Blog

‘De Beatles van mijn generatie’


De Beastie Boys staan weer in de belangstelling, nu er een boek over hun geschiedenis is verschenen. Maar ze zijn natuurlijk nooit echt weggeweest. Zeker niet voor onze Dimitri Vossen, die een persoonlijke ode aan deze helden brengt – en dat terwijl hij eerst niets van ze moest hebben!

Beastie Boys – Foto: Glen Friedman

Neen, ik moest ze niet, die Beastie Boys. Voor mij stonden ze symbool voor de puberale macho’s die het leven op de middelbare school net dat tikkeltje zuurder maakten. Feesten, zuipen, en dan nog alle vrouwen binnendoen? Mijn puistige veertienjarige zelf had er niks mee, wellicht tot zijn licht rancuneuze spijt. Het was 1989, en mijn fascinatie voor hiphop begon anders wél een stevige vlucht te nemen. Als zoon van een muzikant was de meeste andere muziek voor mij bevattelijk, in die zin dat ik snapte hoe ze werd gemaakt. Ik wist hoe een orkest was samengesteld, ik kende de componenten van een traditionele rockband, ik had ook enige notie van het opnameproces en hoe je uiteindelijk tot een compositie kon komen. Regelmatig ontdekte ik nieuwe muziek die ik goed vond, maar die klonk me altijd vertrouwd en veilig in de oren.

Maar hiphop? De opwindende bevreemding die ik daarbij voelde, was dezelfde die ook de industriële elektronica van Front 242 bij mij teweegbracht: hoe vaak ik er ook naar luisterde, ik kon maar niet doorgronden hoe die klanken zelfs maar konden bestáán, laat staan hoe een menselijk wezen ze zou produceren. Sampling was in die tijd zo’n nieuwbakken vorm van muziek maken, dat ook de meeste journalisten en muziekliefhebbers er geen hoogte van kregen. Uit zulke onoplosbare vraagstukken worden levenslange passies geboren.

En dan was er nog de culturele kloof waar ik nieuwsgierig overheen keek. Toen op een zomernamiddag in 1988 op MTV de clip van NWA’s gangsterhymne ‘Straight Outta Compton‘ uit het tv-scherm braakte, wist ik niet wat ik zag. Zo leefden en dachten jongens die nauwelijks enkele jaren ouder waren dan ikzelf, aan de andere kant van de wereld? Het kon het evengoed een live-uitzending van het reilen en zeilen op planeet Mars betreffen.

Marsmannetjes

Dat was ook letterlijk de titel van een nummer op de plaat die voor mij de capitulatie zou betekenen: ‘Transmitting Live From Mars‘ staat op De La Soul’s meesterwerk ‘Three Feet High And Rising’. Een aangeschoten orgelsample van The Turtles (die er zo hard niet mee konden lachen dat ze De La Soul voor de rechter sleepten), gelardeerd met opgeknipte citaten uit de Franse les: ‘Quelle heure est-il? C’est l’heure de déjeuner’. Slaat op niks! Geniaal!
De hele aanpak van De La Soul’s debuut was spek voor mijn bek, een gateway drug voor een Vlaamse bleekscheet die hiphop wou begrijpen. Los van de Afrikaans-Amerikaanse achtergrond ging het ook om een universele uitweg uit de culturele impasse op het einde van de twintigste eeuw. Wat doe je wanneer het lijkt alsof alles al een keer werd gedaan? Scheur het kapot en begin opnieuw, zo zeiden de punkers en de new wavers. Maar hiphop stelde wat anders voor: scheur het kapot en plak het op een radicaal andere manier terug bij elkaar.

