GC #127 Blog Geluid Recensies

Fire Records is jarig en dat moet gevierd worden. Dat doet het label onder meer door een massieve heruitgave van het werk van de legendarische band Half Japanese. Vorig jaar werd ‘Half Gentlemen Half Beasts’ opnieuw uitgebracht ter gelegenheid van Record Store Day. De drie cd’s (vier lp’s) bevatten het vroegste werk van Half Japanese. In 1975 begonnen Jad en David Fair met het opnemen van cassettes en verdeelden die zelf aan labels die ze goed vonden en aan bevriende muzikanten, kunstenaars en dies meer. In 1977 verscheen de eerste single ‘Calling All Girls’, waarna een resem cassettes volgde. Uiteindelijk werd een deel van dit vroege werk gebundeld, meteen in een box van drie platen, en zo kon de bredere wereld kennismaken met de naïeve, ietwat bevreemdende en avant-gardistische rammelpop van Half Japanese. Tegelijk begint Jad Fair soloalbums uit te brengen en werkt hij samen met Moe Tucker en Daniel Johnston. Om hun liedjes live te brengen, werken de Fairs met gastmuzikanten, die uiteraard in de pas van de Fair’s dienen te lopen. De onconventionele manier van componeren en zingen, wars van alle genregrenzen, en de houding om gewoon hun zin te doen, zorgen ondanks alles voor behoorlijk wat erkenning, tot een tournee met grote fan Kurt Cobain’s Nirvana toe. Ondertussen zijn drie volumes uit, het vierde en laatste volgt in november, van het verzamelde werk, waarop telkens een paar albums bijeen werden gebracht en van een aantal bonussen voorzien. Jad en David Fair schreven uitgebreide teksten voor het bijgeleverde boekje en Jad pimpte het artwork ietwat op. De eerste box bevat ‘Loud’, waarop Half Japanese werd uitgebreid met de twee saxofonisten John Dreyfuss en Lana Zabko, gitarist Mark Jickling en Rick Dreyfuss op drums. De klassieke bezetting zet een potje rock’n’roll doorspekt met avantgarde, noise en freejazz neer die tot op de dag van vandaag blijft verrassen. ‘Our Solar System’ is een mooi voorbeeld van een romantische ingesteldheid naar meisjes toe die in dwarse liedjes vol experimentele fragmenten en noise zitten ingebed. De groep, snel befaamd om zijn eigenzinnige covers, zet hier onder meer ‘European Son’ van The Velvet Underground naar zijn hand. ‘Sing No Evil’ bevat dan weer nummers die de groep, die zoals zovele anderen ook opnieuw de hort op gaat, zoals ‘Firecracker Firecracker’ en ‘Dearest Darling’, die nog steeds publiekslievelingen zijn. ‘Volume Two’ bevat alvast de bekendste plaat die Half Japanese ooit maakte: ‘Music To Strip By’, een plaat waarop alles perfect op zijn plaats valt en Jad Fair (David heeft zich grotendeels op een burgerlijk bestaan gestort) in zijn allerbeste doen is. Verder ook nog ‘Cgarmed Life’ en het behoorlijk experimentele ‘The Band That Would Be King’. Inderdaad, een scheut humor is bij deze zotskappen nooit veraf. Het derde volume opent met ‘We Are They Who Ache With Amorous Love’, een behoorlijk chaotische plaat, zelfs voor Jad Fair, waarop een grandioze cover van ‘Gloria’ en twee nummers die met Daniel Johnston werden ingeblikt. ‘Fire In The Sky’, met Ira Kaplan (Yo La Tengo) als gast, brengt hen brede erkenning bij bands als Teenage Fanclub en Sonic Youth, wat uiteindelijk resulteert in het door MTV geplugde album ‘Hot’. Het slot van het parcours volgt later dit jaar. Nu doen we het met deze uitgebreide n zeer diverse opfrissing van het werk van één van de outsiders in het muzikale universum van de vorige eeuw.



Innovatie, pionieren, co-creatie… Het zijn toverwoorden die nog niet eens zo lang geleden hoopvol werden uitgesproken door vooruitdenkende activisten, critici en andere denkers, maar tegenwoordig steeds vaker uit de hoge hoed worden getoverd van vastgoedmakelaars en persvoorlichters van multinationals. In deze nieuwe Gonzo biedt WORM’s Hajo Doorn ons een uitdagend alternatief, dat wij overigens zeker zullen aangrijpen bij de naderende zomerse sferen.

Eenmaal terug uit Ibiza, Santorini of Vlieland kunnen we gelukkig meteen door naar Tilburg, die gemoedelijke Brabantse stad die door haar city marketeers (juist, nog zo’n uitgeholde marketingterm) wordt gepromoot als ‘moderne industriestad’. In september zal daar de alweer tiende editie van Incubate plaatsvinden, het festival dat met haar avontuurlijke muzikale programmering en randprogrammering met debatten, film, kunst en theater een werkelijk steentje bijdraagt aan het culturele landschap. In deze Gonzo hebben we wederom een special met acts als Goat, Torn Hawk en The Space Lady.

Wie genoeg heeft van al die ‘experimentele acts’ op Incubate, kan zijn hart ophalen met Harold Schellinx’ essay over speculatie – een term die de hockeyvelden en proseccobars weliswaar nog niet heeft bereikt, maar het inmiddels wel al tot ver buiten de academische wereld heeft geschopt.

Verder in deze Gonzo:
– Signalementen van o.a. Eleanora en Obermann Knocks;
– Interviews met o.a The Body, Sleaford Mods, Ian Svenonius en Nicola Ratti;
– Een luistertest met Glen Steenkiste ofwel Hellvete;
– Boek-, film- en exporecensies over de biografie van Kurt Cobain, Kirill Medvedev en Gender Blender;
– Voor de thuisblijvers een agenda vol tips met concerten, festivals en tentoonstellingen;
– Mind The Gap #108, die deze keer bol staat van vooral Nederlands en Vlaams talent, zoals Hunter Complex, Kassett en House Of Cosy Cushions;
– En natuurlijk 24 pagina’s vol met recencies over al die experimentele, spannende, oerdegelijke, toegankelijke, virtuoze, vernieuwende, volwassen, veelbelovende nieuwe albums. Of het nou een ‘eersteling’, die ‘moeilijke tweede’ of de ‘allesbeslissende derde’ betreft.

GC #74 Abonnees Archief recensies Geluid Recensies

Denemarken zendt zijn Monster Magnet-zonen uit. Dat is in elk geval wat de debuutplaat van het kwartet Casus Sui laat vermoeden. Niet dat we de vier snaken verwijten dat ze alleen maar copycats zijn, neen, helemaal niet. Daarvoor klinken de uitgesponnen nummers veel te lekker. Probeer maar te weerstaan aan het sleutelnummer ‘El Paraiso’, een epische track van twaalf minuten waar alle registers van de psychedelica worden open gezet. The Doors in een piemelgevecht met MC 5, The Stooges en Blue Cheer, spacerock met trippy gitaarwerk, percussieve bombast en een in weeddampen gehulde zanger. Freakrock zoals Denemarken die ook al leverde met bands als On Trial en Spids Noegenhat, al speelt Casus Sui duidelijk een paar divisies hoger. Causa Sui maakt eigenlijk de spacerock die Dave Wyndorf met zijn bende ongeregeld niet meer maakt. Een kwestie van prioriteiten wellicht. De naam John McBain doet bij de meesten wellicht geen belletje rinkelen, maar als u de platen ’25…Tab’ of ‘Spine Of God’ van Monster Magnet kent, dan hebt u ’s mans gitaarwerk al eerder gehoord. Hij was trouwens de oprichter van die band, toen die nog ‘Dog Of Mystery’ heette en Wyndorf nog moest worden ingelijfd. McBain verliet de psychedelica-rockmachine echter na ‘Spine Of God’ en richtte samen met een paar vrienden Wellwater Conspiracy op. Tussendoor maakte hij ook nog deel uit van Hater en speelde hij mee op de eerste ‘Desert Sessions’ van Josh Homme, in de periode dat toenmalig Fu Manchu-drummer Brant Bjork ook deel uitmaakte van dat gezelschap. Die relatie levert McBain nu een platendeal op voor Bjork’s label Duna. Wie echter hoopt op Monster Magnet-muziek, kan zich beter tot de Denen van Causa Sui wenden. McBain verkoos om zijn voorkeur voor jaren 1960 psychedelica in tien, veelal instrumentale, tracks te gieten waarin naar hartelust het psychedelische genre kan worden verkend. Geen rock, wel Pink Floyd en Mike Oldfield, zeer veel elektronica en hier en daar een beetje kraut. Meer behang dan een intrigerend luisterplaatje. Vroegere Magnet-bandleden Tim Cronin en Jon Kleiman zweven overigens een deuntje mee. Laat hen maar doen. Ze hebben zich wellicht geamuseerd en wie platen als deze maakt, interesseert zich geen ruk voor het oordeel van recensent of luisteraar. Ze doen het alleen voor de buren.