Columns

De Achtergrond – Duiding bij historische gebeurtenissen


Even hebben we overwogen om, bij wijze van stil protest, of geweldloos verzet zo u wilt, deze pagina leeg te laten. Een leeg blad zegt immers meer dan duizend of laten we zeggen zeshonderd woorden. Alleen: verzet waartegen? Keuze te over. En dan moeten we gaan nuanceren, en voor we het goed en wel beseffen zitten we al aan zestig woorden.

Nee, daar is taal veel te mooi voor, om te zwijgen. Taal is altijd een bondgenoot. Tel het eerste paragraafje erop na: zestig staat daar niet zomaar. Bovendien: schrijven is natuurlijk ook een vorm van geweldloos verzet.
Maar u bent hier voor de geschiedenis. Welnu, geweldloos verzet: de Maori waren er bedreven in, maar de marketing van goeie gabbers als Mahatma Gandhi (1869-1948) en Martin Luther King (1929-1968) was merkelijk beter. De Internationale Dag van de Geweldloosheid valt zelfs samen met de verjaardag van Gandhi: geen geringe prestatie.
En toch. Het ene geweldloze verzet is het andere niet, en de term wordt weleens misbruikt. Zo zijn er naevelingen, idealisten en vrijheidsstrijders die onder het mom van geweldloos verzet hun eigen leven in gevaar brengen in de hoop hun zin te krijgen: voor een tank gaan liggen, in hongerstaking gaan enzovoort. Zij gaan voorbij aan de essentie van wat geweldloos verzet hoort te zijn: de tegenstander confronteren met zijn eigen kracht. Zoals het kleine Aziatische mannetje met de juiste greep de kracht van zijn tegenstander kan gebruiken om hem te vloeren, kan dat ook op een geweldloze manier. Ga dus niet voor een tank liggen, maar duw hem enthousiast vooruit, en versier hem met slingers en ballonnen. Ga niet in hongerstaking tegen de elite, maar leg hun mes links en hun vork rechts van het bord, en verwissel suiker en zout. Overtreed geen regels, maar pas ze zo consequent toe dat de ordehandhaver er horendol van wordt.
Een voorbeeld dichter bij huis. U kunt aanklagen dat de nationale radio aan ethervervuiling doet, en een lezersbrief schrijven. Of, nog erger, een positief alternatief formuleren. Veel leuker is het om in de logica van de tegenstander te stappen, want daar gaat het tenslotte om. Loop de gebouwen van de openbare omroep binnen, en vraag naar de verantwoordelijke kakmuziek, zevende verdieping, u hebt een bevestigde afspraak om veertien uur. Ga met de step en laat die achter op de parkeerplaats van de Chief Executive Officer (vraag een bewaker een oogje in het zeil te houden en noteer achteraf elke kras). Doe mee aan een telefonische wedstrijd en doe de groeten aan neven en nichten, buren en verwanten, dit alles in feilloos en bedachtzaam Nederlands.
Deze vorm van geweldloos verzet heeft geen goeroe, en zo hoort het ook. Maar toch. Iemand die zogenaamd ongewild aan geweldloos verzet deed, op de goede manier dan nog, was John Cage (1912-1992) zaliger. In 1952 componeerde hij het stuk 433, waarbij de uitvoerder eenvoudigweg geacht wordt aanwezig te zijn omgevingsgeluiden doen de rest. De man had er een theoretische uitleg voor, maar wij bij Gonzo (circus) weten wel beter. Een muziekloos muziekstuk waarbij een onwennig publiek in drie delen met de voeten schuifelt? Een componist die bij wijze van hobby paddenstoelen gaat plukken het bos? Nee, niet n of andere Maori, niet Gandhi of Martin Luther King, maar John Cage is de ongekroonde koning van het ware geweldloze verzet. Tegen wil en dank, zoals dat hoort. Meteen roepen we 5 september, zijn verjaardag, uit tot de Internationale Dag van de Satire.


Dit artikel verscheen eerder in GC #122.

Koop deze editie in onze webshop!

Reacties