Recensie: Supersonic Festival – Birmingham – 24/10/2010

30 October, 2010 door  
Categorie Blog

Supersonic laat je constant in een waas van verrassing en verwondering. In Engeland noemen ze het suspense en in het Nederlands is daar eigenlijk geen beter woord voor.

Dit gevoel wordt niet alleen gevoed door het muziekprogramma, maar ook door al heel vroeg gevoed door een bezoek aan het atelier Ikon, waar Aslak Vibæk en Peter Døssing een installatie hebben gemaakt, geïnspireerd op Hitchcock. Als bezoeker moet je door een deur waarachter een serie van kleine kamers volgen. Achter elke deur is een nieuwe kleine kamer. Je hartslag gaat omhoog en je adem stijgt naar je keel. In het atelier Vivid is een expositie gaande onder de naam Seeing Sound. Geluid wordt gekoppeld aan licht gekoppeld, niet alleen in film, maar ook in live percussie. We vallen binnen in de film The Flicker, een experimentele film van Tony Conrad uit 1966. In de abstracte film worden witte en zwarte frames achter elkaar geplaatst. Het stroboscoopeffect hiervan kan epileptische aanvallen opwekken. Er gebeurt in principe niets in de film, maar het feit dat er weinig gebeurt, versterkt door de ratel van de filmprojector, laat je gedachtes de vrije loop. Je wordt heel erg bewust van je omgeving. En die state of mind typeert Supersonic.

Niet dat we schuimbekkend over de vloer rollen, maar de uitdagende manier van programmeren laat je hartslag hoog en je ademhaling kort. Op een prettige manier dan. Dus wanneer de fraaie en fragiele liedjes van Peter Broderick (gemaakt met tapeloops, akoestische gitaar, viool en zijn aan Nick Drake verwante stem) gevolgd wordt door de stevig doorrockende psychedelische folk van Voice of the Seven Thunders (met leden van Current 93, Broadcast en The Oscillation), kijk je daar niet vreemd van op.

Nisennenmondai - Foto: Erik Luyten

Natuurlijk zit er her en der ook een misser, maar dat mag op een festival dat de randen opzoekt en uitdagend wil blijven programmeren. Mothlite is zo’n misser. Teveel pathos, te grote gebaren en teveel bombast. De klimop op de microfoonstandaarden en de boa als afgezakte indianentooi (of is het een afgezakte indianentooi als boa?) van de zanger zien er simpelweg niet uit, en de muziek blijft steken in een slechte mix van Editors en Killers op een regenachtige dag. En dat terwijl oerlid Daniel O’Sullivan verbonden is aan een reeks zeer interessante bands als Guapo, Ulver, Ætheno en Sunn O))). Wanneer de zanger zegt dat Supersonic ook popmuziek nodig heeft, lijkt hij zelf ook al te weten dat hij misplaatst is.

Dan zijn dansbare acts als het Japanse Nisennenmondai (new wave-achtige publieksfavorieten van vorig jaar op herhaling) en Factory Floor beter te behappen. Vooral de laatste overtuigd met een set waarvan de naam al de inspiratie doet vermoeden. Krautrock, vroege New Order en Throbbing Gristle buitelen als invloeden over elkaar heen. Ze hebben niet alleen de looks (de zangeres heeft een ietwat kille, maar prettige afstandelijke en coole uitstraling) en de muziek om op te vallen, maar ook nog eens de zegen van die laatste band, die ze al meenam in hun voorprogramma.
Chrome Hoof heeft daarna in de Old Library erg weinig plek. Zowel op het podium als in de zaal staat het goed volgepakt. En hoewel de spacediscorock vooraf bestempeld kon worden als een publieksfavoriet, blijft de band toch ietwat steken in hun eigen trip. En zo ook de geflipte danser die het podium opspringt en de weinige plek die de band al had, nog meer inneemt.

Swans - Foto: Erik Luyten

Maar de echte publieksfavoriet was naast Godflesh natuurlijk  Swans. Na een feedback van bijna twintig minuten (weer die suspense, weer die adem hoog in de keel) komt de band het podium op om uiteindelijk dik anderhalf uur te spelen. De band begint wat aarzelend. De muzikanten lijken in dienst te staan van zanger/gitarist Michael Gira terwijl diegene juist alles van bladmuziek moet afkijken. Maar gaandeweg komt Gira meer in zijn rol als frontman en wanneer hij de woorden van Sex, God, Sex of het titelnummer van de nieuwe plaat declameert, heeft de band toch echt wel zijn verwachtingen ingelost.

Supersonic is als de Hitchcockiaanse Installatie van Aslak Vibæk en Peter Døssing: je bent constant benieuwd wat er zich achter de volgende deur bevind. En net zoals Hitchcock altijd ergens aanwezig was in zijn films, zo is de aanwezigheid van organisatoren Lisa Meyer en Jenny Moore ook altijd voelbaar. Dat maakt Supersonic tegelijkertijd een intense, maar ook een persoonlijke ervaring.

Meer foto’s zijn te vinden op www.erikluyten.nl