Yannis Kyriakides – De stem, de taal en het muzikale verhaal

5 September, 2009 door  
Categorie Blog

Louis Andriessen zette hem op het juiste muzikale spoor. Maar vervolgens ging hij met Nederlands grootste componist de discussie aan: Gaat het bij een kathedraal om de pilaren of om de ruimte ertussen?

Een van de eerste recensies van zijn werk als componist verscheen in de chique Britse krant ‘The Times’, vertelt Yannis Kyriakides. Het was in de vroege jaren 1990, het stuk dat uitgevoerd was, heette ‘No One’s Filming’ en de muziekcriticus in kwestie beoordeelde het als ‘Long on space, short on content’.

“Nu, zoveel jaren later, realiseer ik me hoezeer mijn muziek werkelijk over space gaat. Over ruimte. Een reden voor die veelheid aan ruimte in mijn muziek is dat ik graag elementen samen breng die niet van nature samen passen. De ruimte als intermediair, als overgang. Als een moment waarop je als luisteraar die elementen aan elkaar kunt binden. Ook wanneer ik snellere muziek schrijf, zit die ruimte er nog altijd in.

Geheimtaal

Yannis Kyriakides. Componist. Grieks-Cyprioot van geboorte, opgegroeid in Engeland en tegenwoordig wonend en werkend in Amsterdam. Zijn doorbraak buiten het enge academische muziekcircuit kwam in 2000, toen hij de Gaudeamus Muziekprijs kreeg voor zijn stuk ‘SPI – A Conspiracy Cantata’.

Veel van zijn werk van de afgelopen jaren heeft een theatrale setting: muziek in combinatie met video, uitgekiende belichting en musici die door hun plaats binnen dat decor bijna als acteurs op het podium aanwezig zijn. Behalve door de ‘ruimte’ in zijn composities en de theatrale presentatie van zijn werk, kenmerkt Kyriakides’ muziek zich ook door de frequente combinatie van traditionele instrumenten en elektronica en doordat hij graag en veelvuldig van stemmen gebruik maakt. Zangstemmen en spreekstemmen. Dat geldt met name voor zijn langere stukken, zoals ‘SPI – A Conspiracy Cantata’, ‘Spinoza’ uit 2002 en ‘The Buffer Zone’ uit 2004.

“Ik heb van mijn tiende tot mijn achttiende zelf gezongen”, vertelt de componist. “Ik was een jongenssopraan in een behoorlijk goed koor in Engeland. Maar ik ben vooral geïnteresseerd in zang als muziek in relatie tot taal. Muziek is zelf natuurlijk ook een taal, maar daarbij kun je er nooit precies je vinger op leggen wat er nu eigenlijk gecommuniceerd wordt.”

Kyriakides verwijst naar ‘SPI – A Conspiracy Cantata’, waarvoor hij zich heeft laten inspireren door de geheime codes die vooral tijdens de Koude Oorlog via kortegolfzenders werden uitgezonden. Boodschappen die weliswaar door iedereen met een radiotoestel ontvangen, maar daarom nog niet verstaan of begrepen konden worden. Hij koppelt dat gegeven in het stuk ook nog aan het orakel van Delphi, waarvan de boodschap eveneens alleen verstaanbaar was voor wie de ‘geheimtaal’ wist te doorgronden. “In dat werk zitten veel codes. In morse. Geheimtaal. Die houden in feite het midden tussen muziek en taal.”

In het recentere ‘Dreams of the Blind’ uit 2007, een suite in vijf delen voor ensemble, elektronica en video, hoor je alleen instrumentale muziek, maar worden er teksten op een videoscherm geprojecteerd. “Het is aan de luisteraar-kijker om de connectie tussen die twee te leggen. Als je die teksten als publiek leest, hoor je in je hoofd je eigen stemgeluid. Dat betekent dus dat iedere toeschouwer iets anders hoort.”

Het gaat Kyriakides echter nadrukkelijk om méér dan louter de klank van de taal. En al helemaal niet om ‘stemkunst’ of vocale acrobatiek. Tijdens de in het Latijn gesproken en gezongen teksten voor zijn samen met Hollandia en de Veenfabriek gemaakte muziektheaterproductie ‘Spinoza: I Am Not Where I think Myself To Be’ liep er dan ook niet voor niets permanent een Nederlandse vertaling in projectie mee. “De tekst is uiteindelijk het belangrijkste.”

Codes ontregelen

De combinatie van traditionele instrumenten en elektronica heeft te maken met een gespletenheid in hem, zegt de componist. “Ik schrijf graag voor traditionele instrumenten en op een klassieke wijze, maar wil dat dan weer combineren met een vreemde en vooral vervreemdende, elektronische wereld. Het is ook een uitdaging voor mij om op die manier de traditionele receptie en classificaties van muziek te doorbreken. We zijn zo geconditioneerd om te denken in termen van ‘pop , ‘jazz’ en ‘klassiek’. Genres die voor het publiek gekoppeld zijn aan ‘sonische codes’, zou je kunnen zeggen. Door elektronica in te brengen, ontregel je die bekende codes en maak je dat onderscheid minder duidelijk.”

