Blog Magazine

Dijf Sanders


Dijf Sanders neemt op More Music! in Brugge de Discovery Circuit-avond voor zijn rekening. Zijn laatste album ‘Java’ is een psychedelische zoektocht via veldopnames en composities van dit Indonesische eiland, bijgestaan door leden van Black Flower.

We ontmoeten Dijf Sanders in zijn studio, gelegen in een grote villa in Sint-Amandsberg, aan de rand van Gent. In het gebouw zat vroeger een houtzagerij, maar nu zijn de vele kamers gevuld met allerlei studio’s voor muziek en film. Elektrische orgels, versterkers en ander muzikaal grut staan her en der verspreid in de gangen en op de trappen. Sanders’ muziekstudio is sober en praktisch ingericht met een groot bureau voor twee computerschermen. De bank waarop hij zit geeft een mooi contrast: knalgeel, met een pastelroze kussentje.
We hebben een twaalf jaar oude editie van Gonzo (circus) opgeduikeld, nummer 73 uit 2006 om precies te zijn, met daarin onze eerste ontmoeting waarbij we spraken over zijn besluiteloosheid en detailzucht. Hij bladert door het nummer, leest een stukje van het betreffende interview en zegt terloops “Ik woonde nog in Antwerpen… Ik herken die gordijnen” en “Ik kan me niet herinneren dit interview ooit eerder gelezen te hebben.”

Verwachtingen

Wat is er in die afgelopen twaalf jaar gebeurd op persoonlijk en artistiek vlak?
“Ik ben verhuisd van Antwerpen naar Gent en ik heb een dochter gekregen. Verder ben ik nog altijd dezelfde persoon, behalve dat ik nu iets beter mijn brood kan verdienen met muziek. Op professioneel vlak is het allemaal verbeterd. Ik weet wat ik aan het doen ben, want ik heb nu meer materiaalkennis om gevoelsmatig muziek te kunnen maken. Als je die niet beheerst maak je vreemde muziek die niet tijdloos is, heb ik gemerkt. Oefening baart kunst, en ik heb in de afgelopen twaalf jaar goed kunnen oefenen bij diverse projecten, zoals The Violent Husbands en Teddiedrum.”
Hoe gaat het ondertussen met het maken van artistieke keuzes?
“Daar is geen verbetering in gekomen. Het hangt ervan af naar welke muziek ik luister. Als ik bijvoorbeeld een plaat van Kurt Vile opzet, dan krijg ik zin om een gitaarplaat te maken en idem wanneer ik luister naar een elektronische plaat uit de jaren 1960, dan wil ik weer die kant op. Ik zit nog altijd met deze besluiteloosheid en wil te veel tegelijk doen. Daarbij werk ik vrij traag. Mocht ik nu vier keer zo snel zijn, dan was het een ander verhaal.”
Je album ‘Moonlit Planetarium’ uit 2015 klonk als een mooie voorbode op je nieuwe liveproject Aural Archipelago.
“Het klinkt vrij exotisch. Ik denk dat daarom iedereen er zijn of haar eigen ding in hoort en op projecteert. Over de Indonesië-plaat kan ik verklappen dat er zelfs een nummer op staat dat ik voor mijn reis al had gemaakt. Voordat ik naar Java ging was dat nummer helemaal niet Indonesisch, maar toen ik terugkwam klonk het opeens wél zo, vrijwel zonder er iets aan toe te voegen.”
Was ‘Moonlit Planetarium’ de opstap die het Indonesië-project mogelijk maakte?
“Mijn carrière en eigen geluid is pas echt gestart bij ‘Moonlit Planetarium’. Daarvoor was het vooral een stijloefening en veel zoeken. Vanaf dat album heb ik de juiste exotische klankkleur gevonden en als gevolg daarvan ben ik gevraagd door Europalia (tweejaarlijks internationaal kunstenfestival in België dat telkens een land als focus heeft, in 2018 is dit Indonesië, sb) om ‘Java’ te maken. De festivalorganisatie heeft aan het Brugse kunstencentrum KAAP gevraagd wie ze konden aanbevelen, en zo ben ik benaderd. Zonder ‘Moonlit Planetarium’ zou ik Java ook nooit gemaakt hebben.”

Trip

Aural Archipelago is oorspronkelijk een project van de Amerikaanse muzieketnoloog Palmer Keen die woont en werkt in Bandung, Java. Keen reist heel Indonesië rond om volksmuziek op te nemen, te archiveren en te ontsluiten op zijn gelijknamige website. Voor dit project ging je twee weken naar Java met een stevige field recorder. Wat was je verwachting qua traditionele klanken en opnamewerk, want het was een korte trip.
“Ik heb een jaar voorbereidingstijd gehad en begon te zoeken naar klanken en informatie rond Indonesië. Ik kwam uit bij de Facebookgroep Mesmerising Sounds & Instruments. De beheerder van die groep raadde me aan contact op te nemen met Palmer Keen en zo ben ik met hem gaan chatten, ik kwam er al snel achter dat hij de curator van Europalia, Christoph Hammes, kende. Ik heb Keen mijn plannen voorgelegd en hij heeft vervolgens een route uitgeschreven door Java, en zei dat ik hem maar gewoon moest volgen met mijn recorder. Ik heb me echt laten meevoeren op zijn trip. We zijn vooral op het platteland van Java geweest, waar ik pure en authentieke muziek heb gehoord. Het was een drukke periode met vroeg wakker worden en vele uren onderweg zijn op een brommer. De bergen en jungles van Sumatra stonden ook op mijn lijstje, maar daar is het moeilijker reizen. Van tevoren had ik de avontuurlijke gedachte om als een moderne Alan Lomax off the beaten path te gaan door de jungle en de bergen en een authentieke stam tegen te komen, maar die manier is tegenwoordig echt wel verleden tijd, tenzij je naar Papoea-Nieuw-Guinea of de Salomonseilanden gaat misschien.”
Heb je hem alles laten samenstellen of heb je ook jouw voorkeuren voor bepaalde instrumenten en klanken aangegeven?
“Op Palmers website staan allerlei geluidsfragmenten waaruit ik heb kunnen kiezen welke instrumenten en klankkleuren me het meest aanspraken. Ik koos vooral voor solo-instrumenten, zachtere klankkleuren en natuurgeluiden.”

Zither

Hoe heb je eigen muzikale composities, de field recordings en je project ‘Aural Archipelago’ laten samensmelten op ‘Java’?
“De opnames van de acht verschillende locaties waren voornamelijk van bamboe en zitherinstrumenten van dezelfde pentatonische toonaard, dus alles paste bij elkaar. Eigenlijk is pentatonische muziek erg simpel, je kunt vrijwel niets verkeerd doen. Door de samples licht aan te passen, bij te stemmen en in de juiste tijd te zetten kon ik ze makkelijk met elkaar combineren. Ik distilleerde kleine loops uit de veldopnames om mee te beginnen. Voor de westerse klanken heb ik al mijn synthesizers doorlopen, en mijn oude filicorda-orgel vult voor tachtig procent de plaat. Ik liet mijn herbewerkingen horen aan mijn vriend en muzikant Nathan Daems, die daarop zijn improvisatie deed en zo werd beetje bij beetje het klankentapijt van ‘Java’ gecreëerd. De melodieën die ik erover speel zijn weer heel anders, wat zorgt voor een aparte samensmelting tussen westerse, Indonesische en zelfs Arabische muziek. Het was nooit mijn bedoeling om er een echte Indonesische of wereldmuziekplaat van te maken door authentieke volksmuziek te combineren met een dwaze tribal beat, dat zou gewoon zinloos zijn.”
Vind je de plaat zelf geslaagd?
“Ik vind van wel, maar mocht ik dubbel zoveel tijd hebben gehad om deze af te werken, dan had ik er meer mee kunnen doen. Ik was eind april en mei op Java en de plaat moest tegen eind augustus af zijn. Een maand daartussen was ik zelfs niet beschikbaar, dus voor mijn doen had ik maar kort de tijd. Ik heb hier en daar snelle beslissingen moeten nemen zonder de luxe om de composities te laten rijpen.”
In jouw geval is dat wellicht maar beter ook.
“Dat is waar, maar bijvoorbeeld ‘Moonlit Planetarium’ gaat voor mij veel dieper dan ‘Java’ omdat ik meer tijd had. Ik kan elke dag een compositie maken die een bepaalde stemming heeft, maar het moet mezelf wel kunnen verwonderen en me direct meevoeren naar een andere wereld. Dat is de voornaamste reden waarom het zo lang duurt om iets af te werken. Mijn geluid is nogal dwingend en wellicht niet zo geschikt om te beluisteren in de context van een publiek. ‘Java’ voelde daardoor aan als een prematuur werk, alsof het nog niet af was, maar het is toch goedgekomen.”

Heksensabbat

De reacties op je Europalia Indonesia-tour van afgelopen november en december waren lovend. Hoe is het voor jou gegaan?
“Het was mooi om te doen. Eerlijk gezegd speel ik niet graag live. Zodra ik iets heb afgemaakt wil ik aan iets nieuws beginnen. Het voelt nogal dubbel: enerzijds goed om de verwondering te zien bij het publiek, maar anderzijds blijf ik het soms vreemd vinden.
Wat verwacht je van de komende More Music!?
“Ik kijk vooral uit naar het optreden van Alex Cameron. Mijn eigen optreden wordt een combinatie van een aantal stukken van ‘Java’, een beetje van ‘Moonlit Planetarium’, wat onuitgebrachte stukken en improvisaties, en wie weet ook een parlando hier en daar om wat warmte in de zaal te brengen.”
Dat is voor april, je zit ondertussen waarschijnlijk niet stil …
“Momenteel werk ik aan een project met een jazz-sextet waarmee we muziek van de wijlen componist Raymond Scott naspelen, zowel zijn elektronische als akoestische composities. Dat zal ook in april op diverse podia staan. Samen met Mauro Pawlowski begin ik in februari aan een nieuw project rond Boudewijn de Groots album ‘Nacht En Ontij’, over de heksensabbat. En wie weet ga ik voor mijn volgende plaat opnieuw op reis om veldopnames te maken.”

Comments


Dit artikel verscheen eerder in GC #144.

Koop deze editie in onze webshop!

Live

06/04
04/05

Discografie

Dijf Sanders - Java (W.E.R.F Records, 2017)
The Violent Husbands - Hot Wood (Smoking Crab Records, 2016)
Dijf Sanders - Moonlit Planetarium (eigen beheer 2015)
Teddiedrum - European Weekend (Smoking Crab Records, 2012)
Dijf Sanders - Homesick (Noisesome Recordings, 2008)
The Violent Husbands - s/t (Petrol, 2007)

Lees meer

Lees meer over Black Flower in GC # 136

Reacties


Geen facebook? Reageer hier

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.



%d bloggers liken dit: