Lo-fi pionier en DIY-godfather: de merkwaardige carrière van R Stevie Moore

6 augustus, 2011 door  
Categorie Blog, Frankfurt

‘Yes, it’s me. I’m in the Bathroom now’

R Stevie in 2011 (Foto: Carrie Novitzki)

Het begon in januari 2011 met een filmpje op Kickstarter, een online ‘funding platform’ waarop je mensen om financiële steun kunt vragen voor culturele projecten. En als het even kan projecten die het geïnvesteerde geld weer terugverdienen. Het filmpje waarmee R Stevie Moore trachtte $ 10.000,- te sprokkelen om een nieuw album op te kunnen nemen was zo hilarisch, dat het via Twitter ook al snel onder Nederlandse muziekliefhebbers circuleerde.

Wie zien de bebaarde cultrocker met het inmiddels witte, verwilderde haar met een gitaar door Nahsville lopen. Beetje starend in etalages, beetje playbackend, beetje ginnegappend met straatmuzikanten en voorbijgangers. Soms karakteristieke, maar sterk uitvergrote videoclipposes aannemend. Maar wat het werkelijk hilarisch maakt is de voice-over. Zo’n typische vertrouwen wekkende telemarketingstem die ons vertelt dat wie vijftien dollar of meer stort, de nieuwe cd plus download al minstens een week voor de release in huis heeft.
Wie echter vijfentwintig dollar overmaakt krijgt de cd gesigneerd. Vijftig dollar mag ook; dan krijg je de downloadcode plus gesigneerde cd plus dat fantastische R Stevie Moore T-shirt in de brievenbus. En zo gaat het door: Wie honderd dollar overmaakt krijgt niet alleen al het voornoemde, waar wordt ook als ‘executive producer’ op de hoes vermeld. Voor een donatie van vijfhonderd dollar krijg je al het voorgaande plus een dertig minuten durend telefoongesprek met R Stevie. Voor duizend dollar mag je ook nog een bezoekje brengen aan de opnamen.
Bij twaalfhondervijftig dollar komt daar een etentje met de artiest zelve bij. Stort je tweeduizend dollar, dan komt Stevie cd en T-shirt bij je thuis brengen en geeft daarbij concert in je huiskamer; als je in de Verenigde Staten woont tenminste, anders komen er reiskosten bij. Wie vijfentwintighonderd dollar bijdraagt, tenslotte, mag persoonlijk een nummer op het nieuwe album komen meespelen – met alle eeuwige roem van dien.
En dat alles met zo’n sonore televisiestem die gewoonlijk bakpoeders of hometrainers aanprijst. ,,Thanks in advance, kickstart romance, ballroom dance,’’ luiden de laatste woorden.
Op 11 februari had R Stevie het bedrag voor het album bijeen – het streefgetal was zelfs wat overschreden.

Wie is deze R Stevie Moore? Veel muziekliefhebbers hebben wel eens vaag zijn naam ergens gehoord of gelezen. Weinigen kennen zijn werk. En mensen die beweren dat ze alles van hem in de platenkast hebben hoef je bij voorbaat al niet te geloven. De qua stijl nauwelijks te kwalificeren songschrijver en rocker R Stevie bracht in totaal zo’n vierhonderd albums uit – zelf weet hij het ook niet precies, al lijkt zijn monsterachtig uitgebreide website behoorlijk accuraat. Het merendeel in lage oplagen, veel alleen op cassette.
Hij schreef duizenden liedjes en op z’n website kun je meer dan tweehonderd videoclips aanklikken. Hij geldt als pionier van zowel de lofi- als van de Do It Yourself (DIY-)beweging. ‘Godfather’ van de ‘hometapers’. En hij was tot deze zomer nog nooit op tournee in Europa. Sterker nog, afgezien van allerlei incidentele concerten had hij zelfs nimmer een Amerikaanse tournee ondernomen.
Ook van wat hij zijn eerste ‘World Tour’ noemt maakte hij weer een Kickstarter-project. Achtduizend dollar had hij nodig. Het nieuwe filmpje is alweer net zo hilarisch. En jawel, op 7 mei is ook die missie geslaagd.

