Expo

Secret Gardens: tussen schedels en sereniteit en wat er daarna gebeurde


Het begeleidende boekje bij de groepstentoonstelling ‘Secret Gardens’ maakt moeiteloos de scepticus in de toeschouwer wakker.

De natuur staat centraal bij deze tentoonstelling in TENT in Rotterdam, een natuur die in het begeleidende boekje omschreven wordt als ‘een symbool naar schoonheid, mysterie en esthetiek’ De toeschouwer dient zich te laten ‘meevoeren in een onstilbaar verlangen naar het sublieme, een hunkering naar een minder materialistisch en economisch gedefinieerd wereldbeeld.’

Giuseppe Licari - 'Humus'

Is er echter wel zoiets als ‘natuur’? Of kan ‘natuur’ alleen bestaan bij de gratie van een vergevorderde technologische samenleving met een goed functionerende economie die maakt dat de leden over genoeg kapitaal en vrije tijd te beschikken om zich schaamteloos over te kunnen geven aan onstilbare verlangens naar een ‘minder materialistisch en economisch gedefinieerd wereldbeeld’? En hoe hangen deze overwegingen samen met het thema van een tuin? Is een tuin niet juist plaats waar de natuur onderworpen wordt aan de wetten van de mens, de cultuur, die samenleving waar alles om geld draait? Wat is de rol van cultuur bij het tot stand komen van een tuin? Vragen, vragen en nog meer vragen die helpen de tentoonstelling te toetsen aan de (on-)mogelijkheden van het gestelde thema.

Diederik Klomberg gaf in elk geval een helder antwoord op de vraag wat er geheim kon zijn aan een Secret Garden. Op een lange tafel staat een reeks aardewerken potten gevuld met aarde, waarboven kweeklampen een zacht groen schijnsel stralen. De muur naast de tafel bestond uit reflecterend spiegelpapier waarin de kijker behalve de potten en kweeklichten ook holografische hash en peyote-plantjes zag opdoemen – een staaltje geheime kweek omgeven door mysterie die de kijker getuige laat zijn van een verscholen tafereel.

De Siciliaanse kunstenaar Giuseppe Licari gaf eveneens een mogelijk antwoord op de vraag wat er zo ‘geheim’ was aan een verborgen tuin. Zijn zaalvullende installatie bestond uit boomwortels die aan het plafond waren gehangen. Tussen tussen deze geheimzinnige stronken doorlopend kon de toeschouwer zich een beeld vormen van de tuin die zich boven het plafond moest uitstrekken en waarvan deze wortels een kronkelige onderwereld vormden.

Bracht Licari op deze wijze het onderwerp ‘natuur’ op een meer indirecte wijze ter sprake die ook ruimte liet voor de fantasie, anderen namen het concept letterlijker waardoor er minder ruimte overbleef voor andere interpretaties. Wim van Egmond toonde een filmpje van microscopisch leven dat zo op het National Geographic Channel uitgezonden had kunnen worden, maar weinig andere meerwaarde had dan een proeve van cameratechnisch vernuft dat de toeschouwer deelmaakte van een biologisch proces op miniatuur formaat. Wouter Venema’s animatie-film Cicade leed aan hetzelfde euvel – maar het was een stemmig getekend filmpje van een rups die zich ontpopt tot een cicade. Het filmpje beoogt een verstilde wereld op te roepen, iets dat het zien van natuur als vanzelfsprekend geacht wordt te doen. Aldus toont het echter een tekortkoming van dit soort tentoonstellingen aan: hoe kun je komen tot verstilling als zich al wandelende en rondkijkende het volgende kunstwerk alweer aandient? Venema was waarschijnlijk beter tot zijn recht gekomen op een eigen tentoonstelling, of in een zelfstandige ruimte.

Werk van o.a. Danielle Pario Perra, Johan Meijerink & Marleen van Wijngaarden bij Secret Gardens

De afzonderlijke ruimte waarin Danielle Pario Perra, Johan Meijerink en Marleen van Wijngaarden hun respectievelijke werken lieten zien nam dit bezwaar weg. Deze werken ademden gezamenlijk de kalmte en sereniteit die in een geheime tuin verwacht mag worden. De drie werken vulden elkaar dan ook uitstekend aan – het doolhof van Perra, de cirkel van zand van Meijerink en de muurtekening van van Wijngaarden. Op deze manier versterkten de werken elkaar nu waardoor het geheel de som der delen oversteeg.

In veel van de bovengenoemde werken werd het thema ‘natuur’ min of meer uitgewerkt op een wijze die tegemoet komt aan onze schijnbare behoefte aan kalmte en reflectie. Olphaert den Otter  gaf  het thema een andere wending. Hij was de meest traditionele van de kunstenaars die aan de tentoonstelling deelnamen. Van zijn schilderijen in eiertempera ging een doemerige, drukkende atmosfeer uit die onderstreept werd met de nodige schedels en weelderige plantengroei, weinig sereniteit en kalmte hier. Groei en verval kwamen onder zijn penseel tot leven. Het filmpje Getekend kwam wat minder tot zijn recht, maar dat maakte de dorre, decadente tonen van zijn schilderij van de giftige nachtschade-plant meer dan goed. Traditioneler waren ook de zwart-wit beelden van Huub Schilte & Jacqueline Portielje – deels fotografie, deels schilderkunst deed hun hermafrodiete wereld van hele en halfblote nimfen, nogal anachronistisch aan. Ondanks de verfijning die hun gebruikte technieken kenmerkt, had dit werk even goed rond het een na laatste fin-de-siècle had kunnen ontstaan. Of dit geldt als een compliment, is nogal afhankelijk van de persoonlijke smaak. Op deze trouwe lezer van Huysmans en Wilde, bewonderaar van Beardsley en Wagneriaan tot-de-dood-ons-scheidt maakte het allemaal een wat pretentieuze en kitscherige indruk. Van een tuin ter contemplatie naar een dodelijke tuin der lusten bleek maar een kleine stap.

Yvette Poorter, Donna Akrey & Annika Grill - 'A Fantastical Escape to The Flood, The Fire and other F-words...'

Een heel wat sceptischer interpretatie van het thema kwam naar voren bij de speelse installatie van Yvette Poorter, Donna Akrey, en Annika Grill. Het prachtig getitelde A Fantastical Escape to The Flood, The Fire and other F-words… bestond uit simple foto’s van tuinen en gras en andere natuur die tot elkaar waren geplakt en gelijmd tot wonderlijke vormen. Wie door een nauw deurtje kroop zag twee honden, eveneens samengesteld uit kaarten. Een geluidstrack zette de installatie in een passend bad van natuurgeluiden. En zo onstond een beeld van de natuur dat een collage bleek van onze eigen opvattingen en beelden over natuur, en  of uiteindelijk ‘natuur’ niet een cultuurbepaalde constructie was, die meer zegt over ons dan over de natuur. Edward Clydesdale Thomson wilde met zijn installatie In a Green Shade laten zien hoe onze waarneming van de natuur gebaseerd is op clichés. Drie metalen structuren deden denken aan klimrekken, waarvan de laatste ingepakt was met een lichtgroene doek met natuurmotiefje. Voor de ramen hingen schermen waaruit eveneens natuurmotiefjes gesneden waren. Jammer dat het allemaal wat bedacht  eruit zag – of moest die kilheid en sterielheid een contrast vormen met onze opvattingen over wat natuur zou moeten zijn?

Ook Maurice Meewisse  speelde met het onderscheid tussen cultuur en natuur toen hij zijn tuinset bouwde van klei-en die aan de muur hing. Op het eerste gezicht een onopvallend werk, bleek het bij nadere beschouwing een mooi samenkomen van alle vragen die het thema van de tentoonstelling opriep. Bij Meewisse geen gekwezel met vogeltjes en vlindertjes, en bloemetjes en bijtjes. De natuur is het resultaat van menselijke inspanning, maar een inspanning die geleverd wordt met middelen die samengesteld zijn uit materialen die door de natuur geleverd worden. Het onderscheid tussen natuur en cultuur verbrokkelde zo, en daarmee werden onze dromen over een wereld zonder technologie, zonder lelijkheid, zonder materialisme en economie ontmaskerd als dromen over een wereld zonder ons.  Deze fraaie omkering van het centrale thema ‘natuur’ maakte van Secret Gardens een geslaagde tentoonstelling.

GEZIEN: Secret Gardens- TENT Rotterdam – 05 April – 10 juni 2012

Comments

comments


Reacties


Geef een reactie