banner_moremusic_cactus
Blog Magazine

'Walk Through Walls'


Er zijn personages die je niet uit je leven kan bannen doordat iedereen steeds weer over hen begint. Een studiegenoot bleef mij maar vragen hoe het nu ging met die ene ex, ook nog lang nadat ik een maand met die gast samen was geweest. Die ex kreeg daardoor jarenlang buitensporig veel aandacht. De manier waarop Abramović in mijn leven blijft opduiken, is vergelijkbaar. Ze blijven mij naar haar toe duwen. ‘Ze’? De redactie van Gonzo (circus) is het recentste voorbeeld.

18 januari 2017, Belgische kust

GC INSTA13 abramovicToen ik vandaag op het ijswitte strand wandelde, bedacht ik – halverwege Abramović autobiografie zittend – dat zij misschien al haar hele kunstenaarsbestaan aan de wereld tracht uit te leggen dat er geen grenzen zijn. Abramović negeert grenzen, begreep ik ineens, nu ik haar geschiedenis zo liet indalen. Lichamelijke grenzen, mentale grenzen, geografische grenzen, spirituele grenzen en grenzen binnen relaties: ze bestaan voor haar niet. Van de twaalf jaar dat ze met Ulay samenleefde en werkte, woonden ze er vijf in een busje waarmee ze reisden, geleid door de uitnodigingen die in de schoenendoos vielen die bij de Appel in Amsterdam bij wijze van brievenbus voor hen was opgehangen. Samen slaagden ze er na een ingewikkeld proces onder meer in om een half jaar in de Australische outback onder Aboriginals te wonen. Ik was er zo goed als bij wanneer ik haar beschrijvingen daarvan las in ‘Walk Through Walls’. Abramović laat mij toe in haar hartstochtelijke zoektocht naar wat puur en waar is. Ervaringen zoals bij de aboriginals zochten Ulay en Abramović continu, ook in hun performances. En Abramović blijft daarmee stug doorgaan nadat hun relatie tot een einde is gekomen – na hun beroemde performance op de Chinese Muur. Ze vergaart door te lezen en te ervaren kennis over oeroude meditatiemethoden, rituelen en therapieën. Ze laat haar ontmoetingen met Tibetaanse monniken, Aboriginals en collega’s die haar fascineren stuk voor stuk uitmonden in werk. Ze laat zich bewust door hen allen beïnvloeden, en hoe ze dat doet, hen bewust opzoekend vaak, vind ik enorm wijs en inspirerend. Net als Abramović wil ik de boodschap in de praktijk brengen dat mensen elkaar kunnen herkennen, dwars door religie, ras, leeftijd, sekse en voorkeur heen. 
Ik heb toegezegd een korte recensie over dit boek te schrijven, maar dat gaat niet lukken. Dit boek gaat namelijk over mij. Ik besloot van tevoren gelukkig wel dat ik een week zou vrijmaken om eindelijk eens in alle ontvankelijkheid het verhaal van deze wonderlijke figuur tot mij te nemen. Veel van haar performances hebben decennia geleden, sinds de jaren 1970, plaatsgevonden en vaak ver van mijn bed. Dit boek is een manier om die alsnog te ervaren, en een zeer overtuigende. Het is heerlijk te lezen hoe oprecht ze haar performances organiseerde en vervolgens beleefde, en hoe ze elkaar opvolgden.
Ik begrijp nu dat Abramović in stilte een van die mensen is geworden die ik zozeer respecteer dat ik het haast niet kan uitstaan dat iemand überhaupt haar naam schrijft, laat staan uitspreekt – in relatie tot een onzekere zoeker als ikzelf bijvoorbeeld. Zij hoort niet in banale gesprekken thuis en ik begrijp bij het lezen van haar boek nog beter waarom niet. Foto’s of filmpjes van Abramović met Jay-Z waaronder op Facebook duizenden likes geplaatst worden, schieten bij mij in het verkeerde keelgat. Die vluchtigheid is niet waar die vrouw voor staat, het is niet wat ik van haar verlang. Ik verlang van haar: focus, aandacht, tijd, attentie, compassie, inleving en overgave. Met andere woorden, geheel strokend met Abramović’ manier van zijn en werken, blijk ik regels te hebben ontwikkeld om haar in mijn leven in te bedden. Haar intensiviteit voel ik tot hier, nu ik haar boek lees en kennismaak met haar zwarte, maar soms ook hilarische herinneringen aan de Balkan, aan hoe de discipline haar met de paplepel werd ingegoten, aan hoe ze haar voor de buitenwereld tegendraadse maar voor zichzelf enig mogelijke leven opbouwde, en aan haar intense relaties met mannen en hoe die haar door haar levensfases begeleidden. Ik kom niet uit het Joegoslavië van Tito, ik ben niet de dochter van partizanen en ik beschik niet over een groteneuscomplex. Toch is dit voor mij een boek van goud. Ik haal er met betrekking tot alle lagen van mijn leven troost uit. Ik merk dat terwijl Abramović mij toegang verschaft tot haar frustraties ten opzichte van haar commanderende moeder, haar liefde voor haar vrienden, haar ervaringen tijdens haar performances, de processen die aan die performances vooraf gingen, haar intelligent-intuïtieve manier van keuzes maken, mijn bewustzijn en mijn onderbewustzijn aangenaam met elkaar keuvelen. Terwijl ik alle inhoud, alle ervaringen van deze grand dame van de performance art met grote interesse tot mij neem, ontstaan in een andere laag in mijn hoofd voortdurend ideeën voor nieuwe ingrepen, projecten of werken, heb ik aangename en minder aangename herinneringen over mijn jeugd, laaien mijn verlangens en herinneringen daaraan op, en krijgen handelingen en gebeurtenissen terecht weer een diepere betekenis. Mechanismen in mijn keuzes worden verklaard doordat ik stukjes van vroeger terugvind. Abramović is een stuk ouder dan ik en zij heeft al langer kunnen werken en nadenken; ook heeft zij aan een hoger tempo internationale bewegingen gemaakt, waardoor ze sneller een gerespecteerde speler werd. Dat maakt niet uit. Haar woorden omarmen mij als een moeder haar verloren dochter. Ze confronteren mij ook zoals moeders dat doen. Abramović heeft nooit kinderen gewild, schrijft ze stellig. Ze had drie abortussen. Haar werk stond geen kinderen toe. Ik heb ook geen kinderen. Als je je werk zo serieus neemt, is het onmogelijk de daarvoor noodzakelijke tijd en ruimte op te offeren aan een kind. Hoe Abramović opgroeide in een luxeflat in Belgrado, met een moeder met zware smetvrees en een vader die erg op vrouwen was gesteld, hoe zij als tiener nooit iets in het huishouden hoefde te doen, hoe ze zich daardoor in boeken verdiepte, hoe ze zich leerde te focussen door de om haar heen gebouwde dwingende structuur (bijvoorbeeld dagelijks om tien uur thuis), hoe ze huilde toen ze zestien werd omdat ze ineens besefte dat ze op een dag dood zou gaan, hoe ze op haar vierentwintigste haar ontmaagding forceerde, hoe ze niet warm of koud wordt van koffie, drank of drugs, hoe haar lijf zindert en hoe ze schrijft dat ze denkt dat dat laatste een voorwaarde is om werk te maken dat klopt: het scheelt slechts in kleine nuances (en in tijd) met mijn persoonlijke kader. Ook voor mij lopen leven en kunst intens parallel. Vandaag dronk ik thee met een dame die een kunstplek initieert en mij daarbij wil inschakelen. Ze zei – en ze is 65 – dat ze nog nooit iemand heeft ontmoet zoals ik. “Jij bent zalvend en tegelijk inspirerend.” Abramović stapt uit haar boek en toont mij haar naakte lichaam.

19 januari 2017

Ik vraag me af of ik daarnet werkelijk intens verliefd werd op de verkoper van de boekhandel, of dat het meer zo is dat ik verliefd werd op het momént waarin ik de energie uit Abramović’ boek dat ik vlak daarvoor had uitgelezen, door kon geven aan een ander. De tekst op de wikkel, “het enige werk dat mee naar huis kan”, blijkt meer dan een commercieel lokkertje. Abramović heeft mij recht in de ogen gekeken door mij haar verhaal te vertellen. Ik haar. Er is tussen ons van alles gebeurd. Zoals ze het zelf schrijft, gaat performance art vooral over de transmissie van energie. Dat heb ik geweten. Al een seconde nadat ik drie moleskineboekjes uit hun rek had gevist, voelde ik chemie in die winkel. Ik vermoedde dat die te maken had met mijn nieuwe idee voor een werk dat ik nu echt kon beginnen te verwezenlijken – altijd een spannend moment. Het idee – waar ik al een tijdje op broed en dat zich vervolledigde tijdens de lectuur van ‘Walk Through Walls’ – bestaat erin dat ik mensen die ik ontmoet, vraag of ze in een van die drie boekjes willen schrijven. In het groene schrijven ze de zin: “Het gras aan de overkant ben ik zelf.” In het oranje “The early bird am I” en in het zwarte “De grote boom ben ik”. Toen ik bijna bij de kassa was, bewoog de chemie van binnen naar buiten. De man achter de kassa keek me compleet open aan, alsof ik een oude bekende was en op die manier klonk eveneens zijn “hallo”. We raakten voorzichtig, maar enthousiast in gesprek. We waren allebei aan de kust om ons even af te zonderen, zo bleek. Ik vertelde hem over wat ik met mijn nieuwe moleskines van plan was. Hij zei: “Daar ben ik op dit moment heel erg mee bezig. Ik ben bijna veertig en zit in de liefdesproblemen …” Ik nodigde hem ter plekke uit een van de drie zinnen te kiezen. Hij koos resoluut voor “het gras aan de overkant ben ik zelf”. Dat schreef hij in de groene moleskine. Ik dacht: dat gras zijn wij beiden. Deze man wist van alle mensen op de hele wereld hier en nu het allerbeste wie ik was: een hartstochtelijk mens aan wie de Marina Abramović in zichzelf zich voorgoed heeft geopenbaard. Ik vertelde verder niets over mijn context. Ik keek hem in de ogen terwijl ik “doe het goed” zei, en liet hem los.

Comments

comments


Bibliografie

Marina Abramović, Walk Through Walls: een memoir. Amsterdam: Singel Uitgeverijen, 2016.

Reacties