Affiche

Half juli, ‘s avonds om zeven uur, sta ik in het Nijmeegse avantgardebolwerk Extrapool voor het enige Nederlandse concert van Moores ‘World Tour’ met de jonge New Yorkse groep Tropical Ooze. Het zaaltje is nog leeg. De Tropical Ooze-muzikanten hangen wat rond. R Stevie is in zijn eentje aan het soundchecken. In een korte broek in kleermakerszit op het podium, basgitaar in handen, geeft hij aanwijzingen aan de geluidsman. Hij oogt ouder dan de negenenvijftig jaren die hij telt, maar dat komt ongetwijfeld door zijn woeste witte haar en de ruige baard die ergens halverwege door een elastiekje wordt samengebonden.
Wie even oplet merkt echter snel dat deze man ondanks zijn excentrieke voorkomen de kunst van het live-rockgeluid feilloos in de vingers heeft en precies weet wat hij wil. En als even later Tropical Ooze zich bij hem voegt blijkt ook dat hij als muzikant voor vrijwel geen ander hoeft onder te doen. Wat overigens niet verbaast als je eenmaal zijn doopceel licht.

Ja, hij is excentriek, R Stevie Moore. Maar noem hem geen ‘geniale excentriekeling’ of – nog veel erger – ‘geniale gek’. Die term wordt al veel te gemakkelijk en vooral veel te vaak gebruikt voor mensen die helemaal niet gek zijn. En maar zelden geniaal. Neem iemand als Daniel Johnston, die zonder enige twijfel tobt met zijn psychische gezondheid. Dat maakt hem echter nog niet ‘gek’. En dat hij op zijn betere dagen in staat is om mooie popmelodieën te schrijven is knap, maar het maakt hem geen ‘genie’.
R Stevie Moore is weer een heel ander soort musicus. Hij is intelligent, belezen, heeft kennis van de muziekgeschiedenis en kent de wereld en de muziekindustrie op z’n duimpje. Hij heeft echter gewoon geen zin om in de pas te lopen en te doen wat iedereen doet. Dat maakt hem excentriek. Maar dan vooral in de betekenis van ‘eigenzinnig’. In dat opzicht is hij te vergelijken met mensen als Billy Childish, Jad Fair en Eugene Chadbourne – al heeft die laatste een academische muziekkennis waar de anderen niet aan kunnen tippen.

,,I’m the ultimate amateur,’’ zei R Stevie ooit in een interview.

Hoes 'Everything you always wanted to know...'

De ultieme liefhebber, die alleen de muziek maakt die hij wil maken. Rusteloos, bruisend van creativiteit. Vaak blijft het bij demo’s, ongepolijst, omdat een volgend idee alweer zijn aandacht opeist. Er zijn pure popsongs in Beach Boys- of Beatles-stijl. Er is abstracte ‘filmmuziek’, zoals het album ‘Phlegm’ uit 1995. Er zijn Velvet Underground-achtige drones waaroverheen hij eindeloos een regel herhaalt, zoals ‘I hate People’ op ‘Everything You Always Wanted to Know About R. Stevie Moore (But Were Afraid to Ask)’ de dubbel-LP die in 1984 op het Parijse New Rose verscheen en een van zijn bekendste albums.
Er zijn bizarre ‘spoken word’-stukken en vreemde of juist heel verassende ‘covers’. In 1975 nam hij al een heel album op met de alles zeggende titel ‘Stevie does the Beatles’. Maar hij draait z’n hand ook niet om voor songs van The Residents, John Denver, Springsteen, Dylan, Supremes, (disco)BeeGees, The Weavers of The Doors. Een juweeltje is R Stevie’s reggaeversie van de Procol Harum-klassieker ‘A Whiter Shade of Pale’ –ondermeer te vinden op het gratis te downloaden compilatiealbum ‘Tra La La La Phooey!’

Hij heeft het van geen vreemde. Vader Bob Moore was in de jaren vijftig, zestig en zeventig een van de drukst bezette sessiemuzikanten in Nashville.

Bob Moore

Hij zou als bassist aan meer dan vijftienduizend opnamesessies hebben meegewerkt en Elvis Presley was maar één van zijn vele vaste klanten. Ook het beroemde bas-intro van Roger Millers ‘King of the Road’ werd gespeeld door R Stevie’s vader.
Bob Moore was pas negentien toen R Stevie op 18 januari 1952 geboren werd. Zijn vrouw, R Stevies moeder, zeventien. Hij groeide op in een enerverend, rommelig huishouden waar altijd muziek was en leerde al jong gitaar, bas, drums en piano spelen. Niet alleen R Stevie trouwens, ook zijn jongere zus Linda Faye die het behalve tot Miss Tennessee in de jaren tachtig ook nog schopte tot bassiste van de meidengroep Calamity Jane die een handvol countryhits scoorde.
R Stevie deed zijn eerste professionele opnamesessie in 1959, zeven jaar oud, toen zijn vader hem een duet liet zingen met niemand minder dan Jim Reeves in het nummer ‘But do you love me, Daddy’. Het werd in 1969, vijf jaar na Reeves dood zelfs nog een hitje in Engeland.
Op zijn vijftiende, in 1967 begon Stevie zijn eerste rockband, geïnspireerd door Frank Zappa en The Mothers of Invention. En voor zijn zestiende verjaardag kreeg hij een viersporenrecorder. Een beslissend moment.
Na de highschool was was R Stevie naar de Vanderbilt University in Nashville gegaan, maar dat duurde niet lang. Hij wil alleen maar muziek maken. In de vroege jaren zeventig lijkt Stevie zijn vader achterna te gaan. Hij begeleidt countryrevues en gaat op tournee met countryartiesten die in Nashville bij trossen uit de bomen vallen.

R Stevie in de Grand Ole Opry (1973)

Er is echter één probleem. Stevie Ray houdt eigenlijk helemaal niet van country. En met de southernrock die begin jaren zeventig de trend zet in de zuidelijke staten van Amerika heeft hij nog minder.
,,Behalve op Zappa was ik gek op bands als Roxy Music, 10 cc, Sparks en iemand als David Bowie,’’ vertelt hij een uurtje voor aanvang van zijn concert in Nijmegen. ,,Dat waren voor mij de echte nieuwe groepen in die tijd. Maar ja, wat dat soort muziek betrof zat ik in Nashville natuurlijk ontzettend geïsoleerd.’’

Gelukkig is er nog de viersporenrecorder waarmee hij al vanaf de late jaren zestig zijn eigen muziek heeft opgenomen – sound on sound, laag over laag. Veel daarvan zal later met terugwerkende kracht bij zijn ‘cassetteclub’ verschijnen. Toch was er in die vroege jaren zeventig één man die begreep waar R Stevie mee bezig was – en zo mogelijk nog excentrieker bleek dan de jonge muzikant zelf. Dat was zijn oom Harry Palmer, die wel wilde investeren in een LP. Dat zou het officiële debuut worden van R Stevie Moore. ‘Phonograpy’, in 1976 uitgebracht in een oplage van honderd stuks door oom Harry op diens eigen HP-label.

Het officiele debuut: 'Phonography'

‘Phonograpy’ wijkt af van de southernrock, glamrock, countryrock, pubrock, progrock en vroege punk die dat jaar het geluid bepaalden. Het is lofi avant la lettre. Basaal opgenomen Beach Boys achtige stukken naast uit de bocht vliegende rockers. Op speciaal verzoek van ‘oom Harry’, die nogal onder de indruk is van Stevies spreekstem, staan er ook een paar ‘spoken word’ fragmenten op, waar Stevie gezien zijn bewondering voor Frank Zappa ook wel affiniteit mee heeft. Hij trekt het collageachtige geheel echter meteen naar het absurde door, door in het tweede nummer ‘Explanation of Artist’ te beginnen met ‘Yes, it’s me. I’m in the Bathroom now. And I’m gonna tell you a little bit about myself.’’ Ondertussen hoor je een straal pis in de closetpot kletteren.
Veel recensies kreeg ‘Phonograpy’ bij verschijnen nog niet – wat wil je ook met die oplage. Maar het New Yorkse undergroundmagazine Trouser Press was laaiend enthousiast. En in de decennia die volgden kreeg de plaat erkenning als vroege lofi-klassieker. Er volgden tal van rereleases; in veel hogere oplagen uiteraard. En in 2010 verscheen er nog een fraaie vinyleditie op Sundazed.

