.MEER

Kunsttijdschrift Oogst


Begin dit jaar verscheen het cultuurmagazine Oogst op het toneel, en momenteel zijn ze bezig aan het tweede nummer. Het tijdschrift over kunst, literatuur en film dat in Antwerpen zijn oorsprong heeft, bevat interviews, essays, persoonlijke rubrieken en fictie, telkens vergezeld door een uniek werk van een gelegenheidskunstenaar.

Trotse ouders zijn Jozefien van Beek en Frederick Willem Daem, die al twee jaar broeden op een samenwerking. Zij verkondigen met Oogst niet per se actueel te zijn en werken daardoor – volgens hen – eerder tijdloos. Oogst wil diepgang bieden door kunstenaars en schrijvers uit te dagen om zich buiten hun comfort zone te wagen.

Wim Helsen

Oogst (Brecht Vandenbroucke)

Oogst (Brecht Vandenbroucke)

‘Een tentoonstelling op papier’, zo noemen van Beek en Daem het, en omdat ze een beetje rebels zijn kiezen ze ‘in tijden van clicks en snelheid’ bewust voor papier en traagheid. Hun belofte voor diepgravende interviews en hun vrije vorm van journalistiek werkt, want de populariteit ging al bij hun eerste editie razendsnel de hoogte in: 850 abonnees en een broodnodige herdruk. Als je naar de namen kijkt, is het duidelijk dat Oogst erin slaagt de crème de la crème van het (Antwerpse) kunstcircuit te verzamelen, zoals Wim Helsen, Vaast Colson en Jeroen Olyslaegers. Ook voor hun tweede nummer hebben ze een bekende Antwerpenaar op het oog: de populaire illustrator Brecht Vandenbroucke.

Kleurrijk

Het eerste dat opvalt bij het vastnemen van Oogst zijn de illustraties op de voor- en achterkant van Ward Zwart, een van de betere illustrators die Antwerpen op dit moment te bieden heeft. Hij mocht het gehele nummer illustreren en doet dat in een voor zijn doen kleurrijke – maar niet per se vrolijke – stijl. Het tweede is, gek genoeg, het gebruik van het lettertype Times New Roman, wat meestal staat voor droge, academische teksten. De mix van hip uitziende pagina’s (denk strakke, grafische lay-out à la Das Magazin) en het klassieke lettertype geeft Oogst haar verlangen naar originaliteit weer, waaronder ook de keuze voor het trage medium. Het is immers niet vanzelfsprekend om vandaag de dag als jong tijdschrift juist voor papier te kiezen in een journalistieke omgeving die het digitale bejubelt.

Captain America   

Over de inhoud dan. Hoewel de al te vrije vorm van journalistiek af en toe zorgt voor een warrige redactionele lijn, probeert elke rubriek op zijn manier origineel te zijn. Zo gaat Wim Helsen zichzelf interviewen en wel door een ‘Monologue Intérieur’ te houden met zijn alter ego genaamd ‘Helsen Wim’. Vermakelijk, en het past ook bij de persoonlijke stijl die Oogst probeert te hanteren. Het karakter van de schrijvers krijgt ruimschoots de vrijheid, getuige Bart Vanegerens lofrede op Hugo Claus, tips van de schrijvers in de rubriek ‘De Vitrine’ of een ontboezeming van Jan Postma over zijn liefde voor de film Captain America: The First Avenger.

Beeldessay

We krijgen ook een kunstenaarscorrespondentie voorgeschoteld tussen Koen van den Broeck en Vaast Colson, waarbij Colson de vraag krijgt hoe het is om met Nel Aerts getrouwd te zijn. De brieven zijn charmant om te lezen, maar het lijkt erop dat de rubriek ‘De Correspondentie’ nog wat zwaarte moet krijgen. Daar wachten we echter graag op, want het sympathieke Oogst probeert veel uit. Zo kunnen we ook luisteren naar Koen Sels in gesprek met zijn samenwerkingspartner Rinus van de Velde als achtergrond bij ‘De Editie’, zijnde het unieke werk dat Van de Velde voor het eerste nummer maakte. Of door werken van Herman Selleslags heen bladeren die voor Oogst een selectie van zijn foto’s ‘tentoonstelt’ en van commentaar voorziet. Deze beelden met tekst worden omschreven als een beeldessay, en tonen aan wat ze bedoelen met een tentoonstelling op papier.

Associatief

De pogingen om beeld en tekst op een speelse manier te combineren zijn een aangename verrassing. In ‘Voor Interpretatie Vatbaar’, nog zo’n rubriek, wordt er bij een foto van Ed van der Elsken tekst op de ‘achterkant’ geschreven. Na het zien van de foto, waarop een groepje blanke toeristen twee zwarte kindjes fotografeert, sla je de bladzijde om en lees je twee verschillende associaties geschreven door Rudy Vandendaele en Chika Unigwe. Vandendaele fantaseert zelf een scenario bij de foto, waardoor je die telkens terug gaat bekijken om je beeldvorming weer aan te passen.

Nicolas Provost

Nog meer kleine uitvindingen van Oogst zien we in een analyse van het oeuvre van Nicolas Provost. Geschreven door Oogst-maakster Jozefien van Beek, wordt er hier op een slimme manier ingespeeld op de aard van zijn werk. Tussen de tekst door zijn er referenties aan filmtechnieken toegevoegd; zo begint het met ‘ZWART’, en dan ‘FADE IN’ of ‘CUT TO: NEW YORK’, om te eindigen met een ‘FADE OUT’ en als ultieme cinematografische verwijzing ‘THE END’. Deze grafische lijntjes maken een mooie verbinding met de thematiek en het voor de rest droge lettertype. Dit alles maakt nieuwsgierig  naar wat ze met het tweede nummer zullen uitspoken. Sowieso zijn er veel rubrieken die zich als fris en uitdagend presenteren, en veelbelovend zijn – maar die zich misschien nog wat moeten zetten.

Auteur: Laurence Scherz

Comments

comments


Reacties


Geef een reactie