Geheel nieuw was dat idee natuurlijk niet. Collage was een eeuwenoude techniek, de dadaïsten gebruikten het om gedichten te construeren, en de beatniks William S. Burroughs en Brion Gysin experimenteerden al door stukjes audiotape op te knippen en aan elkaar te plakken. Maar hiphop democratiseerde het idee en maakte er popcultuur van: muziek voor het volk, vanuit een machtigend principe. Heb je geen geld om instrumenten te kopen? Two turntables and a microphone…

Brandkast

‘Luister toch maar eens, da’s zo’n beetje hetzelfde.’ Nog steeds in 1989 had ik mijn gekopieerde cassette van ‘Three Feet High…’ aan een klasgenoot uitgeleend, en tot mijn teleurstelling kreeg ik het nieuwe album van die ellendige Beastie Boys in de plek. Ik besloot er een keer doorheen te skippen, zodat ik een beetje kon verantwoorden dat het niks voor mij was. En dan gebeurde er tien seconden niks. Uit de verte kwam er langzaam een pianoriedel aangestommeld. Pas een minuut later was hij er helemaal, en een van echo doordrenkte stem sprak me bezwerend toe: ‘to all the Brooklyn girls…‘ ‘Verdomde patsers, helemaal niks veranderd’, dacht deze puistige puber.

Maar dan viel daar de eerste drumbreak van ‘Shake Your Rump‘ uit de lucht, recht op je smikkel als een brandkast in een Tom en Jerry-cartoon. Het nummer is strategisch geplaatst als een missie-statement, met krap een dozijn samples die in slechts enkele minuten over elkaar heen buitelen. Dat tempo is onhoudbaar en wordt gedurende de rest van de plaat enigszins getemperd tot de duizelingwekkende collage in de finale, maar de toon is gezet. Moet ik hier nog het culturele belang van ‘Paul’s Boutique’ uit de doeken doen? Check Wikipedia, kom gewoon terug wanneer je bij bent.

Dat was de eerste keer dat de Beastie Boys mijn leven veranderden. Tot mijn verwondering leerde ik gaandeweg dat ‘Paul’s Boutique’ géén wereldschokkende hit was geworden. Ik nam dan maar genoegen met de dankbaarheid dat ze mij een leidraad hadden gegeven voor mijn verdere muzikale ontdekkingstocht doorheen de hiphop. Ik snapte het nog niet helemaal, maar dankzij hen toch al heel wat beter. Je kon stukjes van The Eagles, The Fatback Band en The Ramones door elkaar klutsen tot iets nieuws en opwindends, en dat was een hele kunst. Yo! MTV Raps deed de rest, en enkele jaren later zat ik tot aan mijn knieën in de hiphop.

Dubbelspel

Beastie Boys – Foto: Ebet Roberts

En toen, in 1992, was er opeens ‘Check Your Head’. Andermaal had ik mijn vertrouwen in de Beastie Boys al opgegeven, zéker toen ze volgens de eerste berichten terug hun instrumenten hadden opgepikt en zelf zouden spelen. Geen bouillabaisse van samples meer? En werd dat dan gewoon een rockband met raps over, zoals die verrekte ‘Fight For Your Right’ klonk? Neen, ik had er bepaald geen goede hoop op.

Het zou de laatste keer zijn. ‘Check Your Head’ werd gemaakt volgens het hierboven beschreven hiphopprincipe, consequent toegepast overheen de genrevakjes en met bovendien een stevige punkmentaliteit van doe-het-gewoon-lekker-zelf. Twee subculturen voor de prijs van één! In feite was dit nog steeds een sampleplaat, maar sommige samples speelden de Boys gewoon zélf, aangevuld met de onschatbare toetsenist ‘Money’ Mark Nishita. Zo konden ze hun stilistisch palet aanzienlijk verbreden: op ‘Check Your Head’ hoor je naast hiphop onder meer ook rock, hardcore punk, reggae, psychedelica en funk.