Maar die erkenning kwam pas veel later. Bij verschijnen was ‘Phonograpy’ alles behalve een commercieel succes. En hetzelfde gold voor de ook nog door HP Records uitgebrachte opvolger ‘Delicate Tension’ uit 1978. R Stevie zat echter niet bij de pakken neer. Hij verhuisde naar New Jersey, kreeg een baan bij de platenwinkelketen Sam Goody, kluste daarnaast ook nog wat bij als radiodeejay, maar ging vooral verder met wat hij altijd gedaan had: Thuis muziek maken. Honderden songs. Tapes vol.
Begin jaren tachtig valt het muntje. Hij begint zijn R Stevie Moore Cassette Club. Een postorderbedrijf waarmee hij alle muziek die hij de tien jaar ervoor heeft opgenomen zelf kan exploiteren. ,,Het cassettebandje was gemeengoed geworden en opeens kon iedereen zijn eigen platenmaatschappij hebben,’’ blikt R Stevie in Nijmegen terug. ,,Nee, voorbeelden had ik niet. Van zoiets als de DIY-scene had ik nog nooit gehoord. Ik had alleen muzikale voorbeelden. Dat waren mensen als Todd Rundgren, Stevie Wonder en Roy Wood. Mensen die hele albums in hun eentje opnamen. Roy Woods ‘Boulders’ was een klassieker voor mij – dat is het nog steeds trouwens.’’

R Stevie in 1985

Honderden tapes brengt Stevie uit. Opnamen vanaf de jaren zestig tot zeer recent. Oplages van een handvol tot honderden, afhankelijk van de vraag. Eind jaren negentig gaat de Cassette Club naadloos over in de R Stevie Moore CD-R Club. Een nieuw medium, maar net zo geschikt voor de DIY-aanpak. De complete catalogus, honderden items in totaal, is nog altijd op R Stevies website terug te vinden.
De Cassette en CD-R clubs verzekeren R Stevie van zijn cultstatus. Tot zijn bewonderaars behoren al snel groepen als The Residents, tal van lofi-artiesten in de jaren negentig, groepen als The Apples in Stereo. En meer recent het fenomeen Ariel Pink, die ook al met R Stevie op het podium stond.

Natuurlijk is het niet het ‘hometapen’ alleen dat R Stevie Moore een fascinerende figuur maakt. Het gaat ook om wat er op die tapes staat. Een reden voor de extreme veelzijdigheid van Moores oeuvre is dat zijn muziek vrijwel altijd een commentaar is op andere muziek. Muziek lijkt zijn grootste inspiratie.
,,Ja, dat klopt wel,’’ zegt R Stevie. ,,Dat is het altijd geweest. Soms is het een eerbetoon, zoals bij veel van die Beach Boys-achtige songs die ik gemaakt heb. En soms is het een reactie muziek die ik bespottelijk vind. Dan neem ik zo’n artiest met een nummer graag een beetje in de zeik. Een ‘pisstake’.’’
De consequentie van Stevies manier van werken is dat er onverbiddelijke kwaliteitsbeperkingen zijn door het gebrek aan professionele opnameapparatuur; zeker in de jaren zeventig en tachtig, het pre-digitale tijdperk. Ergens zegt Moore in een interview dat hij nooit microfoons heeft gebruikt die meer dan vijfentwintig dollar kostten. In lofi-kringen heeft dat van hem een soort heilige gemaakt. Maar zelf had R Stevie best in een behoorlijke studio willen opnemen als de gelegenheid zich had voorgedaan.
Een paar maal leek het daar op. Enkele keren in zijn lange carrière is Moore opgepikt door bestaande platenlabels, waardoor zijn muziek – bij uitzondering bijna – ook in het reguliere circuit terecht kwam. Belangrijk bijvoorbeeld was zijn ontmoeting met de Fransman Patrick Mathé, eigenaar van het label New Rose en ‘verzamelaar’ van excentrieke muzikanten als Alex Chilton, Roky Erickson en Sky Saxon. In 1984 brengt New Rose eerst een dubbel-LP met oude opnamen uit, ‘Everything You Always Wanted to Know About R. Stevie Moore (But Were Afraid to Ask)’, twee jaar later gevolgd door ‘Glad Music’, het eerste album dat Stevie in een echte studio opneemt.

Greatesttits

Er volgen nog twee LP’s op New Rose en in 1990 op het sublabel Fan Club een compilatie op CD onder de wat flauwe titel ‘Greatesttits’. Het zijn lange tijd de enige albums van R Stevie Moore die regulier in Europa te vinden zijn. In Frankrijk heeft hij zelfs nog een bescheiden hitje met zijn versie van ‘Chantilly Lace’, de klassiekers van The Big Bopper en later beroemd gemaakt door Jerry Lee Lewis.
Na New Rose zijn er maar enkele labels geweest die zich serieus met het werk van Moore bemoeiden. Eén daarvan is Chris Cutlers ReR, dat als een der eersten ‘Phonography’ op CD heruitbracht en het album – volgens de website – nog steeds levert.
De afgelopen jaren bracht ook het Britse Cherry Red twee albums uit die nog steeds verkrijgbaar zijn: ‘Meet the R Stevie Moore’ in 2008 en een jaar later ‘Me Too’. In beide gevallen gaat het om opnamen uit de jaren zeventig, tachtig en negentig en er is wat overlap met de New Rose / Fan Club albums, al zijn die laatste inmiddels allang niet meer leverbaar.

Maar het bleef niet bij cassettes, cd-r’s en duizenden opgenomen liedjes. Toen de videocamera betaalbaar werd was voor R Stevie Moore ook wat dat medium betreft het hek van de dam. Honderden clips maakte hij de afgelopen dertig jaar.

Meet The R Stevie Moore (2008)

En met de komst van het snelle internet zijn ze ook vrijwel allemaal vrij toegankelijk en keurig gerangschikt op zijn website te vinden. Van grofkorrelige concertfilmpjes tot hilarische clips waarin sterren als Britney Spears op de hak worden genomen.
,,Het is voor mij gewoon weer een andere manier om de aandacht op mijn muziek te vestigen,’’ zegt Moore. ,,Exposure, daar draait het voor mij om als ik die media gebruik. Dat geldt voor YouTube en MySpace, maar even goed voor Facebook.’’
En dan is er R Stevie Moores website waarop je moeiteloos dagen kunt doorbrengen – met het risico hopeloos te verdwalen. Zijn complete catalogus staat er op. Honderden clips. Honderden, misschien we duizenden songs met teksten en verwijzingen naar albums. Een dozijn gratis te ‘streamen’ of te downloaden albums. Een fotoalbum met jeugdfoto’s en wat al niet meer.

Ja, natuurlijk ziet hij wel zielsverwanten om hem heen, zegt de Amerikaan. ,,Ariel Pink beschouwt mij als een soort mentor. Hij heeft zelfs een van mijn songs gecovered. En mensen wijzen er telkens weer op hoezeer mijn manier van werken op die van Beck zou lijken, al heb ik hem nog nooit ontmoet.’’
Met andere ‘do it yourself’-pioniers heeft hij wel samengewerkt. Jad Fair van Half Japanese bijvoorbeeld, met wie hij in 2002 bijvoorbeeld het album ‘FairMoore’ opnam. En hij legde in de jaren negentig een mooie song – ‘What was I thinking about’ – vast samen met de al even excentrieke Kramer. Eugene Chadbourne, een andere Amerikaanse hometaper met een monsterproductie is hij nooit persoonlijk tegen het lijf gelopen, vertelt R Stevie. ,,Maar we hebben wel, onafhankelijk van elkaar, meegewerkt aan een van de laatste albums van Tiny Tim.

Met Ariel Pink in 2010

Inmiddels is R Stevie Moore na ruim dertig jaar in New Jersey gewoond te hebben weer terug verhuisd naar Nashville, Tennessee. Er is meer veranderd. Hij schrijft geen tientallen nieuwe songs per maand meer. En de tape- en CD-R handel is ook afgenomen – bij zijn concert in Nijmegen biedt hij naast de vinylversie van ‘Phonography’ en T-shirts ondermeer een pakket van 36 CD-R’s aan voor veertig Euro.
,,Ach, ik heb nog zo’n immense ‘backcatalogue’,’’ zegt hij schouderophalend. ,,En ik ben nu voor het eerst serieus live aan het spelen. Dat heb ik afgezien van incidentele concerten nooit eerder gedaan.’’
De ‘World Tour’ – eerst vijfentwintig concerten in de Verenigde Staten, daarna twintig in Europa, en dat is nog maar het begin – is een serieuze zaak. Al blijft R Stevie Moore toch R Stevie Moore. Hij verschijnt in Nijmegen voor de pakweg veertig Extrapoolbezoekers in een knalrode Minnie Mousebroek en een bijpassend shirt. Het heeft we iets van een pyjama. Op zijn neus een grote bril met omhoog klapbare zonnenglazen. Het is zijn allereerste optreden in Nederland. En afgezien van een kort bezoekje aan Parijs in zijn New Rose tijd, een kwart eeuw geleden, ook de eerste keer dat hij zijn muziek in Europa presenteert.
Het concert begint rommelig en rudimentair maar wordt allengs beter. R Stevie, die zelf bas speelt wordt terzijde gestaan door drie mannen van Tropical Ooze, twee op gitaar en één op drums. Na een stuk of zes songs lijkt het opeens afgelopen; de muzikanten stappen van het podium. Maar nee, er volgt een solo-intermezzo van Moore. Er komen nummers voorbij van lang geleden, van ‘Phonography’, maar ook splinternieuwe dingen. En als de jonge New Yorkers van Tropical Ooze zich weer bij hem voegen blijft de kwaliteit alleen nog maar stijgen. Het zijn stuk voor stuk sterke rocksongs, al schept R Stevie er zichtbaar genoegen in om ze bijna uit de rails te laten lopen.

R Stevie in 2011

De aanblik blijft wat vreemd, deze rocker die nota bene negen jaar jonger is dan Mick Jagger, maar er zonder diens kleurspoeling negen jaar ouder uit ziet. Een beeld in strijd met alle Idols- en Popstarwetten, deze woest ogende, witharige rocker in zijn Disneypyjama, die op het podium moeiteloos The Beach Boys met Hendrix vervlecht.
Ondertussen verschijnen op een scherm op de achterwand videoclips uit Moores immense collectie. Filmpjes waarin R Stevie vaak op genadeloze wijze de rockcliché’s op de hak neemt.

R Stevie Moore

,,De cassettes en CD-R hebben het afgelegd tegen het downloaden,’’ had R Stevie Moore even voor aanvang van het concert nog gezegd. ,,En ik heb daar eerlijk gezegd niet zulke problemen mee. Ik kopieerde als tiener ook de platen van mijn vrienden op tape. Ik zie wel dat het vinyl serieus terug komt en dat doet mij deugd. Maar voor mijn inkomen zijn de concerten inmiddels het belangrijkste geworden.’’
,,Of ik nog in een echte doorbraak geloof? Nou nee, haha. Althans niet naar commerciële maatstaven. Maar ik merk dat mijn naam nog steeds een groter wordend publiek bereikt. ‘Namebranding,’ dat is toch heel belangrijk in deze business. Vroeger lagen mijn platen niet in de winkel en wisten alleen de echte liefhebbers mij te vinden. Nu ben ik dankzij het internet voor iedereen traceerbaar. En ik merk dat ik er steeds meer jonge fans bij krijg.’’
,,Natuurlijk had ik voor een loopbaan als sessiemuzikant kunnen kiezen, net als mijn vader. Maar ik wilde gewoon niet mijn leven lang muziek van anderen spelen. Zo simpel is het en niet anders.’’