Events

De lancering van Dunk! 4.0


Het dunk!festival, het belangrijkste postrockfestival van Europa en ver daarbuiten, onderging al verschillende metamorfoses. In zijn meest recente vorm is het een driedaags festival in de Gentse Vooruit, waar kunstencentrum Viernulvier over de invulling van de prachtige zalen waakt.

Het dunk!festival begon als een nevenactiviteit van de lokale basketbalvereniging (dunk!1.0), groeide uit tot een internationaal gereputeerd festival met een hoog aandeel buitenlandse bezoekers (dunk!2.0), en verhuisde vervolgens naar de terreinen van jeugdheem De Populier in het landelijke Velzeke, waar de gemoedelijke festivalsfeer tot een hoogtepunt kwam (dunk!3.0).

Bezinning

De twee jaren van gedwongen pauze gaven ruimte voor bezinning, en zo kon dunk! klaargestoomd worden voor zijn volgende fase: dunk!vierpuntnul in de Viernulvier. Een koerswijziging die als eerste reactie vooral treurnis met zich meebracht, want mooi zijn de herinneringen aan het zonnige bospodium, de verbroederingen in het grasveld, de huiselijke bediening in vier talen, waaronder het Velzekes, de boterhammen met choco in de late voormiddag, de vrolijke carréconfituurbezorgers van de namiddag en de metersgrote paëlla ’s avonds – goede herinneringen worden met het jaar beter en grootser.

Maar de tijd heelt alle wonden en op het programma vandaag, in het mooie kader van de Vooruit, staat de grootste lading artiesten tot nu toe: meer dan vijftig namen, verdeeld over drie dagen en nog meer zalen. De concertzaal en de balzaal, maar ook de domzaal, de theaterzaal en de eerste dag zelfs nog een vijfde ruimte: de dansstudio. Die maken een ruime keuze mogelijk tussen staan, zitten en liggen, de drie basishoudingen in het festivalwezen – al is het dan niet in het Velzeekse gras.

Perfectie

Het Franse Where Mermaids Drown zette als opener in de concertzaal de toon: een band die naadloos in het gemiddelde dunk!geluid past: stille passages, riffs en crescendo’s, en een occasionele (microfoonloze) schreeuw. Dat deden ze voor een al behoorlijk talrijk en welwillend publiek. Alleen maar blije gezichten op het podium, veel dankbaarheid en de obligate groepsfoto met de zaal.

In de balzaal mocht het Kortrijkse Divided, ingelijfd bij dunk!records, zieltjes veroveren. De lichtshow mocht wat ons betreft iets minder opdringerig – het was nog vroeg, en flitsen op ooghoogte zijn met mate te consumeren – maar muzikaal stond het er wel. Met name de drie laatste songs op de setlist hadden lekkere riffs in huis, en de zanger-drummer kwijtte zich met gemak van zijn dubbele taak. We zijn meer fan van zijn hardcorezangpartijen dan van de occasionele cleane vocals, maar dat is een kwestie van smaak.

Cecilia::Eyes was jaren geleden een vroege naam in de Waalse postrockwereld, maar gooide na tien jaar postrock en vijf jaar relatieve stilte het roer om: shoegaze blijft de eerste liefde van de muzikanten, en die invloeden zitten volop in hun meest recente plaat Some Memories Always End. Cecilia::Eyes is dus geen instrumentale band meer, maar de zangpartijen zitten wel – zoals dat hoort – diep verstopt in de zachte noise. Ook hier zagen we aldus een zingende drummer, zij het in een heel ander register, en hij deelde de vocalen met een nieuwe zangeres. De shoegaze van de band is die van Slowdive-makelij: rustig, beheerst en mooi. Auditieve perfectie primeert op dynamiek en spelplezier. Maar schoon was het dus wel, en perfect uitgevoerd.

Koerswijziging

En daarmee waren ze een mooie opener voor Bruit ≤, een postrockband die ook buiten de postrockwereld de aandacht trekt. De balzaal, met stemmig verlichte rode gordijnen, zat dan ook afgeladen vol. Met hun instrumentarium hebben ze een klankkleur die aanleunt bij de klassieke Constellation-bands: warm, rijk, barok. Hun discografie tipt nog niet aan de grote klassiekers – daarvoor ontbreken de geniale, tijdloze melodieën nog – maar het potentieel is er wel. En live maakten zeker de laatste twee nummers indruk, met een uitermate tevreden publiek als gevolg.

Ha, en dan nog eens zo’n typische dunk!festivalband: Hubris. Viriel, gedreven, overtuigd van het eigen kunnen, maar ook zeer dankbaar. Op zijn minst gingen deze heren de dialoog met hun publiek aan, met de disciplines ‘synchroon headbangen’, ‘synchroon met de poep naar het publiek en weer draaien’ en andere heerlijke choreografieën. En natuurlijk de perfect symmetrische opstelling: geen frontman, dus flankeren de twee gitaristen de bassist. Geen echt memorabele songs, wel een gedreven set, en dus hebben we ons prima vermaakt.

