Events

Lawaai-explosies & streepjes ruis


De échte festivalgangers vieren Incubate als ware het carnaval: vanaf de eerste noot tot aan het gaatje. Wij stellen ons evenwel tevreden met een halve week, en een opmaatje op dinsdag.

De opmaat van The Melvins

The Melvins live @ Incubate 2015

The Melvins live @ Incubate 2015

De Melvins zijn in het (buur)land, en het is onderhand een persoonlijke traditie geworden om erbij te zijn. Bovendien is het de bedoeling dat de heren zich aan een “special” set wagen – wat dat in Melvintermen ook moge betekenen. Na de show zijn we er nog steeds niet uit, want de band houdt zich opmerkelijk strak aan de set die we onderhand van de combinatie Buzz-Cale-Big Business (op bas en tweede drumstel) mogen verwachten. Zeker de helft herkennen we van de adembenemende Hellfest-set die ook u integraal op Youtube kan bekijken. Daar plakken ze nog een scheurende cover van The Wipers’ ‘Youth of America’ tegenaan – die een dik kwartier wordt uitgerekt tot een stomende krautgroove. Een beetje een gemiste kans wel, zeker als we horen dat de tweede set op woensdag de setlist inclusief cover gewoon nog eens dunnetjes overdoet. Maar passons, dat is klagen over slagroom als je een appeltaart voorgeschoteld krijgt: uiteindelijk is de vraag bij een Melvins optreden niet “was het goed”, maar “hoe goed was het dit keer”. En het antwoord luidt: “perfect bevredigend” – waarmee het niet even memorabel was als een paar andere van de zeven keer dat ik ze onderhand heb mogen meemaken (De Kreun!), maar laat ik het zo stellen: er volgen vast nog een achtste, negende en tiende keer. En die zullen waarschijnlijk ook voldoende zijn om er een vervolg aan te breien. (DV)

Verweven DNA

Geen band wier DNA meer verweven is met Incubate dan Dead Neanderthals. Vorig jaar brachten ze in de Studiozaal van Theaters Tilburg nog hun epische ‘Endless Voids’ performance (met onder andere Dirk Serries, Thomas Ekelund, Colin Webster en Rutger Zuydervelt), die onlangs nog op plaat uitgebracht werd. Dit jaar stonden René Aquarius en Otto Kokke in de veel grotere Midi, en plooiden ze zich terug op hun basis drum-sax-opstelling, slechts vergezeld van de oerNoor Sten Ove Toft op gitaar. Het resultaat klonk helemaal zoals het zich op papier aandiende: als een lang en bijzonder aanstekelijk luchtbombardement. Dead Neanderthals zijn meesters in maximalisme met minimale middelen, en de explosieve noise-sabotage van Toft was perfect gecast. Als we het ons goed herinneren ging er ook ergens een gitaar hoog de lucht in. Dàt is ook al iets dat je niet in de Studiozaal moet proberen, natuurlijk. (SB)

Death & Vanilla

Death & Vanilla

Death & Vanilla bliept al een tijdje op m’n radar. Beetje Portishead, redelijk wat Stereolab, en een scherp gevoel voor stijl en sfeer – in concept en op plaat vind ik het een intrigerende band. Enkele jaren geleden improviseerden ze nog een soundtrack bijeen voor de stille film ‘Vampyr’. Het lijkt me dan ook een band die altijd wel een visuele component zal nodig hebben om je helemaal mee te zuigen. Dat ontbreekt een beetje bij hun performance op Incubate, waar de sfeer soms te ongedwongen wordt om te beklijven. De band is op zijn sterkst wanneer ze durven de groove bij de lurven te vatten en diep gaan graven met electronica en een zinderende vibrafoon. Maar zelfs dan vraagt de filmische muziek om een passende beeldenstroom die het geheel wat context geeft. Een mooi optreden waar het net nog ietsje meer mag zijn, heet dat. (DV)

Opgespaarde decibels

Christian Fennesz had vanavond Arve Henriksen van Supersilent aan zijn zij. De decibels, zo zou later in de week blijken, werden opgespaard voor Fennesz’ performance met King Midas Sound: Fennesz en Henriksen tekenden voor een mooi en verrassend ingetogen concert. Fennesz’ gitaar kringelde mooier dan ooit en Henriksen speelde daar goed op in, middels fragiele, digitaal gemanipuleerde trompet- (en pockettrompet) partijen en hier en daar een laagje stem. De twee navigeerden van glazige ambient langs warme distortiondekens, om af te sluiten met een uiterst ingetogen track. Dat de prachtige concertzaal van Theaters Tilburg slechts voor een kwart gevuld was, was slechts spijtig voor de afwezigen. (SB)

Stefan Schneider (To Rococo Rot, Kreidler) en Hans-Joachim Roedelius (hém moeten we niet duiden, toch?) stonden vervolgens klaar in de aanpalende Studio’s., alwaar ze een vroeg hoogtepunt van ons weekend zouden realiseren. Roedelius bedient zich vooral van de vleugelpiano, waarop hij bijna impressionistisch aandoende melodielijntjes schetst, door Schneider beantwoord met subtiele streepjes witte ruis en hier en daar een suggestie van een ritme (denk een Frankfurt-beat die door een metersdikke bunkermuur klinkt). Het tempo is nooit sneller dan stapvoets, het volume dusdanig laag dat iedereen de adem inhoudt. Kamerdub op hoog niveau, dit. (SB)

Funky Sludge

Fumaça Preta

Fumaça Preta

Na dat hoogtepunt volgt de perfecte uitsmijter. In de Cul de Sac stoten we op Fumaça Preta, zeg maar een sludge-versie van Santana. We hebben het altijd geweten: steek onder éénder wat een streep Latin percussie, en het wordt meteen funky. Zo ook de doomy metalriffs die Fumaça Preta op zak hebben, al gaat het tempo even vaak de lucht in voor een aanstekelijke boogie. Diepgang hoeven we hier niet te zoeken, dat leiden we reeds af uit de met wolkjes bezette catsuit van de bassist. Maar goeie rock’n’roll is dan ook nooit gediend geweest met subtiliteiten – er moet gedanst en gezweet worden, en we tikken beide vakjes af op onze to-do list voor de nacht. Vervolgens slaan we beleefd doch kordaat het verleidelijke aanbod af om nog verdere feesten op te zoeken. Dit is de eerste nacht, en we hebben er nog drie te gaan. (DV)

Tekst: Dimitri Vossen en Stijn Buyst


Reacties