Blog Magazine

Special BRDCST 2018: James Holden


Engelsman James Holden maakt al een ruim decennium elektronische muziek, maar de laatste jaren voegt hij daar een indrukwekkend arsenaal spirituele afrofolk aan toe. De man die ooit bekendstond om zijn geweldige remixen is tegenwoordig een bandleider die buiten geografische én genregrenzen kijkt.

In 2004 vestigde James Holden definitief zijn naam met een remix van het nummer ‘The Sky Was Pink’ van Nathan Fake. Met het uitbrengen van debuutalbum ‘The Idiots Are Winning’ in 2006 liet Holden horen ook solo hoge ogen te kunnen gooien met elektronische dansmuziek. Opvolger ‘The Inheritors’ (2013) toonde aan dat Holden zijn plafond nog steeds kon ophogen en inmiddels heeft hij een hele nieuwe verdieping gebouwd met zijn in 2017 verschenen plaat ‘The Animal Spirits’, waarop hij laat horen dat vernieuwing en klasse hand in hand kunnen gaan. Geen wonder dus dat hij op 8 april een van de headliners is van het BRDCST-festival.

Gevangenis

Holden stond lange tijd bekend als een geweldige dj die zowel live als met remixen mensen zowel fysiek als mentaal kon raken. De laatste jaren laat hij echter zien dat hij als producer en muzikant die omschrijving ruimschoots ontgroeid is. Op zijn meest recente album ‘The Animal Spirits’ speelt hij samen met een band (met daarin onder meer Tom Page, Etienne Jaumet, Marcus Hamblett, Liza Bec en Lascelle Gordon) en laat hij het gepriegel op de computer grotendeels achterwege.
In een enthousiast telefoongesprek vertelt Holden over de muzikale reis die hij als persoon heeft afgelegd, waarbij hij het organische in het synthetische heeft proberen te injecteren. “Ik gebruik de computer nog steeds als basis, maar ik ben al geruime tijd bezig om er meer leven in te blazen. Alleen werken met streepjes op een scherm kan te veel als een gevangenis voelen op een gegeven moment, alles wordt dan zo strak dat het verstild wordt. Tussen ‘The Idiots…’ en ‘The Inheritors’ ben ik daar al mee begonnen, door meer gebruik te maken van analoge apparatuur, maar ik wilde het nog organischer maken. De samenwerking met drummer Tom Page is wat dat betreft een scharnierpunt geworden, dat was een noodzakelijke stap om mijn muziek naar het volgende niveau te tillen. Wanneer twee mensen aan iets werken ontstaat er een constante feedback loop, waarin kleine veranderingen elkaar beïnvloeden en er steeds iets nieuws gebeurt. Toen we voor de eerste keer samen speelden voelde de muziek gelijk zo rijk en gedetailleerd, zonder dat ik daarvoor weken achter een computer heb hoeven zitten om puntjes en streepjes heen en weer te schuiven. Het was een bevrijdende ervaring.”
Rond dezelfde tijd ontmoette Holden een professor van Harvard University, Holger Hennig, die een studie heeft gedaan naar menselijke timing. “Ik vond op een muziekblog een artikel dat hij had gepubliceerd over dit onderwerp, waarin hij aantoont dat wanneer verschillende mensen tegelijk muziek maken, er een loop ontstaat waarin alles met elkaar verbonden is. Een klein foutje, of beter gezegd een klein verschil in de eerste maat van de muziek ebt door in de rest van het nummer. Alle muzikanten reageren daar weer op, zij het soms in minuscule mate, waardoor het geheel nooit precies hetzelfde zal zijn. En dat is de magie van muziek! Je kunt het zien als fractals, gegenereerd door menselijk toedoen. Een klein, simpel gebaar kan leiden tot de meest complexe samenstellingen. Een beetje zoals de bekende fractal van de wiskundige Benoit Mandelbrot, waarin een in wezen eenvoudige formule kan leiden tot onnoembaar veel verschillende details (voor meer informatie zie de ‘set van Mandelbrot’, nt). Datzelfde gaat op voor muziek, waar je begint met een eenvoudige set aan regels die je verschillende muzikanten in een collectief laat uitoefenen, ontstaat vervolgens een complexe wereld aan geluid. De interactie, de feedback, de complexiteit… dat ontstaat allemaal uit iets zeer eenvoudigs. Het is werkelijk wonderlijk. Dit besef, gepaard met het ontmoeten van Tom en samen met hem muziek maken, heeft me doen beseffen dat ‘The Animal Spirits’ een plaat moest worden waarbij de muziek live opgenomen is. Ik ben erg blij dat we het zo hebben gedaan, hoewel het nog wel wat voeten in aarde had. Ik ben maanden bezig geweest mezelf te onderwijzen in microfoontechnieken door boeken te lezen en experimenten te doen. Ook heb ik samen met Tom zeer veel demosessies gedaan, maar als je dan uiteindelijk het punt bereikt dat we hebben bereikt… Ja, dat voelt erg goed. Hoewel ik besef dat er nog genoeg te leren valt, ik ben pas net deze weg ingeslagen, gaat het de goede kant op.”

