Events

Abstracte en hypnotiserende geluidsmassa


Op de tweede dag van Rewire Festival viel pas echt op hoe het festival de ommezwaai maakte van een hoofdzakelijk op dance en experimentele electronics geïnspireerd aanbod naar jazz en aanverwanten.

Abstract

De opvallende Deense saxofoniste Mette Rasmussen is bezig aan een gestage opmars. Na samenwerkingen met o.m. het Deens-Britse Trio Riot en Dennis Tyfus, heeft ze in drummer Chris Corsano een kompaan gevonden met wie ze een muzikale langetermijnrelatie wil aangaan. Binnenkort verschijnt hun album ‘All The Ghosts At Once’ bij het New Yorkse Relative Pitch-label en hun performance op Rewire was het tweede concert in een reeks van twintig deze maand.

Eerste vaststelling: de Oud-Katholieke Kerk op een steenworp van het Korzotheater heeft een akoestiek die waarschijnlijk inspirerend is voor een rietblazer, maar een vloek moet zijn voor een percussionist. Corsano’s gehamer, geroffel en gefröbel met metaal en allerhande speeltjes klonk soms vormloos en als een ondoordringbare massa, al bleef de dynamiek van de twee overeind. Het hielp ook dat Rasmussen in een half uur een behoorlijk breed domein verkende, van traditioneel freejazzgeblaat tot abstractere geluidspelletjes.

Zo ging het mondstuk er even volledig af voor wat eigenaardige effecten en werd de klankbeker gevuld met een paar flesjes, die de altsax een kapotte, metalige klank gaf. Het duo slaagde er niet altijd in om de spanning even hoog te houden, maar als er gepiekt werd, dan klonk het wel helemaal overtuigend, als een vrij verbond dat bleef wringen, maar tegelijkertijd steek hield en rolde en wentelde met een duidelijke focus.

Hypnotiserende geluidsmassa

YODOK III - Beeld: Arild Schei

YODOK III – Beeld: Arild Schei

Meteen erna was het drummen voor de gesloten deuren van Korzo II, waarachter vreemde geluiden geproduceerd werden tijdens de soundcheck van Yodok III. Door die uitgelopen soundcheck en de beperkte tijd koos het trio voor een even korte als verschroeiende set, waarbij de aanloop van het ononderbroken stuk vrij kort gehouden werd en de rest aanvoelde als één lange climax. Indrukwekkend om te zien en (vooral) te horen, hoe het trio de monolithische geluidsmuur over het publiek liet gulpen.

Gitarist Dirk Serries, de voorbije jaren schijnbaar actiever en avontuurlijker dan ooit bezig, kneep eindeloos gonzende, zingende en dreunende klankgolven uit zijn gitaar, die werden overgenomen en aangedikt door het met effecten bedekte spel van Kristoffer Lo. Met tuba en een iets kleinere flugabone voegde hij bedachtzaam toe en kleurde hij bij. Het resultaat: een hypnotiserende geluidsmassa die vol stak met melancholisch gehuil en emotionele onderwaterkreten.

De meest opvallende muzikant was deze keer echter drummer Tomas Järmyr, die de ingetogenheid en dosering van Lo beantwoordde met een performance die na amper vijf minuten al begin te pieken en enkel omschreven kan worden als een lang hoogtepunt. Het was een immense geluidsmuur van ritme, met eindeloos galmende cimbalen, razende roffels en donderende basdrumslagen. Het moment waarop hij ervoor koos om enkel de voeten het ritme te laten bepalen, alsof het ging om koppige elektronica, was een gouden zet. Amper vijfentwintig minuten, maar een massieve storm waar menig artiest (of festival) voor zou tekenen.

Drumvirtuoos

En het was nog niet voorbij voor Järmyr, want later die avond tekende hij voor wat ongetwijfeld een van de mooiste en meest ongewone concerten van het festival geweest moet zijn, ook al was er slechts een beperkt publiek voor opgedaagd (dat net als Jarmÿr bovendien nog eens af te rekenen kreeg met een deur die blijkbaar enkel dichtGEGOOID kon worden). Het was een ongebruikelijk spektakel, want de drummer nam plaats achter een rijtje cimbalen en liet twintig minuten lang horen dat er ongehoorde dingen mee uit te halen zijn.

Door de juiste stokken te gebruiken, de cimbalen op de juiste manier aan te slaan en een juiste plaatsing van micro’s, kan je immers een immense weelde aan frequenties creëren, waardoor het even leek alsof er subsonische bassen aan te pas kwamen. Naar verluidt gingen meerdere luisteraars achteraf vragen welke elektronica er aan te pas kwam, maar het was dus puur akoestisch. Järmyr begon zo met één cymbaal, dat hij liet brommen tot de zaal haast leek te vibreren, en bleef zijn bereik gaandeweg uitbreiden, door beide handen in te zetten, te dempen, meerdere cimbalen te bespelen, andere stokken aan te wenden.

Het was opnieuw een korte set – amper twintig minuten -, maar dan wel eentje met een gedroomde, prikkelende focus, want toen Järmyr aan het einde van de set het podium afstapte, een zingend cimbaal in de hand, en zijn set afrondde tussen de luisteraars, voelde het even aan als wakker geschud worden na een kortstondige hypnose. Een prachtperformance van een virtuoos met een onwerkelijke instrumentbeheersing.

Gezien: 02/05/2015, Rewire Festival, Den Haag, rewirefestival.nl


Reacties