Blog Recensies

Angst en beven – ketterse rituelen van Trepaneringsritualen


Toen ik vernam dat het OCCII was gelukt om de death industrial-legende Trepaneringsritualen naar Nederland te halen, bedacht ik mij geen moment. Ik haastte mij richting Amsterdam voor een luguber avondje dat gekenmerkt zou worden door een delicate mengelmoes van harsh noise, angst pop, dark ambient, power electronics en industrial. Herrie voor de connaisseur.

SvartvitHet spits wordt afgebeten door de onvermoeibare Svartvit, inmiddels al jaren een gevestigde naam in de Nederlandse en internationale noise-scene. Zijn karakteristieke zaag die voorheen het middelpunt van zijn performances vormde heeft hij al tijden geleden aan de wilgen gehangen, maar dat maakte deze show er geenszins minder energiek en agressief op. Hij begint rustig met het opbouwen van rollende loops herriegolven, maar barst al gauw los in zijn vertrouwde losgeslagen en ontremde zelf. Bierflessen worden op de grond kapotgesmeten, om vervolgens met de scherven over een plaat met microfoons te krassen voor aanvullende geluidseffecten. Classic Svartvit.

Ondanks de hardheid van de muziek (zowel qua volume als genre) komt Svartvit hier moeiteloos overheen met ijzingwekkende gekerm en geschreeuw. Met wat geduw tegen de eerste rij van het publiek wordt gezorgd voor meer interactie en minder afstand. Een degelijke show zoals we gewend zijn van Svartvit – maar wel met weinig verrassingen.

Svartvits in your face draaikolk van agressie werd opgevolgd door de meer beheerste “angst pop” van Distel. Bekend van hun goed ontvangen en prikkelende langspeler Puur mocht dit duo de crowd met hun huiveringwekkende hymnes voorbereiden op het nietsontziende geweld van de hoofdact.

Beginnend met slepende duistere synthtonen en kalm, haast statig aangetikte drums zet de band zonder twijfel een sfeervol geluid neer. Het keurig geklede tweetal duwt het publiek van catchy, haast dansbare deuntjes naar abstracte ruis met synths die soms klinken als een zwerm zoemende bijen. Æter wisselt stemmige zang af met sissend gefluister en duister georeer. De vocalen liggen zo begraven en ondergedompeld in de muziek dat ze eerder een aanvullend instrument lijken.

Als Æter op enkele momenten all out gebrul eruit gooit, trekt dit dan ook direct de aandacht van het publiek dat veilig dacht te zijn in de comfort zone van afgemeten percussie en bezwerende tonen. In de voorste regionen van OCCII wordt druk mee geknikt met de ritmische muziek, maar verder naar achteren blijkt het onorthodoxe werk niet ieders ding te zijn. Een sfeervolle en knap uitgevoerde show, maar voor veel onwennige bezoekers een vreemde eend in de bijt.

TrepaneringsritualenDan is het na lang wachten eindelijk de beurt aan de meedogenloze blasfemische one man show van Trepaneringsritualen (of T × R × P). De ritmische ketterij van de op magie en occultisme gefocuste Zweed is in de loop der tijd een heus handelsmerk geworden. Met name de afgelopen twee jaar overspoelt Thomas Ekelund de scene met de ene release na de andere die steeds in sfeer en kwaliteit lijken toe te nemen. Een welkome afwisseling in een genre dat vaak flink speurwerk vereist om dat ene pareltje te vinden te midden van een continue aanwas van nieuwe middelmatige releases die vooral uitblinken in nietszeggendheid.

Het spreekt dus voor zich dat de verwachtingen hooggespannen waren in de met wierook doorwalmde zaal. Het guitige geklets verstomt dan ook direct op het moment dat Ekelund op het podium de eerste ritmische herrie aanzwengelt. De met verf (of bloed) besprenkelde juten zak over zijn hoofd – compleet met touw om de nek – roept bij mij direct associaties op met een statische Vomir-show, maar die zijn van zeer korte duur. Gelijk bij de openingstrack stapt de Zweed dreigend het podium over en vult zijn imposante stemgeluid de zwijgende zaal.

Als tweede nummer zet Ekelund Black Egg van de vorig jaar verschenen heerlijke elpee Perfection & Permanence in. De track is in korte tijd uitgegroeid tot publiekslieveling en de crowd komt, voor zover dat gaat bij een show van Trepaneringsritualen, enigszins los. Na het derde nummer gaat de zak af en kijkt Ekelund met priemende, doordringende ogen dreigend het publiek in terwijl hij zijn godslasterende teksten soms haast als poëzievoordrachten ten gehore brengt. De energie is voelbaar.

De sfeer van de onverbiddelijke psalmen die rottend uit de strot van Ekelund rollen neemt de hele zaal in zijn bezit. Roerloos kijken de aanwezigen hoe de man met een relatief minimale setup een maximaal effect weet te bereiken. Bestraffend stort de Zweed zijn bezweringen met maximaal volume uit over de toehoorders uit: BODY, MIND, DESIRE, WILL! Het wordt uitgesproken als declamatie – durf er maar eens tegenin te gaan.

Aan het einde stapt Ekelund van de bühne af om zijn esthetische haat face-to-face tot het publiek zelf te richten. De sfeer wordt nog intiemer en duisterder en de Zweed gooit alle kracht en energie die hij nog in zich heeft eruit. Nog even laat de zaal zich meevoeren op de golven van de van barmhartigheid verstoken litanieën voor Ekelund er kort na middernacht de stekker uittrekt.

En dan ineens ben je weer terug in die saaie, alledaagse werkelijkheid – die maar bleek afsteekt bij de snoeiharde razernij van Trepaneringsritualen. Hoe grim en liefdeloos de live-rituelen van Ekelund ook zijn, ze voelen vertrouwd en werken verslavend. Een uitstekende concertavond met extra punten voor sfeer.


Reacties