Voor nummer #115 van Gonzo (circus) zijn we op zoek gegaan naar de beste zomer- en najaarsfestivals in de Benelux en daarbuiten. We selecteerden er 40, van kleinschalig en diy tot de betere mediafestivals. Met trots stellen we je ook ‘Klankstappen’ voor: Danae Bos schreef een essay over ‘geluidswandelen’ en abonnees van Gonzo (circus) kunnen de bijhorende 8 geluidswandelingen gratis downloaden. Zo kun je verscheidene steden in Vlaanderen en Nederland verkennen met ‘Klankstappen’.
Verder kun je lezen over de begintijd van ‘samplen’. De manier van ontdekking van het concept ‘samplen’ is bijna net zo verloren geraakt als de bron van een sample zelf. Maar niet voor lang! Pierre Schaeffer was één van de pioniers in samplemuziek en heeft zijn hele leven gewijd aan het ontwikkelen van een nieuwe soort muziek, musique concrète. Zijn invloed en werkwijze zijn vaak terug te horen in de muziek die in Gonzo (circus) aan bod komt, om nog maar te zwijgen over de alweer bijna 200 muziekrecensies die je in deze editie vindt. Harold Schellinx schreef een essay over de nog immer raadselachtige Schaeffer.
Naast muziek is er natuurlijk ook ‘ruimte’ voor film, deze keer met Makino Takashi, die met zijn spectaculaire films en 3d-installaties (zie Mind The Gap Nights en Sonic Acts) op experimentele manier zijn bestaan weet vast te leggen op film. Interviews zijn er ook met tapeloop-grootheid William Basinski, componiste Ashley Paul en terug-van-weggeweest Mount Kimbie, die allemaal een nieuwe plaat hebben uitgebracht.

Verder een essay over de binnenkort zestigjarige jazzmuzikant John Zorn: platenkakker, goeroe of genie? We spraken met The Men en ontdekten hoe Poppy Ackroyd (binnenkort op Le Guess Who? en Silence is Sexy) de wereld ontsnapt door middel van muziek. De bijgeleverde compilatie-cd, Mind The Gap #102, bevat onder andere Jerusalem in my Heart, Tim Hecker & Daniel Lopatin, The Void* en de hier nog onterecht onbekende Portugese gitarist Manuel Mota. We blikken ook vooruit naar Echokamer: een nieuw live-project i.s.m. Mediamatic in een galmende fabrieksruimte waar je binnenkort exclusieve optredens van Machinist (23/05) en Void* (20/06) kunt beleven. En met signalementen van de Vlaamse muzikanten/bands Hessian, Imaginary Family en Pomrad, alsook labelreports over Enfant Terrible/Gooiland Elektro, Mordant Music en Opal Tapes is dit nummer van Gonzo (circus) weer helemaal compleet.

GC #127 Blog Geluid Recensies

Levy Seynaeve (Amenra, Hessian, Black Haven), Gilles Demolder (Oathbreaker, Amenra, Hessian) en Wim Coppers (The Rott Childs) -we zijn trouwens verre van volledig wat hun bezigheden betreft- hadden zin om nog eens lekker de kant van black metal op te gaan. Met de bagage die het trio in hun andere bands hebben opgedaan, verwachten we van hun project Wiegedood uiteraard een en ander. En we worden zeker niet ontgoocheld. Opener ‘Swanesang’ laat meteen horen dat Wiegedood geen sludge, doom, postmetal of hardcore speelt, zoals ze in andere projecten wel plegen te doen. Verschroeiende en snel gespeelde black metal met een machtige oerschreeuw, meedogenloos drumwerk en dito riffs is wat onze oren meteen uitblaast. De drukte van de kinderen konden we even niet meer aan, Wiegedood zorgt met hun ultieme geweld voor interne rust, en bovendien worden de kinderen er ook rustig van. Het is misschien niet de bedoeling van Wiegedood om de bewoners van dit huis kalm te krijgen, maar dat is wel het resultaat. Een atmosferisch stukje halfweg het nummer zorgt voor enige afwisseling, waarna ze alle drie opnieuw keihard aan het beuken slaan. Plaats voor veel finesse is er eigenlijk niet. Wiegedood zet ‘Kwaad Bloed’, ‘De Doden Hebben Het Goed’ en ‘Onder.Gaan’ zullen we deze muziek. We doen het met plezier en zouden, ook zonder de verwijzingen naar andere belangrijke bands waar de heren in spelen, niet minder onder de indruk zijn. De verwachtingen mogen hoog gespannen zijn bij het lezen van de namen van de muzikanten, ze worden zonder moeite ingelost. Elk nummer kent zo zijn atmosferisch stukje, waarin ze ook zelf naar adem kunnen happen alvorens ze er opnieuw volop de vaart in zetten. Het stukje spoken word waar de plaat mee eindigt, klinkt al net zo agressief bedreigend als de bijna veertig minuten die eraan vooraf gingen. Zeer geslaagd debuut.

GC #116 Abonnees Geluid Recensies

In Gonzo (circus) #115 hadden we het al even over Hessian. Inmiddels is het debuut van de heren op de markt, op Southern Lord zoals we eerder meldden. Een hele eer voor het kwartet. En waarom ook niet, als we dit ‘Manégarmr’ horen. De link met Amenra mag dan al aanwezig zijn, Hessian heeft zelfs een split-ep met de vaandeldragers van de Church Of Ra, Hessian heeft een eigen gezicht en laat dat niet alleen op een podium horen maar nu ook op plaat. Ze verscheen officieel een dag eerder, maar dat hield de band niet tegen om er vol tegenaan te gaan. De nummers van de plaat hadden ze al lang onder de knie, dus dat vormde geen belemmering, ook niet voor de opnames. De drumpartijen van Tim (Black Heart Rebellion) zijn strak en vormen samen met de bas (Kenneth) voor een strakke bodem voor frontman Bram, die als een beest te keer gaat, en de gitaarpartijen van Levy. Posthardcore en sludge gaan hand in hand in nummers die uitermate fysiek klinken. Tomas Skogsberg (Entombed, Dismember) mixte de plaat in Zweden. Hij voegde er wat black metal aan toe, wat Hessian gewelddadig en hels laat klinken. Een uitermate donkere sfeer houdt het album in zijn greep, waarbij het einde van de wereld en alles wat goed of kwaad is, een einde kent. Hoop is nergens te bespeuren en die vinden we in de tien songs evenmin terug. Soms voert een grimmige blackmetalsfeer de boventoon, maar net zo goed zitten er loodzware maar stugge sludge-stukken in de songs. Het tempo ligt meestal hoog, de moshpit wenkt en is toch niet gewelddadig genoeg om deze songs hun volle kracht te verlenen. Energie hebben de manen in overvloed, en die geven ze graag aan ons door middels dit uitermate sterke debuut.

GC #112 Abonnees Geluid Recensies

Een metope is een gebakken plaat die als versiering dient van een Griekse tempel. Ook is het een riviernimf uit de Griekse mythologie. Dan is Metope ook nog eens de artiestennaam van Michael Schwanen, een Berlijnse techno dj. Schwanen is al meer dan twintig jaar actief in de technoscene en richtte in 2001 samen met twee vrienden technolabel Areal Records op. In 2005 kwam hij met zijn eerste plaat, ‘Kobol’. Een drukke man, die Schwanen. Toch had hij tijd om zijn nieuwe album ‘Black Beauty’ in elkaar te zetten en uit te brengen onder zijn eigen label. Op deze plaat werkt Schwanen niet alleen. Hij hulp van onder andere de Canadese elektronica producer Sid Le Rock, house dj Stiggsen en electro-gitarist K Chico. Onder andere zijn gitaargeluid zorgt er voor dat nummers als ‘So Cutoff’ en vooral opener ‘The Hessian’ dezelfde sfeer hebben als het werk van Depeche Mode, waarvoor Schwanen ook enkele nummers heeft geremixt. Stiggsen voegt op haar beurt op ‘Blood River’ wat extra mystiek toe aan ‘Black Beauty’: veel echo, spacy bliepjes en lome beats. Schwanen laat onder andere met ‘Bar Walks Into a Guy’ horen dat hij niet altijd hulp nodig heeft van andere artiesten. Het nummer lijkt simpele beuktechno, maar Schwanen weet hoe hij een track interessant kan maken: met wat rustpunten en een dreigend orgeltje tovert hij het om naar een waardige soundtrack voor elke onheilspellende Berlijnse undergroundclub. Enfin. Vergeet de Grieken. Metope is bovenal Michael Schwanen, de masculiene technonimf uit Berlijn.