transit_skyscraper_gonzo
171023_Philip_Glass_banner
Events

RWR17: risicovol programmeren loont (vaak)


Met drie dagen aan risicovolle programmering blijft Rewire een van de spannendste festivals in Nederland om te bezoeken en bespreken. Bijgestaan door fotograaf Bram Petraeus trotseerden Hugo Emmerzael en Ruth Timmermans van 31 maart tot en met 2 april Den Haag om verslag te doen van dit veelkoppige beest in elektronische muziek en cultuur.

Zo veel artiesten als er op het programma staan, zoveel manieren zijn er om een festival te beleven. Dat maakte van Rewire festival in Den Haag gedurende 31 maart tot en met 2 april een bijzonder veelzijdige ervaring. De een komt vroeg voor de lezingen, de ander blijft voor dreunende beats tot in de late uren. Met artiesten als Jesse Lanza, Forest Swords, GAIKA en Arca (plus de visuals van Jesse Kanda) op het vrijdagavondprogramma wist Gonzo (circus)-werknemer Hugo Emmerzael waar hij in ieder geval te vinden zou zijn. Paard van Troje diende weer als de hoofdlocatie van Rewire’s zevende editie. Met al deze artiesten onder een dak was er geen enkele reden voor hem om nog maar een voet buiten de deur te zetten.

Jessy Lanza

Jessy Lanza - (c) Bram Petraeus

Jessy Lanza – (c) Bram Petraeus

Wat opviel aan Rewire’s vrijdagavond was de constante wisselwerking die artiesten toonden tussen kwetsbaarheid en agressie. Hoewel Jessy Lanza haar publiek nergens echt omver blaast met haar set, straalt ze wel een enorme kracht uit door in haar eentje haar beats aan te sturen en haar publiek te betoveren met aanstekelijke popnummers. Lanza laat zich vooral door niets of niemand afleiden. Zelfs als haar apparatuur even tussen de nummers in wordt gecontroleerd, gaat ze door alsof niets en niemand haar tegenhoudt. Dat is de kwaliteit van een geweldig soloartiest: in staat zijn om een publiek ten aller tijden tot jou te laten wenden. Lanza’s doortastendheid zorgt ervoor dat als ze begint met spelen en zingen, alles om je heen even irrelevant lijkt.

Immersie

De Britse mannen van Forest Swords (eigenlijk een soloact van Matthew Barnes die live met zijn tweeën wordt gespeeld) zetten met hun combinatie van sfeervolle texturen, Britse folk invloeden en diepe elektronische dub en techno beats ook in op volledige immersie. Dat werkte vaak uitstekend. Hun geluid is zo kraakhelder dat elke inslag van een drum of elke start van een sample wel impact moet maken. Toch zijn het vooral de momenten waarop Barnes’ zijn drums de vrije loop geeft en ruimte maakt voor diepere, hardere grooves dat hij echt overtuigt. Het waren juist de oud-Britse, folk invloeden gespeeld op synthesizers waardoor de performance van Forest Swords inboette aan subtiele kracht.

Londen

Gaika - (c) Bram Petraeus

Gaika – (c) Bram Petraeus

Het was vooral GAIKA die op vrijdagavond een publiek volledig naar zijn hand kon zetten. Zijn muziek – een combinatie van grime en dancehall uit Londen – voelt urgent en is ronduit overrompelend te noemen. Een subbass die je in je hele lichaam kan voelen begeleidt de Britse rapper, terwijl hij zijn stroom aan woorden met een ongekende energie overbrengt. Het ene moment kwetsbaar, strijdend en worstelend, het andere moment agressief, arrogant en onoverwinnelijk; GAIKA’s performance voelde fluïde, onverwachts en tastbaar. Dit is een rapper met allure, maar bovenal een artiest met ongelooflijk veel talent. Met recht het hoogtepunt van Rewire’s vrijdagavond en misschien wel van het gehele festival te noemen.

Agressie

Waar Arca zich zou bevinden op het spectrum tussen kwetsbaarheid en agressie moest vooraf aan zijn optreden met beeldmaker Jesse Kanda nog blijken. Zijn sets staan bekend om experimentele beats in het post-gabber-hoekje, maar zijn nieuwe, naamloze album toont juist een schrijnend schone kwetsbaarheid in zowel zang als instrumentatie. Ik hoopte vooral het laatste te horen. Het zou zo stoer zijn om tussen twee en drie een publiek mee te voeren in de gebroken zang van een artiest die vooral om zijn experimentele producties geroemd wordt. Arca koos echter voor pure agressie en daardoor ook voor enige afstand tot zijn publiek. Hij draaide hevig experimentele beats, met een nadruk op noise en industriële klanken, maar hij kreeg weinig mensen mee in zijn beleveniswereld. Het feit dat hij zijn nummers af en toe onderbrak om kort iets in de microfoon te zeggen hielp niet. Zijn visuele bondgenoot Jesse Kanda kon met gedistantieerde beelden van dierenleed ook niet heel veel toevoegen aan Arca’s optreden. Degenen die mee konden gaan in deze show waren klaar voor harde beats. Ik was er zo een, maar op inhoudelijk niveau liet Arca mij ook te wensen over.

Bekijk het volledige fotoverslag hier!

Risico’s

Jace Clayton - (c) Bram Petraeus

Jace Clayton – (c) Bram Petraeus

Wat je niet van Rewire kunt zeggen is dat het een risicomijdend festival is. Integendeel, op zaterdag presenteerde het festival een resem nieuwe samenwerkingen en nieuwe of recente producties. Soms pakte dat goed uit, soms iets minder. Ruth Timmermans zocht het risico. Dat betaalde zich grotendeels uit in indrukwekkende optredens.

De Europese première van Jayce Clayton’s Julius Eastman Memorial Dinner was voor Rewire. Clayton – ook bekent als DJ Rupture – brengt het werk van de in de vergetelheid geraakte Amerikaanse componist Julius Eastman (zie artikel in Gonzo (circus) #138) én bewerkt het live met electronica. Terwijl de pianisten – onder wie de vooraanstaande Nederlandse pianiste Saskia Lankhoorn – het werk speels en tegelijk serieus uitvoeren, licht Clayton er noten en motiefjes uit om electronisch te bewerken, versterken en vervormen in een extra laag. Dat werkte wonderwel en leidde op – enkele momenten na waar de elektronica te nadrukkelijk aanwezig was – tot een mooie versmelting van piano en electronica. Wat voor mij – en vele andere bezoekers – niet had gehoeven was het mini-hoorspel dat zangeres Anat Spiegel in het midden en aan het einde bracht in de Grote Kerk. De tekst over discriminatie was veel te vrijblijvend en zelfs storend. Het vercommercialiseren van de herontdekking van vergeten componisten en muzikanten aan de kaak stellen, is lovenswaardig, maar dit was veel te letterlijk.

Feminisme

AGF - (c) Bram Petraeus

AGF – (c) Bram Petraeus

In het werk van de Duitse ‘poemproducer’ AGF speelt taal al meer dan twee decennia een prominente rol. Zowel in haar installaties, geluidskunst, muziek als in haar poëzie verkent ze taal als kracht en inspiratie. Samen met de Afghaanse performancekunstenares Kubra Khademi bracht ze de Nederlandse première van‘The Radical Self’, een nieuw werk dat kritisch reflecteert op de nog ‘witte mannen’-dominantie en intersectioneel feminisme. Nadat AGF, gezeten op de grond, de muzikale basis met loopjes en tekstflarden heeft gelegd, zwaait Kubra Khademi aan een touw en verpakt in een zwarte ‘dwangbuis’ de ruimte in. AGF ‘bevrijdt’ haar uiteindelijk uit het keurslijf – wat een mooi beeld oplevert – en ze gaan elkaar verkennen door met een microfoon over elkaars huid te wrijven. Muzikaal bleef het proces boeien tot de laatste tonen waren uitgestorven. Enig minpuntje in de performance was het nogal houterige dansen van Kubra Khademi. Later die avond stond Moor Mother op het programma, maar haar performance zullen we op het World Minimal Music Festival 2017 meemaken.

Soundcheck

In de afgelopen vier decennia is Daniel Lanois vooral bekend geworden als producer bij onder andere U2 en zijn album Acadie uit 1989. Op zijn vorig jaar verschenen album met de veelzeggende titel ‘Goodbye to Language’ gaat hij meer de kant van ambient uit. Het was gedurfd van Rewire om dit in de Grote Kerk neer te zetten op een festival dat zich toch vooral richt op elektronische muziek en cultuur. En vreemd om te horen dat het aangeslagen is bij jongere bezoekers, die vaak het oude werk niet kennen. Helaas liet de uitvoering te wensen over. Daniel Lanois en zijn muzikanten leken nog teveel zoekende in wat te vaak klonk als een soundcheck. Ook de visuals vallen ons altijd tegen in de Grote Kerk: het scherm is simpelweg te klein om enig gevoel van immersie op te wekken. Dat is niet Lanois’ schuld, maar het droeg niet bij tot een geslaagd concert.

Racoons

Trash Panda Collective - (c) Bram Petraeus

Trash Panda Collective – (c) Bram Petraeus

We zochten dan maar ons heil bij Igor C Silva, aangeraden door onze fotograaf Bram Petraeus. En dat was een fijne verrassing. Naast humorvolle visuals – pas op voor racoons! – op een flink groot scherm bracht componist Igor C Silva samen met zijn Trash Panda Collective een intrigerende compositie voor plastic zakjes, en hij gunde baritonsaxofonist Menne Smallenbroek een prachtige solo.

Ook al in premiere ging RFG, een stuk van Peter Zinovieff, oprichter van de London Electronic Music Studio, en celliste Lucy Railton, die eerder al samenwerkte met onder andere Adrian Corker en Russell Haswell en de Kammer Klang-series in het Londense Café Oto cureerde. RFG begint als een taai stuk voor multispeakers (wat goed werkte in de Lutherse Kerk), maar bracht het publiek al snel moeiteloos in vervoering door bijzondere elektronische klanken en stemmen te vermengen met een ingehouden cello.

Laos

Een nog van de nacht daarvoor herstellende Hugo Emmerzael vond op zaterdagavond bezinning in de Lutherse Kerk bij Waclaw Zimpel. Deze Poolse moderne componist en multi-instrumentalist wist bewapend met een sequencer, drumcomputer, synthesizer en geautomatiseerde piano in zijn eentje de hal van de kerk te vullen met muziek van Reichiaanse dimensies. Zimpel heeft een geweldig oor voor ritme en compositie en weet in enkele minuten zijn complexe stukken te laten vloeien zonder aan complexiteit in te boeten. Alleen als hij voor de zoveelste keer zijn blaasinstrument pakt om te soleren over zijn grooves verliest hij momentum. Dat maakte hij echter goed met zijn laatste stuk, gespeeld op een drieduizend jaar geleden ontworpen instrument door een vrouw in het regenwoud van Laos. Hij droeg het stuk op aan alle vrouwen – wat gezien de kwaliteit van de muziek een prachtig hart onder de riem is – en wist daarmee een volle Lutherse Kerk geroerd de avond in te begeleiden.

Lazy sunday

Kangding Ray & Barry Burns (Mogwai) - (c) Bram Petraeus

Kangding Ray & Barry Burns (Mogwai) – (c) Bram Petraeus

Op zondag gaat het tempo op Rewire drastisch omlaag. Terugblikken met vrienden en bekenden op de eerste twee festivaldagen met een biertje en een snack in het zonnetje, rondhangen bij de Underbelly-shop en de Concertzender-radiobooth en dan op tijd naar huis. Gelukkig maar want Jeff Mills & Tony Allen bleek naar verluidt de teleurstelling van het festival te zijn. Ook SUMS kon mij maar matig boeien; de inbreng van Kangding Ray in het geluid van Mogwai’s Barry Burns konden wij niet echt terugvinden. Het bleef klinken als Mogwai meets U2. Een gemiste kans dus.
Gelukkig werd het muzikaal nog een meer dan voldane zondag met optredens van DSR Lines en These Hidden Hands. Antwerpenaar DSR Lines lokte op deze warme lente-middag voldoende volk om The Grey Basement helemaal te vullen. Gezeten op nog vers korrelig beton was het heerlijk om je onder te dompelen in de warme klanken uit DSR’s modulaire synths. Na het concert troepte een zwerm modulaire synth-freaks rond de Antwerpenaar samen om een tapeje te bemachtigen. Afsluiten met een flinke dreun is nooit mis. En daar zorgde These Hidden Hands strak en professioneel voor. Dansbare stukken van de voormalige technofreaks wisselden af met meer introspectieve gedeelten van subtiele duistere ambient met live bewerking van gitaarklanken. Tevredenheid was een understatement.

Gezien: Rewire, 31 maart – 2 april 2017, rewirefestival.nl
Tekst: Hugo Emmerzael & Ruth Timmermans
Beeld: Bram Petraeus – Bekijk het volledige fotoverslag hier!

 

Comments

comments


Reacties


Geef een reactie