Gnawa

Een belangrijke inspiratiebron voor Holden is de muziek uit Noordwest-Afrika, wat duidelijk terug te horen is op zijn jongste album. Het idee van ‘verschil en herhaling’ komt daarin veel terug. “Ik heb veel geluisterd naar muziek uit Mali en Marokko, maar ook veel naar spirituele jazz. Die muziek zit vol herhalende patronen, zonder dat daarbij dezelfde stukken specifiek herhaald worden. Dat is zo’n verschil met muziek die je op de radio hoort, waarbij het intro gevolgd wordt door een riff en vervolgens hetzelfde stuk eigenlijk weer voorbij komt. Je hoort duidelijk het copy-pasten in de studio erin terug. Dit is waarschijnlijk de meest efficiënte methode om muziek commercieel uit te brengen. Maar in die andere muziek hoor je een constante stroom aan microveranderingen. Ik heb een aantal cassettes van Malinese verhalen, waarbij iemand een uur lang op een ngoni speelt, een soort Malinese harp. Hij speelt steeds één maat muziek, maar het herhaalt zich nooit helemaal. Hij geeft er een kleine draai aan, speelt het wat sneller, voegt wat toe… Als je probeert het te ontleden merk je hoe speciaal het is.”
Holden vertelt over een een bijzondere ontmoeting op het Atlas Electronic-festival in Marokko, toen hij samen met de elektronische artiesten Vessel, Biosphere en Floating Points een week lang muziek maakte met de Marokkanen Mahmoud Guinia en Mohamed Kouyou, meesters van de Gnawa, traditionele Afrikaanse spirituele liederen. “Het volledige proces was geweldig: vier westerse muzikanten die daarheen gaan, gewapend met hun glinsterende drumcomputers en synthesizers, om samen te zitten met traditionele Marokkaanse muzikanten. We begrepen al vrij snel dat onze apparatuur niet passend was bij hun muziek, we konden geen goede verbinding ermee maken. De tempoverschillen en plotselinge versnellingen, die noodzakelijk zijn om een moment van trance op te roepen, waren onmogelijk om met onze spullen bij te benen. We konden moeilijk zeggen dat zij zich moesten aanpassen, dat zou de hele ziel van het gebeuren eruit halen. Bovendien zou het nogal beledigend zijn. De eerste dag was een beschamende vertoning van onze kant. We hebben toen de hele nacht gewerkt aan onze apparatuur en set-up om deze aan te passen aan hun muziek. De volgende dag werkte het wonderbaarlijk goed! Het lukte om een echte muzikale verbinding aan te gaan en ik herinner me dat het toen voelde alsof we onderdeel waren van een band. Een van de nummers die we toen hebben opgenomen, ‘Bania’ (van het album ‘Marhaba’ uit 2015, nt), is nog steeds een van mijn favoriete nummers die ik ooit heb opgenomen. Iedere keer als ik dat nummer speel voel ik weer de angst, spanning en ontlading die ik toen voelde.”

