Basklarinetfestival Banner

Mobiele Curatoren Collectief: Charnel Ground

MCC: Charnel Ground

Harshnoise-publiek, studenten geluidstechniek uit Den Haag, tapefans en de oudere groep lokale punks en noiseniks… Ze komen allemaal voor misschien wel de meest opwindende noise-avonden van het land: Charnel Ground. Charnel ground is het geesteskind van Jim Breedveld, zelf actief als Geseling en tevens programmeur bij Resistor. Met Charnel Ground richt hij zich op het cureren van avonden met extremen: heel minimaal of heel luid. Zoals binnenkort de 4e editie van Crude Transmissions (24 mei, Resistor) en een show met onder meer John Wiese (21 mei, Occii). Richard James Foster sprak Breedveld in de afgelopen editie van Gonzo (circus).
Mobiele Curatoren Collectief/Charnel Ground - (c) Jonathan Bergen

In het mooie en rustieke, maar verder nogal stijve studentenstadje Leiden (en af en toe daarbuiten) organiseert Charnel Ground maandelijkse noise-evenementen die een publiek uit heel Europa lokken.

Er was op dat eiland geen ruimte voor noise.

Stel je het volgende tafereel voor: een donkere decemberavond in een rustige zijstraat aan de rand van het centrum van Leiden. Niets verraadt dat het oude pakhuis dat we betreden – ooit de werkplek van Marinus van der Lubbe – nu een van de laatste bolwerken is voor alternatieve cultuur in de stad: sociaal-culturele Vrijplaats Leiden aan de Middelstegracht, de thuisbasis van misschien wel de meest opwindende noise-avond van het land: Charnel Ground.
Dat is Leiden: een bescheiden stad, misschien saai en geleerd, totdat je er echt induikt. Dat deden we op een zaterdagavond in januari. Charnel Ground bleek een microkosmos van Leiden, van oudsher bekend als stad van vluchtelingen. De donkere Resistor-ruimte in Vrijplaats Leiden is gevuld met een blakende menigte van netjes geklede internationale academische types en lokale muzikale zwaargewichten, ogenschijnlijk allemaal met petten, sjaals en in zwarte camouflage-outfits. Ze vormen een aandachtige kring rondom het branievolle harsh noise-optreden van de Amerikaanse Kiran Arora, compleet met laptop-werpen, en de opake maar prachtige klanken van de Mexicaan Hugo Esquinca. De uit Seoul en Taiwan afkomstige Jiyoung Wi en Tzu Ni nemen de vloer van de zaal in met een bijna sjamanistische revue van verschillende instrumenten. Eerder op de avond opende de lokale act ASCH (Kevin Jansen van Svartvit en Jim Breedveld van Geseling), die tegenover elkaar gezeten met een selectie mixers, synths en pedalen een donkere maar kalmerende geluidsgolf creëerden.

BUNKER

Het gevoel heerst dat de Leidse muziekscene langzaam maar zeker opnieuw voeding krijgt, van onderin. Sinds de sluiting van het Multiplex-kraakpand en het legendarische SUB071-zaaltje eind 2015, gebeurde er muzikaal niet veel meer in de Leidse underground. Leiden had altijd al wel alternatieve centra, maar in de afgelopen decennia werden deze plekken óf ontruimd voor nieuwe ontwikkelingen, zoals het PTT-gebouw, de Multiplex en Euro-Dusnie óf veranderd in plekken voor bijou living: getuige dranklokaal de WW, Vrijplaats Koppenhinksteeg (nu een winkel met chique onbenulligheden), en de Bar en Boos (nu luxe appartementen). Een hele culturele geschiedenis is van de kaart geveegd.
Maar sinds de pandemie zijn er langzaam nieuwe tekenen van leven ontstaan, met De School, de Resistorzaal, Wibar en avonden als Charnel Ground die steeds meer ruimte maken voor compromisloze leftfield-geluiden en -attitudes. Charnel Ground is het geesteskind van Jim Breedveld, alias de eerder genoemde Geseling, ook programmeur bij Vrijplaats. Breedveld is, net als velen in de stad van vluchtelingen, iemand die in Leiden aanspoelde. Breedveld: ‘Ik groeide op in Voorne-Putten, een eiland in Zuid-Holland. Als tiener gingen we naar Bomvrij Hospitaal, een bunker waar we punkoptredens gingen bekijken en organiseren. Ik was al bezig met noise, maar op dat eiland was geen ruimte voor noise! Iedereen wilde punk, of metal. Het lawaai begon pas toen ik in Leiden belandde, als vrijwilliger bij de Vrijplaats.’

NOISENIKS

Breedveld begon in 2016 bij Vrijplaats en raakte betrokken bij een initiatief van toenmalig Vrijplaats-vrijwilliger Rob Badub, de organisator van de nu nog veel gemiste Drone Cinema-avonden. Breedveld: ‘We bleken dezelfde mensen te kennen; Rob stelde voor dat ik me bij de programmatiegroep zou voegen. Niet lang daarna was iedereen weg en programmeerde ik in mijn eentje! Toen we begonnen met de bouw van de Resistorzaal kwamen er mensen terug, zoals Ronald Benschop – een Leidse underground-veteraan – en begonnen er dingen te gebeuren.’
Breedveld gebruikte Charnel Ground om muziek te boeken die hij nergens tegenkwam. De eerste twee optredens van Charnel Ground waren in het oude café in de Vrijplaats, met zijn gammele oude PA, niet bepaald de beste opstelling voor het soort avond dat hij wilde. Na de lockdowns was de Resistorzaal klaar en probeerde Breedveld een noisefestival te organiseren met een simpel uitgangspunt: een handvol acts voor acht euro aan de deur. Opeens kreeg hij berichten van ‘mensen uit Italië, die ingevlogen waren en alvast kaartjes wilden kopen.’
De reputatie van Charnel Ground groeide het afgelopen anderhalf jaar spectaculair, maar Breedveld wilde uit de evenementen graag een community laten groeien. Leiden is de perfecte plek, aldus Breedveld, ‘Hier komt iedereen van overal vandaan. En iedereen hier helpt mee. Leiden is een gezellige stad. Nu doe ik Charnel Ground en het label met anderen: een paar Grieken die hier wonen en iemand uit Polen die me helpt met de tickets; het is echt internationaal en dat vind ik leuk. Het feit dat Leiden tussen al die steden ligt, helpt ook.’
De avonden trekken een steeds bredere groep mensen aan; overwegend een harshnoise-publiek, studenten geluidstechniek uit Den Haag, tapefans en de oudere groep lokale punks en noiseniks die overal voor openstaan. De laatste tijd komen daar ook mensen bij uit Amsterdam, Rotterdam, Nijmegen, Delft en Haarlem, ‘zoekend naar specifieke soorten noise. Maar het belangrijkste uitgangspunt is dat we allemaal gek zijn op geluid en dikwijls de extremen: heel minimaal of heel luid.’

GROEI

Breedveld stelt dat noise alles kan zijn, maar erkent dat er zoveel subgenres en groepen zijn dat zaken op het eerste gezicht verwarrend kunnen lijken. Power electronics, death, industrial, Cold Meat Industry-stuff of oude noise uit Japan: noem maar op. Breedveld: ‘Er zijn mensen die echt van oude Japanse noise houden, niet van de Amerikaanse variant, en mensen die van Amerikaanse noise houden, maar echt niet van al die piepjes en bloops van Japanse noise.’ Met Charnel Ground probeert Breedveld de zaken wat op te schudden. Zijn persoonlijke voorkeuren gaan uit naar de muziek van noisepionier Aaron Dilloway, maar net zo goed naar tapeloop-muziek en musique concrète. Zo stelt Breedveld: ‘Werk van iemand als Red Brut, dat is echt goed spul. Ik zou haar graag boeken!’
Interesse in noise in al zijn aspecten heeft de laatste tijd vooral in het westen van het land postgevat. Breedveld wil de geïsoleerde eilandjes die in de noisescene nog steeds bestaan graag met elkaar verbinden. Hij noemt als voorbeeld een avond in de Vondelbunker, gelinkt aan de SOTU-crowd, die nu ook dingen doen in het Poortgebouw in Rotterdam. Dan is er ook nog Kevin Jansen bij OCCII in Amsterdam met Tide of the End, of Breedveld zelf in Leiden maar ook in OCCII of in de ACU in Utrecht, waar onlangs Charnel Ground-evenementen werden georganiseerd. Breedveld: ‘We stonden op een avond met z’n allen buiten en iemand merkte op: ‘Verdomme, er komen nu wel heel veel mensen naar de shows.’ De groei van één show om de paar maanden naar drie à vier shows per maand, voelt nog steeds heel weird.’
Breedveld straalt een typisch Nederlandse voorzichtigheid uit. ‘Je wilt de dingen gevarieerd houden. Ik snap wel dat als ik elke maand een noiseshow opvoer, ik op een gegeven moment geen publiek meer ga krijgen. Het moet bijzonder blijven. Resistor is klein en we gaan natuurlijk niet op alleen maar noise-avonden draaien. Maar we boeken ook geen acts om populair te zijn. Ik ben in de eerste plaats een van de vrijwilligers bij Resistor. Het is goed dat er nog steeds door vrijwilligers geleide centra zijn. Their time is coming back.

GC186 - Cover Gonzo (circus)

Dit artikel verscheen eerder in Gonzo #186

Nog meer nieuws krijgen over muziek en kunst?

Schrijf je in op de Gonzo (circus)-nieuwsbrief!