GC #111 Abonnees Geluid Recensies

Sons Of Otis uit Toronto, Canada is altijd een beetje onder de radar gebleven. De band, een trio, bestaat sinds 1992 en stond in die tijd in de voorste rijen als het om doom en stonerrock met veel psychedelica ging. Kyuss, Monster Magnet en Fu Manchu plukten de vruchten van het genre en Sons Of Otis werkte onverdroten verder aan zijn ultralogge sound zonder veel zieltjes te winnen. Bovendien deed de band nooit enige toegeving en bleef zijn roots trouw: in veel echo gedrenkte logge zang, veel fuzz en distortion op gitaar en streven naar een geluid dat zo zwaar mogelijk klinkt en toch ruimte laat voor psychedelische jams. Stoner die evolueert naar snoeiharde en meestal ook trage sludge typeert de Canadezen nog steeds. Voor hun twintigjarige bestaan brengt de band een nieuw album uit dat weinig songgericht is, maar gegroeid is vanuit improvisatie en jams. En dat is er natuurlijk aan te horen. Het slotnummer ‘Cosmic Jam’ heeft het allemaal in zich en klinkt toch uitermate boeiend. Ervaring ongetwijfeld, en een deel frustratie ook omdat bijna geen enkele release nog te krijgen is, omdat de labels waarop ze uitkwamen het loodje legden. Ook qua bezetting ging het de band niet altijd voor de wind. Drummers kwamen en gingen, en soms werd zelfs een drummachine ingezet om toch maar verder te kunnen. Gelukkig lieten Ken Baluke, zanger en gitarist, en bassist Frank Sargeant nooit het kopje hangen en daar is dit uitstekende ‘Seismic’ getuige van. Behalve eerder genoemde bands zijn Melvins nog steeds van invloed. Soit, songs als ‘Guilt’ rechtvaardigen nog steeds het bestaan van dit trio en ook hun versie van Mountain’s ‘Never In My Life’ mag er wezen. Sons Of Otis klinkt meermaals als een kruising van Electric Wizard, Bongzilla en Slug, behalve als Baluke in ‘Cosmic Jam’ net als Lemmy gaat klinken. Om ons in een ander soort depressie te gooien ongetwijfeld, want vrolijk wordt een mens niet van ‘Seismic’.