Blog Magazine

ESSAY: Een waar wonder!


Na 150 edities – Gonzo (circus) #150 is de 151ste editie – vroegen we de niet van retromanisch enthousiasme overlopende Jan Hiddink om toch kritisch terug te blikken. Hoe koersvast is Gonzo (circus) de afgelopen 28 jaar gebleven terwijl het internet de muziekindustrie en onze muziekbeleving grondig veranderde?

Er werd jarenlang over gespeculeerd, gegrapt, gehint en gehoopt, maar in april 2019 zal Dutch band Gore from Venlo dan toch een reünie houden op het jaarlijkse Roadburn-festival in Tilburg. De vlag bij menig muziekliefhebber zal ervoor uitgaan – bijvoorbeeld bij iedereen die de oerbron zocht die stroomde via Bitch Magnet naar Earth naar SUNN O))) en die zo een spoor trok van eeuwig resonerende versterkers. Die veronderstelde geschiedenis kan nu live worden getoetst en alleen daarom al zijn tickets de koop waard.
Dergelijke comebackshows zijn tegenwoordig schering en inslag, maar ooit, toen Gore nog gewoon Gore was, ging het om een ondenkbare aangelegenheid. Gore maakte onderdeel uit van de actuele tegencultuur en die was er alleen maar voor het hier en nu. Gore, en al die anderen, bestonden zeker niet met het oog op de toekomst: al was het maar omdat er voor die toekomst, een beetje tegencultuur indachtig, simpelweg geen dubbeltje werd gegeven. De wereld was toch al kapot en juist op die brandhaard werd het vreugdevuur gestookt.

Schaarste

Gore – bruut, ongenaakbaar, hard op een tot dan toe ongekende manier – is een van de namen die we tegenkomen in de eerste volwaardige jaargang van Gonzo (circus), 1992. De Muur is gevallen, maar van de wereldwijde triomftocht van het later zo noodlottig gebleken marktkapitalisme is nog geen spoor te herkennen. De Koude Oorlogsdoem van de jaren 1980 regeert nog en de hedonistische verlichting die XTC heet, heeft nog niet om zich heen gegrepen. Het zijn overgangsjaren – overgangsjaren tussen een aantal majeure veranderingen die onze cultuur blijvend zullen tekenen. En daarmee ook het magazine, want wat is een magazine anders dan een tijdschrift en wat doet een tijdschrift anders dan, behalve periodiek verschijnen, het beschrijven van de tijd?
Schaarste is achteraf bezien het sleutelwoord. Schaarste kenmerkt de periode voordat via internet het tijdperk van de overvloed wordt ingeluid. Het is in 2019 moeilijk voorstelbaar, maar er was dus een tijd, en ook het prille Gonzo (circus) maakt deel uit van die tijd, waarin je als lezer van een blad dingen las die je zonder dat blad niet, op geen enkele manier, zou kunnen weten. De enig denkbare vorm van verificatie was het elders lezen over dezelfde onderwerpen, als dat al kon. De lezer las bovendien over muziek die hij zelf niet als bewijsmateriaal bij de hand had en ook onmogelijk zomaar zou kunnen verkrijgen. Lange, vaak duurbetaalde tochten richting provinciesteden naar platenzaken met cachet waren nodig om vaak onverrichterzake naar huis terug te kunnen: ‘Die nieuwe van Coil? Nee, die is er nog niet.’

‘Geen mens kan zonder bescherming. Papier biedt dat wel. Algoritmes niet.’

Verbeelding

Het historisch checken, tegenwoordig een alledaagse vanzelfsprekendheid, was zo goed als uitgesloten: platen van Lee Hazlewood, Scott Walker of Faust – om er drie te noemen die ikzelf najoeg – waren simpelweg niet verkrijgbaar. Ook dat maakte cultuurbeleving tot iets van het heden, van het hier en het nu. De geschiedenis deed er niet toe – niet echt tenminste. En zo voedde het lezen vooral de verbeelding; de verbeelding over artiesten waarvan soms niet eens een foto bestond, en de verbeelding ook van muziek die we niet konden horen. Dat schept een band. Een interview tussen de schrijver van een stuk en een kunstenaar/muzikant vormde dan ook een volkomen oprecht moment van onderzoek naar iemands drijfveren die tot op dat moment alleen maar vermoed konden worden – en die vervolgens als geschreven woord hun daadwerkelijke beslag kregen.
Geen wonder dat destijds een enkele opmerking, hoe zijdelings ook, de lezer voor het leven zou kunnen beïnvloeden in zijn idee van de wereld en de heldenrol die de artiest in kwestie daarin speelt. Het materiaal ter illustratie van die gekoesterde wereldvisie – eerst lp’s, later cd’s – was al even schaars en werd tot gekmakens toe opgezet, beluisterd, beproefd, weggezet, weggesmeten soms, om vervolgens een nieuwe ronde van toetsing door te gaan als er eindelijk weer eens iets nieuws verscheen dat al het voorafgaande in mogelijk nieuw daglicht zou kunnen plaatsen.