‘SPI – A Conspiracy Cantata’, ‘Spinoza’ en ‘The Buffer Zone’ zijn de afgelopen jaren alledrie op cd verschenen, terwijl het toch stukken zijn waarbij de theatrale setting of de videobeelden in de oorspronkelijke vorm een essentieel element vormen. “Met name over ‘The Buffer Zone’ is wel gezegd dat dat eigenlijk op dvd vastgelegd had moeten worden”, vertelt de componist. ‘The Buffer Zone’ handelt over de neutrale zone die Grieks Cyprus van Turks Cyprus scheidt. Dat wordt verbeeld door een cellist en een pianist die van elkaar gescheiden zijn door een videoscherm dat de zaal in tweeën deelt, met publiek aan weerszijden. Het publiek hoort beide musici, maar de ene helft van het publiek ziet een groot deel van de voorstelling slechts de cellist en de andere helft alleen de pianist.

“Op dvd kun je echter nooit de ruimtelijke ervaring vangen die je in de zaal ondergaat. Dan transformeer ik het voor de cd toch liever tot iets anders. Noem het maar ‘audiotheater’. Dat heeft ook drama en een verhalend element. Beschouw de cd maar als een hoorspel.”

Niche

Kyriakides verwijst in zijn muziek – vooral in de grotere, theatrale stukken – graag naar filosofen, klassieke denkers, mythologische of historische gebeurtenissen. Delphi, Spinoza, de Koude Oorlog, de tweedeling van Cyprus. Achter de noten en woorden zit doorgaans een complete denkwereld. Het maakt zijn werk er niet bepaald laagdrempelig op, beseft hij zelf ook.

“Maar ik zou nooit willen dat mijn muziek als ‘intellectueel’ of ‘academisch’ te boek zou staan, al moet ik toegeven dat er vaak een intellectueel concept aan vooraf gaat. Dat forceer ik echter niet. Het is voor mij gewoon heel moeilijk om vanuit het niets, zonder concept, te schrijven. Maar in puur muzikaal opzicht is mijn werk toch heel toegankelijk, denk ik. Kijk, de mensen hebben natuurlijk heel verschillende verwachtingen van kunst en van muziek. Negentig procent wil alleen maar iets horen of zien wat ze al kennen. Daar schrijf ik niet voor. Mijn publiek behoort toch meer tot een ‘niche’. Mensen die zich willen laten verrassen, die uitgedaagd worden door iets nieuws.”

Yannis Kyriakides werd in 1969 geboren in de Cypriotische havenstad Limasol en verhuisde halverwege de jaren 1970 met zijn familie naar Engeland. Na de middelbare school reisde hij een jaar met zijn viool door Griekenland en het Nabije Oosten – “op zoek naar mijn roots” – om vervolgens muziek te gaan studeren aan de universiteit van York. Daar viel hij voor het werk van Louis Andriessen en hij besloot zijn opleiding voort te zetten bij de Nederlandse componist aan het Koninklijk Conservatorium in Den Haag.

“Als tiener luisterde ik heel veel naar moderne componisten als Xenakis en Stockhausen. Geweldig vond ik dat; muziek die alle wetten doorbrak. Tegelijk hoorde ik in West-Londen veel reggae en dub. Toen ik na een jaar reizen in York ging studeren, knapte ik echter helemaal af op die moderne muziekscene. Ik vond ze opeens gewoon stomvervelend; ze leefde niet. Op een gegeven moment kwam Louis Andriessen naar York, voor een festival, en die muziek raakte mij onmiddellijk. Ze was direct en emotioneel. Ze had intellectueel gewicht en hij durfde vanuit grote concepten te werken. Ze was radicaal. Multidimensionaal. Muziek waar ik compleet door weggeblazen werd. Hij schreef ook lange stukken; daar had ik altijd van gehouden. Net als Messiaen of Feldman. Kortom, het was muziek zoals ik wilde dat muziek zou zijn.”

Wat niet wegneemt dat toen Kyriakides eenmaal bij Andriessen studeerde, de twee veel discussies hadden en ook opvattingen die haaks op elkaar bleken te staan. “Als je les van Louis hebt, raak je altijd met hem in discussie. Voor Louis zijn de basnoten de basis van de architectuur van het stuk”, zegt Kyriakides. “Maar dat was niet wat ik in eerste instantie in zijn werk hoorde. Ik hou niet van de vele pilaren in een kathedraal, maar juist van de lege ruimte. Hij vindt daarentegen dat ik te veel met de oppervlakte bezig ben en te weinig met de basis.”

Bartók-droom

De periode tussen zijn middelbare schoolopleiding en zijn academische studie, waarin hij met zijn vioolkoffer door het Nabije Oosten reisde, heeft ook nog altijd invloed op zijn werk, zegt Yannis. Al is dat wellicht niet direct te horen.

“Toen ik naar Griekenland vertrok, had ik een soort Bartók-droom”, vertelt hij. “Op zoek naar de bron. Veldopnamen maken. Samen met de mensen daar vioolspelen. Ik was achttien en had een ontzettend romantisch beeld van die dingen.” Het kwam erop neer dat Yannis in Athene Ross Daly, de van oorsprong Engelse meester op de ‘lyra’ (een Griekse vedel) en andere snaarinstrumenten, tegen kwam. Bij hem volgde Kyriakides een workshop en hij zocht hem later ook nog op op Kreta. Het stimuleerde Yannis om de ‘ud’, de luit van het Midden-Oosten, te leren bespelen. “Dat wil niet zeggen dat ik nu opeens stukken voor het Atlas Ensemble ga spelen, of zo. Maar ik hou van die muziek omdat ze zo verfijnd is. En dat werkt dan weer door als ik bijvoorbeeld een strijkkwartet schrijf.’’

In zijn composities is doorgaans geen ruimte voor improvisatie, zegt Kyriakides. En hij voegt er onmiddellijk aan toe dat hij dit jaar, in opdracht van de MusikFabrik in Keulen toch zo’n stuk geschreven heeft: ‘The Queen is the Supreme Power in the Realm’. “Maar ik hou van een heel gedetailleerde en precies geformuleerde muzikale taal. En dat is natuurlijk heel moeilijk voor anderen om in te improviseren.”

Zelf, als uitvoerend musicus, improviseert hij echter graag. Vaak samen met Exgitarist Andy Moor. Van hen verscheen in 2004, op het eigen Unsoundslabel, het impro-album ‘Red v Green’. “Maar het is niet zo dat voor mij improviseren de ultieme vorm van musiceren is, zoals voor sommige andere improvisatoren. Ik krijg er energie van en het inspireert. Maar improviseren alleen is voor mij niet genoeg. Juist in het componeren kan ik de meer verfijnde muzikale taal gebruiken waar ik graag mee werk.”

Het cd-label Unsounds is een gezamenlijk project van Yannis, Andy Moor en Isabelle Vigier. Ze brengen er ook muziek op uit van bevriende musici als Marko Ciciliani en John Butcher. “Een eigen cd-label geeft je onafhankelijkheid. En op termijn betaalt het zichzelf ook terug. Niet zozeer wat verkoop betreft, dat is maar nét genoeg om uit de kosten te komen, maar het geeft je als musicus beslist representativiteit. Als je twee of drie cd’s hebt uitgebracht als label word je nog niet echt serieus genomen. Maar zijn het er eenmaal meer, dan wordt het een serieus onderdeel van je eigen promotie naar de buitenwereld.”

Ad hoc-ensembles

Met programmeur Roland Spekle is Kyriakides artistiek leider van MAE, het voormalige Maarten Altena Ensemble. “Ik hou van dat orkest en geloof ook in de toekomst ervan. Hoewel ik toch geneigd ben om te denken dat de tijd van de vaste ensembles aan z’n eind is gekomen. Componisten willen immers steeds minder voor vaste bezettingen schrijven. Ik verwacht dat er in de toekomst steeds vaker met ad hoc-ensembles gewerkt wordt. Componisten zullen volgens mij ook minder voor een bepaald ensemble gaan kiezen vanwege de specifieke sound. Om de simpele reden dat ze dankzij de beschikbare elektronica toegang tot véél meer sounds hebben. Maar voor mijzelf is een ensemble als MAE tegelijkertijd ook een uitdaging om weer nieuwe dingen te doen.”

Tenslotte doceert Yannis tegenwoordig ook aan het Koninklijk Conservatorium. Compositie. Nota bene als collega van zijn oude leermeester Louis Andriessen. “De studenten komen naar mij met hun stukken en ik steel vervolgens hun ideeën (lacht). Het was trouwens wel vreemd om na tien jaar terug te keren naar zo’n instituut. Ik hield zelf nooit zo erg van dat ‘academische’. Ik denk trouwens dat ik niet zo heel veel anders doceer dan anderen: samen met een student diens partituur doornemen en hier en daar een andere noot suggereren. Daar komt het toch vaak op neer. En net als Louis Andriessen hou ik ervan om te vertellen. Anekdotes. Inspireren.” Wel valt het hem op dat het vaak de minst traditionele studenten zijn die voor hem als begeleider kiezen. “I always get the weirdo’s”, lacht hij. Maar dat ligt hem wel.

Zijn volgende grote werk is een opera voor het Schotse Theatre Cryptic, met als werktitel ‘An Ocean of Rain Has Fallen behind My Eyes’ en op basis van een libretto van de Franstalige Canadese toneelschrijver Daniel Danis. Het stuk zou volgend jaar tijdens de Operadagen Rotterdam in première moeten gaan. Opera lijkt telkens weer het vaste prestigeding van iedere ambitieuze componist te zijn. Kyriakides zegt altijd een haat-liefde verhouding gehad te hebben met het genre. “Maar ik word uitgedaagd door de mogelijkheden die het biedt: het verhalende element. Dat zit in al mijn muziek. En ik word mij er steeds bewuster van dat het ook daarom gaat. Muziek kan voor mij nooit een abstract medium zijn. Er zit altijd een verhaal achter. Als je een musicus en een instrument ziet, is er eigenlijk al een verhaal.”