Dialoog

De ervaring heeft Holden voorgoed veranderd. “Het was een van de mooiste momenten in mijn leven, ik was tot tranen toe geroerd. Voor die tijd was ik zo gericht op het solo werken op de computer, maar sindsdien ken ik de meerwaarde van de muzikale dialoog. Ik spreek vrijwel geen Frans en Arabisch, en zij spraken vrijwel geen Engels. De enige manier om het gesprek aan te gaan was door de muziek, en als je dan plots dezelfde taal kunt spreken geeft dat een geweldig gevoel. Dat was ook waarom het voor mij in orde was om op deze manier niet-westerse muziek te gebruiken: het was een gelijkwaardig gesprek. Je kunt als een ekster de wereld overgaan en links en rechts samples pikken van traditionele muziek, maar als je je er niet echt in onderdompelt en één ermee wordt, dan voelt het toch een beetje als culturele toe-eigening.”
Deze ervaring heeft Holden wezenlijk veranderd wat betreft zijn muzikale aanpak als producer. Een van de aspecten die hem moeite heeft gekost is het loslaten van controle. “Ik ben altijd nogal een controlfreak geweest, maar ik begon steeds meer te beseffen dat hoe meer tijd je spendeert aan iets perfect te krijgen, des te verder je daarvan afdwaalt. Vroeger richtte ik me op het micromanagen van elk klein detail, tegenwoordig houd ik me meer bezig met het geheel. Daarbij heb ik het geluk dat de mensen in mijn band dezelfde muziek waarderen als ik, zoals dezelfde platen van Don Cherry en Pharoah Sanders. Dat maakt het een stuk eenvoudiger wat betreft het geven van aanwijzingen tijdens het spelen. Daardoor voel ik vertrouwen en durf ik meer uit handen te geven. De synthesizer die ik bespeel als we met de band spelen, is de ruggengraat van de muziek. Als ik daar iets mee doe dat opvalt, hoort de hele band dat en reageren ze daarop. Dat hoeven niet per se grote gebaren te zijn, ook kleine veranderingen in filters en texturen pakken ze snel op. Daardoor heb ik snel het gevoel gekregen dat ik de band kan leiden. Dat zit normaal gesproken niet zozeer in mijn karakter, dus dat heb ik mijzelf echt aan moeten leren. Ik ben speciaal naar een concert van Marshall Allen en het Sun Ra Arkestra in Londen geweest om te kijken hoe Marshall dat doet. Hij kan werkelijk genadeloos zijn! Schreeuwen naar mensen, hen afkappen in het midden van een melodie… Zo gemeen hoef ik gelukkig niet te zijn. Ik hoef sowieso vrijwel nooit te zeggen dat mijn bandleden iets niet moeten doen, hoogstens hier en daar wat aanwijzingen geven om een stuk te benadrukken.”

Reich

De muziek op ‘The Animal Spirits’, maar ook op ‘Marhaba’, heeft absoluut psychedelische kwaliteiten. Als ik aan Holden vraag of de streepjes en stipjes op het computerscherm uiteindelijk ook kunnen leiden tot een gelijksoortige ervaring, denkt hij even na. “Uiteindelijk wel, denk ik. Als je bijvoorbeeld kijkt naar de muziek van Steve Reich, dat is erg gestructureerde en van te voren uitgedachte muziek, vergelijkbaar met het elektronisch produceren. Op zijn muziek heb ik wel degelijk psychedelische, of spirituele ervaringen gehad. Ik pas tegenwoordig iets meer op mijn woorden wat dit soort zaken betreft. Vroeger had ik er een handje van om grote uitspraken te doen over zaken, waardoor ik in de elektronische muziekscene ook niet altijd even gewaardeerd werd. (lacht) Ik probeer daar wat volwassener in te zijn, maar dat lukt niet altijd.”
We proberen een intrigerende uitspraak aan Holden te ontlokken door te vragen naar het verschil tussen het cerebrale en het lichamelijke, maar hij komt met een genuanceerd antwoord. “Voor mij zit er een onlosmakelijke verbinding tussen de twee. Ambient wordt bijvoorbeeld vaak aan de geestelijke ervaring gekoppeld, maar ook daar kun je op dansen. Ik zie wat dat betreft niet veel verschil tussen de geest en het lichaam. Ik heb een keer iets opgenomen met danser Lucy Suggate, waarbij we tijdens een repetitie allebei aan het improviseren waren. Ik creëerde wat noisegeluiden, waarop zij begon te dansen, zonder dat er een specifieke melodie of beat aanwezig was. Er bestaat nog te vaak een conservatisme in de dancescene waarbij men denkt dat een beat noodzakelijk is om te kunnen dansen. Maar het is absoluut mogelijk om mensen aan het dansen te krijgen op ambient of langzame muziek, je moet er voor zorgen dat je de juiste flow vindt. Als we allemaal toegeven aan wat er zogenaamd verwacht wordt van muziek, dan verwijder je in feite de reden om er nog naar te luisteren. Als alles volgens voorgeschreven regels op een plateau voor je wordt neergelegd, dan wordt alles verdomde saai.”

