4AD
Gonzo_250x250
Archief artikelen Beeld Expo

Jesper Just


De nieuwe filmtrilogie ‘It will all End in Tears’ (2006) van de Deense kunstenaar Jesper Just (1974) is geen flirt met de visuele clichés uit de Hollywoodcultus en reclame-industrie.

Auteur: Renske Janssen

Art can never totally be reduced to a concept of simple acts of self expression – James Coleman

‘It Will All End In Tears’ is een zeer esthetische drieledige film die in zijn geheel werd opgenomen op verschillende locaties in New York. Elk deel is voorzien van een poëtische subtitel: ‘A Little Fall of Rain’, ‘And Dreaming Is Nursed In Darkness’ en ‘It Will All End In Tears’ – deze laatste draagt de titel van de hele trilogie.

Visuele verleiding

In de hele film bepalen sterke licht-donker contrasten de sfeer van het beeld. In het eerste deel zien we een romantisch landschap bij nacht. Een waterval en een meertje zijn met mist omgeven. De muziek op de achtergrond klinkt spookachtig en maakt wat komen gaat, onzeker. Een oudere man in een net pak verschijnt in beeld. Zijn gezicht is gespannen en licht bezweet alsof hij zijn emoties maar met moeite kan onderdrukken. Hij ziet een jonge man in een poloshirt op een wit barok bruggetje staan en loopt ernaar toe.
In de volgende scne is de camera gericht op het water. Het beeld toont de oudere man die alleen op de brug staat in spiegelbeeld. Dan verschijnt naast hem de jonge man. Hij kijkt de oudere man in pak intens aan en raakt hem met zijn vinger precies tussen zijn wenkbrauwen. Er verschijnt licht op de set en de oude man valt langzaam en euforisch achterover in zwijm. Rozenbladeren vallen overal om hem heen. Lachend en kennelijk gelukzalig zingt hij het refrein van The Platters jaren 1960-hit ‘Only You can make this change in me…’. De jonge man speelt ondertussen gedreven op een blikken trommel en lijkt de oudere man daarmee te dirigeren en te sturen. Het geroffel doet hem zweven in de lucht. Maar plots stopt het en de oude man valt. Het is weer donker en hij ligt ontredderd op de grond. Wanhopig probeert hij zoveel mogelijk rozenbladeren die om hem heen liggen in zijn zakken te stoppen.
In het tweede deel ‘And Dreaming is Nursed in Darkness’ zien we de twee figuren in een lege rechtszaal. De oude man zit op de beklaagdenbank en lijkt zichtbaar getergd. De jonge man verschijnt als enige toeschouwer. Een groep mannen gekleed in nette pakken komt binnen en fungeert als jury. In staccato schreeuwen zij in koor de tekst uit van het refrein ‘I’ve Got You Under My Skin’ (Cole Porter) in de richting van de oudere man. Dit deel eindigt enigszins hoopvol: de jonge man neemt de oude man bij de hand en ze verlaten samen de zaal.
Het laatste deel van de trilogie maakt echter met die hoop meteen korte metten. Het draagt niet voor niets de titel van de gehele trilogie ‘It Will All End in Tears’. We zien de oudere man strompelend op de vlucht voor iets of iemand. De locatie is een dak van een gebouw met als achtergrond de skyline van Manhattan, New York. Hij draagt nog steeds het nette pak, hetzelfde mannenkoor verschijnt en de jonge man eveneens. We zien close-ups van de man die hevig geëmotioneerd de verte in kijkt. Hij bevindt zich onder iets wat lijkt op een niet werkende neonreclame met de letters SIN. Wat er precies met de man aan de hand is, wordt net als in de twee voorgaande delen niet expliciet duidelijk gemaakt. De symboliek van ontploffend vuurwerk en het geluid van een razende trein aan het einde doet suggereren dat de man een tragisch lot te wachten stond.
In Jesper Justs films staan intense emoties en heftige verlangens die te allen tijde onvervuld blijven, centraal. We krijgen geen toegang tot de werkelijke motivaties en beweegredenen van de hoofdpersonen. Het zijn geen uitgewerkte karakters maar eerder representaties van bepaalde emoties. Fundamentele onzekerheid overheerst en dat is terug te vinden in de gefragmenteerde verhaallijn, het lot van de hoofdpersonen en het nut van onze eigen interpretatie. Traditionele plots ontbreken en de beelden zijn slechts visueel verleidelijk. De gut feeling van de toeschouwer wordt aangesproken en dat verontrust, terwijl we het dagelijks ondergaan en meemaken: op TV, in film, via de politiek, op kantoor en bij familie thuis. Wat is er aan de hand?