Retromanisch

Wie twijfelt aan de diepgang van die relaties doet er goed aan te kijken naar het retromanische enthousiasme waarmee alle voorbije cultuur wordt herbeleefd (Gore! La Muerte!) en de volstrekte onverschilligheid waarmee men tegenwoordig ook de meest doortimmerde cultuurvoorspellingen benadert: ‘2019 wordt het jaar van’ lezen we dan, terwijl iedereen weet dat het slechts gaat om domme gokjes die zich laten vergelijken met de slaagkans van die ene zaadcel uit talloos veel miljoenen op weg naar een daadwerkelijk moment van bevruchting. Daarbij zijn we onmiskenbaar van schrift naar scherm gegaan.
Het lezen van een tijdschrift is een cultureel tijdverdrijf op zich geworden, net zoals het lezen van de papieren krant een retromanisch welbevinden markeert waarin we ons laven aan de twintigste eeuw. Er is misschien geen noodzaak toe, maar er spreekt wel liefde en innige verbondenheid uit – dezelfde liefde en innige verbondenheid die op het scherm alleen maar als illusie bestaan. Nu we met dank aan sociale media er dagelijks achter komen dat ook onze beste vrienden er opvattingen op na blijken te houden die we eigenlijk verachtelijk vinden, kan het geen kwaad om ons desnoods tegen beter weten in te verwennen met al het goede dat het schrift wel, maar het scherm niet te bieden heeft. Noem het desnoods bescherming en weet dat geen mens zonder kan. Papier biedt dat wel. Algoritmen niet.

Moorddadig

Over kennis hebben we het hier niet. Tussen nummer 0 en nummer 150 van Gonzo (circus) is de lezer als kunstconsument – doorgaans als luisteraar, zo valt in te schatten – geëvolueerd van een gegarandeerde leek tot een potentiële allesweter, die elke denkbare redacteur met de bek vol tanden doet staan, omdat hij of zij toch alles echt beter weet. Duiding, lange tijd voorbehouden aan het papier en min of meer taboe geacht in het digitale domein, wordt nu ook met karrevrachten tegelijk over het internet uitgestort, vaak in moorddadige hoeveelheden die elke vorm van beklijving op voorhand al uitsluiten.
Het is daarbij ook moeilijk in te schatten wat die kennis nog waard is. Neem het lot van de toegewijde muziekliefhebber, die vaak een wereld van normen en waarden op zijn collectie (platen, boeken, tijdschriften, cd’s; spul om vast te houden kortom) heeft gebouwd en die er tegenwoordig achterkomt dat zijn delicate, uitgebalanceerde verzameling weinig meer of minder behelst dan een toevalligheidje in een muzikaal universum dat oneindig veel groter is gebleken dan hijzelf ooit voor mogelijk heeft gehouden. Gekoesterde kroonjuwelen – krautrock, freejazz, avant-garde, noise – blijken ineens kraaltjes van overvloed waar je met de hand doorheen kunt graaien, terwijl alles je tussen de vingers door glipt. De hoorn des overvloeds is bewaarheid geworden en een beetje kritische geest kan daar maar moeilijk soepeltjes mee omgaan.

Validatie

Tegenover dat individuele lot van de nu wat sneue verzamelaar staat tegelijk de hedendaagse cultivatie van wat voorheen obscuur en exotisch was, die het mogelijk maakt om met oneindig veel meer soort- en lotgenoten te genieten van al het moois dat op ons pad verschijnt. Waar ooit alleen een nieuwe plaat van Sonic Youth het juiste gewicht in de schaal kon leggen voor een alternatieve culturele gebeurtenis van betekenis, wordt tegenwoordig met Fat White Family al media-impact gecreëerd die voorheen exclusief de bevoorrechte, grote, zware, bewezen artiesten gold.
Daarbij lijkt de canon eindelijk de oude, Angelsaksische begrenzingen te ontstijgen en wordt er bij veel hedendaagse muziek uit Oost-Europa, Latijns-Amerika, Azië en Afrika een urgentie beleefd die daarbuiten zo goed als verdwenen leek. Het daglicht van de validatie is in dat opzicht harder gaan schijnen dan misschien wel ooit voor mogelijk gehouden – ook binnen de culturele en kunstzinnige bandbreedte die Gonzo (circus) vanouds bedient. Gekoppeld aan het belang dat aan artiesten wordt toegedicht in hedendaagse identiteitskwesties is er op die manier zowaar sprake van een nieuw engagement dat er mogelijk borg voor kan staan dat popcultuur meer is dan alleen een uiting van de entertainmentindustrie.

