Agenda

AKIRA SAKATA, GIOVANNI DI DOMENICO, LAURENS SMET, LOUIS EVRARD + TASHI DORJI
Op vraag van OORSTOF gaat de Japanse saxofonist Akira Sakata een unieke samenwerking aan met de in België residerende Italiaanse pianist Giovanni Di Domenico en de Antwerpse jonge muzikanten Laurens Smet (bas) en Louis Evrard (drum). Een wereldpremière dus die niet onopgemerkt zal voorbijgaan. Daarbij voegen het Europees debuut van de buitengewone gitarist Tashi Dorji die ons muzikaal doet denken wijlen Derek Bailey en John Fahey.

GC #121 Abonnees Geluid Recensies

De frontheren van twee Nederlandse bands I am Oak en The Black Atlantic, Thijs Kuijken en Geert van der Velde, zijn samen de studio ingedoken voor deze spitep. Beide groepen opereren in het gebied van singer-songwriter, op het randje van folk en pop – een stormachtig uitdijend terrein. Ze overlappen elkaar in akoestische nummers, begeleid op gitaar en ingehouden drumwerk. Blijkbaar liepen Kuijken en Van der Velde al langer met het idee rond om hun krachten eens aan elkaar te meten. Het label waarop de plaat verschenen is, weet te melden dat ‘Black Oak’ in een vloek en een zucht gemaakt is – twee ontmoetingen en hup, de studio in. Kwestie van een paar uur werk, zo laten beide heren weten. Helaas is dat ook af te horen aan de muziek. Terwijl bij I am Oak gitaren plotseling vlammend op kunnen spuiten, en de groep graag elektronica inzet om bijzondere klanken aan het palet toe te voegen, is daar weinig van overgebleven in deze samenwerking. Het lijkt erop dat Kuijken zich gevoegd heeft naar de minder avontuurlijke muzikale wereld van The Black Atlantic, al is het natuurlijk ook mogelijk dat geen van beiden al te veel energie heeft willen spenderen aan dit gezamenlijke product. In de opening van ‘Thaw’ laten ze horen dat ‘Shelter From The Ash’ van Six Organs of Admittance in hun collectieve geheugen rondwaart. Ze hebben een veilig midden gevonden waar opmerkelijk weinig te beleven valt. “Een eik van een plaat”, wil het persbericht van het label ons ook nog doen geloven in een fatale aanval van taalhumor. Maar zo hoog hebben de aspiraties van de heren absoluut niet gereikt. ‘Black Oak’ blijft op de vlakte. Het mooiste aan deze uitgave is de hoes.

GC #120 Abonnees Geluid Recensies

Ironie is naar mijn idee het mooiste stijlfiguur. Enig probleem is dat je soms de plank precies misslaat… Heeft de hoes van dit album als doel je in verwarring te brengen? Of moet het duidelijk maken dat niets is wat het lijkt? Het is moeilijk een keuze te maken als je niet op dezelfde ironische golflengte zit. Het persbericht vat het album samen als Xerox Euphoria, maar of ze de RDS programmeertaal bedoelen of het album van Enrique Iglesias wordt niet duidelijk. De nummers zijn tussen 2007 en 2010 opgenomen, maar het album wordt pas in 2013 uitgebracht; duurde het masteren dan 3 jaar? Als inspiratie dienden herinneringen aan paarden in de jaren 1960, maar het nummer heet Memories Of White Horses In The 70s. Een ander nummer heet 7/8 Just Wild, maar wordt in 6/8 gespeeld. Je probeert eens wat nieuws, denk je… Subtiele ambient klanktapijten, scheurende gitaarpartijen, licht gitaargepluk, minimale spanningsbogen en veel uit de laptop gegenereerde klanken. In Girls Against Sci-fi genieten we van spannende industriële klankkleuren, maar het nummer eindigt in een wel erg geënsceneerde field recording van rammelende sleutels, een blaffende hond, een hoestende man, en een deur die wordt geopend. In David Hamilton’s Sisters horen we zwevende gitaarpartijen zoals de desert rock van Yawning Man. Het nummer Drowning In A Sea Of Nu probeert ons te verleiden met een psychedelisch mengsel zoals we van Six Organs Of Admittance gewend zijn. Met of zonder ironie: helaas geen diepgravend muzikaal avontuur.

GC #116 Abonnees Geluid Recensies

Hidden Masters is een collectief uit Glasgow dat een heel eigenzinnige versie van psychedelische popmuziek brengt. Recent werden ze uitgenodigd om mee te werken aan de plaat ‘Marble Downs’ van Trembling Bells. Dat is de band rond drummer Alex Nielson, die we kennen van zijn indrukwekkende bijdrage aan Six Organs Of Admittance en Richard Youngs. Op die plaat is tevens Bonnie “Prince” Billy te gast, waarop zelfs één klassieker van Palace wordt gespeeld (‘Riding’). Een mooi opstapje ter promotie van het eigen debuut, dat is duidelijk. De drie van Hidden Masters zijn meesters in harmonieuze samenzang, die de band wel heel erg richting de jaren 1960 duwt. Voeg daar psychedelisch aandoende gitaarsolo’s aan toe, een orgeltje dat weggelopen lijkt bij Iron Butterfly, een rist effecten die vooral in acid folk worden gebruikt en de keuze om zich niet tot één stijl te beperken, en het debuut van Hidden Masters wordt een behoorlijk eclectische plaat. Pop, gospel, rock-‘n-roll, folk, prog, psychedelica, acid folk en soms zelfs wat garage vechten om voorrang bij een geluid dat de vloeistofdia’s aan onze netvliezen plakt. Meerdere keren denken we aan The Move en The Hollies, bands uit lang vervlogen tijden die hier met heel veel begeestering opnieuw tot leven worden gebracht. ‘There Are More Things’ is halfweg de plaat een tijdloos nummer dat als perfect voorbeeld kan dienen van tot wat deze Hidden Masters in staat zijn. De afwisseling en het doorgedreven enthousiasme druipen van de plaat, en in een song als ‘Like Candy’ kijken ze net zo goed naar de betere pop uit de jaren 1980.