Blog

ANP: Creatief met nieuwe mediaonderzoek


Ach ja, doe eens gek. In tijden van economische malaise gaat het Nederlandse persbureau ANP zelf op onderzoek uit, in plaats van de persberichten van andere – al dan niet – onderzoeksbureaus over te schrijven. Goede zet? In het geval van de recente rondgang langs gemeenten om het gebruik sociale media te meten in ieder geval niet.

‘Netwerksites als Hyves, Facebook en Twitter zijn razend populair, met name onder jongeren en jongvolwassen’, gaat het persbericht Gemeenten Negeren Twitter en Hyves in campagne frivool van start. Pardon? Nee, dat is geen grap van ANP. Het staat er echt. Een paar minuutjes zoeken op internet leert dat de gemiddelde leeftijd op Facebook rond de 37 ligt. Over Twitter verschillen de meningen: rond de 45 óf rond de 31. Hyves werd onlangs nog – volgens een persbericht van het ANP – massaal verlaten door jongeren. Reden: opa’s en oma’s eisten de netwerksite op. Toch meent het ANP te kunnen stellen dat bovenstaande netwerksites met name razend populair zijn onder jongeren. Dergelijke journalistieke fouten zijn niet voorbehouden aan ANP, helaas. De meeste journalisten, onderzoekers en mediawerkers baseren zich liever op aannames dan op feiten.

Één van die aannames is dat jongeren sneller en beter overweg kunnen met nieuwe media. Ze zijn er immers mee opgegroeid. Het verleden versterkt dat beeld. In de jaren zestig, zeventig en tachtig was er immers nog sprake van een generatieconflict. Jongeren zetten zich, al dan niet bewust, af tegen de heersende orde door vernieuwing te adopteren. De jongeren wilden vooruit, zich ontworstelen van het verleden, onder het juk van de ouders vandaan komen. Die wilden op hun beurt dat alles zo zou blijven als het was. Dat was twintig jaar geleden. Vóór de voltooiing van het laat-kapitalistische project om te komen tot een platte wereld. Een wereld waarin verschillen er niet meer te doen, waarin iedereen gelijk is. Althans, hier in het westen.

Dat werd al pijnlijk duidelijk tijdens een uitzending van Pauw en Witteman in december 2007. Onderwerp? Slaafvrije kleding. Met lede ogen keek Jeroen Pauw zijn tafelgast aan. Stelde voor de derde keer zijn vraag. Zou zijn gesprekspartner in een kledingwinkel vragen of op zoek gaan naar slaafvrije kleding? “Natuurlijk niet”, antwoordde die, “dat is toch niet mijn zaak? Dat moeten andere organisaties oplossen.” De directeur van Amnesty International, ook aangeschoven, staart vol ongeloof voor zich uit. Nee, gastheren Jeroen Pauw en Paul Witteman spraken niet met een een jongere, een vroegvolwassene van mijn part, zonder idealen. De tafelgast in kwestie was Ruud Lubbers, onder andere oud-minister van Nederland en in dienst van de VN. Dat afschuiven van verantwoordelijkheid en die apathische houding is volgens ‘Boeiuh!’ van Rob Wijnberg en ‘De Grenzeloze Generatie’ van onderzoeksbureau Motivaction juist zo typerend voor de hedendaagse jeugd.

Het voorbeeld van Lubbers is exemplarisch. Ik kan er duizenden noemen. Kern van de zaak? In denken én gedrag lijken ouderen en jongeren meer op elkaar dan dat ze verschillen. Logisch, natuurlijk. Hoe vlakker een maatschappij, hoe meer hetzelfde is. Dat was ooit wel eens anders. Nieuwe situatie dus. En nieuwe situaties vragen om nieuwe definities, nieuwe ‘hokjes’. Toch bevat de trucdoos van de media doorgaans alleen de oude. Bovenstaand voorbeeld van het ANP bevat nog een veel grote misser. ANP ziet een sociaal netwerk als een homogeen medium. Een medium met één groep gebruikers, met statistieken, met gemiddelden. Juist die doen er tegenwoordig niet meer toe. Dat is logisch. Waar een medium vroeger groepen mensen trok op basis van inhoud, daar is een medium – zeker op internet – nu vooral vorm. De inhoud? Daar zorgt de mediaconsument zelf wel voor. Een voorbeeld. Wie op de vroege avond naar de zoveelste reeks van soap Goede Tijden Slechte Tijden kijkt, kiest bewust voor een bepaalde inhoud. Dat zorgt voor een groep kijkers die iets gemeen heeft. En waar je, indien gewenst, statistisch onderzoek op los kunt laten.

Dat ligt bij sociale netwerken, en veel andere nieuwe media, anders. De keuze voor Facebook of Hyves is geen inhoudelijke. Eerder een sociale. Beide netwerken hebben miljoenen gebruikers. Een gemiddelde daarvan proberen te maken is net zoiets als een poging de gemiddelde Nederlander te beschrijven: het zegt niets. Twitter bijvoorbeeld bestaat uit honderdduizenden netwerken van gelijkgestemden. Over zo’n enkel netwerk is statisch gezien nog wel iets zinnigs te zeggen, over Twitter als geheel niet. Gemiddelde leeftijd op Twitter 35 jaar? Ja, en? Dat de mensen in mijn eigen Twitter-netwerk – 1400 zielen groot – overwegend werkzaam zijn in de (pop)journalistiek of nieuwe media en in Amsterdam wonen, is wél interessante en bruikbare informatie. Want een groep min of meer gelijkgestemden gecentreerd rond bepaalde interessen. Die gelijkgestemden zijn daarnaast weer onderdeel van andere netwerken met andere interessen. Zie daar de essentie van (nieuwe) media in 2010: in plaats van een relatief homogene groep mediaconsumenten is er sprake van een keur aan grote en kleine netwerken waar mediaconsumenten en -producenten elkaar vinden op basis van interessen. Kan vluchtig zijn, kan bestendig zijn. Dat hangt af van de structuur van het netwerk.

Neem Gonzo (circus). Het tijdschrift heeft een grote groep gelijkgestemden om zich heen verzameld. Een deel daarvan volgt Gonzo (circus) eveneens op Twitter en op Facebook. Volgt soms ook tijdschrift OOR, maar dat is zeker geen vanzelfsprekendheid. Want, ander soort interesse, dus ander netwerk. Voor het ANP en de meeste journalisten gaan dergelijke veranderingen er niet in. Voor hen blijft Facebook een homogeen medium. Sterker: het is een nieuw medium en dient alleen al daarom omarmd te worden. Dat deed Obama toch ook zo succesvol? Nederlandse gemeenten ontkomen er dus niet aan sociale media te gebruiken. Een dergelijke gedachtegang doet geen recht aan de finesse van de Obama-campagne en het vermogen van gemeenteambtenaren om zelf te bepalen met welke media de burger te bereiken is. Twitter gebruiken omdat Twitter, volgens de media, door iedereen wordt gebruikt is het tegenovergestelde van een zinvolle, doordachte strategie. Het is toegeven aan de impulsen uit je omgeving. En tja, daar is een bedrijf – laat staan gemeente – nog nooit beter van geworden.

Erger nog dan de uitglijder van ANP is de kritiekloze gemakzucht waarmee redacties van De Volkskrant, BN/DeStem en andere media het persbericht hebben overgenomen. De oorzaak? Kunnen er twee zijn. Het kan redacteuren en journalisten aan tijd ontbreken om een bericht op waarheid te toetsen. Vreselijk zaak, natuurlijk. Maar vaak kunnen redacteuren niet anderen. De andere reden? Misschien denken redacteuren en journalisten wel dat het bericht van ANP op waarheid berust. In dat geval zijn de rapen gaar. De Britse journalist Nick Davies beweert in zijn boek ‘Flat Earth News’ – deze maand in het Nederlands uitgekomen als ‘Gebakken Lucht’ – vooral dat eerste. Journalisten willen best, maar kunnen niet (meer). Al heeft dat niet alleen met tijd te maken, maar vooral ook door de verregaande commercialisering van de media. Onafhankelijke journalistiek is in de ogen van Davies als een gitzwarte Opel Manta A uit 1972 met verlaagd chassis, getinte ruiten, voor- én achterspoiler: een zeldzaamheid.

Graag zou ik Davies willen geloven. Doe ik slechts ten dele. Reden? Te vaak gesproken met collega-journalisten over nieuwe media, over oude hokjes, over de noodzaak van nieuwe definities. De meeste journalisten in Nederland nemen nieuws en onderzoeken kritiekloos over omdat ze inderdaad niet beter weten. Meer tijd om achtergronden te toesten gaat daar weinig aan veranderen. Een mentaliteitsverandering wel. Journalistiek moet weer kritisch worden. Moet weer vragen durven stellen. Of dat gaat gebeuren? Davies denkt van niet. De commercie is inmiddels zo diep doorgedrongen in de vezels van de journalistiek, dat verandering op grote schaal uitgesloten is. Ik ben optimistischer. Zeker in Nederland. Klein land met handjevol kwaliteitsmedia. Stel dat twee daarvan het bericht van ANP kritisch onder de loep hadden genomen? Tja, inderdaad: stel dat.

Meer info

Boeiuh! Het stille protest van de jeugd, Rob Wijnberg, Prometheus (2007).
De Grenzeloze Generatie, en de eeuwige jeugd van hun opvoeders, Frits Spangenberg en Martijn Lampert, Nieuw Amsterdam (2009).
Gebakken Lucht, Nick Davies, Lebowski (2010).

WWW

Gemeenten doen weinig met Twitter en Hyves in campagne (bij De Volkskrant).


Reacties


  1. Naam
    Aad van Rooijen
    Bericht

    Bedankt voor je reactie Theo! het wordt eigenlijk hoog tijd dat er kwalitatief hoogwaardig onderzoek gedaan wordt naar het gebruik van internet en sociale netwerken.
    Je kunt gelijk hebben dat het vooral beeldvorming is.

  2. Naam
    Theo Ploeg
    Bericht

    @aad van Rooijen:

    Dat is juist het probleem. In het persbericht staat duidelijk jongeren en jongvolwassenen. Ik vrees dat het ANP daar geen mensen tot 40 mee bedoelen.

    Je tweede opmerking bevestigd mijn gelijk juist. Het algemene discours in onze samenleving is dat jongeren handiger en gretiger zijn in het gebruik van nieuwe media. Argumenten ontbreken echter. Sterker nog: mijn ervaring als docent staaft die conclusie zeker niet.

    Als alle media, kortom, schrijven dat jongeren handiger zijn met internet hoeft dat nog niet zo te zijn.

    Of je moet jongeren inderdaad tot de leeftijd 40 willen oprekken 😉

  3. Naam
    Aad van Rooijen
    Bericht

    Wat is het probleem, vraag ik me af. De veronderstelling dat sociale netwerken meer door jongeren dan door ouderen worden gebruikt? Die lijkt me wel juist als je jong breed definieert: onder de 40 is tegenwoordig al jong.
    Er is wel een inhaalslag onder oudere generaties gaande op het gebied van internetgebruik, maar de handigheid en gretigheid van jongeren blijft groter.

Er zijn geen reacties mogelijk.