Musica
Events

Belgen in het bos


De tweede dag dunk!festival! Nog mooier weer dan gisteren, vroeg uit de veren, en meteen beginnen met een klepper.

Want ja, het was de moeite waard om – naar festivalnormen – vroeg op te staan voor Mantis. Hun eerste mini-release was al zeer straf, met ‘Magnolia’ maakten ze één van de beste Belgische platen van 2018, en sinds mensenheugnis spelen ze geweldige live-shows, zowel in louche cafés als voor een festivalpubliek in open lucht. We waren dus hoogst benieuwd wat dit in écht ideale omstandigheden – ferme installatie, een publiek dat komt voor de muziek – zou geven. Bovendien: we waren benieuwd hoe de nieuwe rekruut het ervan af zou brengen. Niet slecht, zo bleek. Mantis is weliswaar verschrikkelijk kosteninefficiënt: als trio waren ze fantastisch, met hun vieren waren ze fantastisch, en met hun vijven zijn ze nog steeds fantastisch. Mantis smost met personeel, maar weet gelukkig de juiste profielen te vinden, want de kwaliteit blijft constant. Op het podium schudden ze de ene na de andere klassebak uit hun mouw – niet moeilijk, hun oeuvre krioelt van de underground-hits. Met name ‘Mono No Aware’ klonk zeer cool, en bij het laatste nummer moesten de vuisten helemaal de lucht in: ‘M’ zit zo geweldig in elkaar, dat is niet te schatten: van  hoogtepunt naar hoogtepunt gaat dat, bergop en dan nog wat bergop, een perfect evenwicht van kracht en melodie, van weerhaken en aanstekelijkheid. O ja: bassist Filip Tyskens was één van de weinige muzikanten hier die zijn publiek in mooi, verstaanbaar Engels toesprak – daar komen we straks nog op terug. Enig minpuntje evenwel: de bassen zaten naar onze smaak iets te luid in de zaalmix, waardoor Mantis minder strak en helder klonk dan gewoonlijk.

Vakmanschap

Opvallend veel Belgen dit jaar op het dunk!festival, maar er zijn er dan ook meer dan genoeg die aan de twee dunk!criteria voldoen: (1) ze moeten goed zijn en (2) ze mogen niet op elke pensenkermis te zien zijn. Dat geldt dus ook voor het jonge Wanheda, dat met slechts één plaat op het actief de gouden kans kreeg om het bospodium te openen. En ze stelden niet teleur: veertig minuten vakmanschap, en hun knapste nummer spaarden ze op voor een sterke finale. Een mooi begin van de carrière, nu verder bergop!

De Finnen van Baulta weten hoe ze moeten blazen, verdorie. Wat een rasmuzikanten, wat een energie.Ze hebben niet zo’n straffe songs als pakweg Mantis, maar de uitvoering was vlekkeloos, met loepzuivere melodieën in de noise en met de attitude van overwinnaars. Een uitstekende show, en veel applaus was hun deel.

Snel terug naar het bospodium, want daar speelde Go March. Ook dit heerlijke trio outsiders kreeg voor het eerst de gelegenheid om voor een (volledig) toegewijd en (voor de helft) internationaal publiek te spelen. En we moeten zeggen: ze kregen het beste publiek dat ze zich konden dromen. Wie denkt dat Go March een nostalgische vingeroefening is, die moet eens vaker buitenkomen. Naar de gezonde boslucht van Zottegem bijvoorbeeld. De set begon zoals altijd voor een beschaafd, voor een groot deel zittend publiek – de omgeving leent er zich dan ook toe: het podium ligt onderaan een hellend terrein. Maar na de sfeervolle opwarmer werd het voor sommigen al zeer moeilijk om rustig te blijven zitten, en het duurde niet lang voor er een paar mensen, druppelsgewijs en de eerste minuten nog onwennig, voor het podium kwamen dansen. Dat was het startsein om te doen waar iedereen zin in had: binnen de kortste keren stond tweehonderd man in het bos te dansen op onvolprezen hits als ‘Come on Momentum’. De ontwapenende bindteksten kwamen de uitgelaten sfeer alleen maar ten goede, en tijdens afsluiter ‘Chop Chop’ werd het totale euforie – zelden zo hard ‘We Want More!’ horen roepen op het bospodium. Kortom, zowel Go March als het publiek was in topvorm. Zotjes!

Gitaarorkest

Met Pillars op het hoofdpodium kregen we weer een vintage-dunk!festivalband. Al slaat dat niet op de leeftijd, want deze Amerikanen zijn nog in een prille levensfase, met een eerste plaat (op dunk!records), en dit was dan ook hun eerste Europese tournee. Hun show was efficiënt, proper en professioneel, en – altijd een troef voor het dunk!publiek – triomfantelijk van toon. Veel dynamiek, coole gitaren, gevarieerde drums: alles zat erin. Niks op aan te merken, en het publiek was mee.

En ja hoor, daarna waren er nóg eens Belgen in het bos. Met een oude bekende, want Go March-drummer Antoni Foscez deed na een uurtje pauze nog een tweede shift met Statue. De band rond Lennert Janssen gooide het na hun tweede werkstuk ‘Calexico Point’ – een blijver – over een andere boeg: minder krautrock, meer Glenn Branca, minder flow, meer gebroken muziek. ‘Kasper’ was een moeilijkere plaat, maar op het podium beheerst het gitaarorkest het genre tot in de perfectie. Live swingt Statue sowieso, ook met de meest verhakkelde partituren. Speelplezier alom, met ‘S’ als tussentijdse uitschieter, en alle ingehouden en onderdrukte spanning culmineerde in afsluiter ‘R’, waarin de band voor één keer rechtdoor kon gaan: grote ontlading, en ook een groot applaus van het publiek. Opnieuw zorgde een lokale band voor een frisse wind, uitstekend voor de variatie op de affiche. De bindteksten waren overigens gewoon no-nonsense in het Nederlands – ook een verademing, tussen al dat debatfiche-Engels door, dat in de meeste gevallen toch onverstaanbaar is en aan elkaar hangt van de ‘thank yous’, de ‘amazings’ en de ‘merch’. We zien het nog gebeuren dat bands van die geknipte en geplakte standaard-zinnetjes gaan afspelen, zoals de NMBS. Let op onze woorden.

Pauze

Maar we dwalen af. Wang Wen, zeg! Daar keken we ook weer naar uit. Geen band die het Engels beter beheerst dan deze Chinezen: ‘We want to see you!’ riepen ze goudeerlijk naar het publiek, na alweer een overdonderende set. Alweer, want enkele jaren geleden waren ze de verrassende outsider, de revelatie van het dunk!festival 2015. Ze speelden toen materiaal uit ‘Sweet Home, Go’, hun met Wouter Vlaeminck opgenomen magnum opus, een enorme stap voorwaarts in vergelijking met hun eerdere werk. Sinds hun vorige passage kwam opvolger ‘Invisible City’ uit, een plaat die bevestigde: even goed als de vorige, onvermijdelijk minder verrassend. Maar ook deze passage werd weer een triomf. Zowel romantiek als schreeuwvocalen hebben hun plaats in hun rijk georkestreerde muziek, en dat brede spectrum kneedden ze als meesters tot een meeslepend geheel. De setlist was een greep uit verschillende platen, maar de uitschieters kwamen uit hun twee laatste releases: ‘Mail from the River’ en afsluiter ‘Lost in the 21st Century’. Wang Wen speelde in de late namiddag, maar eigenlijk zijn ze geen subtopper meer: met hun jarenlange ervaring, uitgebreide oeuvre en imposante live-uitvoeringen zijn ze stilaan één van de groten in hun genre.

Wang Wen voelde een beetje als een fantastische afsluiter van een sterke festivaldag, en dus zei het lichaam: pauze! Daarom misten we de Spanjaarden van Malämmar, die hier weliswaar twee jaar geleden al bewezen wat ze in hun mars hadden.

Vogelgekwetter

A Swarm of the Sun was minder ons ding, zelfs met een volle maag: muzikaal weinig op aan te merken, maar we knapten af op de zang – dat is geen schande op een postrockfestival, hopen we dan. We zagen niet de volledige show, maar wel genoeg om vast te stellen dat ze heel wat mensen blij konden maken – het publiek blij, wij ook blij.

En dan toverde de dunk!programmator weer een wit konijn uit zijn hoed, onder de vorm van Jozef Van Wissem: geen onbekende voor de Gonzo (circus)-lezer, maar een gedurfde keuze voor deze affiche, die we overigens alleen maar kunnen toejuichen. Jozef Van Wissem, liefste lezers en lezeressen, speelde luit (niet luid; luit!), en dat in lange composities. Wie hier niet voor te vinden was, was al lang gillend weggelopen, en dus bleef er een beperkt maar geduldig, geïnteresseerd publiek zittend en in stilte luisteren. In deze setting kon je perfect je ogen sluiten en de muziek laten tollen in je hoofd, als één lange stream of consciousness, met terugkerende thema’s die houvast gaven aan het schier eindeloze maar verslavende spel. Het was het eerste echt stille concert van het festival, en dat merkte je: voor het eerst konden de lokale vogels hun musique concrète toevoegen aan een show. Helaas was doorheen het luitspel en het avondlijke vogelgekwetter voor het eerst ook een soundcheck op de achtergrond te horen, namelijk die van…

Bellenblaas

Kokomo. Celestial Wolves is hier kind aan huis, maar dat geldt nog meer voor Kokomo. Drie platen op dunk!records, en een vijfde (!) passage op het festival, daarmee speel je een thuismatch. Ze waren enkele jaren geleden ook één van de eerste bands die in het bos speelden, toen nog zonder podium en zonder strak plan, en dus is het ook een beetje na hun geslaagde show daar dat het bospodium vandaag bestaat. Maar nu speelden ze logischerwijze op het grote podium in de tent, en daar vulden ze gemakkelijk de ruimte. Alleen: het klonk best wel slordig in het begin, en dat werd slechts ten dele goedgemaakt door de energieke show. Na een valse start gingen de lichten van het deprimerende rood-blauw (wat een gruwelijk lelijke kleurencombinatie is dat toch) plots naar fel wit, kwam er meer structuur in de brok lawaai, en veranderde de sfeer. Grote ballonnen werden het publiek ingejaagd, en een vriendinnetje in de frontstage voegde daar nog wat bellenblaas aan toe – al reikte het zeepsop niet verder dan de eerste rij. Een nieuwe plaat is er niet, maar het publiek kreeg wel nieuw materiaal voorgeschoteld, waarvan één nummer met een heuse zanglijn. Voor de rest bleef het als vanouds instrumentaal, met een zeldzame screamo op tijd en stond. Het was pas helemaal op het einde, bij afsluiter ‘Kaputt Finker’, dat ze nog eens hun klasse lieten zien: dit blijft toch een geweldige song. Bij gebrek aan meer hits in de set bokste Kokomo wat boven zijn gewicht, maar dat is ook een kunst.

Het was Wrekmeister Harmonies dat in het schemerduister het bospodium mocht afsluiten. De groep rond J.R. Robinson heeft een heel gevarieerde discografie, en dat heeft alles te maken met de wisselende muzikanten voor elke nieuwe release. Zijn meest recente plaat maakte hij in de meest minimale bezetting, en zo verschenen ze ook op het podium: partner Esther Shaw, op toetsen en viool, en hijzelf, met schorre stem en al even schorre gitaar. Robinson zette zijn gitaar in brakke modus, de PA liet de bassen ontsporen, en Shaw zorgde voor het zachte, breekbare tegengewicht – stereotiep, maar zeer effectief. Dat leverde een ruw muzikaal palet op in de sfeer van Nick Cave, Wovenhand en PJ Harvey ten tijde van ‘Rid of Me’ en ‘To Bring You My Love’. Technisch gezien was hier wel wat op aan te merken, maar wie op zoek was naar iets puurs kon hier zijn gading vinden.

Rollercoaster

Efrim Manuel Menuck stond met A Silver Mt Zion al eerder op het dunk!festival, jaren geleden, toen nog op de oude locatie, en deze keer mocht hij zijn soloplaten komen voorstellen – dat zijn er toch ook alweer drie, al waren de meeste aanwezigen hier wellicht nauwelijks vertrouwd met dat werk. Ondanks de reputatie van de man, met de mytische Godspeed You Black Emperor-referentie, was dit vanzelfsprekend geen headliner. Alleen: dat had ook niemand verwacht, en dus stelde er zich geen probleem. Het werkelijke hoogtepunt, de emotionele rollercoaster, had het publiek al gehad met (naar keuze) Wang Wen, A Swarm of the Sun of Kokomo. En je kunt nog altijd vóór de headliner je tanden gaan poetsen, zo bleek ook vandaag weer. Efrim Manuel Menuck trok dan ook geen volle zaal, maar bracht nog wat sfeer voor het slapengaan. Wij bleven maar even kijken – maar hoorden van verschillende getuigen dat de teneur nadien niet veranderd was: de stereotiepe zang op een bedje van elektronica. Voorwaar, op het bospodium had hij niet misstaan. Morgen: derde en laatste dag!

Gezien: dunk!festival 2019, vrijdag 31 mei 2019
Tekst: De Geluidsarchitect
Foto’s: Wouter De Bolle (www.lenscapes.be)


Reacties