Blog

EXTRA: interview met Frank Fairfield over denkbeeldige vooruitgang en authenticiteit zonder retro


Gonzo (circus) associeer je niet meteen met hillbilly of Appalachian folk, maar voor de jonge Frank Fairfield maken we graag een uitzondering. Zijn stem doet je sidderen, zijn opvattingen gaan in tegen de gevestigde orde en hij is niet te stoppen als het over zijn uitzonderlijke platencollectie en het ‘menselijke’ lied gaat. Fairfield stond eerder dit jaar op Incubated (Tilburg) en in Netwerk (Aalst). Tijd voor een uitgebreid gesprek.

Sommigen beweren dat Frank Fairfield niet is geboren, maar rechtstreeks uit een Faulkner-roman is geknipt. Een zonderling die uit de bergen van Virginia een verkeerde tijd is binnengewandeld. Hij zingt en speelt antieke hillbilly-folk en blues op even antieke instrumenten, alsof zijn leven ervan afhangt. Niettemin staat deze enigmatische, 23-jarige muzikant en schatgraver dichter bij het hier en nu dan menigeen denkt. “Ik geloof niet in vooruitgang, dat is een illusie.”

Murderballads

Frank Fairfield

“Als je je ogen sluit, zul je zweren naar een 78-toerenplaat te luisteren”, zegt presentator Jan Donkers. Waar hij droog aan toevoegt: “Als je ze open houdt ook trouwens.” Dan wandelt een jongeman met een leep grijnsje het podium op. Je zou hem niet de 23 jaar geven die hij is. Met zijn donkere tweedpak, het overhemd strak boven de adamsappel dichtgeknoopt en de messcherpe scheiding in zijn Brylcreem-haar, oogt hij als een ouderling uit een Baptistenkerk. Gehurkt opent hij de drie instrumentenkoffers die op het podium liggen. Haalt een flesje en een doek tevoorschijn en begint doodkalm de halzen van respectievelijk zijn gitaar, banjo en viool in te wrijven. Het publiek grinnikt; men denkt getuige te worden van een komische act of een merkwaardig toneelstukje. Totdat hij begint te zingen en te spelen, met een overdonderende intensiteit, alsof zijn leven ervan afhangt.
Op het puntje van een stoel, met een kaarsrechte rug en de ogen gesloten, zaagt hij de fiddle door bloedstollende murderballads, onheilspellende blues en eenzame zwerfsongs. Ratelt zijn banjo als een dodelijk wapen; de vleesgeworden reïncarnatie van pioniers als Clarence Ashley en Dock Boggs. Voetstompend en uiteindelijk in het rond dansend als een bezeten predikant in halsbrekende jigs en reels. Bovenal is er zijn buitengewone stem, die betoverende stem, een pezige snaar die zindert van existentiële zieleangst en fatalisme.