Toen riep de Gentse horeca, waarin we toch wat meer tijd spendeerden dan in de Velzeekse wei indertijd, en dus misten we een aantal bands. Gelukkig waren we tijdig terug voor Astodan, in de balzaal. In het verleden altijd dik in orde live, en deze keer was er een nieuwe plaat mét koerswijziging voor te stellen: de toevoeging van zang. Misschien lag het aan ons, misschien was het de bedoeling, maar de mix was – zeker bij de eerste twee songs – minder subtiel dan we bij deze band gewoon waren. De (uitstekende!) bas was allesoverheersend, en resoneerde frequent, waardoor de drie gitaarpartijen wat verloren gingen. Kwamen wél bovendrijven: de hoge zangpartijen en de drums, die met name in de afsluiter bijdroegen aan de noisy maar ook verpletterende apotheose. En de zang? Die droeg zeker live bij aan extra vuisten in de lucht.

Ordewoord

Op basis van zijn reputatie verdiende Jesu ontegensprekelijk de voorlaatste plek in de grootste zaal. Helaas stond bezieler Justin Broadrick (zie ook: Godflesh) zonder band op het podium: hij werd slechts vergezeld van een audiotape en (kamerbrede) visuals. De zang en gitaar die daarover geplaatst werden waren niet van die aard om ons het eerste kwartier te onderhouden – dat we geen actieve kenner zijn van het Jesu-oeuvre speelde daarbij ongetwijfeld mee.

Dan maar snel naar de dansstudio, want dat was de laatste gelegenheid. Jon Doe One speelde daar zijn laatste van drie sets, vanachter een transparant gordijntje. Het ordewoord was: liggen en luisteren. Een dergelijke setting is ideaal voor festivals als dit: na elke portie postmetal hebben je oren nood aan rust en heeft je lijf nood aan ontlading. Over al die liggende lijven dwarrelden aldus de soundscapes van Jon Doe One. De muziek was het resultaat van zijn residentie in de Vooruit samen met cinematograaf Stijn Grupping. Al kwam er deze keer wat onvoorziene musique concrète bij: de CO2-meter ging in het rood en stootte een dwingende pieptoon uit, als was het een wekkerradio die de liggende lijven tot de orde riep. Al viel het niet héél erg op: de pulserende piep was best compatibel met de muziek.

En dan weg uit de broeierige zolder met zijn 24,7 graden Celsius, naar zaal nummer vier: de theaterzaal. Zitten in de fluwelen zeteltjes was hier de boodschap, met elektronica-oudgediende Fennesz. Een eettafel laptops, kabels en elektronica, en occasioneel mocht de gitaar op schoot bij nonkel Fennezs. Het was aangenaam verdwalen in de geluidsgolven, maar halverwege moesten we opstappen, want er wachtte ons nog een barre tocht naar de top van de Vooruit: de domzaal!

Riffcollectie

Daar speelde immers Malämmar, een dunk!publieksfavoriet. Het Spaanse trio speelt no-nonsense, sludgy doommetal, die op zuiderse wijze toch iets rauwer klinkt dan die van hun Amerikaanse collega’s. Hun riffcollectie is verzameld op Vendetta (2016) en Mazza (2021), beide uitgebracht door dunk!records. Net zoals op het bospodium van dunk!3.0 werden ook op deze hoge zolder hun vette riffs gretig in ontvangst genomen door een hongerig publiek. Afsluiten deden ze met titelnummer Mazza.

Het dunk!festival was er vroeg bij met Jo Quail. De Britse celliste maakte bij haar eerste passage op het festival, jaren geleden, indruk met haar geloopte elektrische cello, die qua vibe dichter aanleunde bij metal dan bij de klassieke opleiding die ze genoot. Ook Caspian zag haar toen aan het werk, en daar volgde een mooie samenwerking uit. Sindsdien stapelen de samenwerkingen zich op. Morgen speelt ze hier solo, want ze heeft een nieuwe plaat voor te stellen, maar er moest nog een eerdere release ingehaald worden: ‘For the Benefit of All’, een samenwerking met Tom Morris van Her Name Is Calla. Het was pas de tweede keer dat ze samen op een podium stonden, en dus een bijna-première.  We konden slechts het einde meepikken, samen met een uitgedund publiek – te kort om een oordeel te kunnen vellen.

Daarmee hadden we een degelijke festivaldag gehad, zonder echte uitschieters. Maar dunk! had nog één troef in de mouw: Yob! Voor de volhouders, want ze speelden tot een eind na middernacht, maar wie tot het einde bleef kreeg waar voor zijn geld. Yob maakt logge postmetal, maar in een live-context heeft het trio meer de allure van een gezellige bende seventiesrockers die hun riffs al vijftig jaar onder de knie hebben en zich enkel nog hoeven bezig te houden met spelplezier en fijne babbeltjes met de toehoorders. De heavy riffs gingen er vlotjes in, en het enthousiasme van het trio straalde af op het uitgelaten publiek – pintje in de hand, vuist in de lucht. Na een warrige speech recht uit het hart – het sloeg nergens op, maar non-verbaal zagen we liefde en dankbaarheid in de ogen – begon het ervaren trio aan drie lange kleppers: Adrift in the Ocean, met zijn heerlijk anticiperende intro – de stilte voor de storm – en daarna volgden nog Burning the Altar en afsluiter Quantum Mystic, met zijn speelse breaks en hoge vocalen. Rock ’n roll! Dit was even nodig. Morgen dag twee, met zijn succulente affiche. We kijken ernaar uit.

Gezien: dunk!festival 2022, donderdag 26 mei 2022
Tekst: De Geluidsarchitect – Foto’s: Wouter De Bolle


Reacties