Tegengas

Dat doet ons denken aan de rol van de luisteraar. Een proactieve luisteraar die moeite doet om te achterhalen wat hij of zij precies hoort, zich durft te laten verrassen en de tijd neemt om iets te waarderen, zal veel meer uit muziek halen dan de gedachteloze consument. Hetzelfde geldt voor het waarderen van andere kunstvormen. De tijd speelt hierbij een interessante rol: hoe ouder we worden, hoe meer levenservaring we (over het algemeen) hebben. Dat beïnvloedt vervolgens weer hoe we kunst ervaren.
Holden veert hoorbaar aan de telefoon op als we het hierover hebben. “Precies! Zo luisterde ik gisteren naar cd twee van ‘Bitches Brew’ (dubbelalbum van Miles Davis, nt) en eigenlijk voor het eerst in mijn leven kon ik ‘m helemaal waarderen. Door de jaren heen vond ik het al een intrigerende plaat, maar nooit vielen alle puzzelstukjes helemaal op hun plaats. Tot gisteren dus. Sommige zaken onthullen zich pas aan je als je hersenen er klaar voor zijn. Dat is een geweldig gegeven in het leven, dat de veranderingen die je doormaakt van invloed zijn op je waardering van zaken. Dat doet me denken aan een boek van Julio Cortázar, ‘Hopscotch’, waarin hij het idee onderzoekt of we allemaal één persoon zijn in het leven, of verschillende. Ik denk dat het een voorwaarde voor een goed leven is om te proberen zoveel mogelijk variaties van de persoon te zijn die je bent.”
De evolutie van je persona gekoppeld aan de evolutie van je kunstervaring, waarbij de ervaring van een kunstwerk net zoveel over het werk zegt als over de persoon die je bent. Holden herkent dat in reacties op zijn eigen muziek. “Dat viel me altijd op na dj-optredens, dat iemand je na afloop benadert en zegt het geweldig te hebben gevonden, waarna een ander persoon naar je toekomt en zegt dat het shit was. Ik heb me altijd afgevraagd waar dat nou aan ligt, maar waarschijnlijk heeft het alles te maken met de gemoedstoestand van die persoon. Hetzelfde zie je bij recensies van albums, die zeggen vaak meer over de recensent dan over de muziek.”
Tot slot komen we nog even terug op twee zaken die tot voor kort altijd genoemd werden als het over James Holden ging: zijn remixen en zijn label Border Community. Met beide heeft Holden eigenlijk weinig affiniteit meer. “Ik ben waarschijnlijk helemaal klaar met remixen. Lange tijd was het een interessant fenomeen voor me, waarbij vooral het werken met tegenstellingen tussen muziekstijlen mij intrigeerde. Maar het komt toch voornamelijk neer op werken op een computer en daar ben ik een beetje klaar mee. Daarbij, wat is tegenwoordig nog de toegevoegde waarde van een remix? Er is vandaag de dag zoveel muziek, het lijkt mij een beetje overbodig om daar nog een lading remixen van bestaande nummers overheen te gooien. Vaak worden ook voornamelijk hits geremixt, wat de makkelijkste en goedkoopste weg is. Remixen zijn voor mij voornamelijk gekoppeld aan een bepaald era van de muziekindustrie, waarbij het kapitalisme duidelijk zijn stempel drukte: een impuls creëren voor mensen om nog meer te kopen.
Wat betreft Border Community, dat ben ik ooit begonnen om tegengas te geven aan de slechte labels die er waren. Mijn idee was om een label te hebben dat goed met zijn artiesten omgaat. Maar je kunt nog zo aardig tegen artiesten zijn, als er een paar gekken tussen zitten dan schiet dat niet echt op! Daarnaast ben ik niet veel meer bezig met elektronische muziek. Dat was een andere reden om platen uit te brengen, om deze onder de aandacht te brengen. Nu ik zelf ook niet meer dj, heeft dat ook steeds minder zin. Maar ik blijf nog wel af en toe door de stapel demo’s gaan die we binnenkrijgen. Het moment dat ik in het verleden de demo van Luke Abott tegenkwam staat me nog altijd bij. Dat heeft mijn leven veranderd, wellicht net zoveel als alle andere belangrijke dingen in mijn leven.” Dan blijven we hopen dat Holden op een moment weer een pareltje ontdekt. In de tussentijd genieten we van zijn ‘Spirit Animals’.

Comments


Dit artikel verscheen eerder in GC #144.

Koop deze editie in onze webshop!

Live

Verder ook nog op:

07/04

Discografie

James Holden & The Animal Spirits - The Spirit Animals (Border Community, 2017)
James Holden - The Inheritors (Border Community, 2013)
James Holden - The Idiots Are Winning (Border Community, 2006)

Reacties


Geen facebook? Reageer hier

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.



%d bloggers liken dit: