Events

Anders, maar ook weer niet


Op de tweede dag van de vierendertigste editie van Jazz Middelheim wilden de organisatoren de vorig jaar overleden free jazz-pionier Ornette Coleman eren. Maar musiceerden alle acts zo avontuurlijk als deze eigengereide, baanbrekende vrijdenker?
De Israëlische componist Avishai Cohen en zijn band Big Vicious alleszins niet. Jammer, want met hun mix van jazz en psychedelica moeten ze beter kunnen. Bijgestaan door twee drummers en twee gitaristen worstelde Cohen zich op een gemanipuleerde trompet door een set vol rommelig klinkende, funky prog rockers. Door het langdradige gesoleer verloor het vijftal al snel onze aandacht. En daar konden de zeldzaam strakke grooves en verstilde ambient jazz- passages niets aan verhelpen. ‘Knotsgek en eigenwijs. Open geesten die elkaar live graag ondermijnen’: die reputatie hebben de muzikanten van het Instant Composers Pool Orchestra hoog te houden. Onder leiding van Han Bennink bracht deze bende vooral zwierige, speelse, lichtvoetige Duke Ellington– achtige jazz. Amusant, dat wel. Maar om echt geboeid te blijven misten wij te vaak stoorzendertjes die de boel een beetje verziekten. Op een aangename manier, dat spreekt voor zich. Aangenaam klonken nummers als ‘Theme from a Symphony’ wel. Maar hoe goed de Ornette Coleman tribute- band Denardo Vibe een aantal composities ook bracht: de gekte, het genie van de grootmeester ontbrak. De boel ontvlamde dus niet. Nog niet, want toen had Patti Smith haar ding nog niet gedaan. Haar laatste langspeler ‘Banga’ is alweer vier jaar oud, maar daarop bleek deze ‘Godmother of punk’ nog steeds bij de pinken te zijn. En hoewel ze met haar band obligate publiekslievelingen als ‘Dancing Barefoot’, ‘Because the night’ en ‘Gloria’ wel speelde, bewees Smith niet uit te zijn op gemakkelijk succes. Niet iedereen waagt zich aan ‘When Doves Cry’ van Prince, en door haar gedicht ‘The boy, the beast and the butterfly’ voor het eerst live te brengen en op te dragen aan Coleman begaf ze zich op onbekend terrein. De punkdichteres en haar band brachten het er dus goed van af op dit festival, gewoon door zichzelf te zijn. Door hun- voor Jazz Middelheim atypische- muziek loepzuiver en met veel overtuiging over te brengen. En door het publiek vakkundig door het dak van grote tent te laten gaan. Maar ‘something else’? Nee, dat waren ze niet.


Het was dan ook uitkijken naar wat Eric Thielemans er van zou bakken. Zaterdag kreeg deze drummer- producer- leraar/coach namelijk carte blanche in de club stage en speelde er zelf vier keer. Om te beginnen alleen; slechts gewapend met een basdrum en een verzameling ‘objecten’ zette hij een soundscape naar dat qua klankkleur naar eerdere solo stukken als ‘Dark Waters’ en ‘Tears of Madonna’ verwees. Of naar ‘Sprrrrrrr’. Hoe dan ook: aanvankelijk klonk dat eerste stuk wat rommelig. Om dan over te gaan in hypnotisch potten en pannengerammel. Waarna een tweede klanktapijt de eerste minuten naar ‘Dances in Episodes for soundmapped bass drum’ lonkte en frivoler klonk en het schrapende en metalig klinkende ‘Bikewheel on Bassskin’ de betovering compleet maakte. Hoewel Thielemans dus bewees dat je met minimale middelen als een strijkstok en een fietswiel een hele tent kan inpakken klonk zijn optreden met de Amerikaan Billy Hart– gewezen drummer van onder andere Wes Montgomery en Herbie Hancock wat minder verteerbaar. Het duo begon er namelijk zeer minimalistisch aan; terwijl Thielemans wel echt speelde en avant-gardistische, jazzy patronen schetste, beperkte de oude rot zich tot wat geschraap en geroffel. Op een vreemde manier klikte hun spel toch in elkaar waardoor beiden in een flow geraakten. En dat was ook zo toen ze de rollen omkeerden en de veteraan een onweerstaanbare groove uit de sticks schudde, die even later weer meer abstract klonk. Doordat Hart zwoegde, over snare- en basdrum wreef, schraapte, eraan snuffelde en bijna kapot mepte werkten de heren zich naar een drum battle die de aandacht van het publiek vasthield. Het tweede stuk, tijdens hetwelk beiden beurtelings een gong beroerden, hoefde voor ons niet meer. Het was immers goed zoals het was. Dat was het optreden van The Mechanics are Dancing in your Head jammer genoeg niet. Vooraf verkondigden Thielemans en co. dat ze Colemans album ‘Dancing in your Head’ zouden herinterpreteren. Wij hielden ons hart vast want wij houden noch van het klakkeloos naspelen van andermans werk, noch van het braafjes inlossen van allerlei verwachtingen. Het was voor ons een hele geruststelling dat het vijftal dat niet deed. En misschien hebben wij prut in de oren, want wij hoorden geen enkel ritmisch patroon, geen enkele melodielijn die in de verste verte iets met dat meesterwerk te maken had. Het publiek op het verkeerde been zetten is tof als de muziek die dan wel gespeeld wordt ook goed is. Maar dat was de sludgy, messy art rock die de Vlaams-Brabantenaar samen met onder meer Mauro Pawlowski en Rudy Trouvé speelde helaas niet.

De uitvoering van de muziek van Thielemans bij ERF- een locatie voorstelling van het Utrechtse theatergezelschap Schweigman&- door Eric Thielemans Large was dat gelukkig wel. Voorzien van een laptop, gong, twee drums, euphonium, bas en gitaar bleef de muziek van dat octet van het begin tot het einde boeien. De soundscapes klonken soms ingetogen, soms iets meer uitgelaten maar altijd duister, wrang, wriemelend en wroetend. Of: als environmental music uit de Provence, mocht die streek op Pluto liggen.
Zelfbenoemd rockmonster én Ornette Coleman- fan Patti Smith bleef dankzij haar ervaring en een prima band overeind op een jazz festival. Ondanks zijn talent kon zoon Denardo Coleman met zijn tribute-band niet helemaal overtuigen. Pawlowski en de zijnen toonden zich zo ergerlijk eigenwijs dat het naar arrogantie neigde. Muziek maken is nog steeds geen wedstrijd maar het was Thielemans die deze zaterdag het meest vrij, pretentieloos en overtuigend musiceerde. De meester zelf zou monkelend, minzaam glimlachend hebben toegekeken. En goedkeurend hebben geknikt.

Gezien: Jazz Middelheim : 13 augustus 2016, Park Den Brandt, Antwerpen


Reacties