Blog

Interview met hoofdredacteur Gonzo (circus)


Gonzo (circus) bestaat in 2016 een kwarteeuw. Gé Huismans (1967) is er al bij sinds 1994. En sinds 2003 is hij niet alleen hoofdredacteur maar stelt hij ook de Mind The Gap-cd samen. Onlangs deelde hij met journalisten in spe Geerhard Verbeelen en Quinten Lengeler zijn tips voor het ultieme interview.

Hoofdredacteur Gé Huismans (Foto: René Bradwolff)

Hoofdredacteur Gé Huismans (Foto: René Bradwolff)

“Je wil vooral ergens zitten waar het rustig is, publieke ruimtes zijn te vermijden.” Dat treft, want we zitten net in een belegen bar in Luik waar ze het ene vergeten eightieshitje na het andere door de jukebox knallen. We zijn hier om Gé Huismans, hoofdredacteur van Gonzo (circus), te interviewen. Een snuifje couleur locale kan geen kwaad, dachten we, maar daar worden we dus al snel voor teruggefloten. En ze serveren hier ook al geen Westmalle. Blijkt echter dat ook een Val Dieu volstaat om de tongen los te maken, want te midden van alle rumoer slagen we er toch in om een zeer aangenaam gesprek te hebben en moet Huismans bekennen dat samen een biertje nemen ook geen slechte manier van interviewen is.

INTO THE DEEP

Huismans is een ervaren rot, met honderden interviews op de teller weet hij waarover hij spreekt. Ideaal om van zo iemand de kneepjes van het vak te leren dus. “Voorbereiding is cruciaal bij een interview. Wie niet goed gedocumenteerd is over het onderwerp van zijn of haar interview, loopt grote kans om maar wat aan de oppervlakte te blijven dobberen. Op zich kun je nog steeds een degelijk artikel puren uit een vruchteloos gesprek, maar diepgang zou toch de maatstaf moeten zijn. Zo kun je zorgen voor een originele invalshoek en meer bieden dan andere artikels over hetzelfde onderwerp, iets waar we met Gonzo (circus) toch naar streven. Zoals Gerard Walhof (hoofdredacteur van VPRO-radio) me ooit vertelde in een interview: ‘Gonzo (circus) is nog het enige tijdschrift dat over de maatschappelijke context van cultuur schrijft’.”

DOE ALSOF JE THUIS BENT

“Die voorbereiding houdt ook in dat je voor aanvang van het interview de tijd neemt om diegene die je interviewt op zijn of haar gemak te stellen. Ikzelf probeer altijd op de een of andere manier voor een ijsbreker te zorgen. Zo heb ik bijvoorbeeld ooit Jimi Tenor, die altijd van die grote brillen op heeft, in een vintage brillenwinkel in Amsterdam geïnterviewd. Op zich misschien een klein gebaar, maar het zijn die kleine dingen die ervoor zorgen dat je een band creëert met de geïnterviewde en dat is toch wel belangrijk voor het verdere verloop van je interview. Om met elkaar te connecteren hoef je overigens niet per se face to face te zitten. Het is natuurlijk wel het gemakkelijkste op die manier, maar ik heb in de jaren 1990 ook heel wat telefonische interviews afgenomen en ook dan zorgde ik ervoor dat ik op een golflengte zat met mijn interviewees. De emotionele afstand is belangrijker dan de fysieke afstand.”

FREESTYLE

Het leven van de journalist is er echter een vol onzekerheden, zo ook wat interviews afnemen betreft. “Voor sommige opdrachten heb ik wel eens moeten improviseren, wanneer ik op het moment zelf gevraagd werd om een bepaalde artiest te gaan interviewen. Dan was het hup een zolderkamer op en meteen beginnen. Dat lukte me dan wel, maar zoiets kan je enkel tot een goed einde brengen als je de artiest in kwestie goed kent. Achtergrondkennis heb je echt nodig als een soort van terugvalbasis om het gesprek te kunnen sturen. Je kan uiteindelijk pas improviseren als je je toonladders voldoende kent he.”

IN DE BAN VAN DE RING

Huismans is duidelijk een begenadigd interviewer die met allerlei situaties raad weet. Toch vroegen wij ons af of ook hij wel eens hete voeten krijgt als interviewer. Muzikanten staan erom bekend niet altijd de meest meegaande geïnterviewden te zijn. “Ik kan me niet meteen straffe stoten voor de geest halen, maar herinner me wel nog een interview met Billy Childish waarin die plots heel boos werd. Ik had hem gevraagd naar een ring rond zijn vinger en hij had het niet zo op mijn vraag begrepen. De ring stond blijkbaar symbool voor de relatie met zijn vader, die nogal op losse schroeven stond. Hoe het daarna verder verliep, wil mijn geheugen mij niet meer vertellen, maar ik weet wel nog dat ik toen enorm geïntimideerd was.”