Vlaams-Nederlands

Geen twijfel overigens, dat het altijd een grote verdienste van Gonzo (circus) is geweest bij dat laatste categorisch uit de buurt te blijven: de journalistiek en het cultuurleven zijn al meer dan genoeg verloederd door de behaagzieke zucht naar grote getallen en grote gemene delers, daarbij met grote shovels onder het mom van professionalisering velden vol met mooie bloempjes aan de kant schuivend. En ja: afgezet tegen die pretparkcultuur kan het dan saai en taai worden, maar koersvastheid is wel een eerste vereiste voor een blad dat serieus genomen wil worden.
Daarvoor staat er te veel op het spel – waarbij we niet mogen vergeten dat het hier ook nog eens gaat om een Nederlands–Vlaamse samenwerking, en alleen dat al is in de praktijk een complicerende factor van quantummechanische proporties gebleken. Op zijn best ontmoeten ook in Gonzo (circus) Hollandse ondernemingszin en alledaags realisme de Vlaamse affectie voor het schone en het ware en ontstaat er een synergie die kunsten en lezers een mooi eindje op weet te tillen. Op zijn slechtst blijken er fundamentele, niet te overbruggen inzichten in het spel over de vraag wat nou eigenlijk cultureel waardevol is en wat niet; juist omdat men dezelfde taal spreekt kan een dergelijk proces verregaand de lucht, dan wel de put ingaan. Met andere woorden ook: 150 nummers op basis van een Nederlands-Vlaamse samenwerking, het mag een waar wonder heten.

Koersvastheid

Van The Jesus Lizard, allesbehalve een hygiënische band, bestaat intussen een heus koffietafelboek. Consolidated had het al in 1992 over the sexual politics of meat (‘een feministisch–vegetarische kritische theorie’), wat een spekkie naar het bekkie van het hedendaagse identiteitsdebat mag heten. Peter Pontiac, de striptekenaar, is heengegaan. Lydia Lunch en The Ex zijn nog steeds, onverminderd, hun heel eigen bad en good self. Herman Koch werd schrijversmiljonair. Mudhoney zwoegde voort (zie verder in dit nummer bij Gewezen Schatten, nvdr.>, Jules Deelder bleef Jules Deelder en Buzzcocks verloor zijn geliefde frontman, waarna heel postpunkig Engeland huilde als nooit tevoren. Zij, en nog veel meer, kruisten allemaal het pad van Gonzo (circus) in die eerste volwaardige jaargang, 1992. Ze deden er allemaal toe. Ze doen er allemaal toe. Ze werden serieus genomen en kregen plek in een blad dat als enige met koersvaste, serieuze overtuiging werk maakte van het vastleggen van alle hoeken en gaten die popcultuur tot zo’n enerverende levensvervulling maken.
Welke toekomst daarbij in het verschiet ligt is geheel aan het blad en de nieuwe hoofdredacteur; er is momenteel geen enkele gouden formule voorhanden die waterdicht kan garanderen wat een tijdschrift wel of niet moet doen om te overleven. Zeker lijkt wel dat alle bladen die dicht bij zichzelf bleven – zo dus ook Gonzo (circus) – en die niet het oor lieten hangen naar de grote gemene delers van tijdgeest en massa, een evidente streep voor hebben: hoewel klein blijven zij wel bestaan, in tegenstelling tot de met tonnen opgetuigde grote publicaties die allemaal al snel een weerloze speelbal van diezelfde tijdgeest bleken. Het zonder meer rijk te noemen cultuurleven in Vlaanderen en Nederland verdient dat ook: met Gonzo (circus) als chroniqueur is vastgelegd, op consistente wijze, wat anders mogelijk voor altijd verloren was gegaan. In dat opzicht gaat het om een stapel cultuurgeschiedenis, 150 stuks hoog, waarvan het belang niet onderschat kan worden.

Jan Hiddink is programmacoördinator bij WORM in Rotterdam. Al van bij het begin volgt hij Gonzo (circus) en levert hij sporadisch bijdragen als kritische luis in de pels van de Nederlandse cultuurjournalistiek.


Dit artikel verscheen eerder in GC #150.

Koop deze editie in onze webshop!

Reacties