Genres

Just refereert in zijn film ‘It Will All End In Tears’ aan zowel Hollywood-blockbusters als aan de arthouse cinema waarmee hij opgroeide. Hij doet dat even subtiel als expliciet. De referentie aan de idee van een sequel bijvoorbeeld heeft zowel een epische belofte à la ‘The Godfather’ in zich als de breuk met tijd zoals in het complexere ‘Memento’ waarin de verwachting op de proef wordt gesteld en het twijfelachtig is of er berhaupt nog wel een echte clou gaat komen. In Justs eerste poging deze filmische strategie te onderzoeken hij maakte tevoren korte, op zich zelf staande films – lijkt het laatste deel van zijn trilogie de betekenisgever voor het hele werk vanwege de titel, maar het tegendeel is het geval. Er is geen hirarchie in de opeenvolging van de delen en elk deel bezit dezelfde kwaliteit: er is geen plot. En in zijn films wordt niet of nauwelijks gesproken. De films van Just doen ook denken aan het oeuvre van Fassbinder of Visconti, waarin interpersoonlijke relaties en marginale groepen uit de samenleving centraal staan en waarin de levensworsteling als metafoor dient voor een kritiek op de burgerlijke samenleving en heersende moraal.
Just refereert daarnaast aan de popcultuur en genres van de musical en opera waarbij muziek en zang de gevoelens van de karakters benadrukken en verdiepen. In ‘No Man Is An Island’ (2004) laat hij een koor van vier mannen van middelbare leeftijd Roy Orbinsons sentimentele ‘Crying’ zingen en doet de set van het eerste deel van ‘It Will All End In Tears’ denken aan het podium voor een negentiende-eeuwse opera.
In Justs films is evenwel geen sprake van een regelrechte kritiek op de commercie. Wel impliciet, want ook door het gelijkschakelen van hoge en lage cultuur door elementen daaruit zonder hirarchie naast elkaar te plaatsen kan een kritisch denkkader ontstaan. Just, die opgroeide ten tijde van de culturele gelijkschakeling, ook wel het postmodernisme genoemd, maakt handig gebruikt van zijn bekendheid met de verschillende mediacodes van tv, film, kunst, toneel en theater. Hij onderscheidt zich met zijn gladde en esthetische beelden van zijn generatiegenoten die met ruwere documentaire middelen werken zoals de Nederlandse kunstenaars Erik van Lieshout en Julika Rudelius. Maar nu de status van het documentaire beeld ‘an sich’ dubieus is verklaard en gelijk is komen te staan aan fictie, kan het werk van Just even zo goed als een document van de realiteit worden beschouwd van hoe we die om ons heen zien.

Stereotypering

In ‘It Will All End in Tears’ maar ook in eerdere films, zoals ‘The Sweetest Embrace of All’ (2004) en ‘Something to Love’ (2005), staan de onderlinge relaties tussen mannen centraal. Omdat Just telkens werkt met de combinatie van een oudere en jongere acteur is dat tenminste de meest voor de hand liggende conclusie. Maar of het alleen om de relaties tussen mannen gaat, wordt niet geheel duidelijk. Het zou net zo goed kunnen gaan om afhankelijkheids- en machtsrelaties tussen mensen in het algemeen. De film biedt hierop geen antwoord. Just brengt daardoor op een geraffineerde wijze de complexiteit van de mannelijke representatie in beeld.
In ‘It Will All End In Tears’ overheerst de idee van de mens die zijn gevoelens onderdrukt en hoe hij daaraan ten onder kan gaan. Het stereotiepe beeld van de succesvolle zakenman die verlangt naar gelukzaligheid en geestelijke rijkdom, naar echte liefde (of: het echte leven) is de metafoor. Hij is niet in staat uit te komen voor zijn werkelijke verlangens en gevoelens en zit gevangen in schuld en schaamte. Hij is gedoemd tot slechts de beleving van snelle kicks, heimelijk uitgevoerd in het geheim uit angst voor ontdekking. Onderdrukte erotische verlangens (‘I’ve got you under my skin’) en afhankelijkheidsrelaties (‘Only you can make this world seem bright’) of die van een verstikkende relatie tussen vader-zoon: de spanning tussen interpersoonlijke relaties staan centraal, de condition humaine perfect verbeeld.

Fundamentele onzekerheid en post-postmodernisme

Just onderzoekt de complexiteit van de huidige populaire visuele cultuur, een activiteit of stroming die inmiddels de amusante term post-postmodernisme heeft meegekregen. Binnen die stroming staat het kunstwerk in direct verband met aspecten van idolatrie en iconoclasme. Just refereert in zijn werk veelvuldig aan de visuele eenvormigheid: het gebruik van beeld binnen de kapitalistische structuur en de beweging van het globalisme en de daaraan verbonden fundamentele onzekerheid wat betreft de status van het afgebeelde is zowel in kunst als journalistiek de enige zekerheid is die we hebben. Tegenwoordig vragen we ons bij alles af: wat krijgen we voorgeschoteld, waar komt het vandaan, door wie is het verspreid en met welk doel? De nadruk op de heftige, intense afbeelding (of uitbeelding) van emotie in de films van Just is enerzijds op te vatten als een kritiek op het perverse gebruik ervan in de mainstream media en politiek, anderzijds om herkenning te bieden. Er zijn dan wel geen indrukwekkende verhalen meer nodig (postmodern), maar herkenning en uitwisseling van gevoelens zijn nog steeds belangrijk; dat is wat wij mensen nog met elkaar gemeenschappelijk hebben. En dat weet elke industrie.
Dramatiseren, ensceneren en manipuleren van het echte, en de uiteindelijke verdwijning van het zelf zijn kenmerken van de hedendaagse identiteitscultuur. Hierbij doet zich de paradox voor dat identiteit maakbaar zou zijn, dat er keuze zou bestaan. Echter, de keuzemogelijkheden zijn beperkt, want in de publieke sfeer worden alleen stereotypen voorgeschoteld en alleen basic gut feelings aangesproken. Via de artistieke producties van Just worden kunstzinnige oplossingen en vraagstukken aan de oppervlakte gebracht waarmee de toeschouwer wordt uitgedaagd zich kritisch te verhouden tot die symbolen waarvan onze samenleving inmiddels zo verzadigd is geraakt.

Comments

comments


Dit artikel verscheen eerder in GC #77.

Koop deze editie in onze webshop!

Discografie

Filmografie
The Lonely Villa (2004)
Bliss and Heaven (2004)
A Fine Romance (2004)
The Sweetest Embrace of All (2004)
No Man is An Island II (2004)

Bibliografie

Citaat James Coleman uit Richard Kearney,

Reacties