transit_skyscraper_gonzo
Beeld Expo

Duizelingwekkend werk van Louise Lawler (Museum Ludwig, Keulen)


Kunst als kapitaal, ritueel als prestige

Louise Lawler. Al meer dan dertig jaar is ze een hoofdrolspeler in zowel The Pictures Generation, Appropriation Art en institutionele kritiek-praktijken. Bestaande objecten, varierend van kunstwerken aan de wand bij high society tot banale luciferdoosjes, neemt ze als uitgangspunt voor nieuwe opstellingen en arrangementen om de vele diep ingesleten mechanismen in de kunstwereld aan de kaak te stellen. 

Haar werk is al meerdere malen in Duitsland te zien geweest, zowel groepstentoonstellingen als kleinere solotentoonstellingen die zich richtten op een selectie uit haar erg gevarieerde, niet in een esthetiek te vangen oeuvre. De grote overzichtstentoonstelling ‘Adjusted’, op dit moment te zien in Museum Ludwig, toont niet alleen die verscheidenheid, maar ook hoe nauw de afzonderlijke werken zijn verweven tot een consistente, tot op de dag van vandaag relevante kunstpraktijk.

Het zou zomaar het huiselijk tafereeltje kunnen zijn van een van de chique dames en heren die vandaag ook een dagje Museum Ludwig ‘doen’. Een eikenhouten lambrisering met een antiek Chinese prent aan de wand hangt boven een smaakvolle bank, een art nouveau tafeltje staat ernaast. Naast het Chinese kunstwerk is nog een fractie van een geel-zwarte zeefdruk te zien. Hoewel je zou verwachten dat een werk van Andy Warhol – die de zeefdruk heeft gemaakt – prominent in beeld zou worden gebracht, is de foto juist dwars door dit pronkstuk gesneden.

Tekens
Kaders bestaan dankzij buitensluiting. Zodra de mogelijkheid zich voordoet om ze open te breken, of er gewoon even doorheen te gluren, ontvouwt zich een wereld die we niet vaak te zien krijgen, en waar we niet vaak bij stilstaan. Al sinds de jaren 1980 onderzoekt Louise Lawler de verschillende omgevingen waar zich kunstwerken bevinden, van musea, galleries en kantoren tot statige huizen en veilinghuizen. Wat ze hier aantreft is enerzijds een openbaring van sociale codes en anderzijds een botsing hiervan, maar dan wel ver weggestopt in een depot. Door zulke contrasten naast elkaar te plaatsen, maakt Lawler al sinds eind jaren 1970 verschillende mechanismen van de kunstwereld zichtbaar, op een veelvoud aan manieren.

Pollock and Tureen

Louise Lawler, Pollock and Tureen, Arranged by Mr. and Mrs. Burton Tremaine, Connecticut, 1984

De zoals hierboven beschreven 5th Avenue-tafereeltjes hangen her en der verspreid door het museum. Zo bestaat het werk ‘Pollock and Tureen’ (1984) uit een klassieke Engelse soepterrine met daarboven een typische drip van Jackson Pollock. Hoewel het bloemige serviesje een heel ander kleurenpatroon en lijnenspel heeft dan het modernistische schilderij, toch zijn ze door hun eigenaar in dit arrangement terechtgekomen, om samen de high class van deze persoon uit te schreeuwen. Een ander voorbeeld is ‘Living Room Corner, Arranged by Mr. And Mrs. Burton Tremaine Sr., New York City’ (1984): een woonkamer met daarin een vroeg abstracte Robert Delaunay, een buste van Roy Liechtenstein die deel lijkt uit te maken van een lamp, een tv-programma over Stevie Wonder, en een Afrikaans masker, dat laatste wederom afgesneden.
De taferelen zijn niet zozeer een commentaar op de oppervlakkige interieurfoto’s uit lifestylebladen, waarin de bewoners hun smaakvolle inrichting op een quasi-nonchalante wijze etaleren. Ze zijn vooral melanges van culturele tekens, geleend uit het modernisme, popcultuur en ‘primitieve’ kunst, die telkens worden uitgewisseld met andere kunstverzamelaars en daarbij dus ook van context veranderen. De zogenaamde autonomie van de modernisten is van haar voetstuk gevallen; zodra de kunstwerken het atelier verlaten is de enige heersende autonomie die van het kapitaal. Het enige ritueel is dat van prestige.

Dunne lijn

Why Pictures now

Louise Lawler, Why Pictures Now, 1981

Dat ook gebruiksvoorwerpen hier het doelwit van zijn geworden, toont Lawler feilloos aan in werken als ‘A Drinking Glass’ (1989/1990). Het gefotografeerde object behoort tot de collectie van het Isabella Stewart Gardner Museum in Boston, waar het is uitgelicht te midden van andere exclusieve tentoonstellingsobject. Lawler kadreerde het beeld op zo’n manier, dat niet alleen het glas in vol ornaat is te bewonderen, ook krijgen we op de achtergrond nog een fractie te zien van een gouden schilderijlijst. Door de alledaagse titel haalt Lawler het object uit zijn museale, allegorische context, en laat ons zien hoe erg we eraan zijn gewend geraakt om dagelijkse objecten te benaderen als dragers van onze verfijnde, verantwoorde smaak.
Het zijn niet alleen al tot een museumcollectie ingelijfde gebruiksvoorwerpen die Lawler gebruikt om te spelen met deze dunne lijn. Op provocerende wijze verspreidt ze zelf banale parafernalia zoals papieren servetten, luciferdoosjes en cadeaubonnen met daarop een politieke boodschap of een afbeelding van een Gerhard Richter-schilderij, Niet alleen speelt ze met de praktische functie van de voorwerpen, ook hier toont ze weer de opwaarderingsstrategie die vandaag de dag alomtegenwoordig is in de kunstwereld.

Knipoog
Lawlers oeuvre is zo omvangrijk en gevarieerd, dat het niet vreemd is dat er meer dan alleen de gehele onderverdieping van Museum Ludwig aan deze tentoonstelling is gewijd. Het hele gebouw is doordrenkt van haar kunstwerken. Zo zijn er de ‘Tracings’, die Lawler speciaal voor deze tentoonstelling maakte en nu rondom het trappenhuis hangen. De serie bestaat uit tien gigantisch grote zwart-witdoeken die illustrator Jon Buller heeft overgetrokken van haar ‘interieurs’. Hoewel de taferelen herkenbaar zijn – de meeste hebben we net beneden gezien – zijn ze hier ontdaan van elk persoonlijk karakter. Ze doen denken aan de DIY-schilderijen van Andy Warhol, maar tegelijkertijd lijken ze te knipogen naar haar eigen werk, dat in feite uit weinig anders bestaat dan een oneindige stroom reproducties van andermans inspanningen.

Louise Lawler, I-O, 1993/98

Louise Lawler, I-O, 1993/98

Ook in de overige ruimtes, die zijn gewijd aan ‘Not Yet Titled’, de nieuwe vaste opstelling van het museum, laat Lawler van zich horen. Het meest indrukwekkend zijn de ‘Stretches’, waarin de kunstenaar nog een stap verder is gegaan. Zo heeft ze haar werk ‘I-O’, een fotoreproductie van Warhols Brillo-boxen, nogmaals gereproduceerd, maar dan op maat van de museumarchitectuur. Op zelfklevend vinyl is het beeld daardoor niet alleen gigantisch uitvergroot, ook is het volledig uitgerekt waardoor er weinig meer overblijft van het oorspronkelijke beeld. Volgens Lawler is het een analogie van de werkelijkheid, waarin kunst, door kunstverzamelaars en museums bewust of onbewust voorzien van een nieuwe locatie, context en betekenis, afhankelijk is geworden van deze autoriteiten.
Wie bekend is met het oeuvre van Lawler zal verbaasd opkijken bij het betreden van de museumzalen; het aantal werken uit haar omvangrijke oeuvre dat is opgenomen in deze tentoonstelling is aanzienlijk. Doordat elk werk een enorme zeggingskracht heeft, subtiel dan wel uitgesproken, doet het soms duizelen. Daarom waren we verheugd met de bij de tentoonstelling uitgekomen catalogus, waarin de vier voortreffelijke essays – van October-redacteuren Hal Foster en Benjamin Buchloh, de Nederlandse criticus Sven Lütticken en Museum Ludwig-directeur Philipp Kaiser – dieper ingaan op haar werk en het contextualiseren in het licht van verwante praktijken zoals Appropriation Art en institutionele kritiek.

Gezien: Museum Ludwig, Keulen. Nog tot 26 januari 2014.

 

Comments

comments


Reacties


Geef een reactie