Blog Magazine

Herlezen: Tom Nys over de G58 en Fluxus in België


Dit artikel verscheen in Gonzo (circus) #86, mei-juni 2008.

Precies een halve eeuw geleden vond in België de Wereld Expo plaats, en dat zal men in het land weten ook: zowel in de populaire media als in academische kringen wordt deze gebeurtenis herdacht, ontleed en geduid.

Expo 58 was dan ook een universele tentoonstelling die om verschillende redenen heel wat belang had. In de eerste plaats was het de eerste erkende Wereld Expo na de Tweede Wereldoorlog, die werd voorafgegaan door een periode van vooral Europese wederopbouw. Ze werd bovendien georganiseerd in een socio-economische en politieke overgangsperiode: de Koude Oorlog waarde over het politieke toneel, een aantal landen gooide het koloniale juk van zich af, de massaconsumptie vond ingang in het merendeel van de westerse woonkamers, in de nieuwe atoom- en ruimtevaarttechnologien werden doorbraken geforceerd en internationale verbanden als de VN, NAVO en EEG werden gevormd.

Le Corbusier

Binnen dat ruimere kader, meer specifiek: in het kleine paviljoen dat de firma Philips op het Brusselse expoterrein vlak naast dat van Nederland liet optrekken, vond iets bijzonders plaats. In de schaduw van de grandioze paviljoenen van landen als Frankrijk, de Verenigde Staten en de Sovjet-Unie, was het bescheiden Philips-paviljoen toch een van de meest bezochte. Dat kwam niet in de laatste plaats door de zeer moderne bouwstijl.
Het technologiebedrijf uit Eindhoven wilde zichzelf op deze wijze promoten en had daarom met Le Corbusier een architect aangetrokken die op dat ogenblik reeds naam en faam had verworven als voortrekker van het modernistische idioom. Philips wilde niet zomaar een uitstalraam voor haar nieuwste producten, maar dacht aan een versmelting van architectuur, beeld en geluid. De Fransman drukte prompt bij de Nederlanders zijn wil door om zijn landgenoot en avant-gardecomponist Edgar Varèse te betrekken in de onderneming.
Het is algemeen bekend dat het management van Philips dit in eerste instantie helemaal niet zag zitten men dacht eerder aan de meer conventionele Benjamin Britten, maar Le Corbusier kreeg uiteindelijk toch zijn zin. Terwijl in zijn kantoren zijn medewerker Iannis Xenakis het architecturale luik vormgaf, trok Varèse naar de laboratoria in Eindhoven om zijn veelbesproken Poème Électronique op te nemen.
Dat bleek geen sinecure, temeer omdat niet alle ingenieurs wilden meegaan in de radicale, formele uitgangspunten van de componist. Varèse was namelijk van plan om geluiden te gebruiken die niet uit traditionele instrumenten voortkwamen. Dat was een interesse die hij al langer had, maar nu met de opnametechnieken en elektronica van Philips ten volste kon ontplooien. Daarnaast wilde hij een ruimtelijke dimensie toevoegen aan de muziek ook iets dat hij al eerder had willen beproeven.

