.MEER Events Expo

Transmediale 2014: Hoop en Toezicht


Afterglow vertaalt letterlijk naar avondrood. De kleur die de lucht aanneemt tijdens en na zonsondergang op een zomerse dag. De prachtige landschappen die gepaard gaan met de schemering zijn echter slechts een voorbode van de daarop volgende duisternis. Afterglow was het thema van Transmediale 2014.

Foto: Darren Hsu

Tijdens een panel over ‘Internet freedoms and the post-digital twilight‘ gaf Rasmus Fleischer een korte geschiedenis van ontwikkelingen die bepalend zijn geweest voor de huidige staat van het internet. Zo stelde hij dat de dotcom-bubble die eind van de vorige eeuw barstte een exodus van durfkapitaal uit de digitale arena als gevolg had. Wat achterbleef was een in korte tijd gebouwde digitale infrastructuur en een grote hoeveelheid werkloze professionele programmeurs. Gebrek aan financieel middelen en een nadruk op innovatie als product van persoonlijke voorkeur (in plaats van geldelijk gewin), zorgden voor een grote hoeveelheid nieuwe gebruiksprotocollen zoals bijvoorbeeld de wiki en rss.

We kunnen achteraf stellen dat het barsten van de dotcom-bubble een gevolg was van een gebrek aan begrip van bedrijven met betrekking tot de aard van informatie-technologie. Investeerders stapten zonder vrees een nieuwe arena binnen uitgerust met oude wapens. Negentiende en twintigste eeuwse concepten van het bedrijven van economie pasten niet binnen de kaders van het internet en vonden binnen de kortste keren hun Waterloo. Een aanval van buitenaardse krachten werd door de intrinsieke kwaliteiten van informatie-technologieën afgeslagen. Jaren later pas, toen de structuur en werkingen van digitale informatie en systemen beter in kaart waren gebracht, keerde het kapitaal terug.

In het afgelopen decennium springen vooral de ontwikkeling van de cloud, de enorme toename van e-commerce en de penetratie van sociale netwerk applicaties in het alledaagse direct in het oog. De optimistische inpassing van deze systemen en de utopische beloftes van nieuwe technologieën lijken achteraf ook een schaduwkant met zich te brengen. De gevolgen van de snelle kolonisatie van het netwerk door vooral commerciële ondernemingen zijn nu onder het publiek langzaam maar zeker duidelijk aan het worden. De snelle ontwikkelingen zijn gepaard gegaan met een gebrek aan bestuur en overzicht door een onafhankelijk orgaan over het netwerk, het ontbreken van wet- en regelgeving met betrekking tot het internet én de institutionalisering van toezicht door overheidsinstanties, quasi-overheidsinstanties en commerciële instellingen zonder dat de gebruiker daarvan op de hoogte gesteld wordt. In de afgelopen jaren brengen onthullingen van klokkenluiders deze misstanden aan het licht.

Complete transparantie van de praktijken waaraan bedrijven en overheid zich schuldig maken, blijft echter tot nog nu toe uit. Wat inmiddels wel duidelijk is, is dat de processen gepaard gaan met een gebrek aan respect voor de privacy van gebruikers. De stelselmatige groei aan invloed die digitale praktijken hebben op het dagelijks leven, betekent dat dit niet beperkt blijft tot de digitale arena. Waar ooit het internet werd gezien als utopische freespace, is er nu sprake van een wereld waar iedereen overal en altijd in de gaten wordt gehouden. En dit alles onder het voorwendsel van continue verbondenheid. Met de alsmaar versnellende ontwikkelingen op het gebied van draagbaarheid en de steeds grotere mogelijkheden van toepassing van technologie, is het netwerk alom aanwezig. De scheiding tussen het digitale en het werkelijke is er één van het verleden

Het falen van het netwerk

In de nasleep van onthullingen door klokkenluiders als Chelsea Manning en Edward Snowden wordt het falen of zelfs het compleet ontbreken van verantwoordelijk bestuur van het netwerk pijnlijk duidelijk. Niet alleen komt er een enorme lading bewijs boven tafel met betrekking tot het systematische schenden van de mensenrechten, ook wordt duidelijk dat er in het moderne genetwerkte leven geen realiteit is buiten het oog van de internationale inlichtingendiensten.

