Columns

Wanklank #2: Eerste brief van Fennesz aan de Filisters


Mailboksen

From: Christian Fennesz
To:
Jurgen Tas
Sent:
Monday, June 21, 2010, 8:42 PM
Subject:
Re: ‘Wanklank’-Kolumne.

Geachte heer Tas,

Fennesz – Foto: Maria Ziegelboeck

Ik heb uw e-mail in goede orde ontvangen en met belangstelling kennisgenomen van de inhoud. Alvorens uw vraag te beantwoorden of ik toestemming geef voor publicatie van de bijgevoegde column, wil ik u hartelijk bedanken om mij te bedenken met een Wanklank-bijdrage. Het is een hele eer om onder de loep te worden genomen in de – om uw eigen woorden te gebruiken – “populairste en meest gezaghebbende muziekrubriek in het Nederlandse taalgebied”. Ik stel het evenzeer op prijs dat u zich de intellectuele inspanning hebt getroost om de tekst te vertalen naar mijn moedertaal, het zelfs voor mij vaak onbegrijpelijke onlinevertaalrobot-Duits. Daardoor hebt u me in staat gesteld om tot dit weloverwogen besluit te komen (ikzelf heb trouwens een gediplomeerd vertaler in de arm genomen, omdat ik wil dat mijn boodschap u bereikt in al zijn nuances): ik heb er geen enkel bezwaar tegen dat uw stukje verschijnt – althans, als het is in de vorm van een vuistdikke zetpil tegen kouwe kak, die ik eigenhandig in de polemische poeper mag proppen waaruit u krampachtig uw drollen van pennenvruchten perst.

Fennesz – Cover Endless Summer

Ik zal mijn afwijzing summier motiveren. Om te beginnen hebt u gekozen voor een naar mijn smaak smakeloze titel: Fennesz is een LUL! Toegegeven, hij dekt wél perfect de lading van uw schreeuwerige schrijfsel. U grossiert immers in uitroeptekens en kapitalen, en toont overtuigend aan dat u beschikt over een ontzagwekkend uitgebreide scheldwoordenschat (‘patjakker’, ‘schoelje’, ‘smiecht’ enzovoort en zo verder, ad infinitum en ad nauseam). Kennelijk denkt u dat de overtuigingskracht van een argument recht evenredig toeneemt met het volume waarop het wordt verdedigd, en dat platvloersheid per definitie gelijkstaat aan humor. Dergelijke misvattingen leiden tot omstandige analyses als deze: “Endless summer, de plaat die algemeen wordt beschouwd als Fennesz’ meesterwerk, is KUT!”

Zo mogelijk nog doorwrochter is uw recensie van mijn recentste album: “De ooit überinnovatieve Fennesz klinkt op Black Sea (2008) even geïnspireerd als een criticus die even geen inspiratie heeft om een originelere vergelijking te trekken. Ook de Oostenrijkse Führer van het ambient noise-genre heeft dus niet die ewige Jugend. Hij tracht de ouderdomsvlekken op tracks als Glass ceiling en Saffron revolution nog te maskeren met hoerige hoeveelheden productiemake-up, maar de artistieke aftakeling blijft hoorbaar. En hij poogt bouwvallige prefabcomposities als The colour of three en Glide nog te stutten met een dragende wall of noise, maar in mijn woordspelige wervelstorm van kritiek storten ze sowieso in als kaartenhuisjes op los zand!”

Die laatste uitspraak illustreert dan weer fraai wat voor een bralaap u bent. Het lijkt alsof u neerkijkt op het schrale kunstenveld, vanuit een pronkkamer in het megalomane luchtkasteel van de pennenridderorde der Polemisten. Op gezette tijden daalt u even met tegenzin af van uw klatergouden troon om een open haatbrief te publiceren, onder het zegel van de Zelfverklaarde Zonnekoning der Hovaardigheid, Zijne Hooghartigheid Jurgen Tas. U onderschat een beetje uw zelfoverschatting: irl wordt u nog minder serieus genomen dan – hoe breng ik het diplomatisch aan? – een aprilgrap die in een ensemble van een clownspak en een narrenkap een spreekbeurt geeft over de kunststroming de nieuwe zakelijkheid op een colloquium in een etiquetteschool. Dat valt allicht te verklaren doordat u de indruk wekt last te hebben van een ernstige vorm van lolbroekerij, een aandachtstekortstoornis die vooral voorkomt bij kinderachtige volwassenen en op termijn de geloofwaardigheid aantast. U geeft bovendien blijk van een schrijnend gebrek aan schoonheidszin. Doch wie had überhaupt wat anders verwacht van een man van twaalf haarstijlen, dertien ongelukken, die een seksuele voorkeur lijkt te hebben voor vleesgeworden geraamten? (Hé, wat heb ik ontdekt? Dat wij, ondanks uw redneck-matje, Facebook-vriendjes zijn! Bijgevolg heb ook ik de unheimliche sfeerfoto’s kunnen bekijken van uw diner bij neonlicht met die ondervoede postorderbruid uit Sloeriewakije. Als vergelding voor uw smadelijke column zou ik u eigenlijk zo rücksichtslos moeten ontvrienden dat uw karpatenkop ervan tolt, maar u bent zo onweerstaanbaar tragikomisch …)

Het komt uw autoriteit evenmin ten goede dat u uw homerische pennenstrijd voert onder de wapenspreuk “HET DOEL HEILIGT DE STIJLMIDDELEN”. Het is klip-en-klaar dat u zich een almachtige sluippolemist waant, die – verdekt opgesteld achter de onverdachte façade van Gonzo (circus) – willekeurig artiesten onder vuur neemt met een schuttingwoordenmitrailleur. Uw schotschriften schieten evenwel hun doel voorbij, omdat u amechtig allitererend de inhoud veronachtzaamt ten faveure van de vorm. Uw schampscheuten zullen mijn reputatie niet eens schaven: het zijn verdwaalde losse flodders, verpakt in een halfzachte huls van hyperbolische beeldspraak, breedsprakige metaforiek en een ongebreidelde, onbeteugelde, breidelloze, ja zelfs teugelloze voorliefde voor het bijvoeglijk naamwoord.

Fennesz – Cover Hotel Paral.lel

Nog een voorbeeldje van de Jurgendstil: “Fennesz’ bijnaamsverandering van ‘de Weense pletwals’ in ‘het Weense hansworstje’ is intussen officieel. Na zijn ontegensprekelijk baanbrekende debuut Hotel Paral.lel (1997) heeft hij zich namelijk even creatief getoond als een kopiist met een writer’s block. Toch blijkt het indie-publiek, dat nochtans verlekkerd is op vernieuwing, zijn reeds tot pulp herkauwde eenheidsworst nog steeds te lusten. WTF?! Als kippen zonder kop lopen de hippe vogels te kakelen over de ‘subtiele schakeringen’ in de ‘caleidoscopische geluidscollages’ van de ‘pionierende laptop wizard’ – holle frasen die ze waarschijnlijk klakkeloos hebben overgenomen uit Gonzo (circus) of een ander artyfarty muziekmagazientje. LOLZ!!!! Nou, ík pik die voorgekauwde grit niet! Dit haantje braadt kitsch aan het spit!” (Allemachtig, welk een waanwijsheid en vooringenomenheid! Met die kwaliteiten, al eens overwogen jazzcriticus te worden?)

U had het in uw stukje kunnen hebben over allerhande relevante onderwerpen, zoals de centrale compositorische rol van mijn lijfinstrument de gitaar, mijn invloed op de culturele underground van mijn thuisstad Wenen of de eerstvolgende release waarbij ik (als gastmuzikant) ben betrokken: Something that has form and something that does not, de derde schijf van On. Dat is het experimentele improvisatieproject van de Franse componist-producer Sylvain Chauveau en de Amerikaanse percussionist Steven Hessgefundenes Fressen voor wie een Gonzo-fähig topic zoekt, zou men toch zeggen! Mijnheer de cryptocriticaster vond het echter zinvoller om in giftige slangbewoordingen te vitten op mijn frisuur (“een vet coole kruising van een met frituurolie besmeurde kuifeend en een weerbarstige emo-pony”) en om stompzinnig de draak te steken met het artwork van mijn cd’s (“veredelde vakantiekiekjes: zonsondergangen en bootjes door de wegwerpcamera van een Japanse strandtoerist”) en mijn faam in het alternatieve circuit (“de muzieksnobs zwermen om Fennesz als strontvliegen om een dampende koeienvlaai”).

Fennesz – Cover Venice

Och, ik neem u niets kwalijk, want ik ken u niet. Wie weet hebt u ooit gehoorschade opgelopen tijdens een exclusief, heel intiem huiskamerconcertje van de lawaaimakers Sunn 0))), die van de gelegenheid hadden gebruikgemaakt om te experimenteren met vuvuzela-drones en een elfkoppig koortje van ontstemde voetbalvandalen met megafoons. Dat zou in elk geval een oorzaak kunnen zijn van uw schijnbare onvermogen om de “subtiele schakeringen” waar te nemen in mijn “caleidoscopische geluidscollages”. De melodische nuances in ragfijne, met de muis geweven klanktapijten als Circassian, The point of it all en Laguna lijken mij immers wel helder (dat zijn toevallig drie tracks uit Venice, een plaat met een haast tactiele soundtextuur, uit 2004. U moet die toch maar eens herbeluisteren – bij voorkeur met een hoofdtelefoon op uw koppige kanis!). En noisescapes als A year in a minute (uit Endless summer) en het bovenvermelde Glide geven hun zoetvloeiende geheimen pas druppelsgewijs prijs nadat u erin bent geslaagd een tipje van de ruissluier op te lichten. U moet somtijds wat moeite doen om een patroon te ontwaren in mijn sonische flou artistique.

Overigens, ik besef dat de gechargeerde stijl die u hanteert een bewuste keuze is, met het oogmerk om de lezer uit zijn tent te lokken en zodoende een polemiek in gang te zetten. Ik zou het echter waarderen als uw functionele scherts niet steevast ontaardde in je reinste laster. U vraagt zich bijvoorbeeld hardop af of mijn schijnbaar oeverloze stroom van ep’tjes, minialbums en andere gelimiteerde releases soms een slinkse manier is om mijn trouwe publiek geld af te troggelen. Dat is een kwaadwillige insinuatie! U weet donders goed dat het merendeel van die tussendoortjes artistiek integere samenwerkingsprojecten zijn met bevriende muzikanten, zoals Ryuichi Sakamoto (onze release Cendre uit 2007 dient trouwens te worden aangemerkt als een volwaardig full album), Jim O’Rourke en Peter Rehberg (samen vormen we het los-vaste improvisatiecollectief Fenn O’Berg), en zowat alle exponenten van de Weense elektronicascene. En de fans vinden die zoethoudertjes zelfs smaken naar meer – ze hebben dan ook lange wachttijden te overbruggen tussen mijn sololangspelers, omdat ik een hardcore kommaneuker ben. Maar u gaat pas echt ernstig over de schreef wanneer u me ervan beticht onrechtstreeks verantwoordelijk te zijn voor de zelfmoord van Sparklehorse-songsmid Mark Linkous. Uw hypothese dat hij na onze gezamenlijke opnamesessies voor In the fishtank, dat project rond muzikale monsterverbonden van het Nederlandse label Konkurrent, in een diepe depressie zou zijn geduikeld ten gevolge van mijn beruchte pathologische perfectionisme is ronduit zum Kotzen! U had uw roddelrubriek bij nader inzien beter Wansmaak gedoopt. Dergelijke riooljournalistiek verwacht ik veeleer van verdorven webloids als KindaMuzik of, godbetert, goddeau. Godverdomme!

Verkeerde de Gonzo (circus)-redactie in een zelfdestructieve roes van zelfgestookte nederwietjenever, toen ze besloot een platform te bieden aan een stokdove stokebrand met kapsones? Aangezien u me de column hebt toegezonden “ter goedkeuring” en “op dwingend verzoek van hogerhand”, lijkt het er in elk geval op dat men ondertussen al spijt heeft van uw rekrutering. Uzelf wijt die wrijving aan het feit dat het blad wordt geleid door volgelingen van de “Fennesz-sekte”, die – volgens uw mail – tijdens hun tweemaandelijkse afgodendienst eenstemmig mijn lof zingen, terwijl ze in devote bewondering neerknielen voor het reliekschrijn waarin mijn oeuvre wordt bewaard. Ik daarentegen denk dat uw bovenbazen tot dezelfde conclusie zijn gekomen als ikzelf, te weten deze: u bent een kwaadaardige, met talige pus gevulde etterbuil, die een schandvlek vormt op het aanzien van Gonzo (circus). U beweert dat Wanklank werd geconcipieerd als een cyberlab voor metakritiek, waarbinnen u, als onafhankelijk expert in nestbevuiling, ongehinderd zou mogen experimenteren met verbaal vitriool. In dat geval lijkt het mij een kwestie van tijd voor een van uw explosieve tekstbrouwsels ontploft in uw eigen tronie. LOLZ!!!!

Inmiddels verblijf ik, minachtend,

Christian Fennesz

PS: Kust ze, Arschloch! :-38===D

Fennesz live

11 juli 2010 – Rotterdam, North Sea Jazz Festival, www.northseajazz.com


Reacties


  1. Naam
    Kim (niet Gordon helaas)
    Bericht

    Ik heb zo’n vreemd gevoel dat, dat jij jezelf ècht verwijt wat Herr Fennesz je voor de voeten zou werpen. Je moet jezelf niet verdedigen. Wij vergeven je je kolerieke uitspattingen en je gebrek aan salonfähigkeit. Het is voor de goede zaak.

    Eigenlijk heb ik een gi-gan-tisch zwak voor de eerste van Fennesz.
    Eigenlijk vind ik heer Fennesz fysiek even aantrekkelijk als jij Kim G.
    En eigenlijk heb ik daar niets tegen, tegen veredelde vakantiekiekjes.

    Tot zover enkele twistpunten waar niet over te twisten valt, aangezien het louter om -met sentiment doorspekte- dwalingen van een vrouwmensch gaat, eentje dat beter in de keuken zou gaan staan en zwijgen. (Zoals alle vrouwen, natuurlijk.)

    De bottomline is echter: hij vraagt er de laatste tijd wel een beetje om, om afgezeikt te worden. En wat ik vooral onthou: zowel jezelf ALS Fennesz onderuit halen in het zelfde stukje, dat getuigt niet voor arrogantie; maar voor een scherpe bullshit factor en verregaande passie&oprechtheid.

    Vergeet die twee laatste woorden. Dat klinkt als iets uit een datingprofiel.

  2. Naam
    Rain King
    Bericht

    Om het in uw eigen woorden te zeggen: LOLZ!!!! Metakritiek voor gevorderden.

  3. Naam
    Bericht

    Nooit gedacht – afgaande zijn muzikaal vocabularium – dat Fennesz zo welbespraakt is!
    Hoog tijd om The Point of It All eens the gaan (her)ontdekken.

Er zijn geen reacties mogelijk.