Blog

Eindejaarslijstje Maarten Buser


Medewerker Maarten Buser droeg zijn tien favoriete albums van het jaar aan, en liet weten blij te zijn met wat de mainstream ons dit jaar schonk.

A$AP Rocky

A$AP Rocky

Op moment van schrijven kan mijn top 10 er anders uitzien dan hoe die aan het eind van het jaar is. De zes platen in de top 6 zullen daar waarschijnlijk blijven staan (hoogstens wisselen er nog wat onderling van plaats), maar nummers 9 en 10 bevinden zich in een gevarengebied. Vandaag kwam bovendien de nieuwe cd van The Weeknd binnen, en wellicht zal Falling Forward van Drumcorps uiteindelijk toch nog doorstoten naar de top 10. Maar hoe dan ook: het is tijd voor een reflectie op het afgelopen muziekjaar, waarin de mainstream ons heel wat moois leverde. Laten we even kriskras een tocht langs mijn favorieten van dit jaar maken.

Kendrick Lamar kun je onmogelijk nog underground noemen, met zijn elf Grammy-nominaties. Bovendien is hij de maker van de Beste-Plaat-Van-Het-Jaar-Volgens-Metacritic (en daarmee officieel het lievelingetje van de muziekpers is). To Pimp a Butterfly is een opvallende plaat, zowel muzikaal als tekstueel. Lamar snijdt racisme en politiegeweld aan (‘We hate popo, wanna kill us dead in the streets for sure’), maar ook zijn eigen geloofstwijfels (en dat in een steeds atheïstischer en seculierder geworden samenleving). Muzikaal gezien opteert hij voor beats vol funk-, jazz-, Public Enemy- en Kanye West-invloeden. The Roots zijn nooit ver weg, en niet alles is even fantastisch als op de vrijwel perfecte voorganger good kid, m.A.A.d city (2012). Daarom maakte hij uiteindelijk toch niet mijn plaat van het jaar.

Ook in de categorie mainstreamartiesten die ontzettend sterke platen uitbrachten dit jaar: Róisín Murphy, Lana Del Rey, Blur. De comebackplaat van laatstgenoemden kan zich meten met hun beste eerdere werk. Pop, ingetogener werk en diepgang worden fraai bijeengebracht. Murphy en Del Rey kwamen met platen aanzetten die je moeilijk zou kunnen noemen, die in elk geval vaak verstild zijn, maar een ondergrond hebben van respectievelijk dance/electronica en trap. Ook een sterke comeback: Dr. Dre’s Compton, waarop hij een uitstekende gastheer is voor oude en nieuwe gastartiesten, waaronder Kendrick Lamar (die wederom de show steelt), Eminem, Ice-T en Snoop Dogg. Maar eerlijk is eerlijk: anno nu haalt de dokter het uiteindelijk niet bij andere rappers/producers/gastheren als Kanye West en EL-P (en dan bedoel ik EL-P solo, en niet als deel van het wat overschatte Run the Jewels). Dre bungelt gevaarlijk onderaan deze tussenstandlijst; zou hij aan het eind van het jaar bij de beste 10 horen?

Iets minder bekend, maar verre van onbekend zijn A$AP Rocky en Laura Marling. Rocky heeft weer een erg fijne plaat gemaakt waarop hij nu heel wat psychedelischer klinkt dan op zijn vorige, soms al best wazige plaat. Tegelijkertijd komt hij geregeld fijn aards uit de hoek. Marling heeft wederom een solide folkrockplaat gemaakt, en laat zien een van de betere singer-songwriters van de jaren 2010 te zijn. Evenwel vraag ik me af of ze zich nog wel blijft ontwikkelen. Short Movie is sterk, maar, maar niet over de gehele linie ijzersterk. Voor haar vorige platen geldt eigenlijk hetzelfde. Zou Marling nog eens boven zichzelf uitstijgen? Ik weet het niet.

Er blijven drie platen over: die van Lapalux, van Torres, en van mijn favoriete album van het jaar. Lapalux laat James Blake-achtige lateavondelectronica samengaan met kitscherige elementen als sleebellen en cheesy saxofoons, en brengt aan het einde van de langzaam van kleur verschietende plaat Discovery-Daft Punk in herinnering. Torres vinden we aan het andere kant van het muzikale spectrum. Is ze een singer-songwriter vermomd als rockband, of precies andersom? Daar ben ik nog niet uit, maar ik weet wel dat Sprinter een erg sterke plaat is. Die herinnert bovendien geregeld aan persoonlijke favoriet North Star Deserter van Vic Chesnutt, en dat levert Torres natuurlijk pluspunten op.

Maar afijn, laten we het over de nummer één hebben. All Hands van Doomtree is een fantastische hiphopplaat, vol opgefokte energie en dito synthesizers, en rappers die als hongerige beesten op de beats springen. Die beats blijven zich ontwikkelen, en blijken vol mooie muzikale details te zitten; tegelijkertijd zijn ze gewoonweg vreselijk bruut. Tel daarbij op dat het collectief (mijn lievelingshiphopcollectief sinds de Wu-Tang Clan, en dat zeg ik echt niet zomaar) over vijf sterke rappers beschikt, elk met een heel eigen stijl en stemgeluid, die verse na verse met geweldige vondsten aan komen zetten. Sorry, Lamar, maar All Hands is toch echt dé (hiphop)plaat van het jaar.

1. Doomtree – All Hands
2. Kendrick Lamar – To Pimp a Butterfly
3. Róisín Murphy – Hairless Toys
4. Lana Del Rey – Honeymoon
5. Torres – Sprinter
6. Blur – The Magic Whip
7. Laura Marling – Short Movie
8. A$AP Rocky – At. Long. Last. A$AP
9. Lapalux – Lustmore
10. Dr. Dre – Compton


Reacties