Foto: Transmediale

Foto: Roberta Orlando – Transmediale

Na het lekken van NSA documenten door Edward Snowden in juni 2013 werd eens te meer duidelijk dat het naïef is te denken dat dit soort excessen zich beperken tot Amerikaanse sferen. Al sinds jaar en dag is het bekend dat er uitwisselingsovereenkomsten tussen internationale inlichtingendiensten met betrekking tot de opgedane kennis bestaan. Op Transmediale deelden Annie Machon (voormalige werknemer van de Britse inlichtingendienst MI5) en ex-NSA medewerker Bill Binney hun ervaringen als klokkenluiders. In het panel ‘Circumventing the Panopticon‘ zetten zij de institutionalisering van toezicht door quasi-overheidsinstanties in een historisch kader. Zowel de spionagepraktijken, als het aan het licht brengen van hun intensiteit is niet slechts een fenomeen van deze tijd. De excessen van het verleden en de opkomst van nieuwe technologieën vragen om nieuwe ideeën voor de omgang met media in het dagelijks leven.

Want “spionage”- technologieën zijn aanwezig op veel verschillende niveaus. Van wifi-tracking in winkels om de beweging van klanten en de snelheid van winkelen te documenteren tot dezelfde processen op stedelijke schaal. Onder het motto begrip, risico-analyse en efficiëntie staan er door de stad zendmasten verspreid die, via het verzenden en ontvangen van signalen naar mobiele telefoons, het verkeer van burgers in kaart brengen. Maar ook dichterbij huis zijn er methodes van direct toezicht op ons handelen. Zo zou Facebook onze ongepubliceerde statusupdates opslaan en kijkt de de NSA via de achterdeur mee tijdens het gebruik van een applicatie op de mobiele telefoon. En hoewel dusdanige methodes van surveillance als niet wenselijk worden beschouwd, heeft het volk deze tot op zekere hoogte geaccepteerd.

Naast de bijna (gevoelsmatig) logisch voorkomende eenvoud waarmee inlichtingendiensten kunnen beschikken over de gegevens van de burger met betrekking tot inkomen, uitgaves en modes van beweging en communicatie, zijn er ook systemen in werking die zich richten op specifieke burgers in specifieke situaties. Zo vertelt Jacob Applebaum tijdens het panel ‘Art as Evidence‘ ons over onvindbare kleine aanpassingen in computerhardware, waarmee quasi-overheidsinstellingen in staat zijn ongelimiteerd (lees: offline) toegang te verkrijgen tot de informatie van een persoon van belang. Deze technieken van spionage vallen voor de gemiddelde burger buiten het denkbare, echter zijn deel van onze realiteit. Zulke ontwikkelingen doen het traditioneel Westerse adagium innocent until proven guilty archaisch lijken. In de mondiaal genetwerkte samenleving is veiligheid belangrijker dan vrijheid en privacy en zijn we blijkbaar allemaal (potentiële) terroristen totdat het tegendeel is bewezen.

De ontwikkelingen op het gebied van toezicht lopen hand in hand met de regressie van het gebruik van media naar monotypische interactie. Aan de hand van platformen aangeboden door enorme organisatie zoals Apple, Facebook, Amazon en Google zijn we collectief de weg ingeslagen richting een informele standaardisatie, die haaks staat op de ontwikkelingen van na het uiteenspatten van de dotcom-bubble. De burger, zo stelt Rasmus Fleischer, laat massaal de diverse protocollen van specificatie links liggen en kiest voor gestandaardiseerde netwerken met geïnstitutionaliseerd toezicht. De om op een eigen tempo informatie te benaderen, wordt afgewezen voor de belofte van connectiviteit. En massaal stellen wij ons met die keuze bloot aan constant toezicht.

Maar de aanval op de privacy van het individu is drieledig. Het nooit sluitende oog van het digitale toezicht is niet menselijk. Er is geen Orwelliaanse klerk die continue monitors gade slaat, terwijl ons leven zowel digitaal als werkelijk aan het systeem voorbij flitst. Drones, bots en smart machines maken steeds meer een deel uit van de werkelijkheid van de moderne burger en zij registreren al onze contacten met en via digitale media. De data en metadata die wij achterlaten in deze interacties noemen wij big data. Ons afval is het systeem zijn schat. Een bijna onuitputtelijke bron van informatie waaruit het voor gespecialiseerde systemen mogelijk is voorspelmodellen van sociaal, politiek en economisch verkeer op te stellen. Systemen die onafhankelijk van menselijk ingrijpen opereren, maar wel degelijk invloed hebben op onze geleefde realiteit. Een werkelijkheid geschapen door de mens, maar die door de ontwikkeling van data en groei van mogelijkheden al lang niet meer beheersbaar is voor zijn uitvinder.

 Zonder directe voorbeelden aan te halen van deze systemen, is al duidelijk zichtbaar dat deze ontwikkelingen spannende gevolgen met zich mee brengen. Effecten die wij slechts recentelijk zijn proberen te begrijpen. Geen wonder dat Douglas Coupland in zijn Marshall McLuhan lecture een toekomst voorspelt waar onze datadoubles ons zat zijn. Hij beschrijft het in gang gezette proces waarin de burger steeds intenser verknoopt raakt met zijn data en delen van zijn leven aan dit onbewuste deel (van hem) uitbesteed. Dit heeft als uiteindelijk climax de onvermijdelijke overvleugeling van het vlees door het digitale persona. Coupland brengt in een dystopische parabel de gewillige opstelling van de burger om onkritisch te participeren in systemen die gekolonialiseerd zijn door verbonden toezichtmechanismen schrijnend aan het licht.

Cynisme

Foto Roberta Orlando - Transmediale

Foto Roberta Orlando – Transmediale

De optimist in mij wil een toekomst met een belofte zien. Waar op het eerste gezicht de in het oog springende onderwerpen slechts negatieve tendensen brengen, heb ik mijn hoop gevestigd op de positieve neveneffecten die deze misstanden met zich meebrengen. Als bij Transmediale dit jaar het netwerk cultureel bankroet verklaart wordt, zie ik dit als een deel van een culturele strategie. Het ultieme cynische en metabewuste uitgangspunt met als doel een implosie van de digitale arena. Wanneer de burger het gevoel krijgt dat het internet zowel politiek als economisch een gevaarlijke plek is, zal daarop logischerwijs een massale emigratie volgen. De digitale vluchtelingenkampen zullen hun plaats vinden op alternatieve netwerken. En terwijl de gebruikers zich relatief veilig voelen voor het geweld dat hen door de overheden en (inter)nationale inlichtingendiensten is aangedaan, werken de ontheemde digitale professionals aan een betere inrichting van het internet.

Wanneer de digitale infrastructuren verlaten ruïnes zijn en de daar onlosmakelijk aan verbonden fysieke manifestaties leegstaan, kunnen we de verschrikkingen van nu op een utopische manier inrichten met wenselijke en veilige protocollen. Een bewijs dat zowel fysieke als digitale architectuur niet per se functioneel hoeft te zijn, zolang de gedachte van de bestuurders goed is. Als een feniks kan dan het internet uit zijn as herrijzen. Een nieuw digitaal netwerk waar de eerder gemaakte fouten kunnen worden vermeden. De vorm van het oude netwerk gevuld met een code die beter aan de wens van veiligheid, transparantie en privacy tegemoet komt. Deze zou bestuurd kunnen worden door een instelling die de wensen van alle gebruikers tegemoet komt.

Het spreekwoord luistert niet voor niets: ‘Avondrood, mooi weer aan boord, morgenrood, regen in de sloot.’ Na de romantische Afterglow tijdens de schemering en de diepdonkere nacht, volgt een nieuwe dag. Een dag die volgens onderzoek in de regel mooi weer brengt.

Comments

comments


Reacties


Geef een reactie