Blog

INTERVIEW Oliver Coates


Op 10 november 2017 voert het Raggaze Quartet ‘Shorelines’ van cellist en componist Oliver Coates uit tijdens November Music in Den Bosch. Allart van der Woude sprak Coates afgelopen augustus kort voor zijn optreden op het Fuchsbau festival bij Hannover over zijn onweerstaanbare drang de wereld alle muziek te tonen die onbekend, ondergewaardeerd en vooral ongekend goed is.

Toen hij met de hoogste cijfers in de geschiedenis van Londen’s Royal Academy of Music afstudeerde waren de verwachtingen ongetwijfeld hooggespannen, en stuk voor stuk heeft hij ze ogenschijnlijk moeiteloos ingelost. De afgelopen jaren van Oliver Coates’ werkende leven laten zich daarom moeilijk in een korte inleiding samenvatten. Alleen al in 2016 was hij medeverantwoordelijk voor het toonaangevende album ‘Remain Calm’, de Britse premières van verscheidene belangrijke werken van onder andere Mica Levi en de in 1992 overleden cellist-componist Arthur Russell, en schiep hij house uit een cello-deconstructie (‘Upstepping’). Daarnaast betaalde hij de huur met zijn werk als solist bij een handjevol gerenommeerde orkesten. En dat alles terwijl hij over de hele wereld workshops en residencies afwerkte.
Ook zonder zijn cello heeft Coates een beduidende invloed op de muzikale voorhoede in Londen. De baanbrekende samenwerking tussen Mica Levi en het London Sinfonietta in 2010 werd door Oliver mogelijk gemaakt en het album Chopped and Screwed dat een jaar later daaruit voortkwam was een muzikale mijlpaal. Niet alleen voor Levi, maar ook voor de algemene orkestrale cultuur in Londen: uiteenlopende zwaargewichten zoals Actress en Jonny Greenwood spelen in de jaren erna voor grote zalen hun crossover stukken met orkest, waarbij het vooruitstrevende London Contemporary Orchestra (LCO) een belangrijke rol inneemt.

Daphne Oram

Daarnaast heeft Coates al enkele jaren een residentie bij het Southbank Arts Centre, waarvoor hij in de zomer van 2016 het Deep∞Minimalism festival cureerde. In de St. Paul kerk werd minimalistische muziek van titanen zoals Pauline Oliveros, Laurie Spiegel en Eliane Radigue afgewisseld met de jongere avant-garde, waaronder Shiva Feshareki’s bewerking van Daphne Orams Still Point. Voor het leeuwendeel van de stukken was het de Europese of zelfs wereldpremière, mogelijkheden die ongetwijfeld tot stand zijn gekomen door Coates’ nauwe band met de artiesten en de hogergenoemde drang.
Het volgen van Coates’ stappen – van een strenge klassieke scholing tot zijn huidige, vrije rol in de Londense experimentele wereld – brengt onvermijdelijk een plaatsvervangend enthousiasme met zich mee. Daar waar hij zijn loopbaan begon met het opvoeren van orkestrale stukken en kamermuziek, als sessiemuzikant bij conservatievere labels, lijkt ondertussen zijn eigen werk als muzikant en curator te bloeien tot een overtuigend geheel dat in groeiende mate invloed heeft op de ruimte tussen ambient, neoklassiek, experimenteel en electronica.

Lol

In een paar jaar tijd is hij van Bach naar clubmuziek en Radiohead gekoerst. Maar zodra hem dat wordt voorgelegd kan hij enkel lachen. “Ik denk dat het mogelijk is deze dingen als een soort van verhaal of chronologie te presenteren, maar ik weet het niet”, twijfelt Coates. “Ze zijn geloof ik allemaal manifestaties van dingen die me interesseerden toen ik jong was, maar waren altijd nog opgedeeld, gescheiden. Inmiddels is alles dat ik vroeger voor mijn eigen lol deed het middelpunt van mijn leven geworden, zoals elektronische muziek, of de eigen productie van dansmuziek, met een experimentele kant”.
Vertrouwen en vastbeslotenheid zijn hierbij de sleutelwoorden in een wereld waar het voor iemand van zijn talent makkelijk is een zekere toekomst bij gevestigde instituties te zoeken. Een goed voorbeeld voor Coates is het LCO, waar hij sinds de oprichting bij betrokken is. “Ze zijn koppig onafhankelijk gebleven en nooit te institutioneel geworden: nooit hebben ze een seizoen of serie waar ze maandenlang hetzelfde doen. Ze ondernemen altijd verschillende, uiteenlopende projecten, bijvoorbeeld met Jonny Greenwood van Radiohead, of Actress”.

Oliver Coates (Gaelle Beri)

Oliver Coates (Gaelle Beri)

Radiohead

Het was dan ook door het LCO dat Coates zelf in contact is gekomen met Greenwood voor diens filmwerk, om via hem uiteindelijk ook met Radiohead te spelen. “Zulke relaties dragen vooral bij aan de chronologie van de afgelopen jaren”, bedenkt Coates na een moment stilte. Per toeval leerde hij de labelbaas Steven Bass van Moshi Moshi kennen, die zijn elektronische muziek had gehoord. “Hij moedigde me echt aan met mijn dansmuziek en vroeg ‘Heb je misschien nog meer?’ Ik had nog veel dingen van vroeger die ik hem stuurde, en hij zei de hele tijd ‘Meer, meer, meer’. Uiteindelijk heb ik zo’n dertig of veertig tracks gemaakt. Daaruit kwam ‘Upstepping’ voort”.
Het uitbrengen van deze plaat en zijn samenwerking met zowel Greenwood als Mica Levi, die hij voor het eerst ontmoette toen hij een workshop gaf, hebben zijn plaats in de muziekwereld sterk gevormd en bevestigd. Blijkbaar komt een aantal van Coates’ belangrijke werken echter pas na uitnodiging van anderen tot stand: ‘Upstepping’ door Steven Bass, en ‘Remain Calm’ door een jamsessie bij NTS Radio.

Staand spelen

Een moment dat Coates als formatief en essentieel omschreef – tijdens zijn tour met Peter Zummo staand in plaats van zittend cello spelen – was puur toeval, iets dat hem overkwam. Met zo veel ontwikkelingen die met toeval en uitnodiging te doen hebben, ontstaat de vraag: zou het ook zonder hen hebben plaatsgevonden? De cellist valt lang stil en waagt zich pas na lang reflecteren aan een antwoord. “Ik denk het wel”, begint Coates, en legt uit uit hoe een groeiend bewustzijn aanwezig was, nadat ooit tijdens een repetitie voor een Bach stuk het gehele orkest mocht staan, behalve de de cellisten. “Het werd niet als correctie techniek gezien…terwijl het eenvoudigweg goed voelt. Het voelt echt gewoon goed om staand te spelen”.
Na een moment zwijgen voegt hij toe: “En dan waren er ook nog de foto’s van Arthur Russell” – die eveneens staand speelde. Russell was, net als Coates, iemand die zich ophield tussen club, pop en avant-garde, tussen de grote namen van zijn tijd, en pas veel later als zodanig erkend werd.

Arthur Russel

“Hij is een ongrijpbare en veelzijdige muzikant, altijd rusteloos, en alles wat hij aanraakte had ergens goud in zich”, vertelt Coates over Russell. “Of het nou hip-hop was, of— ken je zijn muziek met Vin Diesel? Is dat niet gestoord? Een drum machine en Vin Diesel! En al dat rare conceptuele werk?”. Coates zelf heeft vorig jaar met het LCO de premiere van ‘Tower of Meaning’ verzorgd, een minimalistisch stuk van Russell dat oorspronkelijk een soundtrack was voor het theaterstuk Medea van Robert Wilson, die kort daarvoor met Einstein on the Beach (met muziek van Glass) naar nieuwe hoogten was gestegen. Na een ruzie met Wilson en zijn daaropvolgende ontslag raakte Russells werk in de vergetelheid, totdat Bill Ruyle zijn achtergelaten archief doorploegde en ‘Tower of Meaning’ tegenkwam, oppoetste en zorgvuldig corrigeerde. De rest verzorgde Coates in Londen: het LCO, concertlocaties en promoters overtuigen.
“Ik heb dat [alles] afgedwongen. Maar het had meer te doen met het vinden van een concertzaal in Londen die het geld had om de drie muzikanten, de oude mannen uit New York die met Arthur bevriend waren, naar Engeland te halen. Die klassieke concertzalen hadden nog nooit van Arthur Russell gehoord. Het probleem is dat Russell erg bekend is in de wereld van van rock & roll, experimentele muziek, disco en folk, maar de meeste klassiek geschoolde cellisten niet weten wie hij is…Dus ik moest de locatie in Londen overtuigen dat dit net zo’n goed stuk is als ‘Music for 18 Musicians’ van Steve Reich, of een van Phillip Glass’ stukken. Die zijn voor hen een economische zekerheid: mensen komen erop af. Ik probeerde duidelijk te maken dat bij Arthur Russell de mensen ook zouden komen. En zij zeiden ‘We just don’t know who this is’ […] Dus ja, wij hebben uiteindelijk ‘Tower of Meaning’ drie keer opgevoerd en drie keer was het uitverkocht”, zegt Coates met trots.

Bescheiden

In 2015 sprak Coates al eens uitvoerig over wat hem ertoe drijft zich zo in te zetten voor de muziek van anderen. “In de kunstwereld ben ik veel gelukkiger wanneer ik me opwind en preek over de ideeën van anderen…De meeste componisten kunnen hun eigen werk niet goed verkopen, en dat is een taak voor mij als performer om op me te nemen”, zei hij tegen The Institute of Composing. In datzelfde (inmiddels verwijderde) interview werd hem gevraagd of hij zelf een componist is. Coates blijft lang stil, twijfelt zichtbaar, en komt uiteindelijk tot een antwoord: “Nee”. Nog geen twee jaar later wordt in Rotterdam de première gespeeld van Shorelines, een aangrijpend theaterstuk over de watersnoodramp van 1953 – compleet met originele compositie van Coates.
Zijn verlegenheid is echter niet verdwenen. “Het was indrukwekkend toen ik ze het stuk zag spelen”, zegt hij in Hannover, “het voelde net alsof het niet meer van mij was”. Het is een onveranderlijke bescheidenheid die hem, samen met zijn weloverwogen antwoorden, vormt tot iemand die in een gesprek van twee uur bijna uitsluitend over de verdiensten van anderen spreekt -vooral die van Mica Levi en zijn echtgenote. Als hij het dan toch over zichzelf heeft, is dat pas na uitvoerig peinzen. Enkele weken na ons gesprek schrijft hij me in een e-mail een soort van biecht: “Ik ben een componist geworden sinds dat interview [in 2015]”, om het vervolgens alsnog te nuanceren. “Destijds voor de camera was ik vertwijfeld. Nu misschien iets minder”.

Mica Levi

Dit vertrouwen toont zich ook in zijn nieuwe plannen. Na het optreden in Hannover, waar hij stukken van ‘Upstepping’ afwisselde met materiaal van John Adams, Laurie Spiegel en Mica Levi, zegt hij nog meer gedreven te zijn om concerten met cello en electronica te spelen. Voorafgaand aan zijn optreden lacht hij met een kinderlijk genoegen: “Dit zijn allemaal stukken die ik al een tijdje op een massive soundsystem wilde spelen”. Veel belangrijker nog is zijn aankondiging dat hij een nieuwe solo plaat zal produceren-waarover hij verder geen details loslaat. Ook speelt hij mee in nieuwe soundtracks van Jonny Greenwood.
Een terugkeer naar een samenwerking met Levi zit er op het moment echter nog niet in. Hun vriendschap uit zich vooral in gesprekken over familie en het alledaagse leven, en een project moet uit zichzelf tot stand komen. “Zodra je tegen elkaar zegt ‘We moeten een nieuwe plaat maken’ dan maak je het op een of andere manier kapot”. Daarbij komt dat Levi op het moment genoeg andere dingen te doen heeft. Na de soundtrack voor ‘Jackie’ en haar adembenemende ‘You Belong To Me’, een commissie voor strijkkwartet door het LCO, heeft ze uit elke mogelijke hoek aanvragen gekregen. Aan haar eigen tempo zal het niet liggen. “Ik heb haar een paar dagen geleden nog gezien…en ze heeft genoeg materiaal voor drie nieuwe albums”, lacht Coates en verklapt dat dit jaar nog iets uit zal komen. “Je gaat versteld staan”.

Onzelfzuchtig

Ons gesprek gaat nog een tijd verder over Levi, Laurie Spiegel, Arthur Russell en een waslijst aan artiesten voor wie Coates over de hele wereld een lans breekt. Het is verbazingwekkend te zien hoe onzelfzuchtig hij als curator en performer al jaren zijn geprezen talenten -als cellist en curator- in dienst stelt van muziek die instituties, labels en orkesten niet weten te waarderen. Met zijn Deep∞Minimalism festival en Russells ‘Tower of Meaning’ toonde hij al aan dat hij daarmee hele kerken, concerthallen en weekenden kan vullen. Na ‘Remain Calm’, ‘Upstepping’ en ‘Shorelines’ is Coates inmiddels weer klaar om zijn bijdrage te leveren aan een muzikaal landschap waarin hij vrijer beweegt dan ooit. Hoe zijn nieuwe solo plaat zal klinken laat zich enkel raden, de enige zekerheid die hij ons laat is de volgende: de wereld kan praten over de toekomst van muziek, Coates zwijgt liever en doet.

Auteur: Allart van der Woude

Meer informatie over het concert vind je hier.

.

Comments

comments


Reacties


Geef een reactie