Gesammtkunstwerk

Xenakis zat wat dit laatste betreft volledig op zijn lijn, en hoewel het ontwerp voor het paviljoen omwille van constructiemoeilijkheden ietwat gecompromitteerd werd, bleef de vorm uiteindelijk zeer goed toegespitst op de ideeën die hij deelde met Varèse. De ruimtelijkheid werd in het geluid geïnduceerd en vice versa door het plaatsen van niet minder dan vierhonderd luidsprekers over heel het binnenzaaltje, waar het bevreemdende spel van gevonden geluiden, vervormde stemopnames, elektronische klanken en onwerkelijk rumoer acht minuten lang haast letterlijk een gestructureerde rondgang maakte.
Daarbij had Le Corbusier de filmmaker en cinematograaf Philippe Agostini gevraagd om beeldmateriaal bij elkaar te sprokkelen dat het muziekstuk visueel moest begeleiden. Het ging om kort gemonteerde, thematische reeksen die verleden, heden en toekomst van het mensdom in zoveel mogelijk facetten illustreerden en waarbij een zekere sfeer werd gesuggereerd door middel van kleurenprojecties.
Het moet een imponerende totaalervaring zijn geweest voor de miljoenen bezoekers. Iedereen nam het Wagneriaanse woord Gesammtkunstwerk in de mond en men durfde zelfs te stellen dat het veel verder en dieper ging dan hetgeen de Duitse componist zich daarbij voorstelde. De vele kermisattracties die deel uitmaakten van de Expo waren, zoals te verwachten viel, bijzonder populair, maar dat dit staaltje avant-gardistisch lef zoveel aandacht en waardering ten deel zou vallen had niemand en zeker de mensen van Philips niet durven dromen.
Uiteraard waren er op muzikaal vlak belangrijke precedenten; deze devalueren werk van Varèse echter niet, ze omkaderen het juist. Mede door de klankpoëzie en het brutisme van de dadaïsten en futuristen onder wie Ball, Russolo, Huelsenbeck, Schwitters, Tzara was het korset van het harmonieuze, door klassieke instrumenten en stem geproduceerde geluid reeds in de eerste twintig jaren van de twintigste eeuw losgetrokken. Dit allesbehalve organische lichaam werd in de volgende decennia verder ontkleed door mensen als George Antheil, Percy Grainger, LaMonte Young, John Cage met zijn vroege werk en de toonkunstenaars geassocieerd met de musique concrète in Frankrijk Pierre Schaeffer en Pierre Henry en de Duitse tegenhangers als Herbert Eimert en Karlheinz Stockhausen.
Verder nam de experimenteerdrift een hoge vlucht in het tijdvak waarin het Philips-paviljoen en de Poème Électronique hun plaats hadden. Het muzikale veld werd opengegooid en gladgestreken: geluiden konden nu ongebonden van overal worden (op)genomen. Bovendien werden de mogelijkheden van nieuwe geluidsapparatuur volop geëxploreerd, zowel wat betreft productie, uitvoering als opname, waarbij de wetenschap haar intrede deed in de muziek.

Doosjes van Pandora

Fast forward naar het heden. Inmiddels kan gerust worden beweerd dat de sporen van wat het Philips-paviljoen artistiek vertegenwoordigde, nog steeds duidelijk te zien zijn in het muzikale veld. Het feitelijke gebouwtje werd na de Expo letterlijk opgeblazen, en daarbij ook zijn symbolische betekenis. De brokstukken reiken echter vijftig jaren verder in de vorm van field recordings, elektronica en elektro-akoestiek, circuit bending, sampling, plunderphonics, geluidskunsten en muzikale abstractie, kapotte muziek en noise, geluidsmanipulatie, enzovoort. Een compendium dus waar een gemiddelde Gonzo (circus)-lezer wel raad mee weet.
Die hele geïntegreerde happening in dat tentachtige bouwsel op de wereldtentoonstelling van 1958 was waarschijnlijk n van de vele, minuscule doosjes van Pandora die in die periode van de muziek- en algemene geschiedenis werden geopend. De inhoud vloeide rijkelijk over in hedendaagse deejaysets met Ableton Live in Dolby Surround, in bezwerende elektronische drones en soundscapes, in heftige breakcore-collages van gejat geluid, in de esoterische traagheid van vervormde natuuropnames, in de joussance die wordt gevonden in het manipuleren van een klassiek instrumentarium, in het centraal plaatsen van toevalligheden en foutjes, in het vrijgeven van het productieproces eerder dan van het auditieve resultaat, in psychedelische improvisatiesessies, . De namen van muzikanten, producers en bands die erbij horen, kan de gemiddelde Gonzo (circus)-lezer er inmiddels makkelijk zelf bij verzinnen.
Net zoals het perceel waarop de architectuur van Xenakis rustte achteraf werd geëffend, zo is ook het terrein van de muziek platgelegd. Er zijn geen bakens of hekken meer, maar wel nog glooiinkjes hier en daar. Artiesten die zich heden ten dage wensen in te perken binnen de bepalingen van een genre, zetten hun creativiteit namelijk buitenspel. Ze bestaan uiteraard, maar de tijd zal leren dat de naam van het genre overleeft en niet die van de artiest. Sla er eender welk muziektijdschrift op na en turf eens de uitdrukkingen als genreoverschrijdend, grensverleggend, bakens verzettend bij besprekingen van relevante releases. Dat zijn natuurlijk journalistieke clichés, want er valt al lang niets meer te overschrijden, te verleggen of te verzetten. Dat maakt ons evenwel geen doemdenkers, want het territorium is weids en open genoeg om blijvend interessante trips te maken.
Daarbij komt tot slot dat we stilaan een eind kunnen maken aan de debatten omtrent bovenstroom en ondergrond. Ook deze domeinen vloeien veelvuldig in elkaar over. Dat belet niet dat er nog gestreden wordt om de noodzaak van een zeker cultureel elitarisme. Feit is echter dat onder meer het wereldwijde web de toegang tot de meest diverse uitingsvormen substantieel heeft vergroot. De rol van nieuwe media en internet is vergelijkbaar met een virtuele Wereld Expo, waar je je kunt amuseren, verdiepen in een aantal aangereikte denkbeelden, consumeren en nieuwsgierig binnenstappen in een vooruitstrevend, multimediaal totaalspektakel. Allicht speelde Richie Valens op de radio, maar velen prijsden zich ginds gelukkig kennis gemaakt te hebben met Edgar Varèse en zijn Poème Électronique.

Artistiek militantisme

Zoals eerder aangehaald, wordt Expo 58 over heel België op verschillende manieren in herinnering gebracht en gevierd. Zo hebben de veertien erfgoedcellen over het hele land een uitgebreid programma uitgewerkt waarin niet alleen achterom wordt gekeken, maar tevens een poging wordt gedaan om na te denken over wat nog komen zal. In Antwerpen gebeurt dit onder de noemer O58, een veelzijdig project van de Erfgoedcel Antwerpen/ MAS, cityLabo/ Antwerpen Averechts, MuHKA_media en het HessenHuis.
Laat nu net deze laatstgenoemde culturele instelling met haar activiteiten zijn begonnen in het jaar 1958, als een toon- en ontmoetingsplek van een groep Antwerpse kunstenaars die zich verenigden onder de naam G58. In die tijd groepeerden heel wat spelers in de Europese kunstwereld zich en ook België had toen in bijna iedere provincie een beweging denk bijvoorbeeld aan de Gentse Vereniging Voor Hedendaagse Kunst, waaruit veel later het SMAK ontsproot, die ook in 1958 ontstond. Dikwijls gebeurde dit slechts tijdelijk, in los verband en zonder (dogmatische) programma(s), maar wel met de nodige strijdvaardigheid.
Dat artistieke militantisme was onder meer gericht tegen de geforceerde, Amerikaanse culturele dominantie, tegen het barbarisme van de oorlog en de dreiging van het globale nucleaire arsenaal, tegen de politieke New World Disorder en tegen de vastgeroeste en beklemmende denkbeelden in de culturele instituten, zoals het strikte onderscheid dat nog steeds werd gemaakt tussen de verschillende media en tussen representatie en abstractie. Dat alles ging gepaard met een radicaal geloof in de toekomst.
Een dergelijke drijfveer was inderdaad ook te vinden bij de leden van G58, onder wie Walter Leblanc en Vic Gentils, en verder onder andere Pol Mara, Paul Van Hoeydonck, Mark Meekers (Marcel Rademakers) en Filip Tas een drijfveer die stellig tot uiting komt in hun werk uit die periode. Het HessenHuis een toentertijd leegstaand, zestiende-eeuws pakhuis op de Antwerpse Falconrui werd daarbij ingenomen als een geanimeerd nest waar debatten, lezingen, tentoonstellingen en jazzoptredens werden georganiseerd. Als hoogtepunt geldt waarschijnlijk de internationale expositie Anti-Peinture in 1962, waarin werken waren opgenomen van leden van heel wat Europese gelijkgezinde bewegingen als Nul uit Nederland of ZERO.
Momenteel wordt het pand nog steeds voor identieke doeleinden gebruikt, zij het wat meer geïnstitutionaliseerd. Dit wil het HessenHuis haast letterlijk in de verf zetten door de tentoonstelling Prospect 58, gecureerd door kunstenaar Pieter Vermeersch (zie GC#60, red.). Vermeersch wil daarmee op een geheel persoonlijke en eigengereide manier onder andere nagaan wat de toenmalige discussies over figuratie versus abstractie nog waard zijn.
Daarnaast wil men middels een reeks gesprekken met als titel Free Radicals naar een film van Len Lye, een van de laureaten van de Expo 58 Internationale Competitie van de Experimentele Film toetsen of de radicaliteit waarvan in 1958 nog enigszins sprake was, ook in ons huidige tijdperk nog een geldige kwaliteit is of kan zijn. Het radicale werk van de deelnemende, hoofdzakelijk Antwerpse, kunstenaars zal worden afgewisseld met historische experimentele films en hedendaagse abstracte muziek.

Radicale muziekmatinee

Gonzo (circus) zal op haar beurt op zondag 18 mei een muzikale matinee organiseren in het HessenHuis, met de expositie Prospect 58 als backdrop. Met het eerder beschreven overvloeien van de radicaliteit die toen (door onder anderen Varse) werd gepresenteerd naar muziekuitingen van het heden en wie weet van een nabije toekomst in gedachten, selecteerden we alvast The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble en Ontayso. Twee projecten van muzikanten die muzikaal meer of minder radicaal zijn, maar die in ieder geval zeker ook in hun gepassioneerde levenshouding n in hun eigenwijze houding naar de muziekindustrie radicaal te noemen zijn. Beide projecten presenteren live ook een visueel luik.
The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble is een project van de Nederlanders Gideon Kiers en Jason Köhnen. Die laatste kennen we vooral als Bong-Ra (zie GC#77, red.), een pseudoniem waaronder hij de internationale muziekwereld bombardeert met genadeloze breakcore. Als The Kilimanjaro Darkjazz Ensemble (luister naar Lobby op MTG#62, red.) maakt hij met Kiers gebruik van identieke productieprocessen hoofdzakelijk sampling en sequencing maar het resultaat is rustiger, meer organisch, filmisch en gericht op sfeer. De nummers kennen een zelden gehoord spanningsverloop. Live worden ze dikwijls met behulp van een band gespeeld en ze lijken dan onderdeel te worden van een waar bezweringsritueel.
Ontayso is dan weer een samenwerking tussen de Belg Koen Lybaert en de Mexicaanse Esther Santoyo. Lybaert is een half-legendarische veteraan uit de Vlaamse muziekunderground (zie GC#47, red.). Tot de belangrijkste pseudoniemen en projecten van deze free radical uit het Antwerpse behoren Starfish Pool, Minion, Holon, Llips en nu, met zijn Mexicaanse wederhelft, Ontayso. Verhuisd uit Borgerhout, wonen zij sinds enkele jaren in de rustige Kempen, waar ze field recordings maken in het landschap aldaar en deze met behulp van elektronica herwerken tot langzaam meanderende, dromerige soundscapes die af en toe worden bewogen door spannende samples en dub.

++++++++++++++++++
Dit artikel is lichtjes aangepast ten opzichte van de originele tekst met het oog op de online leesbaarheid.

Comments


Dit artikel verscheen eerder in GC #86.

Koop deze editie in onze webshop!

Reacties




%d bloggers liken dit: