Redactionele bijlage

Bekruipt je enige lichte stress bij de gedachte dat je je weer een weg mag banen door het woud van namen die dit jaar de BRDCST-affiche bevolken? Gonzo (circus) helpt je graag met een eerste selectie van een handvol acts die je volgens ons maar moeilijk kan missen. In deze special vind je interviews met artiesten, tips en extra leesmateriaal over de artiesten op BRDCST 2018!

 

 

Comments

Alles komt ooit tot een einde, zo ook het (lijvige) verhaal dat Dirk Serries wilde vertellen met vidnaObmana en Fear Falls Burning. Maar een einde is vaak ook de aanzet tot iets nieuws en daarom kondigde hij in 2008 een vers project aan (het raak getitelde ‘Microphonics’’) dat hij bovendien voortaan in de markt zou zetten zonder een alter ego om zich achter te verschuilen. Die naakte, eerlijke en daardoor fragiele aanpak is meteen ook de kernsignatuur ervan. Zoals altijd gaat ook dit hoofdstuk gepaard met een aanzienlijke productiviteit, vaak bedoeld als intermediaire vingeroefeningen om te komen tot de pure essentie. Serries hoeft in het milieu van atmosferische soundscapes en (gitaar)drones al lang niets meer te bewijzen. In circa drie decennia heeft hij niets minder dan een eigen, unieke muzikale taal geschreven. Toch blijft hij de grenzen van zijn eigen kunnen steeds maar verder voor zich uitduwen. Improvisatie, bij voorkeur in een livesetting, moet daarbij zorgen voor een dynamisch spel van aanloop, bijschaven en finaliseren. In die optiek moet ‘Microphonics XXI-XXV’ dan ook worden gezien. Het is het (tussentijds) eindstation van een langdurig process dat organisch evolueert van live improvisatie tot een volwaardige en af- en uitgewerkte studiocreatie. ‘Microphonics’ wordt vaak weggezet als minimalistisch, maar dat klopt niet helemaal gezien de onderliggende complexiteit in de nummers en het multigelaagde karakter van het geluid. Laag na laag worden de composities opgebouwd waardoor er niet alleen een fijnmazig geluidstapijt van harmonieën ontstaat, maar zich ook hoe langer hoe meer overtonen manifesteren. Afgetekend hoogtepunt, misschien wel in het volledige oeuvre van Serries, is ‘There’s Is A Light In Vein’ dat episch grandeur verzoent met melancholische introspectie. Het dromerige gitaargeluid had overigens niet misstaan op een postrockplaat, een mogelijk gevolg van Serries’ recente Europese tournee met de Japanse postrockers Mono.

Samen met de Dante-trilologie op Relapse (‘Tremor’, ‘Spore’ en ‘Legacy’) behoort de vierdelige opera tot het beste van het recentere werk van vidnaObmana. Vorig jaar kondigde Dirk Serries aan dat hij met deze cyclus voorlopig een punt zou zetten achter zijn bezigheden als vidnaObmana. Een nieuw project, Fear Falls Burning, bood hem de ideale kans om zich radicaal te herbronnen, muzikaal te herontdekken, andere horizonten te exploreren en het plezier in het maken en (live) spelen van muziek die hijzelf goed vond opnieuw te omarmen. Voor zijn fans mag het alvast een troost zijn dat de derde fusie van een specifiek instrument en Serries’ beproefde methode van oneindig recycleren een afgetekend hoogtepunt in zijn lange carrière vormt. In het eerste deel vormden de gitaren van Dreams In Exile de bronmaterie en op opvolger ‘Phrasing The Air’ ging hij aan de slag met Bill Fox en diens sopraan saxofoon. Ditmaal wordt vidnaObmana geruggesteund door het klankmateriaal van de experimentele pianist Kenneth Kirschner. In vier titelloze stappen exploreert Serries een klankuniversum dat expliciet, maar op een respectvolle en geïnspireerde manier, aansluiting zoekt bij het minimalisme van Morton Feldman. In de ruim 24 minuten durende openingstrack illustreert hij op een indrukwekkende manier dat ook de hele glitch en clicks ‘n’ cuts beweging niet zonder meer aan hem is voorbegaan. Statische ruis, gekraak van versleten vinyl, een even eenvoudige als hypnotiserende repetitieve pianoriedel, sonore soundscapes en een occasioneel gitaarakkoord: meer zijn er niet nodig om experiment te doen rijmen met effectiviteit. De finale opnames van ‘Reflections On Scale’ dateren van juli 2005, een periode waarin vrijwel alle aandacht ging naar Fear Falls Burning. Dat het niet eenvoudig is om beide projecten gescheiden te houden en dat de voorkeur momenteel overduidelijk gaat naar zijn nieuwe uitlaatklep blijkt onder meer uit de aanwezigheid van (zware) gitaardrones, hoe beperkt ook. In het tweede en derde nummer meet hij zich een meer bescheiden plaats toe en krijgt de piano van Kirschner meer ruimte om zich te ontplooien en daardoor een prominentere rol in de geluidsbalans toebedeeld. Het afsluitende deel flirt aanvankelijk met distortion, maar plooit zich niettemin gaandeweg terug op het vertrouwde veld van desolate soundscapes. En wat dat betreft, toont vidnaObmana zich al vele jaren een absolute Meester.
Een van de voornaamste redenen om tijdelijk te stoppen met vidnaObmana was de wens en noodzaak om het wat kalmer aan te doen. Niet verwonderlijk met meer dan dertig releases op de teller in ruim twee decennia. Maar echt stilzitten, zit er niet in want de discografie van Fear Falls Burning lijkt al net dezelfde weg op te gaan als die van vidnaObmana. Gitaardrones kunnen momenteel steeds meer rekenen op belangstelling en dat ook Fear Falls Burning terecht tot de club van onder meer Aidan Baker/Nadja, Growing, Asva, Sabers en natuurlijk Earth en Sunn 0))) wordt gerekend, blijkt onder meer uit een druk gevulde concertagenda. Zo tourde Fear Falls Buring nog recent in de Lage Landen met Cult Of Luna en stonden er in mei opnieuw heel wat shows in Duitsland op het programma. Een eerste hoogtepunt is zonder meer ‘The Carnival Of Ourselves’, een op 180 gram geperst en luxueus uitgegeven vinylalbum in een beperkte oplage van driemaal honderd stuks. Met behulp van een elektrische gitaar en een batterij effectpedalen worden eindeloos geloopte klankspiralen in een mantra van drones en feedback gegoten. De vinyluitgave biedt de mogelijkheid om voor de twee nummers voldoende tijd uit te trekken –dus zonder vervelende onderbrekingen- waardoor het beoogde effect, namelijk trance door herhaling, wordt bereikt. Waar ‘The Carnival Of Ourselves’ de ambientkant van Fear Falls Burning in de verf zet, kiest ‘The Amplifier Drone’ – eveneens op luxevinyl – resoluut voor de heavy aanpak. Had de eerste best ook op Kranky (Stars Of The Lid,Lichens, Charalambides) gekund, dan had de tweede zich zonder meer thuis gevoeld op Southern Lord (Sunn 0))), Thrones). Beide releases belichten (de) twee gezichten van Fear Falls Burning. De eerste zet de dromerige kant in de verf en is ijl en relatief luchtig; de tweede rockt en is donker, hermetisch en zwaar als lood. Maar hiermee hebben we het laatste van Fear Falls Burning ongetwijfeld nog niet gehoord. Er zijn gegarandeerd nog meer ongekende territoria in ’s mans eigenwijze sonische universum te exploreren.

Dit jaar viert Dirk Serries twintig jaar VidnaObmana. Er zijn weinig niet-commerciële elektronica-artiesten die hem dat nadoen of voor gedaan hebben. Meer dan 35 albums heeft hij in die periode uitgebracht op uiteenlopende en internationaal gereputeerde platenmaatschappijen als Soleilmoon, Projekt, Extreme, Hypnos en recent zelfs Release, het op experimentele elektronica geörienteerde sublabel van het extreme Amerikaanse metallabel Relapse. Daarbij bewandelde hij het pad van industriële noise naar atmosferische (vaak etnisch getinte) ambient en vice versa. Naast talloze soloreleases werkte hij ook samen met onder andere Alio Die, Asmus Tietchens, David Lee Myers en soulbrother in sound Steve Roach; en verzorgde hij remixen voor onder meer Bass Communion, Nocturnal Emissions en Implant. Dit jaar verschijnt het sluitstuk van zijn Dante Trilogie (‘Legacy’); het jubileum zelf zal worden gevierd met een bloemlezing die meteen de start zal inluiden van een eigen label, Ikon. In afwachting van dat alles zijn er nu het tweede luik van zijn ‘Opera For Four Fusion Works’ en ‘Spirit Dome’, de vierde studiocollaboratie met Steve Roach. Wie het niet zo begrepen heeft op VidnaObmana’s recente (ritmische) albums op Release, zal bij het beluisteren van dit laatste album onmiddellijk gerust worden gesteld. ‘Spirit Dome’ ligt netjes in de lijn van de voorgangers ‘Well Of Souls’ (’95), ‘Cavern Of Sirens’ (’97) en ‘InnerZone’ (’02). Dat betekent dus lang uitgesponnen klankspiralen en ijle soundscapes, gecreërd met behulp van elektronische en akoestische instrumenten zoals overtoonfluit en gitaar. Het album bestaat uit één lange sessie (74 minuten) die in één take live werd opgenomen. Het voordeel hiervan is dat we het gevoel hebben naar een liveconcert te luisteren waarbij improvisatie en spontaneïteit de bovenhand halen op a priori uitgetekende structuren. Ook op de tweede akte van ‘An Opera…’ gaat Serries voluit de atmosferische toer op, deze keer vertrekkend vanuit het geluidenspectrum van de Amerikaanse sopraansaxofonist Bill Fox. Het verschil met het vorige deel (waarop werd verder geborduurd op de gitaarklanken van Dreams In Exile) kon echter niet groter zijn. Niet alleen is het geheel aanzienlijk minder experimenteel, de klankkleur en sfeer werden over een radicaal andere boeg gegooid. Spookachtig en alweer verrassend.

Het doek is gevallen. Het vierde en laatste deel van ‘An Opera For Four Fusion Works’ is meteen ook het officiële afscheid van vidnaObmana. Na ruim twintig jaar en meer dan dertig releases zet Dirk Serries er definitief een punt achter. Op de eerste drie hoofdstukken van zijn ambitieuze opera stonden respectievelijk de gitaren van Dreams In Exile, de sopraansaxofoon van Bill Fox en de piano van Kenneth Kirschner centraal. Ditmaal is een hoofdrol weggelegd voor de stem van de omnipresente Steven Wilson (Porcupine Tree, Bass Communion, No-Man, Blackfield, I.E.M.). Die stem krijgt op deze vierde act dan ook het statuut van een volwaardig instrument. Minimalisme is daarbij het kernwoord. De vocale partijen rusten in de vier nummers op een bed van spaarzame geluidsspiralen die als een mot rond een vuur dansen. Spookachtig bij momenten (‘IV’), pastoraal en haast onhoorbaar elders. Naar het einde toe sluipt de gitaarsound van zijn nieuwe project Fear Falls Burning voorzichtig binnen in het geheel en symboliseert het treffend de muzikale evolutie die Serries al een hele poos aan het doormaken is. De overgang van vidnaObmana naar Fear Falls Burning kan niet beter worden geïllustreerd dan in de definitieve afsluiter. Naar vidnaObmana normen is 43 minuten bijzonder kort voor een album. Dat dwong hem ertoe om de essentie van zijn muziek kernachtig samen te vatten en niet langer laag na laag op te stapelen zoals in het verleden. ‘The Bowing Harmony’ is dan ook de eindgeneriek van een indrukwekkend parcours. (www.hypnos.com)
Eén van de nieuwe te verkennen horizonten is Continuum, een langetermijnproject met Steven Wilson. We schrokken ons haast een aap toen we de eerste keer het tweede Continuum-album speelden. Maakten op hun debuut dromerige drones nog de dienst uit; ditmaal worden we haast omver geblazen door een woeste wall of sound van sludge metal. Echt verbazen, mag dit natuurlijk niet. Fear falls Burning speelt al een tijd mee in het team met sterspelers als Nadja, Sunn0))), Boris, Earth of Asva. En sinds enkele jaren schuift Porcupine Tree ook meer en meer op van psychelische rock naar hardere regionen. Bovendien produceerde Wilson het laatste album van Opeth, zowat de vaandeldragers van hedendaagse progressieve metal. Om maar te zeggen dat ‘Continuum 2’ behoorlijk heftig in gang wordt getrapt. Een slepend, monotoon, repetitief ritme (cfr. Nadja), laag gestemde gitaren en soundscapes die oneindig kronkelen als het aurora borealis zijn daarbij de modus operandi. Hierdoor klinkt Continuum enerzijds radicaal anders, maar anderzijds is de manier van werken in wezen onveranderd gebleven. De procedure van de zogenaamde ‘infinite recycling’ van vidnaObmana blijft namelijk de sound domineren. Nadien gaat de storm wat liggen en krijgen de drones alle ruimte om zich maximaal te ontwikkelen en met elkaar onderling te verweven. ‘Continuum 2’ is dan ook in de eerste plaats een echte luisterplaat. Griezelige stemmen zijn in ‘Construct V’ bijvoorbeeld de voorbode van een reis naar een mentale mijnschacht, waar een spel van schimmen en schaduwen een onheilspellend geluidsdecor vormen. Eindigen doen ze opnieuw met slome ritmes en galmende gitaren die door de eindeloze herhaling opgetild worden tot het equivalent van een heuse hypnosekuur. Indrukwekkende clash of titans!

In 1999 geleden verscheen ‘The Shape of Solitude’, een van de vele collaboraties van Dirk Serries’ vidnaObmana, in dat geval samen met Brusselaar Serge Devadder. Er zijn inmiddels vijftien jaar verstreken, maar het gitaargeluid dat die release kenmerkte is nog steeds herkenbaar op Devadder’s debuut-cd, zij het in een veel vriendelijkere context. Devadder bouwt loops van zachte, voorzichtig gespeelde elektrische gitaar, die samen met synthesizer-soundscapes in de stijl van Robert Rich een wijde elektronische ruimte vormen. Daarbinnen improviseert hij op zijn gitaar, in een stijl die wel wat weg heeft van een dromerige, experimentele versie van Robin Guthrie’s soloplaten. Niet in de laatste plaats vanwege de grote hoeveelheden galm die er overheen worden gegoten, wat de hele plaat een onderwater-sfeer geeft (vandaar ook de titel en de foto van een trilobiet op de cd). Halverwege neemt ‘Cambrian’ een iets andere wending. Op één nummer zorgt een opborrelende sequencer voor een zweem van kosmische musik, maar de noten blijven net genoeg onder het oppervlak om het mysterie te behouden. Het gitaarspel op ‘Calcite Eyes’ doet met zijn uithalen denken aan dat van Richard Pinhas. De twee slotnummers hebben een veel donkerder sfeer, tegen de dark ambient aan. Waarschijnlijk omdat ze speciaal werden gecomponeerd voor het Cosmic Nights II-festival, eerder dit jaar. Als dat klopt en ze zijn representatief voor Devadder’s recente werk, zou het jammer zijn als we nog eens vijftien jaar zouden moeten wachten op de volgende cd.

%d bloggers liken dit: