, worden platgeslagen en gekookt tot ze uit elkaar vallen en een pulp vormen. Die wordt op een matje in een bad gelegd. Daar voeg je neri aan toe, de wortel van een hibiscus, om er een emulsie van te maken.’
‘Met de keta, een speciaal matje in een houten frame, schep je twee à drie keer door het bad en zeef je het water door de pulp. Heel voorzichtig, er mag geen rimpeling in komen. Het water laat je door de keta wegdruipen. Het matje gaat ondersteboven op een houten plaat, waarna je het lostrekt van het verse vel papier. Dit proces herhaal je tot een stapel velletjes onder een pers wordt gezet om het water eruit te persen. Het mooie is dat al die velletjes niet aan elkaar gaan plakken. Daarna worden ze aan de lucht gedroogd.’
The Paper Ensemble haalt niet al het papier uit Japan. Een strook blauw papier van zeven bij tien meter komt van een Engelse papierfabriek, gebouwd bij een oude waterbron. ‘Voor papier is de kwaliteit van water net zo belangrijk als voor een goede whisky. Het grootste vel heeft een omvang tien bij tien meter. Dat is in Taiwan gemaakt met kalk en weegt wel twintig kilo. Sommige instrumenten zijn aan het eind van hun leven. Ze zijn zo vaak gepropt dat ze uit elkaar vallen. Nieuw papier maken is helaas nogal duur. Gelukkig hebben we nog een voorraadje. Maar als het zwarte vel, gemaakt van gampi gemixt met klei, op is dan is het ook afgelopen. Het wordt niet meer gemaakt. De fabriek is failliet. En daarmee is de kennis verloren gegaan.’


Dit artikel verscheen eerder in GC #173.

Koop deze editie in onze webshop!

Bibliografie

Jiska Rickels en Jochem van Tol, #16 (2022, 15.38 min)

Mind the Gap

Luister naar Excerpt #16 van The Paper Ensemble op MTG#159

Reacties