L’ENFER C’EST LES AUTRES

“Je moet als interviewer dus echt wel sterk in je schoenen staan en er ook mee om kunnen als een gesprek stroef verloopt. Dat kan trouwens om allerlei redenen gebeuren, ook al ben je uiterst goed voorbereid. De geïnterviewde heeft slecht geslapen, heeft nood aan zijn dagelijkse portie cafeïne of heeft gewoon een slechte dag. In zo’n gevallen mag je je niet uit het lood laten slaan en hoef je de schuld niet meteen bij jezelf te leggen. Als er bijvoorbeeld veel stiltes vallen, moet je je als interviewer van de reflex ontdoen om die meteen te proberen opvullen. Laat de stiltes gewoon tot hun recht komen. Wie weet is de geïnterviewde nog wel aan het kauwen op een paar woorden. En als je voelt dat het echt niet goed zit, kan je ook gewoon even een time-out inlassen. Bandrecorder af en even uit de rol van interviewer stappen. Dan kan je proberen om er off the record toch terug wat leven in te blazen. Een belangrijk deel van het interviewen is dus onzichtbaar. Het gaat om de psychologie erachter, het aftasten en verstaan van de ander.”

EEN EN EEN IS DRIE

Het moge ondertussen duidelijk zijn, een interview is veel meer dan de persoon in kwestie wat ingestudeerde vragen stellen. “Een goede interviewer laat het gesprek altijd een gesprek zijn en durft los te komen van zijn vooraf opgestelde vragenlijst. Die vragen kun je altijd achteraf nog stellen. Als je je daar te hard aan vastklampt bekom je een artificiële situatie, een soort oppervlakkige schets. Het is een kwestie van echt een engagement aan te gaan met het gesprek en in te spelen op wat er gezegd wordt. Je moet steeds doorvragen om tot de kern van de zaak te komen, ook al moet je dan soms vragen stellen die de geïnterviewde liever niet hoort. Alleen zo kan je een soort kritische distantie aannemen als interviewer ten opzichte van je interviewee. Anders ben je bezig met hagiografieën te schrijven in plaats van interviews. Al moet ik toegeven dat het niet altijd gemakkelijk is. Bij Gonzo proberen we steeds mensen te interviewen die we goed vinden en je wil hen natuurlijk niet afbranden. Maar je kunt perfect kritisch te zijn zonder dat te doen.”

DE ERFENIS VAN SOCRATES

Niet alleen is interviewen deels psychologie, ook een basiskennis van de filosofie legt je geen windeieren. Op onze vraag of hij een confronterende interviewstijl niet schuwt, lijkt het gladgeschoren gezicht van Huismans plots overwoekerd door een wijze baard en wanen we ons even in het oude Griekenland. “Je kunt iemand evengoed afmaken met een glimlach, dus qua stijl vind ik het een vrij holle term. Iemands stijl kan heel zalvend zijn, terwijl die persoon je met allemaal impertinente vragen toch aan het kruis nagelt waar je bij staat. Zo’n techniek noemen ze ook wel eens de Socratische vraagstelling. Het komt er eigenlijk op neer dat je je als interviewer zoveel mogelijk buiten het gesprek zet en enkel schijnbaar neutrale duidingsvragen stelt, zonder je mening te geven. Op die manier stuur je de geïnterviewde op een impliciete manier en dring je dieper tot de kern door.”

DE PUZZEL HERLEGGEN

Huismans laat zijn geïnterviewden graag de vrije loop met hun woorden, maar hoe vrij is hij zelf met diezelfde woorden? “Enkel als het op leven en dood aankomt, moet je iemand letterlijk citeren, zo is mij ooit geleerd. Interviews vormgeven en neerschrijven is als componeren. Zolang je de feiten niet tenietdoet, mag je als interviewer redelijk vrij omspringen met wat er in het interview gezegd is. Dat is voor mij juist wat een interview echt leuk maakt, de mogelijkheid om allerlei verbanden bloot te leggen en zaken met elkaar te contrasteren die in het gesprek zelf oorspronkelijk niet in chronologische volgorde stonden. Zo geef je het gesprek een nieuwe dimensie.” U ziet het, naast psycholoog en filosoof is Huismans ook nog componist. Een mooi boegbeeld voor het blad dat hij vertegenwoordigt, denken wij dan.


Reacties