Op het eerste zicht lijkt het een aaneenschakeling van genre-oefeningen, maar schijn bedriegt. Het verschil zit ‘m net in de eigen persoonlijkheid die de DIY-aanpak met zich meebrengt. De plaat is het resultaat van eindeloze luistersessies dwars door hun verzamelde platencollecties. Maar telkens ze een artiest proberen na te spelen, komt er aan de andere kant iets tevoorschijn dat weliswaar lijkt op het origineel maar toch onmiskenbaar een eigen stempel draagt. En dat is dan weer zéér hiphop, getuige de making of van de onvervalste hardcore-song ‘Time For Livin’. Het akkoordenschema werd geleend van de obscure New York band Frontline – het origineel vind je op een demo uit 1982 onder de titel ‘Feel Like A King‘. Hierover begon Mike D spontaan lijnen te scanderen die hij vond op het tekstvel van een Sly Stone-plaat (‘Small Talk’ uit 1974). De chant ‘Soul Fire…’ in de break waar het tempo halveert, komt dan weer van de Beasties’ grote held Lee ‘Scratch’ Perry, circa 1978. Drie bronnen uit drie tijdvakken en drie genres, overeen geschoven tot een nieuw resultaat – meer hiphop kan deze punksong niet worden.

Beatley Boys

Beastie Boys – Foto: Ricky Powell

Hun muzikale experimenteerlust is slechts een van de elementen die van de Beastie Boys zowat de Beatles van hun generatie maakten. Hun carrière vertoont alleszins mooie parallellen: opgepikt uit de ondergrond en omgetoverd tot onwaarschijnlijke tieneridolen. Gebruikgemaakt van hun eerste successen om een eigen muzikale visie te ontwikkelen en in de wereld te plaatsen. Een groeiende drang naar meer autonomie, wat uiteindelijk resulteerde in zakelijke initiatieven die niet beperkt bleven tot muziek. The Beatles hadden hun Apple, Beastie Boys hadden Grand Royal – een platenlabel, maar uiteindelijk ook een magazine en bij uitbreiding een way of life. De Beastie Boys verwerkten al hun interesses en fascinaties tot een culturele identiteit die steek hield net omdát ze zo fragmentarisch was. Hun voorliefde voor zowel punk als loungemuziek bestond probleemloos naast een obsessie met kungfu- en blaxploitationfilms. Zelfs MCA’s groeiende betrokkenheid met boeddhisme en de Tibetaanse vrijheidsstrijd kreeg een plaats binnen het totale plaatje. De fans werd niet minder dan een levenshouding aangereikt: benader de wereld als een hoorn des overvloeds van eindeloos fascinerende cultuur, hoog tot laag tot transcendent.

Jammer genoeg eindigde Grand Royal op vergelijkbare wijze als Apple: met een bankroet. Het weerhield Beastie Boys er niet van om lustig verder te experimenteren. Zo universeel baanbrekend als het triumviraat platen dat eindigde met ‘Ill Communication’ werd het muzikaal misschien niet meer, maar elk album daarna is een frisse insteek op hun creatieve persoonlijkheid. ‘To the 5 Buroughs’ is bijvoorbeeld een onverhulde ode aan hun thuisstad New York (na 9/11) en misschien wel de puurste rapplaat die ze ooit maakten. ‘The Mix-Up’ is dan weer een verrassend diverse en geslaagde verzameling instrumentals.

Met de vroegtijdige dood van MCA (want hoe rijk van cultuur de wereld ook is, eerlijk is-ie nooit) was het ook gedaan met Beastie Boys, en niemand van de band – noch de fans – die daar zelfs maar twijfels bij had. De reflectie die erop volgde heeft nu geleid tot een boek dat naar verluidt barst van de lollige anekdotes, maar eerlijk? Ik zal het ooit wel eens lezen, maar de levensbepalende inzichten kwamen voor mij al lang uit hun oeuvre. Fan zijn van de Beastie Boys voelde altijd als een voorrecht, alsof je toegelaten werd tot het leukste en opwindendste clubje ter wereld – misschien wel de laatste club die van levensgenieterij een kunst én een filosofie maakte.

En tot het einde bleven ze trouw aan die eerstgekozen kinderachtige naam: de Beestige Jongens. Een beter statement kan niet worden gemaakt: blijf levenslang groeien als mens, verander van smaak, van gedachten, van karakter… maar vergeet nooit wie je ooit was, puberale macho of puisterige puber. Want die kern van je Zelf is de kiem waar al de rest uit groeit.

Meer

Beastie Boys Book’ (Michael Diamond & Adam Horovitz) verscheen op 30/10/18 bij Faber & Faber.


Reacties