GC #120 Abonnees Geluid Recensies

“Forest//Mori” is de derde release op Klein, Joachim Badenhorsts recent opgerichte slaapkamerlabel. Na platen van Carate Urio Orchestra en het trio Badenhorst-Butcher-Lytton, is er nu zijn tweede soloplaat.
Meer dan op solodebuut ‘The Jungle He Told Me’, onderzoekt Badenhorst op ‘Forest // Mori’ de akoestische mogelijkheden van de verschillende opnamelocaties. Zo is het Franse veld vol krekels waar ‘Fabret’ is opgenomen, een essentieel onderdeel van de track. Middenin die natuurlijke drone, kiest Badenhorst een paar noten als uitvalsbasis, om daarrond met minimelodietjes te variëren. Het leeuwendeel van de tracks is echter opgenomen in Performing Arts Forum, Saint-Erme, waar Badenhorst (op akoestische en versterkte klarinet én basklarinet) gretig gebruik maakt van de aanwezige ruimtes. Dat leidt tot bijzondere resultaten zoals ‘The Trembling Something’, dat associaties oproept met een kooi uitzinnige apen, weliswaar beluisterd van achter heel dik glas. Een collega hoorde dan weer een ensemble zeemvellen, wat meteen de relativiteit van het concept ‘recensie’ aantoont.
‘Wormhole’ is een melodie die zichzelf halsoverkop achternazit, met subtiele variaties in klank. Als luisteraar wacht je in spanning af tot Badenhorst – je hoort ‘m tussen het onophoudelijk denderen door geregeld een héél klein beetje adem halen – finaal achterover op het parket knalt. Wat na vier minuten fijnzinnige krachtpatserij niét gebeurt.
De uit verkeers- en vogelgeluiden opstijgende titeltrack is prachtig in zijn melodieuze eenvoud. Ook ‘My Left Hand’ is ‘minder met meer’: Badenhorst wilde zijn rechterhand laten rusten na een vermoeiende opnamesessie, en dus moest zijn linkerhand de klus klaren, in combinatie met de natuurlijke galm van een kapel en versterkerfeedback.
Op het introspectieve ‘Zon’ en ‘Een zondagochtend in Delft’ gaat Badenhorst aan de slag met multiphonics. In die laatste uitgesponnen track lijkt Badenhorst wel te zingen en te blazen tegelijkertijd. Eén gast slechts op ‘Forest // Mori’: Gerard Herman. Herman verschijnt op het mooie ‘This Track Is A Duo With Gerard Herman’ en haalt zowaar een stel blokfluiten en een akkordeon boven op de – geestige, maar niet geheel onterecht verborgen – hidden track. Vlak daarvoor krijgen we trouwens nog het op een bijzonder gulle en rijke melodie drijvende ‘Handsome Eyebrow”.
‘Forest // Mori’ is uitgegeven als een magazine, samengesteld uit fotokopies en prints van bevriende kunstenaars, compleet inclusief handgemaakt stempel en met potlood aangebrachte titel. Elk exemplaar is dus uniek. Onhandig om in het cd-rek te krijgen, maar prachtig voor op de koffietafel.

GC #98 Abonnees Geluid Recensies

Bij Kraak zijn ze tegenwoordig de klanken goed aan het splitten op vinyl. De eerste splitlp is van pure Belgische makelij. Razen is het Brusselse duo Brecht Ameel en Bart Reekmans die het beu waren om te spelen met de typische gitaar-bas-drumcombinatie. Nu flirten ze stevig met flimische sferen, donkere folk en etnische improvisaties. Kim Delcour en Wouter Haest geven goede bijdragen op doedelzak, santoor, chalumeau, duduk en shenai fluit. Het resultaat is een psychedelische koortsdroom in vier krachtige stukken die de Schotse hooglanden, Ethiopische vlakten en Balkan-bergen doorkruisen. Door Kraak omschreven als een Moondog meets Bohren & Der Club Of Gore. Sheldon Siegel is een jong trio Antwerpenaren bestaande uit Gino Coomans, Gerard Herman en Erik Heestermans, die lonken naar arrogante freejazz zonder taboe’s. Helaas ontbreekt die beloofde Antwerpse arrogantie en klinkt de compostie vrij avontuurlijk door het gebruik van tapes, muziekdozen, percussie, cello, sax en vocalen en is er zelfs plaats voor ingetogen momenten met bevreemdende geluiden. De lange titel ‘Drie mannen stappen aan boord van een goederentrein en lijken goed op weg hun vrijheid te herwinnen’ is een goede uitleg voor de vijfentwintig lange minuten. De ‘Lune Atroce / Soleil Amer 7″ ep’ is een vervolg op het vorig jaar verschenen ‘Meet the Philly elite’ 7”, een 4-way split tussen wijlen Jack Rose en drie andere artiesten. Ook hier wordt de schijf in vier gelijke stukken gesneden met daarin een rol voor de Belgische space age-koning Köhn. Hij wordt opgevolgd door Peaking Lights (Aaron Coynes en Indra Dunis van ex-Numbers), Alien Radio en Ducktails (Matt Mondanile van onder meer Real Estate). Kant A is een reis is die begint met de kosmische geluidsrituelen van Köhn en daarna doorsluimert naar de dromerige fuzzy psychepop van Peaking Lights. Kant B begint met een bliepjescompositie van Alien Radio in ouderwetse analoge sferen, waarna ook Ducktails weer de dromerige popsferen opzoekt met een flinke wolk nostalgie. Een keuze tussen West-Europese analoge elektro versus Amerikaanse lo-fi pop. Kies uw lieveling of neem beiden.

GC #87 Abonnees Geluid Recensies

Kan het te maken hebben met de opwarming van ons klimaat? Feit is dat Nederland tegenwoordig een paradijsje is voor wie houdt van funk en nieuwerwetse dansbare jazz. The New Cool Collective maakt al 15 jaar het mooie weer in de Nederlandse clubs. Het collectief rond bezieler Benjamin Herman werkt afwisselend in zijn kernopstelling van acht man en als heuse funk bigband. Dat bracht hen in het befaamde Londonse Jazz Café, en leverde een samenwerking op met Tony Allen, de grootmeester van de afrobeat. Na hun vorige, bejubelde, live plaat slaat NCC een ietwat andere weg in. Als vanouds mengt NCC stemmige jazz en stevige funk met latinoritmes. Maar dit keer komen de Fender en de elektrische gitaar meer op de voorgrond. NCC experimenteert meer en laat al eens een donkere schaduw horen. 64 boeiende minuten die op hun sterkst refereren aan The Flat Earth Society. Drummer Phil Martin laat zich wat graag “de hardst werkende man uit de Nederlandse funk en jazz” noemen. Volkomen terecht als je zijn indrukwekkende aantal alter ego’s bekijkt. Hij is de sterke man achter het label Social Beats en bezielt niet minder dan drie bands. Zijn funkensemble The Soul Snatchers en zijn afro-beat soundsystem AIFF brachten nog niet langer dan een half jaar geleden elk een gesmaakte plaat uit (GC84). Nu is er “Blow”, de tweede van The Jazzinvaders. De naam van de band geeft het al weg. The Jazzinvaders zitten op het spoor van de modieuze, dansbare jazz van Nicola Conte, Gerardo Frisina, Five Corners Quintet of Koop. Melodieus, dansbaar, latino en toch met een eigen gezicht. The Jazzinvaders (met enkele oud-Houdini’s!!) gaan er iets steviger en minder trendy tegenaan dan hun geestesgenoten. Tracktitels als ‘Max Roach’ of ‘Art Mbekie’ verraden invloeden vanuit de brede wereld. Enkel de obligate bossajazz Cançao Pequena valt wat zoutloos uit. Merkwaardige vaststelling: ondanks hun voortreffelijke kwaliteit en waardering in Nederland, krijgen The Jazzinvaders en NCC voorlopig geen voet aan de grond in Vlaanderen. Tijd voor Vlaamse clubs om wakker te schieten.