Geluid

Norberto Lobo

Estrela

Artiest:Norberto Lobo
Titel:Estrela
Label:Three: Four

www.three-four.net

Na het magistrale ‘Fornalha’ uit 2014 -waarop Norberto Lobo met zijn (vaak elektrisch bewerkte) akoestische gitaarcapriolen lyrische toppen scheerde- kwam hij in 2016 met het moeilijker ‘Muxama’. Vorig jaar maakte hij samen met Eric Chenaux nog ‘The Byre’, waarop de twee steeds verder leken af te dalen in hermetische, maar vaak nog melodieuze minicollages. Het koste ons een paar luisterbeurten, maar uiteindelijk waren we toch weer helemaal mee.

Op de ensemble-plaat ‘Oba Loba’ hernam Lobo een paar van zijn eigen composities in een meer toegankelijke groepsversie, waarop de melodie -zelfs in zijn meest gesloten werk altijd wel ergens aanwezig, zij het soms in een diepverborgen kier- weer op het voorplan belandde. En toch was onze verbazing bij de eerste beluistering van deze ‘Estrela’ groot.

Ten eerste heeft Lobo de akoestische gitaar ingeruild voor een elektrisch exemplaar; ten tweede heeft de man een trio rond zich verzameld -Yaw Tembe op trompet, Ricardo Jacinto op cello en Marco Franco op drums- en ten derde staat alles op ‘Estrela’ in functie van de melodie.

De ritmesectie, zo valt op, stelt zich geheel ten dienste van het spel van Tembe en Lobo. Tembe staat op zijn beurt in voor het bewaken van de melodie -terwijl Lobo zich in alle mogelijke tierlantijnen rond zijn eigen composities wringt- nu eens de trompetlijn ondersteunend, ze dan weer succesvol stokken in de wielen stekend. ’s Mans in effecten gedrenkte gitaargeluid klinkt vaker wel dan niet alsof het onder water opgenomen is.

‘Anecoica’ opent bijna als easy listening, waarmee wel nog maar eens Lobo’s talent voor klassieke melodieën aangetoond wordt. Lobo ‘zingt’ overigens meer dan ooit, al dient gezegd dat de vocalisaties op ‘Estrela’ en ‘Oumuamua’ dichter bij Robert Wyatts piepje liggen dan bij klassiek onderlegde jazzvocalisten. Het best werkt de Lobo-als-groepsformule wanneer de teugels een beetje gevierd worden: zo zijn de titeltrack en ‘Nariz’, waarop ook de ritmesectie wat vrijer speelt, twee hoogtepunten.

Lobo maakt ons met elke plaat nog nieuwsgieriger naar de opvolger. Laat dus maar komen.

Reacties