Het Amerikaanse repertoire

Unheard Ofs

Het muzikale universum van Frank Fairfield ligt besloten in wat de schrijver Greil Marcus ‘het oude, vreemde Amerika’ heeft genoemd. Vergeten en in onze oren niet zelden surrealistische songs uit een ‘Onzichtbare Republiek.’ Volgens Frank Fairfield is er helemaal niets vreemds aan deze songs, die hij consequent aanduidt als ‘het Amerikaanse repertoire.’ Gewoonlijk spreekt hij in beknopte spreuken, maar zodra het over zijn platenverzameling gaat, barst hij open met encyclopedische details en een onmetelijke kennis die je op geen enkele Wikipedia-pagina zult vinden. Onwillekeurig gaat je hart sneller kloppen, zo gepassioneerd vertelt hij over zijn obsessies. Frank Fairfield is een fanatieke platenverzamelaar, iemand die ruilbeurzen, kringloop- en rommelwinkels in het hele land afstruint, gewapend met een op batterijen werkende grammafoon, op zoek naar, zoals hij het zelf uitdrukt, ‘de dingen die niemand kent.’ Als opgraver van de minder gewaardeerde 78-toerenplaten die er nog op de wereld resten, vergaart hij de muziek, de performers, de songs, de verhalen en de levens die alleen nog bestaan op deze zeldzame platen.
Onlangs heeft hij een aantal van zijn meest geliefde plaatkantjes samengebracht op een album getiteld ‘Unheard Ofs & Forgotten Abouts’, met opnamen die tussen 1916 en 1964 stammen. Er is muziek uit Schotland, Japan, Kenia, Venezuela en Indonesië. Er zijn reizende minstreels uit Soedan en hel-en-verdoemenispredikanten, er is de country-pionier Charlie Bowman, de zigeunerjazz van de Hongaar Sandor Nemeth en de Chinese componist Liu Tianhua. Het is een opmerkelijke compilatie, vol geluiden, ideeën en stijlen die meedogenloos uit de hedendaagse populaire muziek zijn geperst. Wereldmuziek, zou het nu heten, ware het niet dat de meeste van deze exotische platen indertijd in Amerika, met name New York, zijn opgenomen.
“Platenlabels in Amerika gingen naar verschillende gemeenschappen en vroegen aan hen wat ze wilden”, zegt Fairfield. “Iedereen kreeg een plaat die hun eigen cultuur reflecteerde. Maar na de Tweede Wereldoorlog realiseerden de maatschappijen zich dat het veel efficiënter zou zijn om een nieuwe cultuur te creëren, waarin ze iedereen hetzelfde konden opdringen. Gij zult allemaal Coca-Cola drinken. Gij zult allemaal naar Bing Crosby luisteren.”

Alcoholist

Frank Fairfield

Zo gretig als hij over zijn inzichten uitweidt, zo vaag is Frank Fairfield over zijn achtergrond. Sommigen menen dat hij niet geboren is, maar rechtstreeks uit een Faulkner-roman is geknipt. Of zomaar uit de bergen van Virginia pardoes een verkeerde tijd is binnengewandeld. Vast staat dat hij opgroeide in de San Joaquin Valley, de centrale vallei van Californië. Zijn Texaanse grootvader was een reizende seizoensarbeider en muzikant, die zich uiteindelijk als dominee in Kettleman City vestigde. Met de oude fiddle die hij van zijn grootvader had gekregen, trok Fairfield er als puber alleen op uit. Had talloze baantjes en belandde in Los Angeles, waar hij als straatmuzikant werkte. Omdat hij geen rijbewijs had, reed hij per fiets in de stad rond; gitaar, banjo en fiddle onder de snelbinders en soms nog een stapel platen en een grammofoon. Dat deed hij uitsluitend om extra geld te verdienen voor drank, benadrukt Fairfield. “Ik was een alcoholist. Een zielige puinhoop op straat.”
In de lente van 2008 werd hij op de Hollywood Farmer’s Market ontdekt door de muzikant Matt Popieluch, die perplex stond, prompt zijn manager werd en een optreden versierde in het voorprogramma van de Seattle-folkgroep de Fleet Foxes. Ook die stonden aan de grond genageld. Spoedig nodige hun leadzanger Robin Pechnold hem uit om met zijn groep op tournee te gaan en jubelde hij in de Rolling Stone dat Frank Fairfield ‘precies klinkt als Mississippi John Hurt…te laat is geboren…met een verbazingwekkende stem.’

Traditional als leeg begrip

Frank Fairfields debuut

Kort daarop introduceerde Popeluch hem bij Tompkins Square, het New Yorkse platenlabeltje dat nationale faam heeft verworven met hun bijzondere, vier maal voor een Grammy genomineerde archiefuitgaven. Fairfield’s gelijknamige plaatdebuut vestigde zijn naam en leverde hem beroemde fans op, waaronder Greil Marcus en Ry Cooder.
Over dat verbluffende debuut wordt vaak opgemerkt dat het ‘covers’ van elf ‘traditionals’ bevat. Maar dat zijn twee woorden die in Fairfields universum geen betekenis hebben. “Deze songs cover je niet. Je zingt ze gewoon. Daarvoor zijn ze juist bedoeld, om door iedereen gezongen te worden. Bovendien is dit land nog te jong voor een traditie. Dus wat wij ‘traditionele’ of ‘Amerikaanse’ muziek noemen, dat slaat nergens op. Wat het Amerikaanse repertoire zo bijzonder maakt, is dat het niet Iers, Spaans, Pools, Sloveens of Afrikaans is, maar een mengeling van al die culturen. En die songs zijn niet oud en ook niet archaïsch. Ze zijn natuurlijk. Ze zijn over honderden jaren geëvolueerd, vanzelf, op een natuurlijke wijze. Ik denk niet dat iemand ooit een song heeft geschreven. Mensen husselen gewoon dingen door elkaar die ze al kennen. In Amerika spreken de meeste mensen Engels. Waarom? Niet omdat het een traditie is die we levend moeten houden. Je spreekt het omdat het voorhanden is. Zo is het ook met deze muziek. Het is geen sociaal statement; niet een of andere ideologie. Daar geef ik niks om. Ideologie en muziek hebben niets met elkaar te maken. Tenminste, niet voor mij. Ik ben geen artiest. Ik ben gewoon een vent die liedjes zingt.”

Molshopen

Frank Fairfields instrumentarium

Het ligt voor de hand om Frank Fairfield af te schilderen als een wereldvreemde exentriekeling. Door zijn kleding en zijn obsessie voor moord- en andere grimmige en mysterieuze songs uit een duistere, lang vervlogen tijd. Maar in zijn optiek heeft muziek niets met tijd te maken. Sterker nog: “Er is geen tijd. Welke tijd? Het is altijd precies nu. Alles wat er ooit is gebeurd, is hier en nu. Het is nergens heengegaan. Ik geloof niet in vooruitgang, dat is een illusie. We hebben een molshoop en een diepe kuil. Iedereen kijkt naar die molshoop en denkt: tjonge, die groeit lekker! Zich niet realiserend dat de kuil alsmaar dieper wordt. Die moet dus weer gevuld worden, met die molshoop enz. Kuilen graven en molshopen maken – dat is alles wat we doen.”
“Ik speel populaire songs”, verklaart hij even later. “Dit is niet een of andere obscure, ongewone muziek. Het is populaire muziek. En ik geloof dat we tegenwoordig geen populaire muziek meer hebben. We hebben corporate music.”
Dit is het punt waarover Fairfield zich het meest opwindt, de kloof tussen corporate music en wat hij aanduidt als the people’s music, de songs die tussen generaties zijn overgedragen gedurende honderden jaren voordat de muziekindustrie opkwam. “Muziek is iets wat mensen dóén”, zegt hij. “In iedere uithoek van de wereld waar mensen zijn, is er muziek geweest. Maar muziek was nooit te koop voordat de eerste grote platenmaatschappijen ontstonden; het was er gewoon van nature. Nu is het als het verschil tussen voedsel en McDonald’s. Fijngemalen vleesknoesten in cellofaan gewikkeld – dat is geen voedsel. Maar we zijn zo gewend geraakt aan dit schrale landschap, dat we het accepteren. Zo zie ik de huidige muziek: ze is verschraald. Er is echter nog wel degelijk prachtige muziek, tenminste als je de moeite neemt om ze te vinden.”
En dat is wat het nu – of de huidige tijd, zoals u wilt – zo interressant maakt, legt Fairfield uit. Voor het eerst in de geschiedenis zijn we door de technologie, computers, databestanden, in staat om een breder beeld van de mensheid te krijgen. Nu kan hij platen vinden uit Portugal, uit China en vernemen wat er in Bali aan de hand is. “Nu gaan we eindelijk het grote plaatje zien: wat is het menselijke lied? Het is allemaal één ding.”
Verandering en vernieuwing in de muziek, dat is een natuurlijk proces, dat besloten ligt in het universum, in het bestaan zelf. Wanneer artiesten die vernieuwing bewust nastreven, zo meent hij, krijg je nooit ‘echte tomaten.’ “Vogels zetten ook geen honkbalpet achterstevoren op hun kop met een sticker erop om hun muziek te veranderen. Net zoals een vogel een lied heeft, zo heeft een mens dat ook, en dat is het meest natuurlijke in de wereld. Jonge mensen beginnen dat te waarderen.”

Old Time Music

Out In The Open West

Want Frank Fairfield voelt zich allerminst roepende in de woestijn. Hij ziet een beweging van jonge muzikanten, allemaal begin-twintigers, die het repertoire ontdekt hebben. In zijn thuisstad Los Angeles, waar bands zich werpen op Balkan-muziek, ragtime en vroege jazz, tot in het hippe Brooklyn, waar een bloeiende scene is van zogenaamde ‘old-time’muziek, aangelengd met de meest exotische kruisbestuivingen van globale folk- en jazz-vormen. Een aantal van deze muzikanten spelen mee op zijn recente, tweede plaat Out On The Open West, zoals Willie Watson, gitarist van de Old Crow Medicine Show, en het piepjonge zwarte talent Jerron ‘Blind Boy’ Paxton.
Fairfield beschouwt het als een spontane tegenbeweging die zich afzet tegen de geïndustrialiseerde muziekwereld, waarin platen als een product aan de man worden gebracht. Als zodanig heeft het niets te maken met de alomtegenwoordige retro-trend in de huidige popmuziek, die gebukt gaat onder de loden last van het verleden. Zelfs een blind paard kan niet ontkennen dat het muzieklandschap tegenwoordig vergeven is van tribute-bands, revivals en een fixatie op vroeger. Maar of het nu eighties disco, seventies soul, sixties jazz of twenties-folk heet, het zijn termen die net zo onverschillig langs Fairfield’s tweedpak glijden als ‘modern’ of ‘postmodern.’ Volgens hem resten ons slechts twee mogelijkheden: ‘Volg het repertoire en pik het vandaar op. Of ga terug naar de jungle en begin weer helemaal overnieuw.’

Authenticiteit versus retro

Nu, dat laatste is geen redelijke optie. En dat eerste is precies wat Frank Fairfield doet op Out On The Open West. In plaats van retro – om dat vreselijke woord voor de laatste maal te gebruiken – plaatst hij zich in een lange lijn van traditionelen, door een losgeraakte draad uit het verleden op te pikken en voorwaarts te trekken. In zijn wereld betekent vooruitgang simpelweg: songs doorgeven van de ene generatie naar de volgende en ze veranderen of aanpassen zoals hij het ziet. Het resultaat is net zo verbluffend als zijn debuutplaat. Even intense als fijnzinnige muziek, vol ruwe poëzie, waarmee hij iets erfelijks aanboort in het merg van onze botten. Afkomstig uit een andere, vreemde wereld en tegelijkertijd op een onthutsende wijze herkenbaar, als een mysterieuze fluistering uit ons collectieve onderbewustzijn. Al ziet Frank Fairfield dat een stuk eenvoudiger. “Ik probeer een verdomde heer te zijn en een verdomd overhemd te dragen”, besluit hij, terwijl hij zijn banjo-koffer dichtknipt. “Ik wil niet zo’n maf joch zijn met een maffe ideologie en een slimme kreet. Mij zul je niet zien in een korte broek en een t-shirt en flipflops, helemaal kierewiet in het rond klapwiekend. Ik wil zijn wat mannen ooit waren, met een stukje land om op te leven en te sterven. Een fatsoenlijke man die de people’s songs zingt. Dat wil ik zijn.”

Discografie

Frank Fairfield – ‘S/t’ (Tompkins Square, 2009)
Frank Fairfield – ‘Unheard Ofs & Forgotten Abouts: Rare and Unheralded Gramophone Recordings From Around the World ‘(Tompkins Square/Pawn, 2010)
Frank Fairfield – ‘Out On The Open West’ (Tompkins Square, 2011)

Distributie in Benelux: Munich

Luisteren kan hier.

Lees meer interviews in Gonzo (circus)#106 met onder andere Lustmord, Wolves In The Throne Room, Shabazz Palaces, Floris Vanhoof en The Field. Bestel hier.

Comments


Reacties


Geen facebook? Reageer hier



%d bloggers liken dit: