Geluid

Tonus

Intermediate Obscurities I+IV


Artiest:Tonus
Titel:Intermediate Obscurities I+IV
Label:A New Wave of Jazz
Distributeur:

Artiest:Tonus

Artiest:Tonus

dirkserries.com

Wanneer we op zoek gaan naar wat de vroegste noise (en latere ambient) van vidnaObmana verbindt met de gitaarexperimenten van Fear Falls Burning of Microphonics, en de huidige passie voor improvisatie (Yodok III), komen we uit bij de atmosferische invalshoek en de onstuitbare drang naar volmaakt minimalisme.

Met zijn jongste incarnatie, Tonus, lijkt Dirk Serries deze passie tot het uiterste te drijven. Wie zich aan luide kakofonische toestanden verwacht, wanneer men een improviserend freejazz sextet probeert voor te stellen, komt op de dubbele live cd ‘Intermediate Obscurities I+IV’ zwaar bedrogen uit.

Eerder het omgekeerde is waar: elk instrument waaiert zacht uit in drones en galm, en de sfeer is dermate sereen dat je de indruk krijgt dat de zes muzikanten bijna angst hebben om eender welk geluid te produceren. Saxofoon, bas, akoestische gitaar, of klarinet, het speelt geen rol: elk klankje draagt subtiel bij tot een kortstondig dronescape, en dat geen van de deelnemers bang is van stiltemomenten, had intussen je zelf al geraden.

Zeer geschikt in een rituele context (denk: tempelmuziek), en wat ons betreft ook aangenaam tijdens het lezen. Op ‘Texture Point’ wordt het deelnemersveld gehalveerd, en de stilte verdubbeld. Het is vooral de dreigende pianoaanslag van Martina Verhoeven die ons bij de les houdt, terwijl Serries (gitaren) en de viola van Benedict Taylor (London Improvisers Orchestra) eerder zacht schrapen dan slaan.

In tegenstelling tot het sextet, levert dit trio moeilijke muziek voor moeilijke mensen af, die weinig andere nevenactiviteit verdraagt. Luisteren in opperste concentratie, tot een pianoklank je een meter hoog doet opveren, is hier de boodschap.

Tot slot blijft voor ‘Cagean Morphology’ enkel het koppel Serries-Verhoeven over op respectievelijk akoestische gitaar en piano. We zouden kunnen schrijven dat het tweetal de instrumenten gebruikt om met elkaar in dialoog te gaan, maar dan moeten we vaststellen dat ze elkaar vierendertig minuten lang bitter weinig te vertellen hebben. En wat er te horen valt, is bijzonder kort en soms van een zachtheid die met de gehoorgrens flirt.

Eerder lijkt dit op een psychologisch spel met de luisteraar: komt er nog klank of niet? Hoewel er vanuit andere bronnen vertrokken wordt, denken we onder andere aan het werk van Bernhard Günter. Natuurlijk zijn we evenmin blind voor de verwijzing naar John Cage, maar als we het principe van 4’33” toepassen, wordt de compositie van Verhoeven en Serries tijdens onze sessies vervolledigd met de bosmaaier en de elektrische hegschaar van de buren.

Industrieel geschoold of niet: we kiezen dus voor gesloten ogen en een koptelefoon. Eerlijk gezegd hadden we nog op een vierde cd gerekend, waarop Serries in zijn eentje stilte produceert om het concept te vervolmaken (bijvoorbeeld door het onaangeroerd laten van een piano), maar naar het schijnt is dit al eerder voorgedaan in een live setting (de naam van de componist ontsnapt ons even). Deze cd’s zijn gelimiteerd op driehonderd exemplaren, en huizen in een passend sober hoesontwerp van Rutger Zuydervelt.

Reacties